© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Republiek - Vrede van Utrecht (slot)
Nader  verklaard: Duinkerkerkapers - Remonstranten (rekkelijken) - Contra-remonstranten (preciezen) - Hugo de Groot - Johan de Witt - Maarten Tromp - Michiel de Ruyter - Patriotten
Duinkerkerkapers, waren de kapers die o.a. tijdens de Tachtigjarige Oorlog vanuit Duinkerke, Oostende of Nieuwpoort opereerden. Nadat de hertog van Parma in 1583 Duinkerke heroverd had, werd de Spaanse vloot in 1585 daarheen verplaatst. Eerst bestond deze vloot uit zogenaamde koningsschepen. Al snel werd zo'n enorme schade toegebracht aan de scheepvaart van de Unie van Utrecht dat de Staten-Generaal van de Nederlanden in 1587 besloten deze Duinkerkerkapers als zeerovers te behandelen en het "recht van voetspoeling" toe te passen, dat wil zeggen: gevangengenomen bemanningsleden van kaperschepen zonder enige vorm van proces overboord te gooien of te knuppelen. Er werden over en weer gruwelijke maatregelen genomen. Maar ook verdienden de Duinkerkers geld door paspoorten te verkopen die de bezitter een vrijgeleide gaven als hij hun kaperschepen tegenkwam. In 1600 werd het leger van Maurits van Oranje op Duinkerke afgestuurd, maar de beroemde legeraanvoerder besloot, ondanks een overwinning in de Slag bij Nieuwpoort, de stad niet in te nemen. Hij was al tegen zijn zin door de Staten Generaal te ver van zijn basis gestuurd en vreesde te worden afgesneden. De voor de Republiek onverkwikkelijke situatie bleef nog jaren aanhouden. In 1629 kwam Piet Hein om bij een expeditie tegen de kapers. De Staten-Generaal besloten dat het nu genoeg geweest was: men beval luitenant-admiraal Maarten Tromp om de havens te blokkeren terwijl Lodewijk XIII van Frankrijk met zijn leger eerst Grevelingen (29 juli 1644), toen de forten (10 juli 1645) en op 11 oktober 1646 Duinkerke zelf innam. Alleen vanuit Oostende was er nog wat kaapvaart tot de Vrede van Münster in 1648. Remonstranten (rekkelijken) Begin 1610 formuleerden in Gouda 44 hervormde predikanten bezwaren tegen de leer van de protestantse heersende kerk in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het betrof de leerstellingen over met name de vrije wil van de mens en zijn of haar voorbeschikking tot heil of verdoemenis door God, de predestinatie. Deze opvattingen werden in 1610 vastgelegd in een 'verweerschrift' of 'remonstrantie'. Een belangrijk theoloog aan het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw die deze opvattingen van een tolerant christendom verkondigde was Jacobus Arminius. Hij was predikant in Amsterdam en begin 17e eeuw hoogleraar godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden. De volgelingen van Arminius werden Arminianen genoemd, ook wel remonstranten of de rekkelijken. Contra-remonstranten (preciezen) De opponenten van de remonstranten, contra-remonstranten genoemd, vonden dat de mens geen invloed heeft op zijn of haar eeuwige bestemming. De mens had bij de remonstranten een zekere invloed op zijn eeuwige bestemming, in die zin dat de mens voor zijn of haar redding ten minste de bereidheid moet hebben om deze redding te aanvaarden. Dit rook volgens de tegenstanders naar ketterij. Franciscus Gomarus werd de leider van de contra-remonstranten, de gomaristen ofwel preciezen. In 1618 werd een algemene kerkvergadering gehouden, de Synode van Dordrecht. De Synode steunde in grote lijnen de contra-remonstranten, al werd de leer verworpen van de dubbele predestinatie (tot heil én verdoemenis), zoals geleerd door Gomarus. Op 14 januari 1619 tijdens de Dordtse synode werden 200 rekkelijke predikanten uit hun ambt gezet en verbannen. De standpunten tegen de remonstranten werden weergegeven in vijf punten, die bekendstaan als de Dordtse Leerregels. Hugo de Groot, (ook wel Grotius) was een Nederlands rechtsgeleerde en schrijver. Zijn belangrijkste werken liggen op historisch en juridisch gebied. Zijn beroemdste werk is De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) uit 1625. Het vormt de basis voor het moderne volkenrecht. Hij is ook bekend vanwege zijn pleidooi voor de vrije toegang tot de zee (en de vrijhandel) het Mare Liberum  (1609), eerst in 1864 teruggevonden en gepubliceerd. Hedendaagse rechtsgeschiedkundigen beschouwen hem als een van de grootste juristen ooit. Grotius heeft een immense invloed op het internationaal publiekrecht uitgeoefend, zijn ideeën met betrekking tot de zeevaart bijvoorbeeld domineren het grootste deel van het hedendaags zeerecht. Even na 1610 laaiden er in de nog jonge Nederlandse Republiek godsdiensttwisten tussen de protestanten onderling op, die tot in de politiek werden uitgespeeld. Hugo de Groot trad in vele geschriften naar voren als verdediger van het kamp der Arminianen (remonstranten) of, vanuit zijn gezichtspunt gezien, het kamp van hen die voor tolerantie ijverden, en van mening waren dat de staat het hoogste gezag was, en dus boven de kerk stond. Dat was ook het standpunt van Van Oldenbarnevelt, die bovendien weigerde een nationale synode van staatswege bijeen te roepen, omdat daarin ongetwijfeld Arminius veroordeeld zou worden. Prins Maurits, die zelf zei dat hij niet veel verstand had van theologie zag in de godsdiensttwisten een kans om de vredespartij buitenspel te zetten, dat wil zeggen degenen die voor de omzetting van het Twaalfjarig Bestand met Spanje in een permanent vredesverdrag waren. Het bestand had voor hem als legeraanvoerder geleid tot verlies van veel macht en aanzien en derving van buitgeld. In augustus 1618 wist de prins dankzij de kwestie van de waardgelders de machtsstrijd in zijn voordeel te beslechten. Van Oldenbarnevelt en De Groot werden op 29 augustus 1618 gevangengenomen. Van Oldenbarnevelt werd ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Een college van 24 rechters veroordeelde de remonstrant Hugo de Groot 'ter eeuwige gevangenisse'. Aanvankelijk werd hij te Den Haag in hechtenis gehouden, maar op 5 juni 1619 werd hij overgebracht naar Slot Loevestein, toen een staatsgevangenis, later gevolgd door zijn vrouw en dienstmeisje. Hij mocht wel blijven studeren en schreef in gevangenschap zijn Inleiding tot de Hollandsche Rechtsgeleerdheid. Daarvoor kreeg hij regelmatig een kist boeken, die soldaten bij een familie in Gorinchem ophaalden; later werd die kist terugbezorgd. Dat bracht zijn vrouw Maria na anderhalf jaar op een idee. Zij maande Hugo: "Kruip in die kist en zorg dat je er twee uur in kunt blijven zitten zonder geluid te maken". Ze liet hem avonden lang oefenen. De tijd begon te dringen, omdat het Twaalfjarig Bestand met Spanje binnenkort afliep, waarna mogelijk de vluchtroutes minder veilig zouden zijn. Op 22 maart 1621 ontsnapte Hugo uit Loevestein. Op deze dag was het jaarmarkt in Gorinchem, en de gevangenisbaas was weg. Maria legde met dienstmeisje Elselina de boeken in het bed, zodat het net leek of Hugo ziek was. Met alleen zijn ondergoed en zijden kousen aan kroop hij in de kist. Elselina ging met de soldaten mee naar Gorinchem om de kist in de gaten te houden. Eenmaal bij de familie aangekomen stapte Hugo eruit om ijlings in metselaarskleren naar Antwerpen te vluchten. Vandaar vertrok hij naar Parijs, waar hij uiteindelijk weer in vrijheid zijn vrouw ontmoette en een toelage (jaargeld) van de Franse koning kreeg. Raadspensionares Johan de Witt was tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland en daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij was tevens een begenadigd wiskundige die beschouwd wordt als een van de grondleggers van de verzekeringswiskunde. Johan werd met zijn twee jaar oudere broer Cornelis de Witt door Orangisten vermoord en op gruwelijke wijze verminkt. De moord behoort tot de meest gedenkwaardige in de vaderlandse geschiedenis. Hoewel hedendaags Nederland hem kent als Johan met zijn voornaam, noemden zijn vrouw en veel tijdgenoten hem Jan. Na de plotselinge dood van stadhouder Willem II wilde de meerderheid van de Nederlandse provinciale besturen geen nieuwe stadhouder van het Huis van Oranje. Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was een feit. De Witt was er een groot voorstander van. Hij noemde het de periode van "De Ware Vrijheid". Er was geen staatshoofd. Beslissingen die de hele republiek aangingen, werden door de zeven provincies gezamenlijk genomen op basis van meerderheid van stemmen. Bij erg belangrijke zaken diende er eenstemmigheid te zijn. De provincies zelf bleven autonoom, evenals de steden. Johan de Witt was met zijn broer Cornelis de leider van de staatsgezinden, een anti-Orangistische groepering die door Johan de Witt de partij van de vrijheid genoemd werd. Sinds zijn vader, die ook tot de staatsgezinden behoorde, met zes andere voormannen door Willem II korte tijd vastgehouden werd in de staatsgevangenis slot Loevestein, werden de staatsgezinden in de wandelgangen Loevesteiners genoemd. "Vertrouw nooit een Oranje", had zijn vader hem na zijn vrijlating toevertrouwd. De waarschuwende woorden zouden hem vormen om de Orangisten uit belangrijke posities te houden. Maarten Tromp was een Nederlands zeevaarder en luitenant-admiraal in de Nederlandse marine. Tromp geniet faam als bekend zeeheld in de Nederlandse geschiedenis. De Nederlandse marine heeft verschillende schepen naar hem vernoemd. Op 23 juli 1622 ging Tromp bij de vloot als luitenant op de brik Bruynvisch bij de Admiraliteit van de Maze, onder kapitein Cornelis Cornelissen de Bagijn. Dat jaar en in 1623 was dit schip betrokken bij aanvallen op de Spaanse kust. Op 1 januari 1624 werd Tromp overgeplaatst naar een schip, van kapitein Dirck Gerritszoon Verburgh, dat deel uitmaakte van de blokkadevloot tegen Duinkerke. Op 29 maart 1627 sloeg hij bij Plymouth een aanval van vijf Duinkerker kapers op een konvooi af, zijn eerste belangrijke gevecht als kapitein. April 1629 werd hij luitenant-admiraal Piet Heins vlaggenkapitein op de Vliegende Groene Draeck.  Tromp, erg nerveus of hij wel aan de verwachtingen kon voldoen, weigerde eerst nog maar werd na herhaald aandringen op 27 oktober 1637 benoemd tot luitenant- admiraal van Holland en West-Friesland. In januari 1648 gaf Tromp aan de Staten-Generaal zijn mening over de minimale omvang die de Nederlandse vloot moest hebben om haar taken te vervullen. Zijn grootste overwinning was de Slag bij de Singels (de Battle of Dungeness) op 9 december waarna hij volgens een Engelse legende een bezem in zijn mast zou hebben gevoerd als teken dat hij de zee van vijanden had schoongeveegd. Tijdens de Driedaagse Zeeslag werd Tromp echter weer verslagen en opnieuw in de Zeeslag bij Nieuwpoort. De Britten begonnen een blokkade van de Nederlandse kust. Bij een geslaagde poging die te breken, de Slag bij Ter Heijde, werd Tromp op de Brederode door een Engelse scherpschutter vanaf het schip van admiraal William Penn (de vader van William Penn), dodelijk in de linkerborst getroffen. Michiel de Ruyter is de bekendste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis. Hij wordt algemeen beschouwd als de grootste admiraal van zijn tijd. De Ruyter was afwisselend in dienst van de staat en van reders, en was zelfs een tijdlang als zelfstandig ondernemer actief in de walvisvaart. Vermogend geworden had hij de zee al vaarwel gezegd toen in 1652, bij het uitbreken van de Eerste Engelse Zeeoorlog, de Zeeuwse Admiraliteit met succes een beroep deed op zijn plichtsbesef en hij een belangrijk vlootvoogd werd. Hij bleef van nu af aan bij de marine in vaste dienst, die de hele periode van de eerste drie Engels-Nederlandse Oorlogen bestreek. Na de vrede met Engeland in 1653 nam hij als vice-admiraal van de Admiraliteit van Amsterdam deel aan diverse oorlogen in de Oostzee en aan acties tegen piraterij in de Middellandse Zee. Eind 1664 heroverde hij, in de aanloop naar de Tweede Engelse Zeeoorlog, in West-Afrika Nederlandse forten op de Britten en voer daarna naar Amerika om daar hun koloniën schade toe te brengen. Bij thuiskomst in 1665 werd hij door toedoen van raadpensionaris Johan de Witt in de rang van luitenant-admiraal benoemd tot opperbevelhebber. De Ruyter behaalde tijdens de verdere duur van de oorlog belangrijke successen tegen de Engelsen met als hoogtepunt de Tocht naar Chatham die in 1667 leidde tot een voor Nederland gunstige vrede. In de Derde Engelse Zeeoorlog redde De Ruyter de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën van de ondergang door in vier zeeslagen sterkere Engels-Franse vloten in het nauw te brengen. Op 22 april 1676 in de Slag bij Agosta werd De Ruyter door een kanonskogel geraakt aan zijn rechterbeen dat verbrijzeld werd, en aan zijn linkervoet, waarvan het voorste deel werd afgeschoten. Zijn been werd geamputeerd en in eerste instantie leek hij te herstellen. Na enige dagen trad er wondkoorts op omdat de wond geïnfecteerd was geraakt. Michiel de Ruyter overleed een week later in de baai van Syracuse aan de gevolgen daarvan, aan boord van 's lands schip van oorlog d'Eendraght.  Patriotten waren burgers in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die aan het einde van de 18e eeuw democratisering wilden stimuleren en aan het absolutisme van een falende stadhouder Willem V een halt wilden toeroepen. De patriotten - vaak uit christelijke, maar ook uit seculiere verlichte kringen - waren beïnvloed door de ideeën van Jean Jacques Rousseau over de volkssoevereiniteit en algemene wil. De patriotten wilden dat niet de stadhouder, maar de burgers hun burgemeesters en bestuurders kozen en dat de vroedschappen een afspiegeling vormden van de bevolking. Dat katholieken en doopsgezinden in geen enkel bestuur zaten, was voor hen onverteerbaar. Patriotten waren voorvechters van een meer representatieve volksvertegenwoordiging, vrijheid van vergadering en vrijheid van meningsuiting. Vanaf 1781 verzetten ze zich tegen de aristocratie met haar lucratieve en erfelijke ambten, privileges en pro-Engelse houding. De ideeën over gelijkheid van protestanten, joden, dissenters en katholieken waren afkomstig van Franse en Schotse natuurfilosofen uit tijde van de Verlichting. De patriotten raakten geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1776 en waren derhalve anti-Engels en pro-Frans. Hun voorman was Joan Derk van der Capellen tot den Pol, die in 1778 uit de Overijsselse Staten werd gezet vanwege zijn pro-Amerikaanse houding. Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V, was op 28 juni 1787 op weg naar Den Haag om de Staten van Holland te bewegen haar verdreven echtgenoot naar Den Haag terug te laten keren. Om dit te voorkomen hielden Patriotten uit Gouda haar tegen (*aanhouding bij Goejanverwellesluis). De aanhouding was de directe aanleiding voor haar broer, Frederik Willem II van Pruisen om de republiek binnen te vallen en dit leidde weer tot de val van de Patriotten. Het stadhouderlijk paar keerde vervolgens terug naar 's-Gravenhage. *De aanhouding vond overigens niet plaats in Goejanverwellesluis maar bij Bonrepas aan het riviertje de Vlist, aan de weg van Schoonhoven naar Haastrecht. De betekenis van de Patriottenbeweging moet niet worden onderschat. Van orangistische zijde werden de patriotten als exercerende winkeliers of landverraders afgeschilderd, vanwege hun heulen met Frankrijk. Veel van de ideeën uit de Franse Revolutie, zoals de eenheidsstaat, scheiding van kerk en staat, gelijkberechtiging en kritiek op slavernij werden tijdens de Bataafse Republiek verwezenlijkt. De hervormingen zijn tijdens het Koninkrijk Holland verder uitgewerkt en na 1813 door het Koninkrijk der Nederlanden overgenomen.
Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Republiek - Vrede van Utrecht (slot)
Nader  verklaard: Duinkerkerkapers - Remonstranten (rekkelijken) - Contra-remonstranten (preciezen) - Hugo de Groot - Johan de Witt - Maarten Tromp - Michiel de Ruyter - Patriotten
Duinkerkerkapers, waren de kapers die o.a. tijdens de Tachtigjarige Oorlog vanuit Duinkerke, Oostende of Nieuwpoort opereerden. Nadat de hertog van Parma in 1583 Duinkerke heroverd had, werd de Spaanse vloot in 1585 daarheen verplaatst. Eerst bestond deze vloot uit zogenaamde koningsschepen. Al snel werd zo'n enorme schade toegebracht aan de scheepvaart van de Unie van Utrecht dat de Staten-Generaal van de Nederlanden in 1587 besloten deze Duinkerkerkapers als zeerovers te behandelen en het "recht van voetspoeling" toe te passen, dat wil zeggen: gevangengenomen bemanningsleden van kaperschepen zonder enige vorm van proces overboord te gooien of te knuppelen. Er werden over en weer gruwelijke maatregelen genomen. Maar ook verdienden de Duinkerkers geld door paspoorten te verkopen die de bezitter een vrijgeleide gaven als hij hun kaperschepen tegenkwam. In 1600 werd het leger van Maurits van Oranje op Duinkerke afgestuurd, maar de beroemde legeraanvoerder besloot, ondanks een overwinning in de Slag bij Nieuwpoort, de stad niet in te nemen. Hij was al tegen zijn zin door de Staten Generaal te ver van zijn basis gestuurd en vreesde te worden afgesneden. De voor de Republiek onverkwikkelijke situatie bleef nog jaren aanhouden. In 1629 kwam Piet Hein om bij een expeditie tegen de kapers. De Staten-Generaal besloten dat het nu genoeg geweest was: men beval luitenant-admiraal Maarten Tromp om de havens te blokkeren terwijl Lodewijk XIII van Frankrijk met zijn leger eerst Grevelingen (29 juli 1644), toen de forten (10 juli 1645) en op 11 oktober 1646 Duinkerke zelf innam. Alleen vanuit Oostende was er nog wat kaapvaart tot de Vrede van Münster in 1648. Remonstranten (rekkelijken) Begin 1610 formuleerden in Gouda 44 hervormde predikanten bezwaren tegen de leer van de protestantse heersende kerk in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het betrof de leerstellingen over met name de vrije wil van de mens en zijn of haar voorbeschikking tot heil of verdoemenis door God, de predestinatie. Deze opvattingen werden in 1610 vastgelegd in een 'verweerschrift' of 'remonstrantie'. Een belangrijk theoloog aan het eind van de 16e en het begin van de 17e eeuw die deze opvattingen van een tolerant christendom verkondigde was Jacobus Arminius. Hij was predikant in Amsterdam en begin 17e eeuw hoogleraar godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden. De volgelingen van Arminius werden Arminianen genoemd, ook wel remonstranten of de rekkelijken. Contra-remonstranten (preciezen) De opponenten van de remonstranten, contra- remonstranten genoemd, vonden dat de mens geen invloed heeft op zijn of haar eeuwige bestemming. De mens had bij de remonstranten een zekere invloed op zijn eeuwige bestemming, in die zin dat de mens voor zijn of haar redding ten minste de bereidheid moet hebben om deze redding te aanvaarden. Dit rook volgens de tegenstanders naar ketterij. Franciscus Gomarus werd de leider van de contra-remonstranten, de gomaristen ofwel preciezen. In 1618 werd een algemene kerkvergadering gehouden, de Synode van Dordrecht. De Synode steunde in grote lijnen de contra- remonstranten, al werd de leer verworpen van de dubbele predestinatie (tot heil én verdoemenis), zoals geleerd door Gomarus. Op 14 januari 1619 tijdens de Dordtse synode werden 200 rekkelijke predikanten uit hun ambt gezet en verbannen. De standpunten tegen de remonstranten werden weergegeven in vijf punten, die bekendstaan als de Dordtse Leerregels. Hugo de Groot, (ook wel Grotius) was een Nederlands rechtsgeleerde en schrijver. Zijn belangrijkste werken liggen op historisch en juridisch gebied. Zijn beroemdste werk is De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) uit 1625. Het vormt de basis voor het moderne volkenrecht. Hij is ook bekend vanwege zijn pleidooi voor de vrije toegang tot de zee (en de vrijhandel) het Mare Liberum (1609), eerst in 1864 teruggevonden en gepubliceerd. Hedendaagse rechtsgeschiedkundigen beschouwen hem als een van de grootste juristen ooit. Grotius heeft een immense invloed op het internationaal publiekrecht uitgeoefend, zijn ideeën met betrekking tot de zeevaart bijvoorbeeld domineren het grootste deel van het hedendaags zeerecht. Even na 1610 laaiden er in de nog jonge Nederlandse Republiek godsdiensttwisten tussen de protestanten onderling op, die tot in de politiek werden uitgespeeld. Hugo de Groot trad in vele geschriften naar voren als verdediger van het kamp der Arminianen (remonstranten) of, vanuit zijn gezichtspunt gezien, het kamp van hen die voor tolerantie ijverden, en van mening waren dat de staat het hoogste gezag was, en dus boven de kerk stond. Dat was ook het standpunt van Van Oldenbarnevelt, die bovendien weigerde een nationale synode van staatswege bijeen te roepen, omdat daarin ongetwijfeld Arminius veroordeeld zou worden. Prins Maurits, die zelf zei dat hij niet veel verstand had van theologie zag in de godsdiensttwisten een kans om de vredespartij buitenspel te zetten, dat wil zeggen degenen die voor de omzetting van het Twaalfjarig Bestand met Spanje in een permanent vredesverdrag waren. Het bestand had voor hem als legeraanvoerder geleid tot verlies van veel macht en aanzien en derving van buitgeld. In augustus 1618 wist de prins dankzij de kwestie van de waardgelders de machtsstrijd in zijn voordeel te beslechten. Van Oldenbarnevelt en De Groot werden op 29 augustus 1618 gevangengenomen. Van Oldenbarnevelt werd ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Een college van 24 rechters veroordeelde de remonstrant Hugo de Groot 'ter eeuwige gevangenisse'. Aanvankelijk werd hij te Den Haag in hechtenis gehouden, maar op 5 juni 1619 werd hij overgebracht naar Slot Loevestein, toen een staatsgevangenis, later gevolgd door zijn vrouw en dienstmeisje. Hij mocht wel blijven studeren en schreef in gevangenschap zijn Inleiding tot de Hollandsche Rechtsgeleerdheid. Daarvoor kreeg hij regelmatig een kist boeken, die soldaten bij een familie in Gorinchem ophaalden; later werd die kist terugbezorgd. Dat bracht zijn vrouw Maria na anderhalf jaar op een idee. Zij maande Hugo: "Kruip in die kist en zorg dat je er twee uur in kunt blijven zitten zonder geluid te maken". Ze liet hem avonden lang oefenen. De tijd begon te dringen, omdat het Twaalfjarig Bestand met Spanje binnenkort afliep, waarna mogelijk de vluchtroutes minder veilig zouden zijn. Op 22 maart 1621 ontsnapte Hugo uit Loevestein. Op deze dag was het jaarmarkt in Gorinchem, en de gevangenisbaas was weg. Maria legde met dienstmeisje Elselina de boeken in het bed, zodat het net leek of Hugo ziek was. Met alleen zijn ondergoed en zijden kousen aan kroop hij in de kist. Elselina ging met de soldaten mee naar Gorinchem om de kist in de gaten te houden. Eenmaal bij de familie aangekomen stapte Hugo eruit om ijlings in metselaarskleren naar Antwerpen te vluchten. Vandaar vertrok hij naar Parijs, waar hij uiteindelijk weer in vrijheid zijn vrouw ontmoette en een toelage (jaargeld) van de Franse koning kreeg. Raadspensionares Johan de Witt was tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk negentien jaar lang raadpensionaris van het graafschap Holland en daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij was tevens een begenadigd wiskundige die beschouwd wordt als een van de grondleggers van de verzekeringswiskunde. Johan werd met zijn twee jaar oudere broer Cornelis de Witt door Orangisten vermoord en op gruwelijke wijze verminkt. De moord behoort tot de meest gedenkwaardige in de vaderlandse geschiedenis. Hoewel hedendaags Nederland hem kent als Johan met zijn voornaam, noemden zijn vrouw en veel tijdgenoten hem Jan. Na de plotselinge dood van stadhouder Willem II wilde de meerderheid van de Nederlandse provinciale besturen geen nieuwe stadhouder van het Huis van Oranje. Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was een feit. De Witt was er een groot voorstander van. Hij noemde het de periode van "De Ware Vrijheid". Er was geen staatshoofd. Beslissingen die de hele republiek aangingen, werden door de zeven provincies gezamenlijk genomen op basis van meerderheid van stemmen. Bij erg belangrijke zaken diende er eenstemmigheid te zijn. De provincies zelf bleven autonoom, evenals de steden. Johan de Witt was met zijn broer Cornelis de leider van de staatsgezinden, een anti- Orangistische groepering die door Johan de Witt de partij van de vrijheid genoemd werd. Sinds zijn vader, die ook tot de staatsgezinden behoorde, met zes andere voormannen door Willem II korte tijd vastgehouden werd in de staatsgevangenis slot Loevestein, werden de staatsgezinden in de wandelgangen Loevesteiners genoemd. "Vertrouw nooit een Oranje", had zijn vader hem na zijn vrijlating toevertrouwd. De waarschuwende woorden zouden hem vormen om de Orangisten uit belangrijke posities te houden. Maarten Tromp was een Nederlands zeevaarder en luitenant-admiraal in de Nederlandse marine. Tromp geniet faam als bekend zeeheld in de Nederlandse geschiedenis. De Nederlandse marine heeft verschillende schepen naar hem vernoemd. Op 23 juli 1622 ging Tromp bij de vloot als luitenant op de brik Bruynvisch bij de Admiraliteit van de Maze, onder kapitein Cornelis Cornelissen de Bagijn. Dat jaar en in 1623 was dit schip betrokken bij aanvallen op de Spaanse kust. Op 1 januari 1624 werd Tromp overgeplaatst naar een schip, van kapitein Dirck Gerritszoon Verburgh, dat deel uitmaakte van de blokkadevloot tegen Duinkerke. Op 29 maart 1627 sloeg hij bij Plymouth een aanval van vijf Duinkerker kapers op een konvooi af, zijn eerste belangrijke gevecht als kapitein. April 1629 werd hij luitenant- admiraal Piet Heins vlaggenkapitein op de Vliegende Groene Draeck.  Tromp, erg nerveus of hij wel aan de verwachtingen kon voldoen, weigerde eerst nog maar werd na herhaald aandringen op 27 oktober 1637 benoemd tot luitenant-admiraal van Holland en West- Friesland. In januari 1648 gaf Tromp aan de Staten-Generaal zijn mening over de minimale omvang die de Nederlandse vloot moest hebben om haar taken te vervullen. Zijn grootste overwinning was de Slag bij de Singels (de Battle of Dungeness) op 9 december waarna hij volgens een Engelse legende een bezem in zijn mast zou hebben gevoerd als teken dat hij de zee van vijanden had schoongeveegd. Tijdens de Driedaagse Zeeslag werd Tromp echter weer verslagen en opnieuw in de Zeeslag bij Nieuwpoort. De Britten begonnen een blokkade van de Nederlandse kust. Bij een geslaagde poging die te breken, de Slag bij Ter Heijde, werd Tromp op de Brederode door een Engelse scherpschutter vanaf het schip van admiraal William Penn (de vader van William Penn), dodelijk in de linkerborst getroffen. Michiel de Ruyter is de bekendste zeeheld uit de Nederlandse geschiedenis. Hij wordt algemeen beschouwd als de grootste admiraal van zijn tijd. De Ruyter was afwisselend in dienst van de staat en van reders, en was zelfs een tijdlang als zelfstandig ondernemer actief in de walvisvaart. Vermogend geworden had hij de zee al vaarwel gezegd toen in 1652, bij het uitbreken van de Eerste Engelse Zeeoorlog, de Zeeuwse Admiraliteit met succes een beroep deed op zijn plichtsbesef en hij een belangrijk vlootvoogd werd. Hij bleef van nu af aan bij de marine in vaste dienst, die de hele periode van de eerste drie Engels-Nederlandse Oorlogen bestreek. Na de vrede met Engeland in 1653 nam hij als vice- admiraal van de Admiraliteit van Amsterdam deel aan diverse oorlogen in de Oostzee en aan acties tegen piraterij in de Middellandse Zee. Eind 1664 heroverde hij, in de aanloop naar de Tweede Engelse Zeeoorlog, in West-Afrika Nederlandse forten op de Britten en voer daarna naar Amerika om daar hun koloniën schade toe te brengen. Bij thuiskomst in 1665 werd hij door toedoen van raadpensionaris Johan de Witt in de rang van luitenant-admiraal benoemd tot opperbevelhebber. De Ruyter behaalde tijdens de verdere duur van de oorlog belangrijke successen tegen de Engelsen met als hoogtepunt de Tocht naar Chatham die in 1667 leidde tot een voor Nederland gunstige vrede. In de Derde Engelse Zeeoorlog redde De Ruyter de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën van de ondergang door in vier zeeslagen sterkere Engels-Franse vloten in het nauw te brengen. Op 22 april 1676 in de Slag bij Agosta werd De Ruyter door een kanonskogel geraakt aan zijn rechterbeen dat verbrijzeld werd, en aan zijn linkervoet, waarvan het voorste deel werd afgeschoten. Zijn been werd geamputeerd en in eerste instantie leek hij te herstellen. Na enige dagen trad er wondkoorts op omdat de wond geïnfecteerd was geraakt. Michiel de Ruyter overleed een week later in de baai van Syracuse aan de gevolgen daarvan, aan boord van 's lands schip van oorlog d'Eendraght.  Patriotten waren burgers in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden die aan het einde van de 18e eeuw democratisering wilden stimuleren en aan het absolutisme van een falende stadhouder Willem V een halt wilden toeroepen. De patriotten - vaak uit christelijke, maar ook uit seculiere verlichte kringen - waren beïnvloed door de ideeën van Jean Jacques Rousseau over de volkssoevereiniteit en algemene wil. De patriotten wilden dat niet de stadhouder, maar de burgers hun burgemeesters en bestuurders kozen en dat de vroedschappen een afspiegeling vormden van de bevolking. Dat katholieken en doopsgezinden in geen enkel bestuur zaten, was voor hen onverteerbaar. Patriotten waren voorvechters van een meer representatieve volksvertegenwoordiging, vrijheid van vergadering en vrijheid van meningsuiting. Vanaf 1781 verzetten ze zich tegen de aristocratie met haar lucratieve en erfelijke ambten, privileges en pro-Engelse houding. De ideeën over gelijkheid van protestanten, joden, dissenters en katholieken waren afkomstig van Franse en Schotse natuurfilosofen uit tijde van de Verlichting. De patriotten raakten geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1776 en waren derhalve anti-Engels en pro-Frans. Hun voorman was Joan Derk van der Capellen tot den Pol, die in 1778 uit de Overijsselse Staten werd gezet vanwege zijn pro-Amerikaanse houding. Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V, was op 28 juni 1787 op weg naar Den Haag om de Staten van Holland te bewegen haar verdreven echtgenoot naar Den Haag terug te laten keren. Om dit te voorkomen hielden Patriotten uit Gouda haar tegen (*aanhouding bij Goejanverwellesluis). De aanhouding was de directe aanleiding voor haar broer, Frederik Willem II van Pruisen om de republiek binnen te vallen en dit leidde weer tot de val van de Patriotten. Het stadhouderlijk paar keerde vervolgens terug naar 's-Gravenhage. *De aanhouding vond overigens niet plaats in Goejanverwellesluis maar bij Bonrepas aan het riviertje de Vlist, aan de weg van Schoonhoven naar Haastrecht. De betekenis van de Patriottenbeweging moet niet worden onderschat. Van orangistische zijde werden de patriotten als exercerende winkeliers of landverraders afgeschilderd, vanwege hun heulen met Frankrijk. Veel van de ideeën uit de Franse Revolutie, zoals de eenheidsstaat, scheiding van kerk en staat, gelijkberechtiging en kritiek op slavernij werden tijdens de Bataafse Republiek verwezenlijkt. De hervormingen zijn tijdens het Koninkrijk Holland verder uitgewerkt en na 1813 door het Koninkrijk der Nederlanden overgenomen.
Patriotten: Exercitiegenootschap 'De Vrijheid' 1783 te Dordrecht.  In Stadsarchief Dordrecht