© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Olympische Spelen (vervolg)
Olympia, aan de voet van de beboste Kronosheuvel en begrensd door de rivieren Alfeios en Kladeios, was een heiligdom, het oudste en belangrijkste uit de oudheid. In de zevende eeuw voor onze jaartelling vond men in Olympia nog de graven van Pelops en Hippodameia. Er stond ook nog een zuil die was overgebleven van het paleis van Oinomaos, dat althans volgens de mythologie door een bliksemschicht van de oppergod Zeus was vernield. Gaandeweg rezen één na één monumentale gebouwen uit de grond en het heiligdom werd daarmee steeds belangrijker. Binnen de omheining van dat heiligdom was de Heratempel de mooiste en die van Zeus de belangrijkste. Buiten de muren lagen de verblijven van de priesters, van de gasten, de baden en de worstelschool. Aan het westelijke uiteinde kan het oudste stadion hebben gelegen, maar er is geen spoor van teruggevonden. In de eerste helft van de 5e eeuw voor onze tijdrekening werd een tweede stadion aangelegd, maar het verdween toen men besloot de Zeustempel op te richten. Het jongste stadion is 212,54 m lang en 28,5 m breed. Het had de vorm van de letter U. Het bood plaats aan 45.000 toeschouwers die voor het merendeel op de grond plaats namen. Zitplaatsen waren voorbehouden aan enkele vooraanstaanden: de hellanodikai of scheidsrechters en aan de priesteres van Demeter. Rondom het stadion waren fonteinen voor de bezoekers. Vijftien eeuwen na de opheffing van de klassieke Spelen, werden verspreid over Europa, meerdere initiatieven gestart om de Olympische Spelen weer te laten herleven, alhoewel dat meestal in nationaal verband plaatsvond. In 1850 werd in het plaatsje Much Wenlock de "Olympische Klasse" opgericht, die later werd hernoemd tot Wenlock Olympian Society Annual Games en tegenwoordig nog steeds gehouden wordt. De Griekse filantroop Evangelis Zappas sponsorde in 1859 de eerste 'Olympische Spelen' die op een plein in Athene werden gehouden. De Brit William Penny Brookes organiseerde in 1866 nationale Spelen in het Crystal Palace. Geïnspireerd door de initiatieven bedacht Pierre de Coubertin in 1890 dat een grootschalige herrijzenis van de Olympische Spelen mogelijk was. De Coubertin was voor de bevordering van een harmonieuze lichamelijke en geestelijke opvoeding van de jeugd en de versterking van de vriendschapsbanden tussen de volkeren, overtuigd als hij was dat de sportieve krachtmeting edelmoedigheid en ridderlijkheid bij de atleet zou aankweken, alsmede respect voor de prestatie van de tegenstander. De Coubertin werkte de ideeën van Zappas en Brookes uit en besprak zijn plannen tijdens het eerste Olympisch Congres van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in Parijs. Er werd besloten tot de invoering van de moderne Olympische Spelen, waarvan de eerste editie twee jaar later in Athene plaats zouden moeten vinden. De Griekse schrijver Demetrius Vikelas werd verkozen tot de eerste voorzitter van het IOC. De Olympische Zomerspelen 1896, officieel de Spelen van de I Olympiade, waren de eerste moderne Olympische Spelen. De Spelen werden geherintroduceerd op initiatief van baron Pierre de Coubertin en vonden plaats van 6 tot en met 15 april 1896 in Athene (Griekenland) (gregoriaanse kalender), de lokale data waren 25 maart tot 3 april (juliaanse kalender). De Spelen werden unaniem aan Athene toegewezen op een congres dat door De Coubertin in 1894 was georganiseerd, waarbij tegelijkertijd het Internationaal Olympisch Comité (IOC) werd opgericht. Aan de eerste moderne Olympische Spelen deden in totaal 241 atleten uit 14 landen mee. De deelname stond in dat jaar nog niet open voor vrouwen. Op het programma stonden atletiek (waaronder de marathon), gewichtheffen, schermen, schietsport, tennis, turnen, wielrennen, worstelen en zwemmen. Zeilen stond ook op het programma, maar moest wegens een gebrek aan goede boten worden afgelast. Het roeien ging niet door vanwege de te harde wind tijdens de geplande wedstrijddag. Ondanks een aantal tegenslagen werden deze eerste moderne Spelen algemeen beschouwd als een groot succes. Het was het grootste internationale sportevenement van die dagen en het Stadion Panathinaiko, het eerste grote stadion in de moderne tijd, zat vol met het grootste sportpubliek tot dan toe. Het hoogtepunt voor de Grieken was de overwinning van hun landgenoot Spiridon Louis op de marathon. De meest succesvolle deelnemers waren de Duitse worstelaar en turner Carl Schuhmann, die maar liefst vier gouden medailles won, en zijn landgenoot Hermann Weingärtner, die in totaal zes medailles won (waarvan drie goud). Na het succes van de eerste Olympische Spelen in 1896 werden de daaropvolgende edities in Parijs en Saint Louis overschaduwd door de wereldtentoonstellingen die op dezelfde locatie en op hetzelfde moment werden gehouden. Het voortbestaan van de Spelen werd bedreigd, maar door het succes van de tussenliggende Spelen in 1906 leefde de populariteit en de omvang van het evenement op. Er werd later echter afgezien van het plan om zogenaamde "tussenliggende" Spelen te organiseren, een idee waar De Coubertin tegen was geweest. Gezien het feit dat het onmogelijk is om wintersporten in de zomer te organiseren, werd op het zevende Olympisch Congres in 1921 in Lausanne (Zwitserland) besloten tot het houden van de Olympische Winterspelen. De wens van het IOC om meer (winter)sporten toe te voegen werd zo gehonoreerd. De eerste wintereditie van de Spelen werden drie jaar later in Chamonix gehouden. In eerste instantie werd besloten om de wintereditie in hetzelfde jaar als de zomereditie te organiseren, deze traditie werd tot 1992 voortgezet, sinds 1994 worden de Winterspelen in de even jaren tussen de Zomerspelen gehouden.                                                     Paralympische Spelen In 1948 organiseerde Sir Ludwig Guttman een sportwedstrijd in Engeland voor veteranen uit de Tweede Wereldoorlog met een rugletsel. Vier jaar later deden ook sporters uit Nederland mee aan deze Spelen; het internationale evenement dat nu de Paralympische Spelen heet, was geboren. De eerste editie had plaats in 1960 in het Italiaanse Rome. Tot en met 1972 deden alleen sporters in een rolstoel mee. Vanaf 1976 doen ook mensen met een amputatie, en mensen met een visuele beperking mee. In datzelfde jaar werden ook de eerste Paralympische Winterspelen gehouden, in het Zweedse Örnsköldsvik. Tegenwoordig is het een sportevenement voor atleten uit 6 verschillende groepen van handicaps. De nadruk ligt op hetgeen de sporters wél kunnen, in plaats van op wat ze níet kunnen. Het aantal atleten dat meedoet is erg gegroeid sinds de begindagen, van 400 atleten in Rome in 1960 tot ruim 4200 tijdens de Spelen in Peking in 2008. De Olympische Jeugdspelen (Youth Olympic Games) is een internationale sportmanifestatie voor sporters van 14 tot 18 jaar. De Spelen worden georganiseerd onder auspiciën van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Er is een evenement in de zomer (Olympische Jeugdzomerspelen) en een evenement in de winter (Olympische Jeugdwinterspelen). Elk evenement wordt om de vier jaar gehouden en telkens twee jaar voor de gewone Olympische Zomerspelen cq. Olympische Winterspelen. De eerste zomereditie vond plaats in 2010 te Singapore. De eerste wintereditie vond plaats in 2012 te Innsbruck, Oostenrijk. Oorspronkelijk was het De Coubertins bedoeling dat uitsluitend niet-professionele sporters mee zouden mogen doen aan de Olympische Spelen: er was alleen plaats voor amateurs. Het verschil tussen dit soort amateurs en beroepssporters is moeilijk te bepalen. Vanaf begin jaren zeventig kwam een kentering in het beleid: het werd voortaan aan de individuele sportfederaties overgelaten of professionele spelers mee mochten doen of niet. Tegenwoordig is boksen de enige sport waarbij professionele (beroeps) spelers uitgesloten worden. Bij het herenvoetbal mogen per team maximaal 3 spelers ouder dan 23 jaar meespelen.               De Olympische Jeugdspelen (Engels: Youth Olympic Games) is een internationale sportmanifestatie voor sporters van 14 tot 18 jaar. De Spelen worden georganiseerd onder auspiciën van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Er is een evenement in de zomer (Olympische Jeugdzomerspelen) en een evenement in de winter (Olympische Jeugdwinterspelen). Elk evenement wordt om de vier jaar gehouden en telkens twee jaar voor de gewone Olympische Zomerspelen cq. Olympische Winterspelen. De eerste zomereditie vond plaats in 2010 te Singapore, deze stad werd verkozen boven Athene en Moskou. De eerste wintereditie vond plaats in 2012 te Innsbruck, Oostenrijk.
Foto:  ​wikipedia user Doma-w Foto:  ​wikipedia user Doma-w Foto: Caroline Granycome from Bishops Stortford, UK International Paralympic Committee

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Olympische Spelen (vervolg)
Olympia, aan de voet van de beboste Kronosheuvel en begrensd door de rivieren Alfeios en Kladeios, was een heiligdom, het oudste en belangrijkste uit de oudheid. In de zevende eeuw voor onze jaartelling vond men in Olympia nog de graven van Pelops en Hippodameia. Er stond ook nog een zuil die was overgebleven van het paleis van Oinomaos, dat althans volgens de mythologie door een bliksemschicht van de oppergod Zeus was vernield. Gaandeweg rezen één na één monumentale gebouwen uit de grond en het heiligdom werd daarmee steeds belangrijker. Binnen de omheining van dat heiligdom was de Heratempel de mooiste en die van Zeus de belangrijkste. Buiten de muren lagen de verblijven van de priesters, van de gasten, de baden en de worstelschool. Aan het westelijke uiteinde kan het oudste stadion hebben gelegen, maar er is geen spoor van teruggevonden. In de eerste helft van de 5e eeuw voor onze tijdrekening werd een tweede stadion aangelegd, maar het verdween toen men besloot de Zeustempel op te richten. Het jongste stadion is 212,54 m lang en 28,5 m breed. Het had de vorm van de letter U. Het bood plaats aan 45.000 toeschouwers die voor het merendeel op de grond plaats namen. Zitplaatsen waren voorbehouden aan enkele vooraanstaanden: de hellanodikai of scheidsrechters en aan de priesteres van Demeter. Rondom het stadion waren fonteinen voor de bezoekers. Vijftien eeuwen na de opheffing van de klassieke Spelen, werden verspreid over Europa, meerdere initiatieven gestart om de Olympische Spelen weer te laten herleven, alhoewel dat meestal in nationaal verband plaatsvond. In 1850 werd in het plaatsje Much Wenlock de "Olympische Klasse" opgericht, die later werd hernoemd tot Wenlock Olympian Society Annual Games en tegenwoordig nog steeds gehouden wordt. De Griekse filantroop Evangelis Zappas sponsorde in 1859 de eerste 'Olympische Spelen' die op een plein in Athene werden gehouden. De Brit William Penny Brookes organiseerde in 1866 nationale Spelen in het Crystal Palace. Geïnspireerd door de initiatieven bedacht Pierre de Coubertin in 1890 dat een grootschalige herrijzenis van de Olympische Spelen mogelijk was. De Coubertin was voor de bevordering van een harmonieuze lichamelijke en geestelijke opvoeding van de jeugd en de versterking van de vriendschapsbanden tussen de volkeren, overtuigd als hij was dat de sportieve krachtmeting edelmoedigheid en ridderlijkheid bij de atleet zou aankweken, alsmede respect voor de prestatie van de tegenstander. De Coubertin werkte de ideeën van Zappas en Brookes uit en besprak zijn plannen tijdens het eerste Olympisch Congres van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) in Parijs. Er werd besloten tot de invoering van de moderne Olympische Spelen, waarvan de eerste editie twee jaar later in Athene plaats zouden moeten vinden. De Griekse schrijver Demetrius Vikelas werd verkozen tot de eerste voorzitter van het IOC. De Olympische Zomerspelen 1896, officieel de Spelen van de I Olympiade, waren de eerste moderne Olympische Spelen. De Spelen werden geherintroduceerd op initiatief van baron Pierre de Coubertin en vonden plaats van 6 tot en met 15 april 1896 in Athene (Griekenland) (gregoriaanse kalender), de lokale data waren 25 maart tot 3 april (juliaanse kalender). De Spelen werden unaniem aan Athene toegewezen op een congres dat door De Coubertin in 1894 was georganiseerd, waarbij tegelijkertijd het Internationaal Olympisch Comité (IOC) werd opgericht. Aan de eerste moderne Olympische Spelen deden in totaal 241 atleten uit 14 landen mee. De deelname stond in dat jaar nog niet open voor vrouwen. Op het programma stonden atletiek (waaronder de marathon), gewichtheffen, schermen, schietsport, tennis, turnen, wielrennen, worstelen en zwemmen. Zeilen stond ook op het programma, maar moest wegens een gebrek aan goede boten worden afgelast. Het roeien ging niet door vanwege de te harde wind tijdens de geplande wedstrijddag. Ondanks een aantal tegenslagen werden deze eerste moderne Spelen algemeen beschouwd als een groot succes. Het was het grootste internationale sportevenement van die dagen en het Stadion Panathinaiko, het eerste grote stadion in de moderne tijd, zat vol met het grootste sportpubliek tot dan toe. Het hoogtepunt voor de Grieken was de overwinning van hun landgenoot Spiridon Louis op de marathon. De meest succesvolle deelnemers waren de Duitse worstelaar en turner Carl Schuhmann, die maar liefst vier gouden medailles won, en zijn landgenoot Hermann Weingärtner, die in totaal zes medailles won (waarvan drie goud). Na het succes van de eerste Olympische Spelen in 1896 werden de daaropvolgende edities in Parijs en Saint Louis overschaduwd door de wereldtentoonstellingen die op dezelfde locatie en op hetzelfde moment werden gehouden. Het voortbestaan van de Spelen werd bedreigd, maar door het succes van de tussenliggende Spelen in 1906 leefde de populariteit en de omvang van het evenement op. Er werd later echter afgezien van het plan om zogenaamde "tussenliggende" Spelen te organiseren, een idee waar De Coubertin tegen was geweest. Gezien het feit dat het onmogelijk is om wintersporten in de zomer te organiseren, werd op het zevende Olympisch Congres in 1921 in Lausanne (Zwitserland) besloten tot het houden van de Olympische Winterspelen. De wens van het IOC om meer (winter)sporten toe te voegen werd zo gehonoreerd. De eerste wintereditie van de Spelen werden drie jaar later in Chamonix gehouden. In eerste instantie werd besloten om de wintereditie in hetzelfde jaar als de zomereditie te organiseren, deze traditie werd tot 1992 voortgezet, sinds 1994 worden de Winterspelen in de even jaren tussen de Zomerspelen gehouden.                                                     Paralympische Spelen In 1948 organiseerde Sir Ludwig Guttman een sportwedstrijd in Engeland voor veteranen uit de Tweede Wereldoorlog met een rugletsel. Vier jaar later deden ook sporters uit Nederland mee aan deze Spelen; het internationale evenement dat nu de Paralympische Spelen heet, was geboren. De eerste editie had plaats in 1960 in het Italiaanse Rome. Tot en met 1972 deden alleen sporters in een rolstoel mee. Vanaf 1976 doen ook mensen met een amputatie, en mensen met een visuele beperking mee. In datzelfde jaar werden ook de eerste Paralympische Winterspelen gehouden, in het Zweedse Örnsköldsvik. Tegenwoordig is het een sportevenement voor atleten uit 6 verschillende groepen van handicaps. De nadruk ligt op hetgeen de sporters wél kunnen, in plaats van op wat ze níet kunnen. Het aantal atleten dat meedoet is erg gegroeid sinds de begindagen, van 400 atleten in Rome in 1960 tot ruim 4200 tijdens de Spelen in Peking in 2008. De Olympische Jeugdspelen (Youth Olympic Games) is een internationale sportmanifestatie voor sporters van 14 tot 18 jaar. De Spelen worden georganiseerd onder auspiciën van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Er is een evenement in de zomer (Olympische Jeugdzomerspelen) en een evenement in de winter (Olympische Jeugdwinterspelen). Elk evenement wordt om de vier jaar gehouden en telkens twee jaar voor de gewone Olympische Zomerspelen cq. Olympische Winterspelen. De eerste zomereditie vond plaats in 2010 te Singapore. De eerste wintereditie vond plaats in 2012 te Innsbruck, Oostenrijk. Oorspronkelijk was het De Coubertins bedoeling dat uitsluitend niet-professionele sporters mee zouden mogen doen aan de Olympische Spelen: er was alleen plaats voor amateurs. Het verschil tussen dit soort amateurs en beroepssporters is moeilijk te bepalen. Vanaf begin jaren zeventig kwam een kentering in het beleid: het werd voortaan aan de individuele sportfederaties overgelaten of professionele spelers mee mochten doen of niet. Tegenwoordig is boksen de enige sport waarbij professionele (beroeps) spelers uitgesloten worden. Bij het herenvoetbal mogen per team maximaal 3 spelers ouder dan 23 jaar meespelen.               De Olympische Jeugdspelen (Engels: Youth Olympic Games) is een internationale sportmanifestatie voor sporters van 14 tot 18 jaar. De Spelen worden georganiseerd onder auspiciën van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Er is een evenement in de zomer (Olympische Jeugdzomerspelen) en een evenement in de winter (Olympische Jeugdwinterspelen). Elk evenement wordt om de vier jaar gehouden en telkens twee jaar voor de gewone Olympische Zomerspelen cq. Olympische Winterspelen. De eerste zomereditie vond plaats in 2010 te Singapore, deze stad werd verkozen boven Athene en Moskou. De eerste wintereditie vond plaats in 2012 te Innsbruck, Oostenrijk.
Foto:  ​wikipedia user Doma-w Foto:  ​wikipedia user Doma-w International Paralympic Committee Foto: Caroline Granycome from Bishops Stortford, UK