© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Koning Willem I - Afscheiding België - (slot)
De Belgische Revolutie, Belgische opstand of Belgische omwenteling is de burgerlijke revolutie in 1830 tegen koning Willem I die tot de onafhankelijkheid van België heeft geleid. De crisis in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden stond niet op zichzelf. In heel Europa ontstond een weerstand tegen de autoritaire restauratieregimes van na het Congres van Wenen in 1815. Na de Julirevolutie van 1830 in Frankrijk kwamen ook de Polen in opstand tegen de Russen, de Italianen tegen de Oostenrijkers en de Ieren tegen de Engelsen. Willem I had, zoals alle Europese regimes van na 1815, een autoritaire regeerstijl. Zo voortvarend als hij de economie stimuleerde, zo conservatief was zijn politiek. In bestuur en legerleiding waren de Zuid-Nederlanders zwaar ondervertegenwoordigd, hoewel ze een groter deel van de bevolking en het leger uitmaakten. De taaldwang zorgde voor de nodige weerstand in het Zuiden, waar niet alleen Wallonië Franssprekend was, maar ook de adel en de bourgeoisie in Vlaanderen. De katholieken, die de meerderheid van de bevolking uitmaakten, eisten vrijheid van onderwijs en godsdienst en de nieuw-liberalen hadden bezwaren tegen de repressieve regeerstijl van Willem I. Dit leidde tot het unionisme en toen dit samengaan, geleid door jonge en besliste intellectuelen, aan kracht won, werd de afscheiding een ernstig alternatief. In 1829 verhevigde de oppositie vanwege Zuid-Nederlandse parlementsleden binnen de Staten-Generaal. De burgerij uitte haar ongenoegen door het organiseren van 'patriottische banketten' en het sturen naar Den Haag van door velen ondertekende 'petities' nam hand over hand toe. Het strafrechtelijk beteugelen van de oppositie maakte alleen maar dat 'martelaars' (zoals Louis de Potter) nationale bekendheid kregen en in sommige kringen tot het heldendom werden verheven. Een opvoering van de opera De Stomme van Portici (La Muette de Portici) van Daniel Auber op 25 augustus 1830 in Brussel was de aanleiding tot georganiseerde rellen van Fransgezinde separatisten, gevolgd door volksrumoer, dat door de burgerij met een inderhaast gevormde Burgerwacht, in bedwang werd gehouden. Het Voorlopig Bewind van de Zuidelijke Nederlanden riep op 4 oktober 1830 de onafhankelijkheid uit. Het regeringsleger reageerde wel op de kleine troepenmacht die de nieuwe Belgen in Brussel verzamelden, maar was niet voorbereid op een guerrillaoorlog in de nog middeleeuwse straten van de steden. Na gevechten her en der geraakte het leger in ontbinding en werd het bijna geheel uit de zuidelijke provincies verdreven, als het al niet overliep naar de Belgische zijde. Een Nationaal Congres werd verkozen, een staatsvorm - de constitutionele monarchie - werd gekozen, een naar de normen van de tijd liberale Grondwet werd uitgevaardigd en een koning werd gekozen die aan de mogendheden vertrouwen kon geven. De geschiedenis van België begint eigenlijk pas met de oprichting van deze staat in 1830. Weliswaar leven op het gebied van het huidige België mensen al sinds het stenen tijdperk. Lange tijd heersten verschillende vorsten, steden en bisschoppen over dit gebied. Pas aan het eind van de middeleeuwen werd het verenigd onder het gezag van de Habsburgse dynastie, samen met de Noordelijke Nederlanden. Omdat de regent in latere tijd uit het Oostenrijkse gedeelte van het Habsburgse rijk kwam, noemde men de zuidelijke Lage Landen ook de Oostenrijkse Nederlanden. In het jaar 1815 werd Napoleon in de buurt van Brussel (Waterloo) verslagen. De Zuidelijke Nederlanden werden bij de noordelijke aangesloten, met Willem-Frederik, een telg uit de Friese/Noord- Nederlandse Oranje-Nassaufamilie, als staatshoofd. Vanwege de politieke, confessionele en taalkundige verschillen tussen het noorden en het zuiden kwam het in 1830 tot een opstand in Brussel en andere zuidelijke steden, ook in het grootste gedeelte van Luxemburg. Het duurde tot 1839 dat het Noorden het verlies van België erkende. België werd een zelfstandig koninkrijk en verwierf ook een eigen kolonie, Congo. Het land maakte beide wereldoorlogen onder Duitse bezetting mee. In 1919 werd het Belgisch grondgebied vergroot met een stuk Duitsland, Eupen-Malmédy. België beleefde de economische welvaart na de oorlog en de Europese eenwording, met Brussel als een van de belangrijkste zetels van Europese instituties. Verschillen tussen Vlamingen en Walen leidden tot een diepgaande hervorming van de staat: het centralistisch koninkrijk werd in de periode 1970-1993 een federale staat.
Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Koning Willem I - Afscheiding België - (slot)
De Belgische Revolutie, Belgische opstand of Belgische omwenteling is de burgerlijke revolutie in 1830 tegen koning Willem I die tot de onafhankelijkheid van België heeft geleid. De crisis in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden stond niet op zichzelf. In heel Europa ontstond een weerstand tegen de autoritaire restauratieregimes van na het Congres van Wenen in 1815. Na de Julirevolutie van 1830 in Frankrijk kwamen ook de Polen in opstand tegen de Russen, de Italianen tegen de Oostenrijkers en de Ieren tegen de Engelsen. Willem I had, zoals alle Europese regimes van na 1815, een autoritaire regeerstijl. Zo voortvarend als hij de economie stimuleerde, zo conservatief was zijn politiek. In bestuur en legerleiding waren de Zuid-Nederlanders zwaar ondervertegenwoordigd, hoewel ze een groter deel van de bevolking en het leger uitmaakten. De taaldwang zorgde voor de nodige weerstand in het Zuiden, waar niet alleen Wallonië Franssprekend was, maar ook de adel en de bourgeoisie in Vlaanderen. De katholieken, die de meerderheid van de bevolking uitmaakten, eisten vrijheid van onderwijs en godsdienst en de nieuw-liberalen hadden bezwaren tegen de repressieve regeerstijl van Willem I. Dit leidde tot het unionisme en toen dit samengaan, geleid door jonge en besliste intellectuelen, aan kracht won, werd de afscheiding een ernstig alternatief. In 1829 verhevigde de oppositie vanwege Zuid- Nederlandse parlementsleden binnen de Staten- Generaal. De burgerij uitte haar ongenoegen door het organiseren van 'patriottische banketten' en het sturen naar Den Haag van door velen ondertekende 'petities' nam hand over hand toe. Het strafrechtelijk beteugelen van de oppositie maakte alleen maar dat 'martelaars' (zoals Louis de Potter) nationale bekendheid kregen en in sommige kringen tot het heldendom werden verheven. Een opvoering van de opera De Stomme van Portici (La Muette de Portici) van Daniel Auber op 25 augustus 1830 in Brussel was de aanleiding tot georganiseerde rellen van Fransgezinde separatisten, gevolgd door volksrumoer, dat door de burgerij met een inderhaast gevormde Burgerwacht, in bedwang werd gehouden. Het Voorlopig Bewind van de Zuidelijke Nederlanden riep op 4 oktober 1830 de onafhankelijkheid uit. Het regeringsleger reageerde wel op de kleine troepenmacht die de nieuwe Belgen in Brussel verzamelden, maar was niet voorbereid op een guerrillaoorlog in de nog middeleeuwse straten van de steden. Na gevechten her en der geraakte het leger in ontbinding en werd het bijna geheel uit de zuidelijke provincies verdreven, als het al niet overliep naar de Belgische zijde. Een Nationaal Congres werd verkozen, een staatsvorm - de constitutionele monarchie - werd gekozen, een naar de normen van de tijd liberale Grondwet werd uitgevaardigd en een koning werd gekozen die aan de mogendheden vertrouwen kon geven. De geschiedenis van België begint eigenlijk pas met de oprichting van deze staat in 1830. Weliswaar leven op het gebied van het huidige België mensen al sinds het stenen tijdperk. Lange tijd heersten verschillende vorsten, steden en bisschoppen over dit gebied. Pas aan het eind van de middeleeuwen werd het verenigd onder het gezag van de Habsburgse dynastie, samen met de Noordelijke Nederlanden. Omdat de regent in latere tijd uit het Oostenrijkse gedeelte van het Habsburgse rijk kwam, noemde men de zuidelijke Lage Landen ook de Oostenrijkse Nederlanden. In het jaar 1815 werd Napoleon in de buurt van Brussel (Waterloo) verslagen. De Zuidelijke Nederlanden werden bij de noordelijke aangesloten, met Willem-Frederik, een telg uit de Friese/Noord-Nederlandse Oranje- Nassaufamilie, als staatshoofd. Vanwege de politieke, confessionele en taalkundige verschillen tussen het noorden en het zuiden kwam het in 1830 tot een opstand in Brussel en andere zuidelijke steden, ook in het grootste gedeelte van Luxemburg. Het duurde tot 1839 dat het Noorden het verlies van België erkende. België werd een zelfstandig koninkrijk en verwierf ook een eigen kolonie, Congo. Het land maakte beide wereldoorlogen onder Duitse bezetting mee. In 1919 werd het Belgisch grondgebied vergroot met een stuk Duitsland, Eupen-Malmédy. België beleefde de economische welvaart na de oorlog en de Europese eenwording, met Brussel als een van de belangrijkste zetels van Europese instituties. Verschillen tussen Vlamingen en Walen leidden tot een diepgaande hervorming van de staat: het centralistisch koninkrijk werd in de periode 1970-1993 een federale staat.