© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
 Interbellum - De Stijl -
Een interbellum (Latijn inter= tussen en bellum= oorlog) is een periode tussen twee oorlogen. Het interbellum is de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. In de voorsteden van Parijs werden in 1919 een aantal vredesconferenties gehouden ter voorbereiding op de verdragen met de verslagen Centrale Mogendheden (met name Duitsland en Oostenrijk-Hongarije). De Amerikaanse president Woodrow Wilson kwam met idealistische denkbeelden naar Frankrijk: hij wilde een Volkenbond oprichten en zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren. Dit hield in dat zij allen, inclusief de verslagen Centrale Mogendheden, redelijk zouden moeten worden behandeld. Iedere nationaliteit zou het recht hebben om in een eigen staat te mogen wonen. Dit denkbeeld strookte slecht met de andere geallieerden als het op het verdelen van de buit aankwam. Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hadden enorm geleden, terwijl Servië, Roemenië en België bijna van de kaart waren geveegd. Deze landen hadden honderdduizenden jonge mannen verloren en kampten met een enorme oorlogsschuld. Daar moest wel een flinke prijs tegenover staan. Deze geallieerden drongen dus aan op harde behandeling van de Centralen. Japan had sowieso slechts meegedaan voor de oorlogsbuit en sloot zich bij deze groep aan. De Russen, die het meest geleden hadden, waren niet uitgenodigd, ondanks de latere nietigverklaring van het Verdrag van Brest-Litovsk. Men beweerde dat men het er niet over eens was welk gezag bevoegd was Rusland te vertegenwoordigen. De ware reden was uiteraard dat dit gezag de goedkeuring van de geallieerden niet kon wegdragen. Een ander probleem was het feit dat Servië en Montenegro in het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (SKS) waren opgegaan. Het SKS was nog niet erkend, terwijl Servië en Montenegro niet meer bestonden. Ieder land trachtte met een zo groot mogelijke delegatie te komen (indien het dit kon bekostigen). De willekeur der grootste partijen bepaalde echter of iemand ook recht van spreken had en zo ja, of hij ook serieus genomen werd. De Italiaanse gedelegeerden trachtten de SKS-gedelegeerden zo veel mogelijk het zwijgen op te leggen. De Brazilianen (wier bijdrage aan de oorlog symbolisch was geweest) werd het door Wilson vergund twee afgevaardigden te sturen terwijl België en Roemenië het met één moesten stellen, ondanks de door hun gebrachte offers. De Grieken werden in hun eisen gesteund door de Britten, die Griekenland als springplank voor hun eigen ambities en als tegengewicht voor Italië zagen. België werd gesteund door de Fransen, die graag een sterk België wilden om de Duitsers van hun noordgrens weg te houden. Om Duitsland in de tang te houden, werden ook de Poolse en Tsjecho-Slowaakse ambities gesteund. Het resultaat, het Verdrag van Versailles, was een vrede die door velen als onrechtvaardig werd beschouwd. Niet nationaliteiten bepaalden de grenzen, maar het principe van "the winner takes it all". De Japanners kregen het recht de Duitse concessies in China te bezetten, wat tot een storm van woede in China leidde (en in de V.S.). Overwegend Duitse of Hongaarse gebieden werden aan de overwinnaars of aan de successiestaten gegeven. De Duitse koloniën en Ottomaans-Arabische gebieden werden mandaatgebieden van België, Zuid-Afrika, de V.S., Groot-Brittannië, Frankrijk of Japan, wat in de meeste gevallen neerkwam op kolonialisme. De verdragen bevestigden ook de militaire inbezitneming van gebieden door Italië, Roemenië en het SKS. De Centralen werd het grootste deel van de schuld toegeschoven en hun werden herstelbetalingen en zware verplichtingen opgelegd. De legers werden verplicht ingekrompen tot groottes die varieerden van 33.000 tot 100.000 man. Het Verdrag van Versailles, ook Vredesverdrag van Versailles of Vrede van Versailles genoemd, was een verdrag tussen Duitsland en de Entente en het belangrijkste van de vijf in voorsteden van Parijs in 1919/20 gesloten verdragen, waarmee de Eerste Wereldoorlog formeel werd beëindigd (de andere vier verdragen hadden betrekking op de Duitse bondgenoten: het Verdrag van Saint-Germain met Oostenrijk in september 1919, het Verdrag van Neuilly met Bulgarije in november 1919, het Verdrag van Trianon met Hongarije in december 1919 en het Verdrag van Sèvres met Turkije in augustus 1920). Reeds kort na de bekendwording van de tekst van de verdragen voorspelde men dat deze de blauwdruk vormden voor een nieuwe oorlog. De Stijl is een Nederlandse kunstbeweging, vernoemd naar het in 1917 in Leiden opgerichte tijdschrift De Stijl. De belangrijkste leden van De Stijl waren Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van 't Hoff, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo. De Stijl is vooral een project van kunstenaar en publicist Theo van Doesburg, de zelfbenoemde oprichter, redacteur en propagandist van De Stijl. De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst, die gelijke tred hield met de technische, wetenschappelijke en sociale veranderingen in de wereld. Deze hervorming bestond uit het gebruik van een minimum aan kleuren (primaire kleuren, gecombineerd met zwart, wit en grijs) en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving (bij voorkeur volgens het orthogonaal stelsel). Hoewel er van het tijdschrift De Stijl nooit meer dan 300 exemplaren verkocht werden, had het een grote invloed op de kunst in Nederland en daarbuiten. Vanaf de jaren 30 wordt De Stijl een centrale rol in de Europese avant-garde toebedeeld. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog hield een groeiend aantal Nederlandse kunstenaars zich in meer of mindere mate bezig met abstractie. Zij werden hiertoe aangezet door het kubisme en het futurisme, maar vooral de Russische kunstenaar Kandinsky vond in Nederland veel weerklank. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, bleef Nederland neutraal. Omdat het land vier jaar lang afgesneden was van de rest van Europa, konden de Nederlandse kunstenaars zich in die periode wat onafhankelijker ontwikkelen, los van de invloed die Parijs van oudsher op hen uitoefende. Zo was Piet Mondriaan toen de oorlog uitbrak toevallig in Nederland en kon hij niet terug naar zijn woonplaats Parijs. Daarnaast was Nederland een toevluchtsoord voor veel – met name Belgische – vluchtelingen, waaronder ook veel kunstenaars. Ondertussen was Van Doesburgs vriendenkring ingrijpend veranderd. Op 6 februari ontmoette hij Piet Mondriaan, later dat jaar gevolgd door Vilmos Huszár en Bart van der Leck. Terwijl Van Doesburg op dat moment nog vol bewondering was voor expressionisten als Kandinsky en Janus de Winter, waren deze schilders, ieder vanuit zijn eigen invalshoek, bezig de waarneembare werkelijkheid steeds verder te abstraheren. Bij Huszár ging dit nog alle kanten op, maar Mondriaan en Van der Leck zochten naar manieren om een zo groot mogelijke mate van harmonie in de schilderkunst te bereiken, langs beredeneerde weg. Dit was volgens hen alleen maar te bereiken via de toepassing van geometrische vormen als lijn, rechthoek en vierkant. Bij Mondriaan speelde kleur op dat moment geen rol meer. Bart van der Leck zag kleur echter als essentieel onderdeel van de schilderkunst, maar om de ideale harmonie te bereiken had hij genoeg aan de drie primaire kleuren: rood, geel en blauw. Het feit dat De Stijl tegenwoordig als groep meer betekenis heeft dan als tijdschrift is vooral op naam te schrijven van Theo van Doesburg. Tegen het jaar 1920 hadden de meeste leden de groep verlaten. In 1931 overleed Van Doesburg. Hierna werkten een groot aantal oud-leden van De Stijl nog één keer samen door in 1932 een nummer van De Stijl samen te stellen ter nagedachtenis aan Van Doesburg. Dit nummer, dat uitgegeven werd door Van Doesburgs weduwe, Nelly van Doesburg, wordt gezien als aanwijzing dat men Van Doesburg nog steeds als spil van de beweging zag.[15] Veel oud-leden bleven de grondgedachten van de beweging ook na Van Doesburgs dood trouw. Zo bleef Rietveld meubels maken volgens de beginselen van De Stijl en ging Mondriaan door met het maken van neoplastische composities. Veel oud-leden werkten later in opdracht van warenhuis Metz & Co. Wat 't Binnenhuis was voor Berlage en zijn school was Metz & Co. voor De Stijl. Omstreeks 1930 trok dit winkelhuis verschillende moderne ontwerpers aan, waaronder Rietveld, J.J.P. Oud, Van der Leck en Huszár. De invloed van De Stijl op de architectuur is tot ver na 1931 groot geweest. Onder anderen Ludwig Mies van der Rohe was een van de belangrijkste aanhangers van de principes en Rietveld bouwde tussen 1923 en 1924 het Rietveld-Schröderhuis, het enige bouwwerk dat volledig volgens de principes van De Stijl is neergezet. Twee fraaie voorbeelden van J.J.P. Oud zijn te vinden in Rotterdam: café De Unie aan de Mauritsweg en de directiekeet in het Witte Dorp. De Stijl wordt tegenwoordig gezien als één van de belangrijkste Nederlandse bijdragen aan de kunst. De ironie is dat de leden van De Stijl een 'internationale stijl' wilden scheppen terwijl door veel mensen De Stijl juist als typisch Nederlands wordt gezien. De werken van de leden van De Stijl zijn over de wereld verspreid maar er worden regelmatig Stijl-tentoonstellingen georganiseerd. Sinds 2011 heeft het Gemeentemuseum in Den Haag, dat wereldwijd de grootste collectie Mondriaans in zijn bezit heeft, een permanente tentoonstelling over de Stijl. Verder is de Stijl vertegenwoordigd in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar veel werk van Rietveld en Van Doesburg te zien is; het Rijksmuseum, waar een afdeling is gewijd aan De Stijl (en aan Wendingen) en het Centraal Museum in Utrecht, dat als dependance het Rietveld-Schröderhuis in beheer heeft en (wereldwijd) de grootste collectie van zijn meubels.
This is a retouched picture, Modifications made by Alex:D. Library of Congress's Geography & Map Division under the digital ID g5700.ct001973. The Signing of Peace in the Hall of Mirrors, Versailles door William Orpen (1919, Imperial War Museum ). Bildarchiv Preußischer Kulturbesitz Eindhoven, Van Abbemuseum. De Stijl De Stijl

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

 Interbellum - De Stijl -
Een interbellum (Latijn inter= tussen en bellum= oorlog) is een periode tussen twee oorlogen. Het interbellum is de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. In de voorsteden van Parijs werden in 1919 een aantal vredesconferenties gehouden ter voorbereiding op de verdragen met de verslagen Centrale Mogendheden (met name Duitsland en Oostenrijk-Hongarije). De Amerikaanse president Woodrow Wilson kwam met idealistische denkbeelden naar Frankrijk: hij wilde een Volkenbond oprichten en zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren. Dit hield in dat zij allen, inclusief de verslagen Centrale Mogendheden, redelijk zouden moeten worden behandeld. Iedere nationaliteit zou het recht hebben om in een eigen staat te mogen wonen. Dit denkbeeld strookte slecht met de andere geallieerden als het op het verdelen van de buit aankwam. Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hadden enorm geleden, terwijl Servië, Roemenië en België bijna van de kaart waren geveegd. Deze landen hadden honderdduizenden jonge mannen verloren en kampten met een enorme oorlogsschuld. Daar moest wel een flinke prijs tegenover staan. Deze geallieerden drongen dus aan op harde behandeling van de Centralen. Japan had sowieso slechts meegedaan voor de oorlogsbuit en sloot zich bij deze groep aan. De Russen, die het meest geleden hadden, waren niet uitgenodigd, ondanks de latere nietigverklaring van het Verdrag van Brest- Litovsk. Men beweerde dat men het er niet over eens was welk gezag bevoegd was Rusland te vertegenwoordigen. De ware reden was uiteraard dat dit gezag de goedkeuring van de geallieerden niet kon wegdragen. Een ander probleem was het feit dat Servië en Montenegro in het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (SKS) waren opgegaan. Het SKS was nog niet erkend, terwijl Servië en Montenegro niet meer bestonden. Ieder land trachtte met een zo groot mogelijke delegatie te komen (indien het dit kon bekostigen). De willekeur der grootste partijen bepaalde echter of iemand ook recht van spreken had en zo ja, of hij ook serieus genomen werd. De Italiaanse gedelegeerden trachtten de SKS-gedelegeerden zo veel mogelijk het zwijgen op te leggen. De Brazilianen (wier bijdrage aan de oorlog symbolisch was geweest) werd het door Wilson vergund twee afgevaardigden te sturen terwijl België en Roemenië het met één moesten stellen, ondanks de door hun gebrachte offers. De Grieken werden in hun eisen gesteund door de Britten, die Griekenland als springplank voor hun eigen ambities en als tegengewicht voor Italië zagen. België werd gesteund door de Fransen, die graag een sterk België wilden om de Duitsers van hun noordgrens weg te houden. Om Duitsland in de tang te houden, werden ook de Poolse en Tsjecho-Slowaakse ambities gesteund. Het resultaat, het Verdrag van Versailles, was een vrede die door velen als onrechtvaardig werd beschouwd. Niet nationaliteiten bepaalden de grenzen, maar het principe van "the winner takes it all". De Japanners kregen het recht de Duitse concessies in China te bezetten, wat tot een storm van woede in China leidde (en in de V.S.). Overwegend Duitse of Hongaarse gebieden werden aan de overwinnaars of aan de successiestaten gegeven. De Duitse koloniën en Ottomaans-Arabische gebieden werden mandaatgebieden van België, Zuid-Afrika, de V.S., Groot-Brittannië, Frankrijk of Japan, wat in de meeste gevallen neerkwam op kolonialisme. De verdragen bevestigden ook de militaire inbezitneming van gebieden door Italië, Roemenië en het SKS. De Centralen werd het grootste deel van de schuld toegeschoven en hun werden herstelbetalingen en zware verplichtingen opgelegd. De legers werden verplicht ingekrompen tot groottes die varieerden van 33.000 tot 100.000 man. Het Verdrag van Versailles, ook Vredesverdrag van Versailles of Vrede van Versailles genoemd, was een verdrag tussen Duitsland en de Entente en het belangrijkste van de vijf in voorsteden van Parijs in 1919/20 gesloten verdragen, waarmee de Eerste Wereldoorlog formeel werd beëindigd (de andere vier verdragen hadden betrekking op de Duitse bondgenoten: het Verdrag van Saint-Germain met Oostenrijk in september 1919, het Verdrag van Neuilly met Bulgarije in november 1919, het Verdrag van Trianon met Hongarije in december 1919 en het Verdrag van Sèvres met Turkije in augustus 1920). Reeds kort na de bekendwording van de tekst van de verdragen voorspelde men dat deze de blauwdruk vormden voor een nieuwe oorlog. De Stijl is een Nederlandse kunstbeweging, vernoemd naar het in 1917 in Leiden opgerichte tijdschrift De Stijl. De belangrijkste leden van De Stijl waren Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van 't Hoff, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo. De Stijl is vooral een project van kunstenaar en publicist Theo van Doesburg, de zelfbenoemde oprichter, redacteur en propagandist van De Stijl. De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst, die gelijke tred hield met de technische, wetenschappelijke en sociale veranderingen in de wereld. Deze hervorming bestond uit het gebruik van een minimum aan kleuren (primaire kleuren, gecombineerd met zwart, wit en grijs) en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving (bij voorkeur volgens het orthogonaal stelsel). Hoewel er van het tijdschrift De Stijl nooit meer dan 300 exemplaren verkocht werden, had het een grote invloed op de kunst in Nederland en daarbuiten. Vanaf de jaren 30 wordt De Stijl een centrale rol in de Europese avant-garde toebedeeld. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog hield een groeiend aantal Nederlandse kunstenaars zich in meer of mindere mate bezig met abstractie. Zij werden hiertoe aangezet door het kubisme en het futurisme, maar vooral de Russische kunstenaar Kandinsky vond in Nederland veel weerklank. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, bleef Nederland neutraal. Omdat het land vier jaar lang afgesneden was van de rest van Europa, konden de Nederlandse kunstenaars zich in die periode wat onafhankelijker ontwikkelen, los van de invloed die Parijs van oudsher op hen uitoefende. Zo was Piet Mondriaan toen de oorlog uitbrak toevallig in Nederland en kon hij niet terug naar zijn woonplaats Parijs. Daarnaast was Nederland een toevluchtsoord voor veel – met name Belgische – vluchtelingen, waaronder ook veel kunstenaars. Ondertussen was Van Doesburgs vriendenkring ingrijpend veranderd. Op 6 februari ontmoette hij Piet Mondriaan, later dat jaar gevolgd door Vilmos Huszár en Bart van der Leck. Terwijl Van Doesburg op dat moment nog vol bewondering was voor expressionisten als Kandinsky en Janus de Winter, waren deze schilders, ieder vanuit zijn eigen invalshoek, bezig de waarneembare werkelijkheid steeds verder te abstraheren. Bij Huszár ging dit nog alle kanten op, maar Mondriaan en Van der Leck zochten naar manieren om een zo groot mogelijke mate van harmonie in de schilderkunst te bereiken, langs beredeneerde weg. Dit was volgens hen alleen maar te bereiken via de toepassing van geometrische vormen als lijn, rechthoek en vierkant. Bij Mondriaan speelde kleur op dat moment geen rol meer. Bart van der Leck zag kleur echter als essentieel onderdeel van de schilderkunst, maar om de ideale harmonie te bereiken had hij genoeg aan de drie primaire kleuren: rood, geel en blauw. Het feit dat De Stijl tegenwoordig als groep meer betekenis heeft dan als tijdschrift is vooral op naam te schrijven van Theo van Doesburg. Tegen het jaar 1920 hadden de meeste leden de groep verlaten. In 1931 overleed Van Doesburg. Hierna werkten een groot aantal oud-leden van De Stijl nog één keer samen door in 1932 een nummer van De Stijl samen te stellen ter nagedachtenis aan Van Doesburg. Dit nummer, dat uitgegeven werd door Van Doesburgs weduwe, Nelly van Doesburg, wordt gezien als aanwijzing dat men Van Doesburg nog steeds als spil van de beweging zag.[15] Veel oud-leden bleven de grondgedachten van de beweging ook na Van Doesburgs dood trouw. Zo bleef Rietveld meubels maken volgens de beginselen van De Stijl en ging Mondriaan door met het maken van neoplastische composities. Veel oud-leden werkten later in opdracht van warenhuis Metz & Co. Wat 't Binnenhuis was voor Berlage en zijn school was Metz & Co. voor De Stijl. Omstreeks 1930 trok dit winkelhuis verschillende moderne ontwerpers aan, waaronder Rietveld, J.J.P. Oud, Van der Leck en Huszár. De invloed van De Stijl op de architectuur is tot ver na 1931 groot geweest. Onder anderen Ludwig Mies van der Rohe was een van de belangrijkste aanhangers van de principes en Rietveld bouwde tussen 1923 en 1924 het Rietveld-Schröderhuis, het enige bouwwerk dat volledig volgens de principes van De Stijl is neergezet. Twee fraaie voorbeelden van J.J.P. Oud zijn te vinden in Rotterdam: café De Unie aan de Mauritsweg en de directiekeet in het Witte Dorp. De Stijl wordt tegenwoordig gezien als één van de belangrijkste Nederlandse bijdragen aan de kunst. De ironie is dat de leden van De Stijl een 'internationale stijl' wilden scheppen terwijl door veel mensen De Stijl juist als typisch Nederlands wordt gezien. De werken van de leden van De Stijl zijn over de wereld verspreid maar er worden regelmatig Stijl-tentoonstellingen georganiseerd. Sinds 2011 heeft het Gemeentemuseum in Den Haag, dat wereldwijd de grootste collectie Mondriaans in zijn bezit heeft, een permanente tentoonstelling over de Stijl. Verder is de Stijl vertegenwoordigd in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar veel werk van Rietveld en Van Doesburg te zien is; het Rijksmuseum, waar een afdeling is gewijd aan De Stijl (en aan Wendingen) en het Centraal Museum in Utrecht, dat als dependance het Rietveld-Schröderhuis in beheer heeft en (wereldwijd) de grootste collectie van zijn meubels.
This is a retouched picture, Modifications made by Alex:D. Library of Congress's Geography & Map Division under the digital ID g5700.ct001973. The Signing of Peace in the Hall of Mirrors, Versailles door William Orpen (1919, Imperial War Museum ). Bildarchiv Preußischer Kulturbesitz Eindhoven, Van Abbemuseum. De Stijl De Stijl