© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Frankrijk: Versailles, Chartres, Orange, Pont du Gard, Notre-Dame Parijs, Avignon, Bordeaux, Alpen (vervolg)
De Pont du Gard is een Romeins aquaduct dat later is uitgebreid tot brug. Het bouwwerk ligt iets ten zuiden van het plaatsje Vers-Pont-du-Gard in Frankrijk, niet ver van Nîmes en Uzès. In de 1e eeuw na Chr. ontwierpen en bouwden de Romeinen een 50 kilometer lang aquaduct voor waterlevering aan Nemausus (het huidige Nîmes). De inlaat bevond zich op 71,5 meter hoogte aan de Source d'Eure-bron te Uzès, en het water arriveerde op 60 meter hoogte in Nemausus. Het gemiddelde verval bedroeg 23 centimeter per kilometer, en het geheel was zo gebouwd dat het water vanzelf naar de stad stroomde. Via de Pont du Gard passeerde de kunstmatige waterloop de rivier de Gardon. Het werk aan de Pont du Gard begon in 38 na Chr. en werd voltooid in 52 na Chr. Er werkten ongeveer 1000 arbeiders aan. Voor de bouw werd meer dan 50.000 ton kalksteen gebruikt, vaak in grote blokken, dat ter plaatse werd gewonnen bij het huidige Vers. Het aquaduct had een capaciteit van 35.000 kubieke meter water per dag en voorzag de badhuizen, bronnen en fonteinen van Nemausus van water tot ongeveer de 3e eeuw na Chr.. Het grote aquaduct werd in de 6e eeuw na Chr. verlaten; het was toen in het La Lônegebied gedeeltelijk verwoest.In de 18e eeuw is naast het onderste niveau van het aquaduct een brug aangelegd. Notre-Dame van Parijs De Cathédrale Notre-Dame de Paris (Nederlands: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs) is een in vroeggotische stijl opgetrokken kathedraal op het Île de la Cité, in het centrum van Parijs. In de kathedraal worden drie relikwieën van Christus bewaard: de doornenkroon, een stuk uit het kruis en één van de nagels waarmee Christus gekruisigd werd. Het boek De Klokkenluider van de Notre Dame, dat Victor Hugo in 1831 schreef, gaf de Notre-Dame wereldbekendheid. De eerste steen werd in 1163 door paus Alexander III geplaatst. Tegen 1177 was het koor voltooid en het nieuwe hoogaltaar werd in 1182 ingewijd. Na de dood van bisschop Maurice de Sully in 1196, werd onder zijn opvolger Eudes de Sully begonnen met de bouw van het transept en het schip. Halverwege de 13e eeuw waren ook de westtorens voltooid, waarna tot 1345 nog gewerkt werd aan het interieur en de straalkapellen . In 1793, tijdens de Franse Revolutie werd de kathedraal omgedoopt tot Tempel van de Rede. In deze periode werden talloze kunstwerken gestolen of vernield. De 28 beelden van de koningen van Juda op de westgevel werden onthoofd omdat men dacht dat het beelden van Franse koningen waren. Na de ondertekening van het Concordaat van 15 juli 1801 werd de Notre-Dame opnieuw gebruikt voor de Heilige Mis. De kerk werd op 27 februari 1805 als eerste in Frankrijk door paus Pius VII verheven tot basilica minor. De kathedraal onderging vanaf 1845 een 23 jaar durende restauratie door Eugène Viollet-le-Duc, om de beschadigingen van de Franse Revolutie te herstellen. Viollet-le-Duc verving de deels vernielde koningsbeelden in het voorfront door zelfontworpen beelden. Hij plaatste ook een nieuwe vieringtoren of flèche op het dak van de kathedraal. Sinds 1991 is er een nieuwe restauratie aan de gang die bijna beëindigd is. Pausenpaleis (Avignon) Het Pausenpaleis (Frans: Palais des Papes) in Avignon (Frankrijk) is het grootste gotische bouwwerk uit de Middeleeuwen dat in Europa te vinden is. Het heeft een vloeroppervlak van 15 000 m² en twee binnenplaatsen. Het beschikt over twaalf torens. In de grootste toren zijn twee grote kapellen te vinden. Avignon werd in 1309 de verblijfplaats van de pausen, tijdens hun ballingschap uit Rome. Deze duurde tot 1376. Paus Benedictus XII en paus Clemens VI lieten het paleis tussen 1335 en 1352 bouwen op een uitstekende rots boven de Rhône. Toen de Paus terugkeerde naar Rome bleef het schisma echter bestaan. Hierdoor kwamen nu de tegenpausen Clemens VII en later Benedictus XIII in het paleis te wonen. Deze laatste tegenpaus werd in 1398 door Geoffrey Boucicaut gevangengenomen en gedwongen om binnen te blijven in zijn eigen paleis. In 1410 werd het paleis nogmaals belegerd. In 1433 kwam het weer in handen van de Rooms-katholieke Kerk. Hierna raakte het paleis in verval. Tijdens het bewind van Napoleon Bonaparte werd het gebruikt als kazerne en gevangenis. In 1906 werd het een museum en sindsdien wordt het gerestaureerd. Vanaf 1995 is het Pausenpaleis opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed, samen met het direct omliggende deel van het historische centrum van de stad. Bordeaux (Port de la Lune) De stad is over de hele wereld bekend om de wijnen die uit de omgeving komen. Sinds juni 2007 staat een deel van de stad, de Port de la Lune, op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Bordeaux heeft twee bekende bijnamen. De eerste is Port de la lune, de "maanhaven", verwijzend naar de vorm van de rivier de Garonne die door de stad loopt. Deze verwijzing komt terug in het logo van de stad in de vorm van drie halve manen. De stad staat daarnaast ook wel bekend als La belle endormie, de 'schone slaapster', verwijzend naar de weelderige architectuur te danken aan het rijke verleden, maar het rustige leven in de stad en gebrek aan economische dynamiek vandaag de dag. Bordeaux beschouwt zichzelf als wereldhoofdstad van wijn. In de omgeving van de stad, in de wijnstreek Bordeaux produceren talrijke wijngaarden vele prestigieuze en minder prestigieuze wijnen. Rondom de stad ligt 117.514 hectare wijngaard, werken er 14.000 wijnproducenten en 400 wijnhandelaren, die gezamenlijk een omzet van 14,5 miljard euro maken. Jaarlijks worden er 700 miljoen flessen gevuld van alle mogelijke kwaliteiten. Port de la Lune (Nederlands: 'Maanhaven') is de benaming van de oude zeehaven van Bordeaux aan de rivier de Garonne in Frankrijk. In ruimere zin wordt de benaming ook gebruikt voor de gehele oude stad van Bordeaux. De Port de la Lune, dat in zijn geheel op de werelderfgoedlijst is geplaatst, omvat het gedeelte van de stad dat zich binnen de rivier en de Boulevards bevindt, vanaf het Gare de Saint Jean in het zuiden tot de Quai de Bacalan in het noorden, inclusief de Pont de Pierre over de Garonne. Naast de binnenstad vindt men in dit gebied ook de wijken Les Chartrons, Saint Seurnin, Saint Michel en Les Capucins, allen gebouwd voor de 20e eeuw, en de wijk Mériadeck, een zakenwijk met veel overheidsinstellingen en hoogbouw, gebouwd in de tweede helft van de 20e eeuw. Prehistorische paalwoningen in de Alpen is de naam die een groep van 111 archeologische sites in het Alpengebied groepeert. De sites zijn de locatie van voorhistorische paalwoningen in en rond de Alpen, gebouwd van ongeveer 5000 tot 500 v.Chr. aan de oevers van meren, rivieren of moerassige gebieden. De sites bevinden zich in Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Slovenië en Zwitserland. De meeste sites (56) zijn in Zwitserland gelegen. Ze bevinden zich onder meer in Beinwil am See, Seengen, Biel, Lüscherz, Twann, Vinelz en Gletterens. Opgravingen in sommige van de sites hebben inzicht opgeleverd over de levensomstandigheden in het Neolithicum en de Bronstijd in de Alpen. De groep sites vormen een van de belangrijkste bronnen voor de studie van vroege agrarische gemeenschappen in het Alpengebied. De eerste archeologische vondst dateert van 1853 aan het Meer van Zürich. Het Paalwoningmuseum in Unteruhldingen aan het Bodenmeer in Duitsland biedt een reconstructie van dergelijke paalwoningen.
Foto: ChrisO Foto: P. De Praetere CC-BY-SA-2.5 Foto: Zuffe Foto:  DXR / Daniel Vorndran Foto: Bastiaan from Nieuwegein, Netherlands. Bron: Paris Aout 2011 Foto:  Jean-Marc Rosier from http://www.rosier.pro  Foto: Jean-Marc Rosier de http://www.rosier.pro Foto: Raptor-kev at French Wikipedia Photo prise le 15/10/2005 Auteur: josu.orbe Uploader:  Michel Buze Foto: Gerhard Schauber Foto: Rufus46 Foto:  DXR / Daniel Vorndran

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Frankrijk: Versailles, Chartres, Orange, Pont du Gard, Notre-Dame Parijs, Avignon, Bordeaux, Alpen (vervolg)
De Pont du Gard is een Romeins aquaduct dat later is uitgebreid tot brug. Het bouwwerk ligt iets ten zuiden van het plaatsje Vers-Pont-du-Gard in Frankrijk, niet ver van Nîmes en Uzès. In de 1e eeuw na Chr. ontwierpen en bouwden de Romeinen een 50 kilometer lang aquaduct voor waterlevering aan Nemausus (het huidige Nîmes). De inlaat bevond zich op 71,5 meter hoogte aan de Source d'Eure-bron te Uzès, en het water arriveerde op 60 meter hoogte in Nemausus. Het gemiddelde verval bedroeg 23 centimeter per kilometer, en het geheel was zo gebouwd dat het water vanzelf naar de stad stroomde. Via de Pont du Gard passeerde de kunstmatige waterloop de rivier de Gardon. Het werk aan de Pont du Gard begon in 38 na Chr. en werd voltooid in 52 na Chr. Er werkten ongeveer 1000 arbeiders aan. Voor de bouw werd meer dan 50.000 ton kalksteen gebruikt, vaak in grote blokken, dat ter plaatse werd gewonnen bij het huidige Vers. Het aquaduct had een capaciteit van 35.000 kubieke meter water per dag en voorzag de badhuizen, bronnen en fonteinen van Nemausus van water tot ongeveer de 3e eeuw na Chr.. Het grote aquaduct werd in de 6e eeuw na Chr. verlaten; het was toen in het La Lônegebied gedeeltelijk verwoest.In de 18e eeuw is naast het onderste niveau van het aquaduct een brug aangelegd. Notre-Dame van Parijs De Cathédrale Notre-Dame de Paris (Nederlands: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs) is een in vroeggotische stijl opgetrokken kathedraal op het Île de la Cité, in het centrum van Parijs. In de kathedraal worden drie relikwieën van Christus bewaard: de doornenkroon, een stuk uit het kruis en één van de nagels waarmee Christus gekruisigd werd. Het boek De Klokkenluider van de Notre Dame, dat Victor Hugo in 1831 schreef, gaf de Notre- Dame wereldbekendheid. De eerste steen werd in 1163 door paus Alexander III geplaatst. Tegen 1177 was het koor voltooid en het nieuwe hoogaltaar werd in 1182 ingewijd. Na de dood van bisschop Maurice de Sully in 1196, werd onder zijn opvolger Eudes de Sully begonnen met de bouw van het transept en het schip. Halverwege de 13e eeuw waren ook de westtorens voltooid, waarna tot 1345 nog gewerkt werd aan het interieur en de straalkapellen . In 1793, tijdens de Franse Revolutie werd de kathedraal omgedoopt tot Tempel van de Rede. In deze periode werden talloze kunstwerken gestolen of vernield. De 28 beelden van de koningen van Juda op de westgevel werden onthoofd omdat men dacht dat het beelden van Franse koningen waren. Na de ondertekening van het Concordaat van 15 juli 1801 werd de Notre-Dame opnieuw gebruikt voor de Heilige Mis. De kerk werd op 27 februari 1805 als eerste in Frankrijk door paus Pius VII verheven tot basilica minor. De kathedraal onderging vanaf 1845 een 23 jaar durende restauratie door Eugène Viollet-le-Duc, om de beschadigingen van de Franse Revolutie te herstellen. Viollet-le-Duc verving de deels vernielde koningsbeelden in het voorfront door zelfontworpen beelden. Hij plaatste ook een nieuwe vieringtoren of flèche op het dak van de kathedraal. Sinds 1991 is er een nieuwe restauratie aan de gang die bijna beëindigd is. Pausenpaleis (Avignon) Het Pausenpaleis (Frans: Palais des Papes) in Avignon (Frankrijk) is het grootste gotische bouwwerk uit de Middeleeuwen dat in Europa te vinden is. Het heeft een vloeroppervlak van 15 000 m² en twee binnenplaatsen. Het beschikt over twaalf torens. In de grootste toren zijn twee grote kapellen te vinden. Avignon werd in 1309 de verblijfplaats van de pausen, tijdens hun ballingschap uit Rome. Deze duurde tot 1376. Paus Benedictus XII en paus Clemens VI lieten het paleis tussen 1335 en 1352 bouwen op een uitstekende rots boven de Rhône. Toen de Paus terugkeerde naar Rome bleef het schisma echter bestaan. Hierdoor kwamen nu de tegenpausen Clemens VII en later Benedictus XIII in het paleis te wonen. Deze laatste tegenpaus werd in 1398 door Geoffrey Boucicaut gevangengenomen en gedwongen om binnen te blijven in zijn eigen paleis. In 1410 werd het paleis nogmaals belegerd. In 1433 kwam het weer in handen van de Rooms- katholieke Kerk. Hierna raakte het paleis in verval. Tijdens het bewind van Napoleon Bonaparte werd het gebruikt als kazerne en gevangenis. In 1906 werd het een museum en sindsdien wordt het gerestaureerd. Vanaf 1995 is het Pausenpaleis opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed, samen met het direct omliggende deel van het historische centrum van de stad. Bordeaux (Port de la Lune) De stad is over de hele wereld bekend om de wijnen die uit de omgeving komen. Sinds juni 2007 staat een deel van de stad, de Port de la Lune, op de UNESCO- Werelderfgoedlijst. Bordeaux heeft twee bekende bijnamen. De eerste is Port de la lune, de "maanhaven", verwijzend naar de vorm van de rivier de Garonne die door de stad loopt. Deze verwijzing komt terug in het logo van de stad in de vorm van drie halve manen. De stad staat daarnaast ook wel bekend als La belle endormie, de 'schone slaapster', verwijzend naar de weelderige architectuur te danken aan het rijke verleden, maar het rustige leven in de stad en gebrek aan economische dynamiek vandaag de dag. Bordeaux beschouwt zichzelf als wereldhoofdstad van wijn. In de omgeving van de stad, in de wijnstreek Bordeaux produceren talrijke wijngaarden vele prestigieuze en minder prestigieuze wijnen. Rondom de stad ligt 117.514 hectare wijngaard, werken er 14.000 wijnproducenten en 400 wijnhandelaren, die gezamenlijk een omzet van 14,5 miljard euro maken. Jaarlijks worden er 700 miljoen flessen gevuld van alle mogelijke kwaliteiten. Port de la Lune (Nederlands: 'Maanhaven') is de benaming van de oude zeehaven van Bordeaux aan de rivier de Garonne in Frankrijk. In ruimere zin wordt de benaming ook gebruikt voor de gehele oude stad van Bordeaux. De Port de la Lune, dat in zijn geheel op de werelderfgoedlijst is geplaatst, omvat het gedeelte van de stad dat zich binnen de rivier en de Boulevards bevindt, vanaf het Gare de Saint Jean in het zuiden tot de Quai de Bacalan in het noorden, inclusief de Pont de Pierre over de Garonne. Naast de binnenstad vindt men in dit gebied ook de wijken Les Chartrons, Saint Seurnin, Saint Michel en Les Capucins, allen gebouwd voor de 20e eeuw, en de wijk Mériadeck, een zakenwijk met veel overheidsinstellingen en hoogbouw, gebouwd in de tweede helft van de 20e eeuw. Prehistorische paalwoningen in de Alpen is de naam die een groep van 111 archeologische sites in het Alpengebied groepeert. De sites zijn de locatie van voorhistorische paalwoningen in en rond de Alpen, gebouwd van ongeveer 5000 tot 500 v.Chr. aan de oevers van meren, rivieren of moerassige gebieden. De sites bevinden zich in Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Slovenië en Zwitserland. De meeste sites (56) zijn in Zwitserland gelegen. Ze bevinden zich onder meer in Beinwil am See, Seengen, Biel, Lüscherz, Twann, Vinelz en Gletterens. Opgravingen in sommige van de sites hebben inzicht opgeleverd over de levensomstandigheden in het Neolithicum en de Bronstijd in de Alpen. De groep sites vormen een van de belangrijkste bronnen voor de studie van vroege agrarische gemeenschappen in het Alpengebied. De eerste archeologische vondst dateert van 1853 aan het Meer van Zürich. Het Paalwoningmuseum in Unteruhldingen aan het Bodenmeer in Duitsland biedt een reconstructie van dergelijke paalwoningen.
Foto: ChrisO Foto: P. De Praetere CC-BY-SA-2.5 Foto: Zuffe Foto:  DXR / Daniel Vorndran Foto: Bastiaan from Nieuwegein, Netherlands. Bron: Paris Aout 2011 Foto:  Jean-Marc Rosier from http://www.rosier.pro  Foto: Jean-Marc Rosier de http://www.rosier.pro Foto: Raptor-kev at French Wikipedia Photo prise le 15/10/2005 Auteur: josu.orbe Uploader:  Michel Buze Foto: Gerhard Schauber Foto: Rufus46