© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
 Tweede Wereldoorlog - Holocaust 
De Tweede Wereldoorlog was de samensmelting van een aantal aanvankelijk afzonderlijke militaire conflicten die van 1939 tot 1945 op wereldschaal werden uitgevochten tussen twee allianties: de asmogendheden (de kern bestond uit Duitsland, Italië en Japan) en de geallieerden (tegenstanders van de asmogendheden). Samenvatting In Europa vielen de Duitse troepen op 1 september 1939 Polen binnen. Dit leidde op 3 september 1939 tot een oorlogsverklaring aan Duitsland door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De meest dramatische uitbreiding van het conflict vond plaats op 22 juni 1941 met de Duitse aanval op de Sovjet-Unie. Desondanks kon de oorlog op dat moment nog steeds worden gezien als een Europese oorlog, los van de Japanse expansie in Oost-Azië. Dit veranderde toen op 7 december 1941 Japan de United States Pacific Fleet bij Pearl Harbor bombardeerde en de Verenigde Staten prompt aan Japan de oorlog verklaarden. Hitler verklaarde vier dagen later de Verenigde Staten de oorlog, formeel omdat Duitsland en Japan in 1936 het Anti-Kominternpact (pact dat op 25 november 1936 door het Japanse Keizerrijk en nazi-Duitsland werd gesloten en gericht was tegen het communisme) hadden gesloten, feitelijk omdat de VS reeds lang materiële steun gaf aan de Britten. In maart 1941 was die steun geformaliseerd in de Leen- en Pachtwet. Er ontwikkelde zich een samenwerking tussen de Sovjet-Unie enerzijds en de Britten en Amerikanen anderzijds, die gekenmerkt werd door veel wederzijdse onwennigheid en wantrouwen, waarop door de Duitsers werd ingespeeld. België en Nederland werden op 10 mei 1940 door Duitsland aangevallen. Op 15 mei capituleerde Nederland. De capitulatie gold niet voor de provincie Zeeland, waar nog enkele dagen strijd werd geleverd. België capituleerde na achttien dagen verzet op 28 mei. De daaropvolgende bezetting duurde in België tot 17 september 1944 en in Nederland ten noorden van de grote rivieren tot 6 mei 1945. Japan viel Nederlands-Indië binnen op 10 januari 1942 en capituleerde op 15 augustus 1945. Nederland zou nooit meer volledige controle over het eilandenrijk verkrijgen, dat in 1949 onafhankelijk werd. De oorlog kenmerkte zich door een tot op dat moment ongekende bruutheid. In vorige oorlogen was over het algemeen een principieel onderscheid gemaakt tussen burgers en militairen, waarbij de burgers zo veel mogelijk ontzien werden of in ieder geval geen primair doel vormden. Dit principe werd in de Tweede Wereldoorlog op grote schaal verlaten; alle partijen beschouwden elkaars burgers als valide doelen, met het argument dat ook de burgers bijdroegen aan het oorlogvoerend vermogen van de vijand. De Tweede Wereldoorlog is daarmee tot op heden het meest sprekende voorbeeld van een totale oorlog. Daarnaast waren zowel nazi-Duitsland als de Sovjet-Unie dictatoriale regimes, die ook delen van hun eigen bevolking wreed onderdrukten. Ook de oorlog tussen militairen was uitgesproken hard, vooral aan het oostfront. De internationale "spelregels" voor de oorlogvoering (vastgelegd in de Conventie van Genève) werden systematisch en op grote schaal overtreden, met name met betrekking tot de behandeling van krijgsgevangenen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen tussen de 50 en 70 miljoen doden. Ongeveer twee derde van alle slachtoffers was burger, waarvan naar schatting meer dan elf miljoen minderheden stelselmatig werden vervolgd en vermoord. Het was de eerste en tot op heden enige oorlog waarin kernwapens werden ingezet. NSB in Nederland In de periode tussen de Eerste- en de Tweede Wereldoorlog onderging Nederland, evenals andere landen, de invloed van de wereldwijde ineenstorting van de economie vanaf 1929 (de crisisjaren). De prijzen gingen omhoog, maar de lonen bleven hetzelfde, terwijl er grote werkloosheid optrad. Dit veroorzaakte veel armoede. Mede daardoor was ook in Nederland de opkomst van het nationaal-socialisme mogelijk. Anton Mussert richtte in 1931 de N.S.B. (Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland) op. In oktober 1935 verklaarde Mussert zich solidair met Italië, dat het weerloze Ethiopië was binnengevallen, en sedertdien steunde de NSB door dik en dun de agressieve politiek van Hitlers Duitsland en Mussolini's Italië. De NSB werkte openlijk samen met de Duitse bezetter. De NSB werd algemeen gehaat in Nederland doordat zij de alleenheerschappij over Nederland wilde hebben, en ons land op wilde laten gaan in het Duitse Rijk en door hun haat tegen het Joodse volk. De Duitse bezetter nam de NSB echter niet serieus, daarom bleef de feitelijke rol van de NSB tijdens de bezetting slechts beperkt tot die van hulptroep van de Duitsers. Duizenden van hen namen dienst bij de Duitse Landwacht, die de bezetters hielp de bevolking te 'beheersen', wat zich veelal uitte in terreuracties tegen de burgers. Het bombardement op Rotterdam werd op 14 mei 1940 rond 13.30 uur uitgevoerd door Duitse bommenwerpers in het kader van de Duitse militaire overval op Nederland. Het bombardement van een kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad, mede door de branden die ontstonden. Naar schatting kwamen 650 tot 900 mensen om en ongeveer 80.000 werden dakloos. Het was de reactie van de Duitse invallers op het verzet van de Nederlandse troepen (vooral bij de Afsluitdijk, op de Grebbeberg en aan de Moerdijkbruggen), waardoor de Duitse opmars werd vertraagd. De Duitsers hadden een snelle opmars door Nederland, België en Luxemburg gepland, in de veldtocht tegen Frankrijk. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam en onder de dreiging dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, te beginnen met Utrecht, tot de overgave van Nederland op 15 mei 1940. Het Nederlands Verzet in de Tweede Wereldoorlog is de verzamelnaam voor alle personen en groepen die weerstand boden aan de Duitse bezetting. De communisten startten het verzet door een 'Ondergrondse' organisatie op te bouwen. Zij hebben zich van begin af aan verzet tegen de anti-joodse maatregelen van de Duitsers. Ook niet-communistische mensen besloten verzet te bieden. De eerste van hen was Bernardus IJzerdraat. Met pamfletten werden de burgers opgeroepen het Duitse bewind niet te erkennen. Er werden plannen gesmeed om tot actie over te gaan. Het fusilleren (doodschieten) van 18 gevangenen (waaronder Bernardus IJzerdraat) op 13 maart 1941 was een grote schok. Tegelijk bracht het ook meer mensen in opstand. De organisatie van het verzet was vrij 'los', omdat het gevaarlijk was als persoonsnamen werden vastgelegd. Als die in Duitse handen vielen liep de gehele groep het risico te worden opgerold. Men nam daarom een verzetsnaam aan; afspraken werden gecodeerd of uit het hoofd geleerd. Het verzet pleegde sabotage tegen de Duitsers, zoals het vernietigen van aanvoerwegen en telefoonlijnen, hielpen onderduikers, vervalste persoonsbewijzen en voedselbonnen, hielpen neergeschoten piloten en elimineerden (doden) verraders en Duitse kopstukken. Onderduiken De Duitsers beschikten over een goed georganiseerd apparaat om verzet de kop in te drukken. Met name de Sicherheitsdienst-SD-(inlichtingendienst) was bijzonder efficiënt en dientengevolge gevreesd. Onder de eigen bevolking waren er mensen die de Duitse bezetter steunden. Sommigen drongen in opdracht van de Sicherheitsdienst het verzet binnen om vervolgens de verzetsstrijders aan de bezetter te verraden. Na de oorlog werden velen van hen dan ook als landverraders beschouwd en een aantal van hen is terechtgesteld. Velen daarvan waren lid van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Voor het Duitse bezettingsapparaat betekende het verzet een belangrijke verborgen vijand die overal kon toeslaan. Het verzet werd dan ook door de bezetter met harde onderdrukking beantwoord. De Wehrmacht (Duitse krijgsmacht) had militaire rechtbanken, die veel verzetsstrijders hebben veroordeeld en terechtgesteld wegens sabotage. De Sicherheitsdienst (SD) had geen rechtspraak nodig. Een nog veel groter aantal werd daarom zonder proces naar Duitse concentratiekampen weggevoerd. De Februaristaking was een landelijke staking op 25 en 26 februari 1941 die begon in Amsterdam. De Duitsers braken de staking met geweld, intimidatie (bedreigen) en meedogenloos ingrijpen. De aanleiding Het politiek instabiele Duitsland van na de wapenstilstand (1918) was ten prooi gevallen aan chaos en armoede, waarbij links en rechts streden om de macht. Deze strijd zou uiteindelijk worden beslecht in het voordeel van het totalitaire nationaalsocialisme. De essentie van deze fascistische stroming was dat de sterkere het recht heeft de zwakkere te overheersen. Dit verklaart zowel het radicaal nationalistische, antisemitische, militaristische, antidemocratische en anticommunistische karakter van deze beweging als de ideologisch geïnspireerde vernietigingsoorlog die hieruit voortvloeide. Het Verdrag van Versailles (1919) verplichtte Duitsland tot territoriale concessies, financiële offers en een drastische beperking van zijn militaire macht. Bovendien werden geallieerde troepen in het Rijnland gelegerd. De vernedering was een bron voor Duits ressentiment (haat en wrok) en zou de uiterst rechtse nationalistische partijen in de kaart spelen. Ook de opdeling van Duits grondgebied zonder rekening te houden met de bevolkingssamenstelling zou aanleiding geven voor internationale spanningen. In het verarmde, door nederlagen gedemoraliseerde en hongerige Rusland van 1917 braken revoluties uit. De hierop volgende communistische machtsovername leidde in heel Europa tot ernstige onlusten. Europa zou na 1917 veelvuldig in de greep komen van de angst voor het “communistische gevaar” (toen nog vaak aangeduid als bolsjewisme) en deze angst zou de opkomst van het Fascisme in Italië en het nationaalsocialisme in Duitsland een enorme impuls geven. In november 1918 vond in Duitsland een door de Russische Revolutie geïnspireerde linkse Novemberrevolutie plaats, die de kop werd ingedrukt door uit gedemobiliseerde soldaten samengestelde vrijkorpsen. De extreemrechtse vrijkorpsen werden deels gedreven door de theorie dat communisten, socialisten, republikeinen en Joden het land zouden hebben verraden en dat Duitsland daarom de oorlog had verloren (de zogenaamde dolkstootlegende). De naoorlogse economische crisis verergerde nadat Duitsland in 1923 de opgelegde herstelverplichtingen niet langer nakwam en Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied bezetten. Hierna braken stakingen uit die door de Duitse staat werden aangemoedigd. Om de stakingskas te vullen draaide de geldpers en dit veroorzaakte hyperinflatie. De economische chaos ontketende in het hele land onlusten en de Weimarrepubliek (Duitsland in de periode van 1918/1919 tot 1933) verloor de steun van de door de geldontwaarding verarmde burgerij. De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) onder leiding van Adolf Hitler grepen deze onlusten aan om in 1923 in Beieren een greep naar de macht te doen. Deze Bierkellerputsch (avond/nacht van 8 november op 9 november 1923) mislukte en Hitler werd tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld, waarvan hij uiteindelijk 1 jaar moest uitzitten. Tijdens deze detentie dicteerde hij zijn beruchte boek Mein Kampf dat later een centrale plaats in de nazipropaganda zou innemen. Ondanks aanvankelijke tegenslagen vond het nationaalsocialisme in de Duitse poel van armoede, angst, chaos en onvrede van de jaren twintig en dertig een vruchtbare voedingsbodem. Adolf Hitler bleek namelijk te beschikken over een opmerkelijk redenaarstalent en politiek instinct. Deze twee eigenschappen, opgeteld bij zijn dominerende drang naar macht en gebrek aan moreel besef stelden hem in staat de situatie uit te buiten en zouden hem en zijn partij de overheersing en de ondergang brengen. De depressie die ontstond na 1929 deed het ledental van de NSDAP groeien tot bijna 14.000.000 in juli 1932. In januari 1933 trad Hitler als Rijkskanselier (tussen 1871 en 1946 de titel van het hoofd van de Duitse regering) aan met een regering waarin de nationaalsocialisten de minderheid vormden. Toen bleek hij zeer snel in staat alle macht naar zich toe te trekken. De Weimarrepubliek ging ter ziele en de nazi's noemden hun nieuwe regime het Derde Rijk. Nazi-Duitsland startte vrijwel direct met herbewapening. De omvang van de Reichswehr (het leger) was door de bepalingen van Versailles beperkt tot 100.000 man. Het had geen tanks, geen luchtmacht en nauwelijks schepen. Zes jaar later, bij het uitbreken van de vijandelijkheden, beschikte de Wehrmacht (benaming leger 1935-1945) over 3,5 miljoen soldaten, 9.000 kanonnen, 2.500 tanks, 2.300 vliegtuigen, 57 onderzeeërs en 45 oppervlakteschepen.
[http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.451448 Rijksmuseum Amsterdam].Nationaal Archief. German Federal Archives or Bundesarchiv. Foto: gevangen in Scheveningen. Nationaal Archief.

                          © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas

Tweede Wereldoorlog - Holocaust  
De Tweede Wereldoorlog was de samensmelting van een aantal aanvankelijk afzonderlijke militaire conflicten die van 1939 tot 1945 op wereldschaal werden uitgevochten tussen twee allianties: de asmogendheden (de kern bestond uit Duitsland, Italië en Japan) en de geallieerden (tegenstanders van de asmogendheden). Samenvatting In Europa vielen de Duitse troepen op 1 september 1939 Polen binnen. Dit leidde op 3 september 1939 tot een oorlogsverklaring aan Duitsland door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De meest dramatische uitbreiding van het conflict vond plaats op 22 juni 1941 met de Duitse aanval op de Sovjet-Unie. Desondanks kon de oorlog op dat moment nog steeds worden gezien als een Europese oorlog, los van de Japanse expansie in Oost-Azië. Dit veranderde toen op 7 december 1941 Japan de United States Pacific Fleet bij Pearl Harbor bombardeerde en de Verenigde Staten prompt aan Japan de oorlog verklaarden. Hitler verklaarde vier dagen later de Verenigde Staten de oorlog, formeel omdat Duitsland en Japan in 1936 het Anti- Kominternpact (pact dat op 25 november 1936 door het Japanse Keizerrijk en nazi-Duitsland werd gesloten en gericht was tegen het communisme) hadden gesloten, feitelijk omdat de VS reeds lang materiële steun gaf aan de Britten. In maart 1941 was die steun geformaliseerd in de Leen- en Pachtwet. Er ontwikkelde zich een samenwerking tussen de Sovjet-Unie enerzijds en de Britten en Amerikanen anderzijds, die gekenmerkt werd door veel wederzijdse onwennigheid en wantrouwen, waarop door de Duitsers werd ingespeeld. België en Nederland werden op 10 mei 1940 door Duitsland aangevallen. Op 15 mei capituleerde Nederland. De capitulatie gold niet voor de provincie Zeeland, waar nog enkele dagen strijd werd geleverd. België capituleerde na achttien dagen verzet op 28 mei. De daaropvolgende bezetting duurde in België tot 17 september 1944 en in Nederland ten noorden van de grote rivieren tot 6 mei 1945. Japan viel Nederlands-Indië binnen op 10 januari 1942 en capituleerde op 15 augustus 1945. Nederland zou nooit meer volledige controle over het eilandenrijk verkrijgen, dat in 1949 onafhankelijk werd. De oorlog kenmerkte zich door een tot op dat moment ongekende bruutheid. In vorige oorlogen was over het algemeen een principieel onderscheid gemaakt tussen burgers en militairen, waarbij de burgers zo veel mogelijk ontzien werden of in ieder geval geen primair doel vormden. Dit principe werd in de Tweede Wereldoorlog op grote schaal verlaten; alle partijen beschouwden elkaars burgers als valide doelen, met het argument dat ook de burgers bijdroegen aan het oorlogvoerend vermogen van de vijand. De Tweede Wereldoorlog is daarmee tot op heden het meest sprekende voorbeeld van een totale oorlog. Daarnaast waren zowel nazi-Duitsland als de Sovjet-Unie dictatoriale regimes, die ook delen van hun eigen bevolking wreed onderdrukten. Ook de oorlog tussen militairen was uitgesproken hard, vooral aan het oostfront. De internationale "spelregels" voor de oorlogvoering (vastgelegd in de Conventie van Genève) werden systematisch en op grote schaal overtreden, met name met betrekking tot de behandeling van krijgsgevangenen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen tussen de 50 en 70 miljoen doden. Ongeveer twee derde van alle slachtoffers was burger, waarvan naar schatting meer dan elf miljoen minderheden stelselmatig werden vervolgd en vermoord. Het was de eerste en tot op heden enige oorlog waarin kernwapens werden ingezet. NSB in Nederland In de periode tussen de Eerste- en de Tweede Wereldoorlog onderging Nederland, evenals andere landen, de invloed van de wereldwijde ineenstorting van de economie vanaf 1929 (de crisisjaren). De prijzen gingen omhoog, maar de lonen bleven hetzelfde, terwijl er grote werkloosheid optrad. Dit veroorzaakte veel armoede. Mede daardoor was ook in Nederland de opkomst van het nationaal- socialisme mogelijk. Anton Mussert richtte in 1931 de N.S.B. (Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland) op. In oktober 1935 verklaarde Mussert zich solidair met Italië, dat het weerloze Ethiopië was binnengevallen, en sedertdien steunde de NSB door dik en dun de agressieve politiek van Hitlers Duitsland en Mussolini's Italië. De NSB werkte openlijk samen met de Duitse bezetter. De NSB werd algemeen gehaat in Nederland doordat zij de alleenheerschappij over Nederland wilde hebben, en ons land op wilde laten gaan in het Duitse Rijk en door hun haat tegen het Joodse volk. De Duitse bezetter nam de NSB echter niet serieus, daarom bleef de feitelijke rol van de NSB tijdens de bezetting slechts beperkt tot die van hulptroep van de Duitsers. Duizenden van hen namen dienst bij de Duitse Landwacht, die de bezetters hielp de bevolking te 'beheersen', wat zich veelal uitte in terreuracties tegen de burgers. Het bombardement op Rotterdam werd op 14 mei 1940 rond 13.30 uur uitgevoerd door Duitse bommenwerpers in het kader van de Duitse militaire overval op Nederland. Het bombardement van een kwartier vernietigde bijna de gehele historische binnenstad, mede door de branden die ontstonden. Naar schatting kwamen 650 tot 900 mensen om en ongeveer 80.000 werden dakloos. Het was de reactie van de Duitse invallers op het verzet van de Nederlandse troepen (vooral bij de Afsluitdijk, op de Grebbeberg en aan de Moerdijkbruggen), waardoor de Duitse opmars werd vertraagd. De Duitsers hadden een snelle opmars door Nederland, België en Luxemburg gepland, in de veldtocht tegen Frankrijk. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam en onder de dreiging dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, te beginnen met Utrecht, tot de overgave van Nederland op 15 mei 1940. Het Nederlands Verzet in de Tweede Wereldoorlog is de verzamelnaam voor alle personen en groepen die weerstand boden aan de Duitse bezetting. De communisten startten het verzet door een 'Ondergrondse' organisatie op te bouwen. Zij hebben zich van begin af aan verzet tegen de anti-joodse maatregelen van de Duitsers. Ook niet-communistische mensen besloten verzet te bieden. De eerste van hen was Bernardus IJzerdraat. Met pamfletten werden de burgers opgeroepen het Duitse bewind niet te erkennen. Er werden plannen gesmeed om tot actie over te gaan. Het fusilleren (doodschieten) van 18 gevangenen (waaronder Bernardus IJzerdraat) op 13 maart 1941 was een grote schok. Tegelijk bracht het ook meer mensen in opstand. De organisatie van het verzet was vrij 'los', omdat het gevaarlijk was als persoonsnamen werden vastgelegd. Als die in Duitse handen vielen liep de gehele groep het risico te worden opgerold. Men nam daarom een verzetsnaam aan; afspraken werden gecodeerd of uit het hoofd geleerd. Het verzet pleegde sabotage tegen de Duitsers, zoals het vernietigen van aanvoerwegen en telefoonlijnen, hielpen onderduikers, vervalste persoonsbewijzen en voedselbonnen, hielpen neergeschoten piloten en elimineerden (doden) verraders en Duitse kopstukken. Onderduiken De Duitsers beschikten over een goed georganiseerd apparaat om verzet de kop in te drukken. Met name de Sicherheitsdienst-SD- (inlichtingendienst) was bijzonder efficiënt en dientengevolge gevreesd. Onder de eigen bevolking waren er mensen die de Duitse bezetter steunden. Sommigen drongen in opdracht van de Sicherheitsdienst het verzet binnen om vervolgens de verzetsstrijders aan de bezetter te verraden. Na de oorlog werden velen van hen dan ook als landverraders beschouwd en een aantal van hen is terechtgesteld. Velen daarvan waren lid van de Nationaal- Socialistische Beweging (NSB). Voor het Duitse bezettingsapparaat betekende het verzet een belangrijke verborgen vijand die overal kon toeslaan. Het verzet werd dan ook door de bezetter met harde onderdrukking beantwoord. De Wehrmacht (Duitse krijgsmacht) had militaire rechtbanken, die veel verzetsstrijders hebben veroordeeld en terechtgesteld wegens sabotage. De Sicherheitsdienst (SD) had geen rechtspraak nodig. Een nog veel groter aantal werd daarom zonder proces naar Duitse concentratiekampen weggevoerd. De Februaristaking was een landelijke staking op 25 en 26 februari 1941 die begon in Amsterdam. De Duitsers braken de staking met geweld, intimidatie (bedreigen) en meedogenloos ingrijpen. De aanleiding Het politiek instabiele Duitsland van na de wapenstilstand (1918) was ten prooi gevallen aan chaos en armoede, waarbij links en rechts streden om de macht. Deze strijd zou uiteindelijk worden beslecht in het voordeel van het totalitaire nationaalsocialisme. De essentie van deze fascistische stroming was dat de sterkere het recht heeft de zwakkere te overheersen. Dit verklaart zowel het radicaal nationalistische, antisemitische, militaristische, antidemocratische en anticommunistische karakter van deze beweging als de ideologisch geïnspireerde vernietigingsoorlog die hieruit voortvloeide. Het Verdrag van Versailles (1919) verplichtte Duitsland tot territoriale concessies, financiële offers en een drastische beperking van zijn militaire macht. Bovendien werden geallieerde troepen in het Rijnland gelegerd. De vernedering was een bron voor Duits ressentiment (haat en wrok) en zou de uiterst rechtse nationalistische partijen in de kaart spelen. Ook de opdeling van Duits grondgebied zonder rekening te houden met de bevolkingssamenstelling zou aanleiding geven voor internationale spanningen. In het verarmde, door nederlagen gedemoraliseerde en hongerige Rusland van 1917 braken revoluties uit. De hierop volgende communistische machtsovername leidde in heel Europa tot ernstige onlusten. Europa zou na 1917 veelvuldig in de greep komen van de angst voor het “communistische gevaar” (toen nog vaak aangeduid als bolsjewisme) en deze angst zou de opkomst van het Fascisme in Italië en het nationaalsocialisme in Duitsland een enorme impuls geven. In november 1918 vond in Duitsland een door de Russische Revolutie geïnspireerde linkse Novemberrevolutie plaats, die de kop werd ingedrukt door uit gedemobiliseerde soldaten samengestelde vrijkorpsen. De extreemrechtse vrijkorpsen werden deels gedreven door de theorie dat communisten, socialisten, republikeinen en Joden het land zouden hebben verraden en dat Duitsland daarom de oorlog had verloren (de zogenaamde dolkstootlegende). De naoorlogse economische crisis verergerde nadat Duitsland in 1923 de opgelegde herstelverplichtingen niet langer nakwam en Franse en Belgische troepen het Ruhrgebied bezetten. Hierna braken stakingen uit die door de Duitse staat werden aangemoedigd. Om de stakingskas te vullen draaide de geldpers en dit veroorzaakte hyperinflatie. De economische chaos ontketende in het hele land onlusten en de Weimarrepubliek (Duitsland in de periode van 1918/1919 tot 1933) verloor de steun van de door de geldontwaarding verarmde burgerij. De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) onder leiding van Adolf Hitler grepen deze onlusten aan om in 1923 in Beieren een greep naar de macht te doen. Deze Bierkellerputsch (avond/nacht van 8 november op 9 november 1923) mislukte en Hitler werd tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld, waarvan hij uiteindelijk 1 jaar moest uitzitten. Tijdens deze detentie dicteerde hij zijn beruchte boek Mein Kampf dat later een centrale plaats in de nazipropaganda zou innemen. Ondanks aanvankelijke tegenslagen vond het nationaalsocialisme in de Duitse poel van armoede, angst, chaos en onvrede van de jaren twintig en dertig een vruchtbare voedingsbodem. Adolf Hitler bleek namelijk te beschikken over een opmerkelijk redenaarstalent en politiek instinct. Deze twee eigenschappen, opgeteld bij zijn dominerende drang naar macht en gebrek aan moreel besef stelden hem in staat de situatie uit te buiten en zouden hem en zijn partij de overheersing en de ondergang brengen. De depressie die ontstond na 1929 deed het ledental van de NSDAP groeien tot bijna 14.000.000 in juli 1932. In januari 1933 trad Hitler als Rijkskanselier (tussen 1871 en 1946 de titel van het hoofd van de Duitse regering) aan met een regering waarin de nationaalsocialisten de minderheid vormden.  Toen bleek hij zeer snel in staat alle macht naar zich toe te trekken. De Weimarrepubliek ging ter ziele en de nazi's noemden hun nieuwe regime het Derde Rijk. Nazi-Duitsland startte vrijwel direct met herbewapening. De omvang van de Reichswehr (het leger) was door de bepalingen van Versailles beperkt tot 100.000 man. Het had geen tanks, geen luchtmacht en nauwelijks schepen. Zes jaar later, bij het uitbreken van de vijandelijkheden, beschikte de Wehrmacht (benaming leger 1935- 1945) over 3,5 miljoen soldaten, 9.000 kanonnen, 2.500 tanks, 2.300 vliegtuigen, 57 onderzeeërs en 45 oppervlakteschepen.
German Federal Archives or Bundesarchiv. Foto: gevangen in Scheveningen. Nationaal Archief. [http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.451448 Rijksmuseum Amsterdam].Nationaal Archief.