App Nederland Belangrijke steden

Belangrijke steden in Nederland

Info Contact Home

Belangrijke steden in Nederland. Wat is een belangrijke stad? Eerst moeten we ons afvragen wanneer er sprake is van een stad. In het middeleeuwse Europa gold de definitie: steden waren plaatsen met stadsrechten, zoals het hebben van een stadsmuur en het hebben van een eigen rechtspraak en belastingen. Deze definitie wordt ook thans nog wel gehanteerd: plaatsen als Sloten, Hindeloopen en Staverden zouden volgens de moderne definitie dorpen zijn, maar worden nog steeds steden genoemd. In Europa komen stadsrechten voornamelijk voor in de gebieden waar de Romeinse politieke structuur compleet werd weggevaagd na de volksverhuizingen van de late oudheid. Hoewel onder stadsrechten vaak meerdere rechten (zoals marktrecht, tolrecht en het recht om stadsmuren te bouwen) worden verstaan, ging het in essentie om het recht van de stad op eigen rechtspraak. Aan burgers werd het recht verleend hun zaak te bepleiten voor een rechtbank van "gelijken" in plaats van onderworpen te zijn aan het recht van de landheer. In een afzonderlijk privilege kon ook het recht op wetgeving (keur) worden verstrekt en het recht om de eigen schout en stadsbestuurders te benoemen.

Naarmate meer steden stadsrechten verkregen, ontstond er een streven naar uniformiteit door de grote hoeveelheid afwijkende rechten die waren verleend. In latere perioden is dan ook te zien hoe nieuwe steden het 'rechtspakket' van een oudere stad krijgen toegewezen. Ook kon het gebeuren dat de rechten omgeschreven werden naar die van een andere stad. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij 's-Hertogenbosch, dat op een gegeven moment stadsrechten kreeg naar het recht van Leuven.

Daarbij golden de rechten van de oudste of voornaamste stad binnen een gewest (graafschap, hertogdom of bisdom) meestal als voorbeeld voor de rechten van andere steden in dat gewest. Wanneer in een dochterstad juridische onenigheid ontstond, ging men op "stedenvaart" of "hoofdvaart" naar de moederstad om daar uitleg van het recht te vragen.

In de laatste honderd jaar van het traditionele stadsrecht, ruwweg de 16e eeuw, had de adel reeds grotendeels aan macht ingeleverd. Desalniettemin probeerden deze edelen nog wel het meeste profijt uit de privilegehandel te halen, zodat nog veel steden in deze periode hun rechten sneller en relatief goedkoper verkregen dan voorheen.

Stadsrechten waren een fase in de ontwikkeling van het juridisch systeem in Europa. Met het verdwijnen van het feodaal stelsel en het toenemende belang van de centrale (rechts-)staat kwam er ook een einde aan het stadsrecht.

Einde van de stadsrechten in de Noordelijke Nederlanden

Met de groei van de centrale staat kwam er langzaam een einde aan het fenomeen van het stadsrecht. (Lees verder rechter kolom)



Muis over afbeelding

+

Muis over pictogram

+

+

Oorkonde van 2 juni 1122 met bevestiging door keizer Hendrik V van het door de Utrechtse bisschop Godebald aan Utrecht verleende stadsrecht. Ook Muiden krijgt hierin voorrechten verleend. Noot: deze oorkonde hangt samen met de "tolrechtprivilege"-oorkonde

Foto: Henry V, Holy Roman Emperor Het Utrechts Archief, SA1 inv.nr. 37


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

In de noordelijke Lage landen werden de laatste stadsrechten feitelijk verleend in 1586 (Willemstad, Noord-Brabant). Die werden verleend door Prins Maurits, niet in zijn hoedanigheid van Stadhouder, maar als Markies van Bergen op Zoom. In de periode van het bestaan van de Republiek verwierf alleen Blokzijl (1672) nog een stadsrecht (deze werden in 1675 weer ingetrokken aangezien deze onbevoegd verleend waren door Prins Willem III). Na de Bataafse Omwenteling (1795) werden gemeentes naar Frans voorbeeld vormgegeven en verloor het stadsrecht zijn betekenis.


Hoewel gedeeltelijk hersteld na 1813 kregen steden niet volledig de bevoegdheden terug die zij voordien bezeten hadden: rechtspraak en wetgeving werden steeds meer een zaak van het centraal gezag. De laatste plaatsen die in 1825 de stadstitel kregen, waren Delfshaven, Delfzijl en Winschoten. Na de Grondwet van 1848 en de Gemeentewet van 1851 is het verschil tussen dorpen en steden definitief komen te vervallen.


De gemeentewet regelt dat lokale (gemeentelijke) besturen nog ruimte hebben voor eigen beleid, maar binnen de door het centrale gezag gestelde kaders en voorwaarden (autonomie). Daarnaast heeft de gemeente beperkte beleidsvrijheid bij het uitvoeren van Rijkswetgeving (medebewind). Voorbeeld: de Financiële-verhoudingswet waarvan de eerste tekst stamt uit 1897 en welke in de loop der jaren meerdere malen is herzien. Deze wet streeft ernaar dat elke Nederlander in elke gemeente een vergelijkbaar basisvoorzieningenniveau kan verwachten.


Stadsrechten die in het begin van de 19e eeuw nog zijn gegeven zijn niet te vergelijken met die uit de middeleeuwen en meer symbolisch van aard. Door sommigen worden Den Haag en Assen niet beschouwd als stad, omdat deze plaatsen hun stadsrechten kregen tussen 1806 en 1813, ten tijde van het Koninkrijk Holland en de inlijving van de Nederlanden bij Frankrijk.


Maar zelfs in de moderne geschiedenis zijn er

nog (symbolisch) stadsrechten verleend.

In 1992 viel die eer namelijk ten deel aan Emmeloord.

Delft

TOP

+

+

+

+

Boek aan de gevel van het stadhuis van Enkhuizen, met de tekst vande oorkonde waarin Graaf Willem V van Holland in 1356 stadsrechten verleende.

Foto: Pbech