Interbellum

- De Stijl -

Een interbellum (van het Latijn inter, tussen en bellum, oorlog) is een periode tussen twee oorlogen.

Het interbellum is de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.

In de voorsteden van Parijs werden in 1919 een aantal vredesconferenties gehouden ter voorbereiding op de verdragen met de verslagen Centrale Mogendheden (met name Duitsland en Oostenrijk-Hongarije). De Amerikaanse president Woodrow Wilson kwam met idealistische denkbeelden naar Frankrijk: hij wilde een Volkenbond oprichten en zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren. Dit hield in dat zij allen, inclusief de verslagen Centrale Mogendheden, redelijk zouden moeten worden behandeld. Iedere nationaliteit zou het recht hebben om in een eigen staat te mogen wonen. Dit denkbeeld strookte slecht met de andere geallieerden als het op het verdelen van de buit aankwam. Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hadden enorm geleden, terwijl Servië, Roemenië en België bijna van de kaart waren geveegd. Deze landen hadden honderdduizenden jonge mannen verloren en kampten met een enorme oorlogsschuld. Daar moest wel een flinke prijs tegenover staan. Deze geallieerden drongen dus aan op harde behandeling van de Centralen. Japan had sowieso slechts meegedaan voor de oorlogsbuit en sloot zich bij deze groep aan.

De Russen, die het meest geleden hadden, waren niet uitgenodigd, ondanks de latere nietigverklaring van het Verdrag van Brest-Litovsk. Men beweerde dat men het er niet over eens was welk gezag bevoegd was Rusland te vertegenwoordigen. De ware reden was uiteraard dat dit gezag de goedkeuring van de geallieerden niet kon wegdragen. Een ander probleem was het feit dat Servië en Montenegro in het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (SKS) waren opgegaan. Het SKS was nog niet erkend, terwijl Servië en Montenegro niet meer bestonden.

Ieder land trachtte met een zo groot mogelijke delegatie te komen (indien het dit kon bekostigen). De willekeur der grootste partijen bepaalde echter of iemand ook recht van spreken had en zo ja, of hij ook serieus genomen werd. De Italiaanse gedelegeerden trachtten de SKS-gedelegeerden zo veel mogelijk het zwijgen op te leggen. De Brazilianen (wier bijdrage aan de oorlog symbolisch was geweest) werd het door Wilson vergund twee afgevaardigden te sturen terwijl België en Roemenië het met één moesten stellen, ondanks de door hun gebrachte offers. De Grieken werden in hun eisen gesteund door de Britten, die Griekenland als springplank voor hun eigen ambities en als tegengewicht voor Italië zagen. België werd gesteund door de Fransen, die graag een sterk België wilden om de Duitsers van hun noordgrens weg te houden. Om Duitsland in de tang te houden, werden ook de Poolse en Tsjecho-Slowaakse ambities gesteund.

Het resultaat, het Verdrag van Versailles, was een vrede die door velen als onrechtvaardig werd beschouwd. Niet nationaliteiten bepaalden de grenzen, maar het principe van "the winner takes it all". De Japanners kregen het recht de Duitse concessies in China te bezetten, wat tot een storm van woede in China leidde (en in de V.S.). Overwegend Duitse of Hongaarse gebieden werden aan de overwinnaars of aan de successiestaten gegeven. De Duitse koloniën en Ottomaans-Arabische gebieden werden mandaatgebieden van België, Zuid-Afrika, de V.S., Groot-Brittannië, Frankrijk of Japan, wat in de meeste gevallen neerkwam op kolonialisme. De verdragen bevestigden ook de militaire inbezitneming van gebieden door Italië, Roemenië en het SKS. De Centralen werd het grootste deel van de schuld toegeschoven en hun werden herstelbetalingen en zware verplichtingen opgelegd. De legers werden verplicht ingekrompen tot groottes die varieerden van 33.000 tot 100.000 man.

Reeds kort na de bekendwording van de tekst van de verdragen voorspelde men dat deze de blauwdruk vormden voor een nieuwe oorlog.


Rietveld

Gerard Thomas (Gerrit) Rietveld was een Nederlands architect en meubelontwerper. Hij maakte ook grafisch werk, onder meer affiches en omslagen voor tijdschriften, waaronder één voor De Gemeenschap in 1925. Hij is vooral bekend als lid van De Stijl en als pionier van het Nieuwe Bouwen.

Rietveld leerde het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader aan de Poortstraat 98 te Utrecht, waar hij na de lagere school aan de slag ging. Hij verafschuwde de traditionele, massieve meubelen die daar werden gemaakt en werkte enige tijd als ontwerper in de werkplaats van de juwelier Carel Begeer. Tussen 1904 en 1908 volgde hij 's avonds lessen bij de vooruitstrevende architect Piet Klaarhamer en bij 'Het Kunstindustrieel Onderwijs der Vereeniging van "Het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid te Utrecht"'. Hij kreeg technisch tekenen, stijl- en ornamentleer van de directeur, architect P.J. Houtzagers. Andere docenten waren Leo Kamman en Tiele van der Laars. Een tweede cursus bij Klaarhamer vond mogelijk rond 1910 plaats. In 1917 opende hij zijn eigen meubelmakerij aan de Adriaen van Ostadelaan 25 (nu 93).

Nadat hij in 1924 Truus Schröder-Schräder had leren kennen, een binnenhuisarchitecte en weduwe van een advocaat, die hem de opdracht gaf een huis voor haar gezin te bouwen (het latere Rietveld Schröderhuis), ontwikkelde zich met haar een levenslange intieme relatie en een vruchtbare samenwerking op het gebied van architectuur en woninginrichting. Van 1924 tot 1933 was zijn architectenbureau gevestigd in het Rietveld Schröderhuis. Diverse projecten uit deze periode staan op naam van Schröder en Rietveld, zoals de slaapkamer en de woonkamer voor het echtpaar Harrenstein.

Mogelijk via Klaarhamer nam Rietveld kennis van moderne ontwerpers als Berlage en Frank Lloyd Wright. Omstreeks 1918 begon hij mogelijk onder invloed van hen experimentele meubels te maken, waaronder de voorloper van de wereldberoemde 'Rood-blauwe stoel', een ingekleurde lattenleunstoel. Hoewel Rietveld de meubelen zelf nadrukkelijk als experimenten zag – de eerste 'Rood-blauwe stoel' zou hij voor zichzelf ontworpen hebben – adviseerde zijn vriend Robert van 't Hoff hem om contact te zoeken met het pas door Theo van Doesburg opgerichte tijdschrift voor moderne kunst De Stijl. In juli publiceerde Theo van Doesburg, de hoofdredacteur, een kinderstoel van Rietveld in De Stijl en in september volgde de lattenleunstoel.

Rietvelds eerste experimentele meubels waren nog onbeschilderd. Door ook meubels te ontwerpen voor zijn zes kinderen en voor de kinderen van opdrachtgevers, kon hij zich meer vrijheid veroorloven. Het waren juist deze kindermeubels die hij als eerste van kleur voorzag. Zijn hoge kinderstoel uit 1918 liet hij groen schilderen en voorzag hij van rode leren banden, terwijl hij zijn kinderkruiwagen en bolderkar omstreeks 1923 voor het eerst van de voor De Stijl kenmerkende primaire kleuren voorzag, niet lang daarna gevolgd door zijn Rood-blauwe stoel.

Zijn meubels waren niet alleen modern van uiterlijk, maar ook goedkoop en eenvoudig te produceren, zodat het werk van de uitvoerende ambachtsman aanzienlijk werd vergemakkelijkt. Toch had Rietveld niet de behoefte de smaak van de gewone man te veranderen. Toen architect en De Stijl-lid Oud in 1919 een modelwoning in een door hem ontworpen woningbouwcomplex in Spangen inrichtte met meubels van Rietveld, schreef hij Oud:

“Maar laten wij toch niet zeggen, dat we werken om het volk te bevredigen, want bij het volk is er geen behoefte naar. Men is over het algemeen nog niet verder, dan juist iets aparts te hebben.”

(Brief aan Oud, januari 1920.)

Later maakte hij deel uit van de stroming van de nieuwe zakelijkheid. In 1919 werd hij zelfstandig ontwerper en meubelmaker, toen hij zijn bedrijf opende in Utrecht.

Het Rietveld Schröderhuis ontwierp Rietveld in 1924 in nauwe samenwerking met de enige permanente bewoner van het huis, de binnenhuisarchitecte Truus Schröder-Schräder. Het huis staat aan de Prins Hendriklaan in Utrecht (nummer 51) en maakt samen met een woning in de naastgelegen rij huizen aan de Erasmuslaan deel uit van het Centraal Museum.

Omstreeks 1930 sloot Rietveld zich aan bij het Nieuwe Bouwen, de Nederlandse variant van de Internationale Stijl. Hij ontwierp in 1930-1932 een rij arbeiderswoningen in de Wiener Werkbundsiedlung in Wenen en in 1934 in samenwerking met Truus Schröder een rij huizen aan de Erasmuslaan in Utrecht. In die periode werkte hij vanuit een atelier aan de Oude Gracht te Utrecht, samen met Otto van Rees en Ries Mulder.

Tijdens de oorlog bleef Rietveld ontwerpen maken in de illegaliteit: hij had zich niet bij de Kultuurkamer aangemeld, en mocht dus officieel vanaf 1942 niet langer zijn beroep uitoefenen. In datzelfde jaar ontwierp hij een uit één stuk geperste kunststof stoel.

Na een moeilijke tijd zonder veel aandacht werd 'De Stijl' in de jaren vijftig weer populair, en dit leverde Rietveld werk op in de vorm van opdrachten voor overheidsgebouwen. In 1954 werkte hij samen met Constant Nieuwenhuijs aan een ontwerp voor een modelwoning voor warenhuis de Bijenkorf. In 1955 ontwierp Rietveld een kleurenschema voor de cabine van de Fokker F27. Hoewel de Fokker-directie zeer enthousiast was, werd het niet uitgevoerd.

In 1961 richtte hij samen met Joan van Dillen en Johan van Tricht het architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht op.

Rietveld heeft een aantal bekende meubelen gemaakt. Zo is er de Rood-blauwe stoel uit 1918, en de Zigzagstoel uit 1932. Hij maakte ook een aantal buismeubelen. Bij zijn meubelen gebruikte Rietveld de cartesiaanse knoop.

Veel van de meubelen maken deel uit van de collectie van het Centraal Museum in Utrecht. Ook het Rijksmuseum Amsterdam en het Drents Museum hebben werk van Rietveld in de collectie.

Een van zijn navolgers was Ko Verzuu (1901-1971) met zijn houten speelgoed in de Rietveld-stijl gemaakt voor de ADO werkplaatsen in Bilthoven in de jaren 1933-1951.

Gerrit Thomas Rietveld ligt begraven op de Begraafplaats Soestbergen. Op zijn graf staat een strak vormgegeven granieten steen met daarop de tekst: Dr. G. Th. Rietveld, 1888 1964, weduwnaar van Vrouwgien Hadders. Zij ligt er echter niet, haar graf in Hilversum was al eerder geruimd.

Rietveld werd oorspronkelijk begraven in Bilthoven op begraafplaats Den en Rust. Daar deelde hij het graf met zijn minnares Truus Schröder. Op verzoek van zijn dochters werd Rietveld na de dood van Truus Schröder in januari 1995 herbegraven op Soestbergen en werd de naam van zijn vrouw op de steen gezet.

Het Verdrag van Versailles, ook Vredesverdrag van Versailles of Vrede van Versailles genoemd, was een verdrag tussen Duitsland en de Entente en het belangrijkste van de vijf in voorsteden van Parijs in 1919/20 gesloten verdragen, waarmee de Eerste Wereldoorlog formeel werd beëindigd (de andere vier verdragen hadden betrekking op de Duitse bondgenoten: het Verdrag van Saint-Germain met Oostenrijk in september 1919, het Verdrag van Neuilly met Bulgarije in november 1919, het Verdrag van Trianon met Hongarije in december 1919 en het Verdrag van Sèvres met Turkije in augustus 1920).

De Stijl is een Nederlandse kunstbeweging, vernoemd naar het in 1917 in Leiden opgerichte tijdschrift De Stijl. De belangrijkste leden van De Stijl waren Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van 't Hoff, Gerrit Rietveld en Georges Vantongerloo. De Stijl is vooral een project van kunstenaar en publicist Theo van Doesburg, de zelfbenoemde oprichter, redacteur en propagandist van De Stijl. De leden van De Stijl streefden naar een radicale hervorming van de kunst, die gelijke tred hield met de technische, wetenschappelijke en sociale veranderingen in de wereld. Deze hervorming bestond uit het gebruik van een minimum aan kleuren (primaire kleuren, gecombineerd met zwart, wit en grijs) en een zo eenvoudig mogelijke vormgeving (bij voorkeur volgens het orthogonaal stelsel). Hoewel er van het tijdschrift De Stijl nooit meer dan 300 exemplaren verkocht werden, had het een grote invloed op de kunst in Nederland en daarbuiten. Vanaf de jaren 30 wordt De Stijl een centrale rol in de Europese avant-garde toebedeeld.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog hield een groeiend aantal Nederlandse kunstenaars zich in meer of mindere mate bezig met abstractie. Zij werden hiertoe aangezet door het kubisme en het futurisme, maar vooral de Russische kunstenaar Kandinsky vond in Nederland veel weerklank. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, bleef Nederland neutraal. Omdat het land vier jaar lang afgesneden was van de rest van Europa, konden de Nederlandse kunstenaars zich in die periode wat onafhankelijker ontwikkelen, los van de invloed die Parijs van oudsher op hen uitoefende. Zo was Piet Mondriaan toen de oorlog uitbrak toevallig in Nederland en kon hij niet terug naar zijn woonplaats Parijs. Daarnaast was Nederland een toevluchtsoord voor veel – met name Belgische – vluchtelingen, waaronder ook veel kunstenaars.

Ondertussen was Van Doesburgs vriendenkring ingrijpend veranderd. Op 6 februari ontmoette hij Piet Mondriaan, later dat jaar gevolgd door Vilmos Huszár en Bart van der Leck. Terwijl Van Doesburg op dat moment nog vol bewondering was voor expressionisten als Kandinsky en Janus de Winter, waren deze schilders, ieder vanuit zijn eigen invalshoek, bezig de waarneembare werkelijkheid steeds verder te abstraheren. Bij Huszár ging dit nog alle kanten op, maar Mondriaan en Van der Leck zochten naar manieren om een zo groot mogelijke mate van harmonie in de schilderkunst te bereiken, langs beredeneerde weg. Dit was volgens hen alleen maar te bereiken via de toepassing van geometrische vormen als lijn, rechthoek en vierkant. Bij Mondriaan speelde kleur op dat moment geen rol meer. Bart van der Leck zag kleur echter als essentieel onderdeel van de schilderkunst, maar om de ideale harmonie te bereiken had hij genoeg aan de drie primaire kleuren: rood, geel en blauw.

Het feit dat De Stijl tegenwoordig als groep meer betekenis heeft dan als tijdschrift is vooral op naam te schrijven van Theo van Doesburg.

Tegen het jaar 1920 hadden de meeste leden de groep verlaten.

In 1931 overleed Van Doesburg. Hierna werkten een groot aantal oud-leden van De Stijl nog één keer samen door in 1932 een nummer van De Stijl samen te stellen ter nagedachtenis aan Van Doesburg. Dit nummer, dat uitgegeven werd door Van Doesburgs weduwe, Nelly van Doesburg, wordt gezien als aanwijzing dat men Van Doesburg nog steeds als spil van de beweging zag.[15] Veel oud-leden bleven de grondgedachten van de beweging ook na Van Doesburgs dood trouw. Zo bleef Rietveld meubels maken volgens de beginselen van De Stijl en ging Mondriaan door met het maken van neoplastische composities. Veel oud-leden werkten later in opdracht van warenhuis Metz & Co. Wat 't Binnenhuis was voor Berlage en zijn school was Metz & Co. voor De Stijl. Omstreeks 1930 trok dit winkelhuis verschillende moderne ontwerpers aan, waaronder Rietveld, J.J.P. Oud, Van der Leck en Huszár.

De invloed van De Stijl op de architectuur is tot ver na 1931 groot geweest. Onder anderen Ludwig Mies van der Rohe was een van de belangrijkste aanhangers van de principes en Rietveld bouwde tussen 1923 en 1924 het Rietveld-Schröderhuis, het enige bouwwerk dat volledig volgens de principes van De Stijl is neergezet. Twee fraaie voorbeelden van J.J.P. Oud zijn te vinden in Rotterdam: café De Unie aan de Mauritsweg en de directiekeet in het Witte Dorp.

De Stijl wordt tegenwoordig gezien als één van de belangrijkste Nederlandse bijdragen aan de kunst. De ironie is dat de leden van De Stijl een 'internationale stijl' wilden scheppen terwijl door veel mensen De Stijl juist als typisch Nederlands wordt gezien. De werken van de leden van De Stijl zijn over de wereld verspreid maar er worden regelmatig Stijl-tentoonstellingen georganiseerd.

Sinds 2011 heeft het Gemeentemuseum in Den Haag, dat wereldwijd de grootste collectie Mondriaans in zijn bezit heeft, een permanente tentoonstelling over de Stijl. Verder is de Stijl vertegenwoordigd in het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar veel werk van Rietveld en Van Doesburg te zien is; het Rijksmuseum, waar een afdeling is gewijd aan De Stijl (en aan

Wendingen) en het Centraal Museum in Utrecht, dat als dependance het Rietveld-Schröderhuis in beheer heeft en (wereldwijd) de grootste collectie van zijn meubels.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

De ondertekening van het Verdrag van Versailles in de zaal van de spiegels:

The Signing of Peace in the Hall of Mirrors, Versailles door William Orpen (1919, Imperial War Museum ).

Europa tijdens het Interbellum, 1923.

This is a retouched picture, Modifications made by Alex:D. Library of Congress's Geography & Map Division under the digital ID g5700.ct001973.

Massademonstratie voor de Rijksdag in Duitsland, Berlijn, 1919 tegen het Verdrag van Versailles.

Bildarchiv Preußischer Kulturbesitz

Duitsland in 1923 met de gebieden die het i.h.k.v.h. Verdrag van Versailles afstond. Door het Duitse Rijk afgestane gebieden 1. Noord-Sleeswijk: aan Denemarken, 2. Posen en West-Pruisen (grotendeels): aan Polen, 3. Vrije Stad Danzig, 4. Memelland: aan Litouwen, 5. Oost-Opper-Silezië: aan Polen, 6. Hultschiner landje: aan Tsjecho-Slowakije, 7. Elzas-Lotharingen: aan Frankrijk, 8. Eupen en Malmédy: aan België.

Känsterle from nl (CC BY-SA 3.0)

De beroemde Rood-blauwe Rietveldstoel. Picture of a chair designed by Gerrit Rietveld.

Picture taken by User:Ellywa, with permission of the owner of the chair,(CC BY-SA 3.0)

Rietveld-Schröderhuis in Utrecht Centraal Museum.

Piet Mondriaan. Compositie XIV, 1913.

Eindhoven, Van Abbemuseum.

Theo van Doesburg. Het elementaire uitdrukkingsmiddel van de schilderkunst. 1924.

 Café De Unie in Rotterdam, Mauritsweg. Architect: Jacobus Johannes Pieter Oud, 1925.

Foto 2011: F. Eveleens (CC BY-SA 3.0).

Omslag Verdrag van Versailles (Engelstalig), 1919 David Lloyd George, Woodrow Wilson and Georges Clemenceau.

Demonstratie in Berlijn tegen het Verdrag van Versailles betreffende de bepalingen over Poznan en Gdansk, 1919.

Unknown, published by the London Times

Crisisjaren -  Depressie

App Nederland Geschiedenis NL


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

Theo van Doesburg. Het elementaire uitdrukkingsmiddel van de schilderkunst. 1924.