App Wereld Wereldgeschiedenis

Vluchtelingen

Een vluchteling is iemand die zijn woongebied is ontvlucht uit vrees voor geweld of zijn leven. De meeste vluchtelingen komen uit gebieden met oorlog of dreiging daartoe, of uit staten waar grove schendingen van de mensenrechten plaatsvinden. De lidstaten van de Verenigde Naties organiseren sinds 2000 jaarlijks op 20 juni de Wereldvluchtelingendag.

Op 28 juli 1951 werd te Genève een vluchteling gedefinieerd in het eerste artikel van het Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen als "een persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of vanwege zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren. Indien een persoon meer dan één nationaliteit bezit, betekent de term "het land waarvan hij de nationaliteit bezit" elk van de landen waarvan hij de nationaliteit bezit. Een persoon wordt niet geacht verstoken te zijn van de bescherming van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, indien hij, zonder geldige redenen ingegeven door gegronde vrees, de bescherming van één van de landen waarvan hij de nationaliteit bezit, niet inroept."

De meeste vluchtelingen halen de grens niet eens. Wereldwijd zijn er ruim 12 miljoen vluchtelingen en 25 miljoen ontheemden. Ontheemden zijn vluchtelingen binnen de eigen landsgrenzen.

Onder bovenstaand Verdrag moeten landen vluchtelingen asiel verlenen. Vluchtelingen kunnen onder dit verdrag niet gedwongen worden terug te keren naar hun land van herkomst. De conventie wordt echter op grote schaal geschonden; zestien landen staan ieder jaar een bepaald aantal mensen uit vluchtelingenkampen toe om binnen hun landsgrenzen te verblijven: Australië, Benin, Brazilië, Burkina Faso, Canada, Chili, Denemarken, Finland, IJsland, Ierland, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De meeste vluchtelingen anno 2013 zijn afkomstig uit Irak, Somalië en de Afghanistan. Recentelijk (2015) is dat Syrië.

In Nederland worden de aanvragen voor een verblijfsvergunning van asielzoekers en vluchtelingen behandeld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie. Dit is een bestuursrechtelijke procedure, waarin bezwaar en beroep mogelijk is (rechtsgang via de rechtbank en in hoger beroep de Raad van State. Tegen beslissingen van de Raad van State kan ook worden opgekomen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg indien deze in strijd worden geacht met een bepaling uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Asielzoekers worden tijdens hun aanvraag van een verblijfsvergunning veelal bijgestaan door gespecialiseerde asiel- of vreemdelingenadvocaten. In Nederland zijn zij georganiseerd in de Vereniging Asieladvocaten en Juristen Nederland (VAJN). Ook worden asielzoekers juridisch en maatschappelijk bijgestaan door beroepskrachten en vrijwilligers uit diverse hulporganisaties, waaronder VluchtelingenWerk Nederland. Een landelijke belangenbehartiger en spreekbuis van vluchtelingen-zelforganisaties in Nederland is de VON (Vluchtelingen Organisaties Nederland).

In het dagelijks taalgebruik bestaat verwarring tussen de begrippen asielzoeker en vluchteling. Strikt genomen kan iedereen die een asielaanvraag heeft ingediend asielzoeker worden genoemd, en zijn alleen diegenen als vluchteling aan te merken die erin zijn geslaagd aannemelijk te maken dat zij voldoen aan de daarvoor geldende criteria uit art. 1A van het Verdrag (vervolging op grond van politieke overtuiging, ras of behorend tot een sociale groep).

Een asielaanvraag kan worden afgewezen indien de aanvrager niet blijkt te voldoen aan die criteria (dan heet de aanvraag manifest ongegrond), maar ook wanneer hij gearriveerd is via een ander veilig land, waar zijn aanvraag dan had moeten zijn ingediend en behandeld (veilig derde land- of land van eerste ontvangst-beginsel).

Sinds de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 zijn er ongeveer 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen. Zij bevinden zich voor een groot deel nog steeds in vluchtelingenkampen in veel Arabische landen, maar ook in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem). In 1949 is voor deze vluchtelingen door de Verenigde Naties een aparte organisatie in het leven geroepen, de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA). Op dat moment waren er ongeveer 750.000 Palestijnse vluchtelingen. Onder meer in de wijk Yarmouk, bij Damascus is een grote concentratie van Palestijnse vluchtelingen. Veel van deze vluchtelingen zijn al meerdere malen gevlucht. Sinds de bezetting van de Palestijnse gebieden door Israël in 1967 zijn er ook meer zogenoemde 'displaced persons' (De term wordt heden ten dage ook gebruikt voor mensen die als gevolg van oorlog, vervolging of ook natuurrampen hun thuisgebied moeten verlaten en als gevolg van de situatie daar niet terug kunnen keren.) in bijgekomen. Zolang er nog geen oplossing is voor het Israëlisch-Palestijns conflict zullen deze vluchtelingen als zodanig blijven bestaan.

Een asielzoeker is iemand die politiek asiel vraagt. Dit kan iemand zijn die gevlucht is en stelt dat terugkeer naar het land van herkomst gevaar oplevert door schending van zijn rechten volgens het Vluchtelingenverdrag of het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook kan een asielzoeker iemand zijn die zijn land is ontvlucht vanwege de armoede. Asielzoekers vragen politiek asiel aan in een land waarin zij denken veiliger of beter te kunnen leven. Het asielzoeken is van alle tijden. Zo vonden heel wat Vlaamse kunstenaars en intellectuelen asiel in Nederland ten tijde van de Spaanse overheersing. Ook kerken, kloosters en gymzalen werden vaak gebruikt als asielplaatsen.


Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog. Na de Duitse inval in 1914 trokken miljoenen Belgen op de vlucht. Honderdduizenden trokken via Oostende en Zeebrugge naar Engeland. Evenveel trokken verder naar Frankrijk. Meer dan een miljoen vluchtelingen trokken naar Nederland. Onder hen bevonden zich ook 35.000 militairen, die werden geïnterneerd. Duizenden “gemotiveerden” van hen zouden ontsnappen, om via Groot-Brittannië en Frankrijk opnieuw deel te nemen aan de oorlog.

De Duitsers probeerden de vluchtelingenstroom van België naar Nederland te stoppen door langs de Nederlands-Belgische grens prikkeldraadmuren onder elektrische spanning te bouwen. Veel onwetende vluchtelingen vonden hier de dood. De muur was twee meter hoog en bijna tweehonderd km lang. De spanning op het prikkeldraad was 2.000 volt.

Het grootste deel van de burgervluchtelingen keerde voor het einde van het jaar weer terug naar huis, maar meer dan 100.000 Belgen bleven in Nederland. Wie niet zelf in zijn levensonderhoud kon voorzien (ongeveer 20.000 mensen) werd ondergebracht in vluchtoorden te Gouda, Uden, Nunspeet en Ede, die onder toezicht stonden van de Nederlandse overheid en waar men tot het einde van de oorlog onder zeer goede omstandigheden werd gehuisvest.

De vluchtelingen in Groot-Brittannië stichtten hele Belgische kolonies met alles erop en eraan. Typerend zijn de katholieke kerken en gemeenschappen in een overwegend protestants land. Vele duizenden Belgische kinderen zouden hun eerste of plechtige communie doen in Groot-Brittannië. Het Belgisch leven liep er gewoon verder.

De gevluchte Belgen die niet naar het front moesten, zetten zich aan het werk in hun gastland. In Frankrijk werd de inzet en ijver van de Belgen gewaardeerd door de fabrikanten en de boeren. Bij de rijkere burgerij stonden Belgische dienstmeisjes goed aangeschreven.

In heel het Britse Rijk en in vele neutrale landen werden inzamelacties gehouden om de arme

Belgen te helpen. Vrouwenorganisaties in

Australië, Nieuw-Zeeland en Canada

zamelden geld en kleding in voor de Belgen.

In politieke discussies worden veelal twee soorten asielzoekers onderscheiden:

Politieke vluchtelingen: asielzoekers die vanwege vervolging voor hun godsdienstige, politieke of syndicale opvattingen, kortom vanwege hun veiligheid gevlucht zijn; zij zijn vluchteling in de zin van de definitie in art.1A van het Vluchtelingenverdrag uit 1951 en het aanvullend Protocol van New York uit 1967.

Economische vluchtelingen: asielzoekers die vanwege de kans op een beter leven (economisch) asiel aanvragen in een bepaald land.

De grens tussen vluchtelingen die een levensbedreigende situatie willen ontsnappen en economische vluchtelingen is vaag. Het ontbreken van een rechtsstaat of een instabiele politieke situatie in het land van herkomst gaat veelal gepaard met willekeur, onvoldoende gezondheidszorg, sociale zekerheid, onderwijsmogelijkheden en corruptie. Het is in vele gevallen noch voor de asielzoeker, noch voor de ambtenaren van de immigratiedienst mogelijk, sluitend te bewijzen wat de motieven voor de asielaanvraag zijn.

Landen zijn verplicht om vluchtelingen op te nemen als zij het Vluchtelingenverdrag uit 1951 hebben ondertekend. Aan economische asielzoekers hoeft echter geen asiel verleend te worden.

Een speciale regeling geldt voor de alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv), voorheen alleenstaande minderjarige asielzoeker (ama). Dit is iemand die bij aankomst in Nederland minderjarig is, afkomstig is van buiten de Europese Unie, en alleen naar Nederland is gekomen.

Het Besluit van 14 mei 2013, houdende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Besluit modern migratiebeleid in verband met de aanpassing van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen schaft de amv-vergunning in het Vreemdelingenbesluit 2000 af, en creëert een grondslag voor verlening van een buitenschuldvergunning.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

Syrische en Iraakse vluchtelingen komen uit Turkije naar Skala Sykamias, eiland Lesbos, Griekenland. Spaanse vrijwilligers (life rescue team - met geel-rode kleren) van "Proactiva open armen" helpen de vluchtelingen.

(http://en.proactivaopenarms.org/)

Auteur: Ggia

Aan het einde van de 17e eeuw vestigden veel Hugenoten (Fransen) zich in Amsterdam. Velen kwamen terecht in het boekenvak. Op de gravure Franse boekwinkels in Amsterdam in 1715.

Gravure in het bezit van het Amsterdams Gemeentearchief. Stadsarchief Amsterdam (NL)

Palestijnse vluchtelingen in 1948.

Auteur: Fred Csasznik. Bron: Front cover of The Birth of the Palestinian Refugee Problem by Benny Morris

Joodse vluchtelingen uit Irak in 1951.

 Auteur: onbekend. Bron: http://www.camera.org/index.asp?x_context=3&x_outlet=12&x_article=1352

Belgische vluchtelingen in Roosendaal en Bergen op Zoom,

bioscoopjournaal augustus 1914.

Terrorisme