© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Watersnood van 1953 - Deltawerken - (vervolg)
De Deltawerken is een verdedigingssysteem, in Nederland, ter bescherming tegen hoogwater van de zee van met name de provincies Zeeland, zuidelijk Zuid-Holland en Noord-Brabant. Aan de Deltawerken is decennia gebouwd. Het project werd compleet verklaard na oplevering van de Oosterscheldekering (1986), de Maeslantkering (in 1997) en na de afronding van de verhoging van alle dijken tot deltahoogte (de Harlingse Keerdam, in augustus 2010). Het oorspronkelijke plan voor het bouwen van de Deltawerken bevatte de werken in Zeeland, het zuiden van Zuid-Holland en Noord-Brabant. Dit deel van de Deltawerken, met name de Oosterscheldekering en de Maeslantkering, trekt nog steeds internationaal veel aandacht. Het is door de American Society of Civil Engineers tot een van de zeven moderne wereldwonderen verklaard. Het Normaal Amsterdams Peil (meestal afgekort tot NAP) is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland, Duitsland, Noorwegen, Zweden en Finland worden gerelateerd. Het NAP is het genormaliseerde Amsterdams Peil (AP). Dit AP was het Stadtspeyl dat in 1684 werd vastgelegd. Het was het gemiddelde vloedniveau van het IJ tussen september 1683 en september 1684, en dus een hoogwaterniveau. Dit peil werd vastgesteld op negen voet en vyf duym (= 2,67689 meter) beneden de Zee Dyks Hooghte die was aangeven door middel van een groef in een merksteen. Acht van deze stenen werden in opdracht van burgemeester Hudde aangebracht in sluizen in Amsterdam: de Eenhoornsluis, Nieuwe Haarlemmersluis, Oude Haarlemmersluis, Nieuwe Brugsluis, Kolksluis, Kraansluis, West-Indische sluis en Scharrebiersluis. Van deze stenen is alleen die in de Eenhoornsluis (Korte Prinsengracht ter hoogte van de Haarlemmerdijk) nog aanwezig op zijn oorspronkelijke plaats. Deze steen, nu aangeduid met Huddesteen, en de sluis zijn in 2005 tot monument verklaard. Er zijn verder nog twee losse Huddestenen bewaard gebleven. Een steen, waarvan de helft is verdwenen, is tegenwoordig ingemetseld in het gebouw van Rijkswaterstaat aan de Derde Werelddreef in Delft. In 1860 werd ter vergelijking het AP overgebracht naar andere gebruikte peilen. Hierbij bleek echter een fout te zijn ontstaan. Dit werd van 1885 tot 1894 gecorrigeerd (genormaliseerd). Ter onderscheid werd het verbeterde peil NAP genoemd. AP en NAP zijn dus hetzelfde. De aanduiding 'Normaal' gaf in de tussenliggende periode alleen aan dat het om een gecorrigeerde (genormaliseerd, vandaar de 'N') hoogte ging. Een (nog) niet-gecorrigeerde hoogte bleef, tot het moment van corrigeren, aangeduid met AP. Nadat alle punten genormaliseerd waren bleef de aanduiding NAP gehandhaafd. Aanvankelijk werd de betekenis van de toegevoegde letter 'N' niet genoemd, waardoor mensen gingen speculeren over de betekenis ervan. De betekenis 'nieuw' of 'nauwkeurig' lag voor de hand, maar in de notulen van de 46e vergadering van de Rijkscommissie voor Graadmeting en Waterpassing wordt gesproken van Normaal Amsterdams Peil. Het laagste punt van Nederland ligt op 6,76 meter onder het Normaal Amsterdams Peil in Nieuwerkerk aan den IJssel. Dicht bij het drielandenpunt op de Vaalserberg bevindt zich het hoogste punt van het Nederlandse vasteland (NAP + 322,20 m). In de lijst van hoogste punten in het Koninkrijk der Nederlanden staan de hoogste punten per provincie. Ter vergelijking: de hoogte van de zendmast de Gerbrandytoren te IJsselstein bedraagt 367 m. Het NAP-net bestaat uit ongeveer 35.000 zichtbare peilmerken, meestal bronzen boutjes met het opschrift NAP, aangebracht in kaden, muren, bouwwerken of op palen en bovendien 400 ondergrondse peilmerken. De onderlinge hoogteverschillen tussen de peilmerken worden nauwkeurig vastgelegd. Als gevolg van bodembewegingen treden er voortdurend veranderingen op. Eens in de 10 jaar bepaalt Rijkswaterstaat opnieuw de hoogte van de meeste peilmerken. De gegevens van de peilmerken worden bekendgemaakt in een NAP-peilmerkenlijst, waarin de gemeten hoogte t.o.v. het NAP-vlak staat aangegeven en de gegevens waar het merk te vinden is. In 1818 werd het Amsterdams Peil (AP) als vergelijkingsvlak voorgeschreven. In 1829 werd het AP voorgeschreven nulpunt voor alle peilschalen in Nederland. Na de eerste nauwkeurigheidswaterpassing (1875-1885) werd de naam Normaal Amsterdams Peil, N.A.P. ingevoerd. De verantwoordelijkheid voor de instandhouding van het NAP-net in Nederland is opgedragen aan de Rijkswaterstaat, de Meetkundige Dienst van de Rijkswaterstaat was daarmee belast. Inmiddels worden deze taken uitgevoerd in opdracht van de Data-ICT-Dienst van de Rijkswaterstaat.
Foto: Niels Bosboom (CC BY-SA 3.0) Foto:  Quistnix at nl.wikipedia (CC BY-SA 3.0) Foto: Mark Voorendt (CC BY-SA 4.0) Foto: Quistnix at nl.wikipedia CC-BY-2.5. Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Watersnood van 1953 - Deltawerken - (vervolg)
De Deltawerken is een verdedigingssysteem, in Nederland, ter bescherming tegen hoogwater van de zee van met name de provincies Zeeland, zuidelijk Zuid-Holland en Noord-Brabant. Aan de Deltawerken is decennia gebouwd. Het project werd compleet verklaard na oplevering van de Oosterscheldekering (1986), de Maeslantkering (in 1997) en na de afronding van de verhoging van alle dijken tot deltahoogte (de Harlingse Keerdam, in augustus 2010). Het oorspronkelijke plan voor het bouwen van de Deltawerken bevatte de werken in Zeeland, het zuiden van Zuid-Holland en Noord-Brabant. Dit deel van de Deltawerken, met name de Oosterscheldekering en de Maeslantkering, trekt nog steeds internationaal veel aandacht. Het is door de American Society of Civil Engineers tot een van de zeven moderne wereldwonderen verklaard. Het Normaal Amsterdams Peil (meestal afgekort tot NAP) is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland, Duitsland, Noorwegen, Zweden en Finland worden gerelateerd. Het NAP is het genormaliseerde Amsterdams Peil (AP). Dit AP was het Stadtspeyl dat in 1684 werd vastgelegd. Het was het gemiddelde vloedniveau van het IJ tussen september 1683 en september 1684, en dus een hoogwaterniveau. Dit peil werd vastgesteld op negen voet en vyf duym (= 2,67689 meter) beneden de Zee Dyks Hooghte die was aangeven door middel van een groef in een merksteen. Acht van deze stenen werden in opdracht van burgemeester Hudde aangebracht in sluizen in Amsterdam: de Eenhoornsluis, Nieuwe Haarlemmersluis, Oude Haarlemmersluis, Nieuwe Brugsluis, Kolksluis, Kraansluis, West-Indische sluis en Scharrebiersluis. Van deze stenen is alleen die in de Eenhoornsluis (Korte Prinsengracht ter hoogte van de Haarlemmerdijk) nog aanwezig op zijn oorspronkelijke plaats. Deze steen, nu aangeduid met Huddesteen, en de sluis zijn in 2005 tot monument verklaard. Er zijn verder nog twee losse Huddestenen bewaard gebleven. Een steen, waarvan de helft is verdwenen, is tegenwoordig ingemetseld in het gebouw van Rijkswaterstaat aan de Derde Werelddreef in Delft. In 1860 werd ter vergelijking het AP overgebracht naar andere gebruikte peilen. Hierbij bleek echter een fout te zijn ontstaan. Dit werd van 1885 tot 1894 gecorrigeerd (genormaliseerd). Ter onderscheid werd het verbeterde peil NAP genoemd. AP en NAP zijn dus hetzelfde. De aanduiding 'Normaal' gaf in de tussenliggende periode alleen aan dat het om een gecorrigeerde (genormaliseerd, vandaar de 'N') hoogte ging. Een (nog) niet-gecorrigeerde hoogte bleef, tot het moment van corrigeren, aangeduid met AP. Nadat alle punten genormaliseerd waren bleef de aanduiding NAP gehandhaafd. Aanvankelijk werd de betekenis van de toegevoegde letter 'N' niet genoemd, waardoor mensen gingen speculeren over de betekenis ervan. De betekenis 'nieuw' of 'nauwkeurig' lag voor de hand, maar in de notulen van de 46e vergadering van de Rijkscommissie voor Graadmeting en Waterpassing wordt gesproken van Normaal Amsterdams Peil. Het laagste punt van Nederland ligt op 6,76 meter onder het Normaal Amsterdams Peil in Nieuwerkerk aan den IJssel. Dicht bij het drielandenpunt op de Vaalserberg bevindt zich het hoogste punt van het Nederlandse vasteland (NAP + 322,20 m). In de lijst van hoogste punten in het Koninkrijk der Nederlanden staan de hoogste punten per provincie. Ter vergelijking: de hoogte van de zendmast de Gerbrandytoren te IJsselstein bedraagt 367 m. Het NAP-net bestaat uit ongeveer 35.000 zichtbare peilmerken, meestal bronzen boutjes met het opschrift NAP, aangebracht in kaden, muren, bouwwerken of op palen en bovendien 400 ondergrondse peilmerken. De onderlinge hoogteverschillen tussen de peilmerken worden nauwkeurig vastgelegd. Als gevolg van bodembewegingen treden er voortdurend veranderingen op. Eens in de 10 jaar bepaalt Rijkswaterstaat opnieuw de hoogte van de meeste peilmerken. De gegevens van de peilmerken worden bekendgemaakt in een NAP- peilmerkenlijst, waarin de gemeten hoogte t.o.v. het NAP-vlak staat aangegeven en de gegevens waar het merk te vinden is. In 1818 werd het Amsterdams Peil (AP) als vergelijkingsvlak voorgeschreven. In 1829 werd het AP voorgeschreven nulpunt voor alle peilschalen in Nederland. Na de eerste nauwkeurigheidswaterpassing (1875-1885) werd de naam Normaal Amsterdams Peil, N.A.P. ingevoerd. De verantwoordelijkheid voor de instandhouding van het NAP-net in Nederland is opgedragen aan de Rijkswaterstaat, de Meetkundige Dienst van de Rijkswaterstaat was daarmee belast. Inmiddels worden deze taken uitgevoerd in opdracht van de Data-ICT-Dienst van de Rijkswaterstaat.
Foto: Niels Bosboom (CC BY-SA 3.0) Foto:  Quistnix at nl.wikipedia (CC BY-SA 3.0) Foto: Mark Voorendt (CC BY-SA 4.0) Foto: Quistnix at nl.wikipedia CC-BY-2.5.