Museum JoCas

Rode Kruis

Het Rode Kruis is een wereldwijde hulpverleningsorganisatie waarvan de werking in zeven basisbeginselen is gegoten: menslievendheid, neutraliteit, onpartijdigheid, onafhankelijkheid, vrijwilligheid, eenheid en algemeenheid (ook wel universaliteit genoemd). Deze beginselen vormen de grondslag voor alles wat het Rode Kruis doet en worden weerspiegeld in alle acties van de vrijwilligers van het Rode Kruis. Het Rode Kruis is met bijna 100 miljoen leden, vrijwilligers en supporters en 189 nationale organisaties de grootste humanitaire organisatie in de wereld. De aanleiding van de oprichting van het Rode Kruis was de Slag van Solferino tussen enerzijds het leger van het Koninkrijk Sardinië en het Franse leger onder keizer Napoleon III en anderzijds het Oostenrijkse leger in 1859. Na de veldslag bleven 40.000 slachtoffers op het slagveld achter. Duizenden gewonden stierven, omdat er onvoldoende medische hulp kon worden geboden. Jean Henri Dunant (1828–1910), een Zwitserse bankier, kwam toevallig een dag na de veldslag aan in Solferino. Dunant was zo gechoqueerd over wat hij zag dat hij zelf het initiatief nam en de bevolking opriep, speciaal de vrouwen, om snel hulp te verlenen aan de gewonden en de zieken. Toen Dunant terugkeerde naar Genève, besloot hij een boek te schrijven over zijn ervaringen in Solferino. Dit boek, genaamd Un souvenir de Solferino (Een herinnering aan Solferino), werd gepubliceerd in 1862 op Dunants eigen kosten. In het boek beschreef hij zijn ervaringen van de veldslag en de omstandigheden daarna. Hij beschreef ook het idee om in de toekomst een neutrale organisatie op te richten, die de gewonden verzorgde als er een oorlog plaatsvond. Conferentie van Genève Op 29 oktober 1863 eindigt een conferentie van vertegenwoordigers van 16 staten en 4 filantropische instellingen in Genève. Ze keuren het voorstel van Henri Dunant goed om verenigingen van vrijwillige hulpverleners op te richten. Deze datum kan beschouwd worden als de geboortedag van het Internationale Rode Kruis. Op 22 augustus 1864 werd het Rode Kruis officieel opgericht. Het Rode Kruis is een embleem dat volgens de Verdragen van Genève aan humanitaire en medische voertuigen en gebouwen bescherming biedt tegen militaire aanvallen. Het werd in 1864 vastgelegd tijdens de eerste Conventie van Genève. De oprichter van het Rode Kruis, de Zwitserse bankier Henri Dunant, heeft het symbool afgeleid van de Vlag van Zwitserland waarop een wit kruis op een rode achtergrond staat maar waarvan hij de kleuren verwisselde. Men noemt het symbool ook wel het "Kruis van Genève". In 1876 werd voor het eerst een Rode Halve Maan gebruikt in de Russisch-Turkse oorlog. De Rode Halve Maan werd later door verscheidene andere islamitische landen overgenomen, omdat het kruis er werd geassocieerd met de kruistochten en als christelijk symbool onaanvaardbaar bleek. In 1929 werd dit als tweede embleem door de Staten in de Verdragen van Genève erkend. Gebruik van het Rode Kruis Volgens de Verdragen van Genève mag het Rode Kruissymbool alleen voor de volgende zaken en personen worden gebruikt: faciliteiten voor de verzorging van gewonde en zieke militairen, militair medisch personeel en uitrusting, militaire geestelijke verzorgers het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen en de verschillende nationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen. Het gebruik van het Rode Kruisembleem is in Nederland beschermd door het Wetboek van Strafrecht (artikel 435c). Humanitair Oorlogsrecht Het Rode Kruis is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van het internationaal humanitair oorlogsrecht. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden door grondlegger Henri Dunant. Veel oorlogsrechtgerelateerde taken van het Rode Kruis zijn opgenomen in de Verdragen van Genève en de Aanvullende Protocollen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de bescherming van, en hulp aan, oorlogsslachtoffers. Ook bezoekt het Internationale Rode Kruis krijgsgevangen en gedetineerde burgers, om na te gaan of hun behandeling in overeenstemming is met het humanitair oorlogsrecht. Gesprekken met deze gevangenen vinden plaats onder vier ogen. Wanneer het Internationale Rode Kruis constateert dat schendingen van het humanitair oorlogsrecht in een land plaatsvinden, rapporteert het Internationale Rode Kruis dat aan de autoriteiten van dat land. Zulke rapporten zijn strikt vertrouwelijk. In uitzonderlijke situaties zoekt het Internationale Rode Kruis de publiciteit, als dit in het belang is van de gevangenen, om publiekelijk zorg te uiten over een bepaalde situatie. Een andere taak van het Rode Kruis is het voorkómen van schendingen van het humanitair oorlogsrecht en het opsporen en ondersteunen van oorlogsslachtoffers. Voor en tijdens conflicten dringt het Internationale Rode Kruis bij de strijdende partijen aan op naleving van het humanitair oorlogsrecht. Het Rode Kruis geeft ook onderwijs in het humanitair oorlogsrecht en bevordert onderzoek. De vereniging Het Nederlandse Rode Kruis is de Nederlandse nationale afdeling van het Internationale Rode Kruis. Nederland was op 22 augustus 1864 een van de medeondertekenaars van het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden bij de legers te velde in oorlogstijd. Op 19 juli 1867 tekende koning Willem III op Paleis Het Loo het Koninklijk Besluit no. 60, waarvan het eerste artikel luidt: “Er zal zijn eene Nederlandsche Vereeniging tot het verleenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog, hetzij Nederland er al dan niet in betrokken is.” Johan Hendrik Christiaan Basting (20 september 1817 - 24 september 1870) was een Nederlandse legerchirurg en een vriend van de oprichter van het Rode Kruis, Henri Dunant . Hij speelde een belangrijke rol tijdens de oprichting in 1863 van het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC), en vanaf dat jaar was hij een voorstander van de oprichting van een nationale vrijwillige hulporganisatie in Nederland, het Nederlandse Rode Kruis gevestigd in 1867. Oprichting van een nationale Rode Kruis in het Nederlands en zijn dood Eerder dat jaar, in april 1864, publiceerde Basting een folder met de titel Eene roepstem tot mijn vaderland: de hulpmaatschappijen tot zorg van zieken en gekwetsten waarin hij pleitte voor de oprichting van een nationale Rode Kruisvereniging in Nederland. In 1866 verhuisde Basting van Den Haag naar Bergen op Zoom . Ondanks de oproep van Basting en de steun die hij ontving van mensen als Henry CN Baron van Tuyll van Serooskerken en General Knoop, na een periode van vier jaar vertraging, op 19 juli 1867, verleende de Nederlandsche Vereeniging uiteindelijk door een Koninklijk Besluit hulp. aan zieke en gewonde krijgers in tijden van oorlog. Vanwege het in oorlogstijd te gebruiken beschermingsteken - een rood kruis op een wit oppervlak - werd de associatie al snel de Nederlandse Rode Kruis , maar officieel noemde de vereniging het pas na 1895. In 1868 heeft Basting met zijn boek De Nederlandsche Hulpkomités onder het Roode Kruis bijgedragen tot de oprichting en organisatie van lokale hulporganisaties van het Rode Kruis in Nederland . Hun werkkring in tijden van oorlog en vrede. Hij heeft dit ook zelf in praktijk gebracht door op 24 maart 1868 een hulpcomité van het Rode Kruis op te zetten in Bergen op Zoom. De doelstelling van de vereniging luidde: "In tijd van oorlog, het lot van den gekwetsten en zieken krijgsman door persoonlijke diensten en stoffelijke hulpmiddelen te helpen verzachten, ook dan, wanneer hare hulp wordt gevraagd door oorlogvoerende natiën, terwijl Nederland in den oorlog niet betrokken is; In tijd van vrede, zich uitsluitend tot die taak voor te bereiden, om daarvoor steeds gereed te zijn." De vereniging kreeg in 1896 de naam “Vereeniging Het Nederlandsche Roode Kruis”. Een van de constante factoren in de geschiedenis van het Nederlandse Rode Kruis is de voortdurende belangstelling van het Koninklijk Huis voor het Nederlandse Rode Kruis. Zo werd prins Hendrik voorzitter in 1909 en nam prinses Juliana na zijn dood in 1934 het stokje van hem over tot aan haar troonsbestijging in 1948. Ze bleef daarna wel beschermvrouwe. Sinds 2010 is prinses Margriet erevoorzitter van de vereniging. De vereniging werkt vanuit zeven grondbeginselen: menslievendheid, onpartijdigheid, neutraliteit, onafhankelijkheid, vrijwilligheid, eenheid en algemeenheid. Het Rode Kruis is strikt neutraal en opereert onafhankelijk van de overheid, kiest geen partij in conflicten en komt altijd op voor de belangen van slachtoffers. Helpende rol Het verlenen van noodhulp tijdens crisissituaties vloeit voort uit de zogeheten auxiliaire (hulpverlenende) rol van het Rode Kruis. Deze rol is vastgelegd in de Verdragen van Genève; voor het Koninkrijk der Nederlanden is deze hulpverleningsrol bovendien vastgelegd in een Koninklijk Besluit. In Nederland worden vijf mobilisatiediensten geleverd: Noodhulp, Burgerhulp (Ready2Help), Evenementenhulp, Eerste Hulp en Hulp bij zelfredzaamheid/preventie. Begin 2016 heeft een reorganisatie plaatsgevonden bij het Nederlandse Rode Kruis met betrekking tot het hulp verlenen bij rampen en calamiteiten. De zogeheten SIGMA-teams gingen vanaf 4 januari over in de noodhulpteams. De focus van deze nieuwe teams ligt op de zorg van de lichtgewonden om zo de professionele hulpdiensten te kunnen ontlasten, zodat zij zich op de zwaargewonden kunnen richten. Het Rode Kruis is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van het internationaal humanitair oorlogsrecht. Het Nederlandse Rode Kruis heeft een aparte afdeling die als hoofdtaak heeft het verspreiden van humanitair oorlogsrecht in Nederland. Dit gebeurt onder andere door het geven van voorlichting hierover aan militairen en publiek in het hele land. Verder houdt de afdeling zich bezig met alle andere aspecten van het humanitair oorlogsrecht en de bescherming van het Rode Kruis- embleem. Het Nederlandse Rode Kruis is actief betrokken bij internationale noodhulpverlening na rampen en conflicten. Tussen 1870 en 1940 werden zogenaamde Nederlandse Rode Kruis-ambulances ingezet in het buitenland bij oorlogen en epidemieën. Daarnaast heeft het Rode Kruis diverse taken op het terrein van opsporing van en contactherstel met familieleden die ook internationaal zijn vastgelegd.
Auteur: Time Life Pictures Bron:Library of Congress Prints & Photographs Division Washington Auteur: w:User:Julius.kusuma Auteur: Alexander Umbricht, 2004 Bron: Nederlandse Rode Kruis Foto: Peter van der Sluijs © Museum JoCas                            © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck,- Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” indien afwijkend zie tekst bij de foto

 Museum JoCas 

Rode Kruis

Het Rode Kruis is een wereldwijde hulpverleningsorganisatie waarvan de werking in zeven basisbeginselen is gegoten: menslievendheid, neutraliteit, onpartijdigheid, onafhankelijkheid, vrijwilligheid, eenheid en algemeenheid (ook wel universaliteit genoemd). Deze beginselen vormen de grondslag voor alles wat het Rode Kruis doet en worden weerspiegeld in alle acties van de vrijwilligers van het Rode Kruis. Het Rode Kruis is met bijna 100 miljoen leden, vrijwilligers en supporters en 189 nationale organisaties de grootste humanitaire organisatie in de wereld. De aanleiding van de oprichting van het Rode Kruis was de Slag van Solferino tussen enerzijds het leger van het Koninkrijk Sardinië en het Franse leger onder keizer Napoleon III en anderzijds het Oostenrijkse leger in 1859. Na de veldslag bleven 40.000 slachtoffers op het slagveld achter. Duizenden gewonden stierven, omdat er onvoldoende medische hulp kon worden geboden. Jean Henri Dunant (1828–1910), een Zwitserse bankier, kwam toevallig een dag na de veldslag aan in Solferino. Dunant was zo gechoqueerd over wat hij zag dat hij zelf het initiatief nam en de bevolking opriep, speciaal de vrouwen, om snel hulp te verlenen aan de gewonden en de zieken. Toen Dunant terugkeerde naar Genève, besloot hij een boek te schrijven over zijn ervaringen in Solferino. Dit boek, genaamd Un souvenir de Solferino (Een herinnering aan Solferino), werd gepubliceerd in 1862 op Dunants eigen kosten. In het boek beschreef hij zijn ervaringen van de veldslag en de omstandigheden daarna. Hij beschreef ook het idee om in de toekomst een neutrale organisatie op te richten, die de gewonden verzorgde als er een oorlog plaatsvond. Conferentie van Genève Op 29 oktober 1863 eindigt een conferentie van vertegenwoordigers van 16 staten en 4 filantropische instellingen in Genève. Ze keuren het voorstel van Henri Dunant goed om verenigingen van vrijwillige hulpverleners op te richten. Deze datum kan beschouwd worden als de geboortedag van het Internationale Rode Kruis. Op 22 augustus 1864 werd het Rode Kruis officieel opgericht. Het Rode Kruis is een embleem dat volgens de Verdragen van Genève aan humanitaire en medische voertuigen en gebouwen bescherming biedt tegen militaire aanvallen. Het werd in 1864 vastgelegd tijdens de eerste Conventie van Genève. De oprichter van het Rode Kruis, de Zwitserse bankier Henri Dunant, heeft het symbool afgeleid van de Vlag van Zwitserland waarop een wit kruis op een rode achtergrond staat maar waarvan hij de kleuren verwisselde. Men noemt het symbool ook wel het "Kruis van Genève". In 1876 werd voor het eerst een Rode Halve Maan gebruikt in de Russisch-Turkse oorlog. De Rode Halve Maan werd later door verscheidene andere islamitische landen overgenomen, omdat het kruis er werd geassocieerd met de kruistochten en als christelijk symbool onaanvaardbaar bleek. In 1929 werd dit als tweede embleem door de Staten in de Verdragen van Genève erkend. Gebruik van het Rode Kruis Volgens de Verdragen van Genève mag het Rode Kruissymbool alleen voor de volgende zaken en personen worden gebruikt: faciliteiten voor de verzorging van gewonde en zieke militairen, militair medisch personeel en uitrusting, militaire geestelijke verzorgers het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen en de verschillende nationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen. Het gebruik van het Rode Kruisembleem is in Nederland beschermd door het Wetboek van Strafrecht (artikel 435c). Humanitair Oorlogsrecht Het Rode Kruis is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van het internationaal humanitair oorlogsrecht. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden door grondlegger Henri Dunant. Veel oorlogsrechtgerelateerde taken van het Rode Kruis zijn opgenomen in de Verdragen van Genève en de Aanvullende Protocollen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de bescherming van, en hulp aan, oorlogsslachtoffers. Ook bezoekt het Internationale Rode Kruis krijgsgevangen en gedetineerde burgers, om na te gaan of hun behandeling in overeenstemming is met het humanitair oorlogsrecht. Gesprekken met deze gevangenen vinden plaats onder vier ogen. Wanneer het Internationale Rode Kruis constateert dat schendingen van het humanitair oorlogsrecht in een land plaatsvinden, rapporteert het Internationale Rode Kruis dat aan de autoriteiten van dat land. Zulke rapporten zijn strikt vertrouwelijk. In uitzonderlijke situaties zoekt het Internationale Rode Kruis de publiciteit, als dit in het belang is van de gevangenen, om publiekelijk zorg te uiten over een bepaalde situatie. Een andere taak van het Rode Kruis is het voorkómen van schendingen van het humanitair oorlogsrecht en het opsporen en ondersteunen van oorlogsslachtoffers. Voor en tijdens conflicten dringt het Internationale Rode Kruis bij de strijdende partijen aan op naleving van het humanitair oorlogsrecht. Het Rode Kruis geeft ook onderwijs in het humanitair oorlogsrecht en bevordert onderzoek. De vereniging Het Nederlandse Rode Kruis is de Nederlandse nationale afdeling van het Internationale Rode Kruis. Nederland was op 22 augustus 1864 een van de medeondertekenaars van het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden bij de legers te velde in oorlogstijd. Op 19 juli 1867 tekende koning Willem III op Paleis Het Loo het Koninklijk Besluit no. 60, waarvan het eerste artikel luidt: “Er zal zijn eene Nederlandsche Vereeniging tot het verleenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog, hetzij Nederland er al dan niet in betrokken is.” Johan Hendrik Christiaan Basting (20 september 1817 - 24 september 1870) was een Nederlandse legerchirurg en een vriend van de oprichter van het Rode Kruis, Henri Dunant . Hij speelde een belangrijke rol tijdens de oprichting in 1863 van het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC), en vanaf dat jaar was hij een voorstander van de oprichting van een nationale vrijwillige hulporganisatie in Nederland, het Nederlandse Rode Kruis gevestigd in 1867. Oprichting van een nationale Rode Kruis in het Nederlands en zijn dood Eerder dat jaar, in april 1864, publiceerde Basting een folder met de titel Eene roepstem tot mijn vaderland: de hulpmaatschappijen tot zorg van zieken en gekwetsten waarin hij pleitte voor de oprichting van een nationale Rode Kruisvereniging in Nederland. In 1866 verhuisde Basting van Den Haag naar Bergen op Zoom . Ondanks de oproep van Basting en de steun die hij ontving van mensen als Henry CN Baron van Tuyll van Serooskerken en General Knoop, na een periode van vier jaar vertraging, op 19 juli 1867, verleende de Nederlandsche Vereeniging uiteindelijk door een Koninklijk Besluit hulp. aan zieke en gewonde krijgers in tijden van oorlog. Vanwege het in oorlogstijd te gebruiken beschermingsteken - een rood kruis op een wit oppervlak - werd de associatie al snel de Nederlandse Rode Kruis , maar officieel noemde de vereniging het pas na 1895. In 1868 heeft Basting met zijn boek De Nederlandsche Hulpkomités onder het Roode Kruis bijgedragen tot de oprichting en organisatie van lokale hulporganisaties van het Rode Kruis in Nederland . Hun werkkring in tijden van oorlog en vrede. Hij heeft dit ook zelf in praktijk gebracht door op 24 maart 1868 een hulpcomité van het Rode Kruis op te zetten in Bergen op Zoom. De doelstelling van de vereniging luidde: "In tijd van oorlog, het lot van den gekwetsten en zieken krijgsman door persoonlijke diensten en stoffelijke hulpmiddelen te helpen verzachten, ook dan, wanneer hare hulp wordt gevraagd door oorlogvoerende natiën, terwijl Nederland in den oorlog niet betrokken is; In tijd van vrede, zich uitsluitend tot die taak voor te bereiden, om daarvoor steeds gereed te zijn." De vereniging kreeg in 1896 de naam “Vereeniging Het Nederlandsche Roode Kruis”. Een van de constante factoren in de geschiedenis van het Nederlandse Rode Kruis is de voortdurende belangstelling van het Koninklijk Huis voor het Nederlandse Rode Kruis. Zo werd prins Hendrik voorzitter in 1909 en nam prinses Juliana na zijn dood in 1934 het stokje van hem over tot aan haar troonsbestijging in 1948. Ze bleef daarna wel beschermvrouwe. Sinds 2010 is prinses Margriet erevoorzitter van de vereniging. De vereniging werkt vanuit zeven grondbeginselen: menslievendheid, onpartijdigheid, neutraliteit, onafhankelijkheid, vrijwilligheid, eenheid en algemeenheid. Het Rode Kruis is strikt neutraal en opereert onafhankelijk van de overheid, kiest geen partij in conflicten en komt altijd op voor de belangen van slachtoffers. Helpende rol Het verlenen van noodhulp tijdens crisissituaties vloeit voort uit de zogeheten auxiliaire (hulpverlenende) rol van het Rode Kruis. Deze rol is vastgelegd in de Verdragen van Genève; voor het Koninkrijk der Nederlanden is deze hulpverleningsrol bovendien vastgelegd in een Koninklijk Besluit. In Nederland worden vijf mobilisatiediensten geleverd: Noodhulp, Burgerhulp (Ready2Help), Evenementenhulp, Eerste Hulp en Hulp bij zelfredzaamheid/preventie. Begin 2016 heeft een reorganisatie plaatsgevonden bij het Nederlandse Rode Kruis met betrekking tot het hulp verlenen bij rampen en calamiteiten. De zogeheten SIGMA-teams gingen vanaf 4 januari over in de noodhulpteams. De focus van deze nieuwe teams ligt op de zorg van de lichtgewonden om zo de professionele hulpdiensten te kunnen ontlasten, zodat zij zich op de zwaargewonden kunnen richten. Het Rode Kruis is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van het internationaal humanitair oorlogsrecht. Het Nederlandse Rode Kruis heeft een aparte afdeling die als hoofdtaak heeft het verspreiden van humanitair oorlogsrecht in Nederland. Dit gebeurt onder andere door het geven van voorlichting hierover aan militairen en publiek in het hele land. Verder houdt de afdeling zich bezig met alle andere aspecten van het humanitair oorlogsrecht en de bescherming van het Rode Kruis-embleem. Het Nederlandse Rode Kruis is actief betrokken bij internationale noodhulpverlening na rampen en conflicten. Tussen 1870 en 1940 werden zogenaamde Nederlandse Rode Kruis- ambulances ingezet in het buitenland bij oorlogen en epidemieën. Daarnaast heeft het Rode Kruis diverse taken op het terrein van opsporing van en contactherstel met familieleden die ook internationaal zijn vastgelegd.
Auteur: Time Life Pictures Bron:Library of Congress Prints & Photographs Division Washington Auteur: w:User:Julius.kusuma Auteur: Alexander Umbricht, 2004 Bron: Nederlandse Rode Kruis Foto: Peter van der Sluijs

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info