© Museum JoCas                            © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck,- Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” indien afwijkend zie tekst bij de foto Museum JoCas

Politie

De politie in Nederland (Nationale Politie) is een politiedienst, belast met het handhaven van de wetten van Nederland, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie. Een en ander is geregeld in de Wet van 12 juli 2012 tot vaststelling van een nieuwe Politiewet (Politiewet 2012). Geschiedenis Van eind 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie. Gemeentelijke politiekorpsen bestonden in de gemeenten met 25.000 of meer inwoners. De burgemeester was daar zowel verantwoordelijk voor de openbare orde als voor het beheer van de politie (onder toezicht van de gemeenteraad). In de kleinere gemeenten werd het politiewerk gedaan door de rijkspolitie, die daarnaast een aantal landelijke diensten omvatte. Van 1993 tot 2013 was de politie in Nederland opgedeeld in 25 regiokorpsen en een Korps landelijke politiediensten (KLPD). Met de Politiewet 1993, die officieel inging op 1 april 1994, werd de oude scheiding in grote en kleine gemeenten opgeheven. De gemeentepolitiekorpsen en de regionale districten van de rijkspolitie werden samengevoegd tot 25 regiokorpsen. Naast de regiokorpsen was er het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Vorming van nationale politie In april 2011 maakte het kort ervoor opgerichte Ministerie van Veiligheid en Justitie (met Ivo Opstelten als bewindsman) plannen bekend om het politiebestel geheel om te gooien. Uiteindelijk trad op 1 januari 2013 de Politiewet 2012 in werking. Deze bepaalde dat alle 26 politiekorpsen (25 regiokorpsen en de KLPD) opgingen in één nationaal politiekorps, met een hoofdkantoor in Den Haag en verdeeld in tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum, onder een eenhoofdige leiding. Dit zou bureaucratie en 'bestuurlijke drukte' moeten verminderen en moeten leiden tot effectievere opsporing. In de praktijk kostte de vorming van het nationale korps nog verscheidene jaren. Een groot aantal politieambtenaren moest naar een nieuwe functie solliciteren omdat de oude functie werd opgeheven. De verwachte einddatum voor de reorganisatie moest in 2015 worden verschoven naar 2018. Ook kostte de operatie twee keer zoveel geld als verwacht. Vakbonden uitten kritiek vanwege de overmatige onzekerheid waarmee de agenten kampten in deze periode, wat zich ook uitte in een hoger ziekteverzuim. Organisatie Het landelijk politiekorps bestaat uit tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum. Het hoofdkantoor van de Nationale Politie is gevestigd in Den Haag. In geval van een crisis wordt met de brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de betreffende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten. De politie valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het bevoegd gezag ter plaatse wordt gevormd door de burgemeester van de betreffende gemeente (waar het gaat om de openbare orde en veiligheid) en de (hoofd)officier van justitie (waar het gaat om onderzoek en opsporing). Naast de tien regionale eenheden is de Landelijke Eenheid (LE) gevormd. Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) vormde daarvan de basis. Ambtenaren van politie Artikel 2, eerste lid onder a. betreft ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering regelt dat deze met de opsporing van strafbare feiten zijn belast. Ze zijn algemeen opsporingsambtenaar en hebben een politierang. Artikel 2, eerste lid onder b. betreft ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie. Deze kunnen al of niet buitengewoon opsporingsambtenaar (boa, in dit geval politieboa) zijn. Wie bij de politie gaat werken wordt eerst onderworpen aan een Betrouwbaarheids- en geschiktheidonderzoek (bgo). Dit wordt uitgevoerd door de afdeling Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) en duurt maximaal 8 weken. Hierbij wordt met name gekeken naar gedragingen die strafrechtelijk vervolgbaar zijn, gedragingen die in strijd zijn met de normen, waarden en regels van de politie en naar andersoortig ongewenst gedrag dat door de politie is geregistreerd. De omvang van dit onderzoek is afhankelijk van de mate van vertrouwelijkheid van iemands toekomstige functie. In artikel 3 van de Politiewet 2012 staat beschreven wat de taken van de politie zijn: De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In de praktijk wordt dit uitgesplitst in vier hoofdtaken: Preventie (het voorkomen van overtredingen en misdrijven) Opsporen van misdrijven en overtredingen Handhaving van de rechtsorde Hulpverlening Binnen de politie zijn verschillende afdelingen met een deel van deze hoofdtaken bezig. Operationeel ondersteunende taken Naast de basispolitiezorg en de specialistische taken zijn er diensten die ondersteunend werken voor zowel de basispolitiezorg als de specialistische diensten. Voorbeelden van operationeel ondersteunende diensten zijn de dienst levende have politie (paarden en honden), de Mobiele Eenheid (ME, oproerpolitie), het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam (gewoonlijk aangeduid als arrestatieteam) en het observatieteam. Bevoegdheden De opsporingsbevoegdheden van de politie zijn aan regels gebonden en bij de Wet geregeld, zoals bv in de Politiewet 2012, de Wet wapens en munitie, de Opiumwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor heeft een agent bevoegdheden die andere burgers niet hebben, zoals staandehouding, aanhouding (overigens in geval van heterdaad wel toegestaan aan burgers), inbeslagname, inzage in ID vorderen etc. Daarnaast heeft de politie het geweldsmonopolie: de bevoegdheid om indien nodig geweld te gebruiken. Ook dit is aan wettelijke regels gebonden. De politie kan net als de andere hulpdiensten met optische en geluidssignalen rijden. Het betreffende voertuig wordt hierdoor een voorrangsvoertuig. Meldkamer De meldkamer van de politie is onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer van de betreffende veiligheidsregio. De primaire taak van de politiemeldkamer is het aannemen en uitzetten van meldingen en het verzorgen van opschaling. Deze meldingen kunnen via diverse informatielijnen de meldkamer bereiken; zoals via de alarmcentrale 112, het landelijke politienummer 0900-8844, overige hulpdiensten (brandweer en ambulance bijvoorbeeld), eenheden op straat en overige partners (particuliere alarmcentrales, Rijkswaterstaat, gemeenten, etc.). Er is ook een nummer, de opsporingstiplijn, waar een persoon een tip omtrent een misdrijf kan doorgeven. Het telefoonnummer van deze tiplijn is 0800-6070. Als de persoon niet zijn naam wil noemen (wat verplicht is bij de gewone tiplijn), kan hij Meld Misdaad Anoniem bellen. Het telefoonnummer van Meld Misdaad Anoniem is 0800-7000. (Meld Misdaad Anoniem is eigenlijk geen politieonderdeel, maar de politie maakt er wel veel gebruik van.) Hulpverlening De hulpverlening die de politie biedt is niet alomvattend en beperkt zich tot gevallen die dringend zijn en waarbij op dat moment geen ander specialistisch bedrijf of instantie beschikbaar is. Het betreft meestal de eerste opvang in noodsituaties, waarna wordt doorverwezen naar andere partijen die primair zijn aangewezen om op een bepaald terrein hulpverlening te bieden. Dit zijn bijvoorbeeld: de verslavingszorg bijvoorbeeld het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs, Novadic-Kentron; de Geestelijke Gezondheidszorg (bijvoorbeeld bij mensen die zelfmoord willen plegen of een gevaar zijn voor anderen); de Reclassering Nederland; de Jeugdreclassering; de Raad voor de Kinderbescherming; maatschappelijk werk (bijvoorbeeld bij huiselijk geweld). Het eigen zorgkader (familie of vrienden) van een persoon. De historie van de politie kent een lange en intensieve geschiedenis. Compact en heel goed leesbaar kun je hiervoor uitstekend online terecht bij het “PIT Veiligheidsmuseum” in Almere: https://www.pitveiligheid.nl/nl/search?utf8=%E2%9C%93&q=geschiedenis+politie&commit=Zoeken  PIT Veiligheidsmuseum valt onder de stichting Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI). Het NVI is het platform voor historisch erfgoed dat betrekking heeft op veiligheid en hulpverlening in Nederland. Je kunt ook op bezoek https://www.pitveiligheid.nl/plan-je-bezoek 
Foto: Jan Goedeljee, ca. 1880 Rijksoverheid Foto: Frans Meijer Foto: Mauritsvink Foto: Peter van der Sluijs Foto: Alf van Beem

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Politie

De politie in Nederland (Nationale Politie) is een politiedienst, belast met het handhaven van de wetten van Nederland, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie. Een en ander is geregeld in de Wet van 12 juli 2012 tot vaststelling van een nieuwe Politiewet (Politiewet 2012). Geschiedenis Van eind 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie. Gemeentelijke politiekorpsen bestonden in de gemeenten met 25.000 of meer inwoners. De burgemeester was daar zowel verantwoordelijk voor de openbare orde als voor het beheer van de politie (onder toezicht van de gemeenteraad). In de kleinere gemeenten werd het politiewerk gedaan door de rijkspolitie, die daarnaast een aantal landelijke diensten omvatte. Van 1993 tot 2013 was de politie in Nederland opgedeeld in 25 regiokorpsen en een Korps landelijke politiediensten (KLPD). Met de Politiewet 1993, die officieel inging op 1 april 1994, werd de oude scheiding in grote en kleine gemeenten opgeheven. De gemeentepolitiekorpsen en de regionale districten van de rijkspolitie werden samengevoegd tot 25 regiokorpsen. Naast de regiokorpsen was er het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Vorming van nationale politie In april 2011 maakte het kort ervoor opgerichte Ministerie van Veiligheid en Justitie (met Ivo Opstelten als bewindsman) plannen bekend om het politiebestel geheel om te gooien. Uiteindelijk trad op 1 januari 2013 de Politiewet 2012 in werking. Deze bepaalde dat alle 26 politiekorpsen (25 regiokorpsen en de KLPD) opgingen in één nationaal politiekorps, met een hoofdkantoor in Den Haag en verdeeld in tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum, onder een eenhoofdige leiding. Dit zou bureaucratie en 'bestuurlijke drukte' moeten verminderen en moeten leiden tot effectievere opsporing. In de praktijk kostte de vorming van het nationale korps nog verscheidene jaren. Een groot aantal politieambtenaren moest naar een nieuwe functie solliciteren omdat de oude functie werd opgeheven. De verwachte einddatum voor de reorganisatie moest in 2015 worden verschoven naar 2018. Ook kostte de operatie twee keer zoveel geld als verwacht. Vakbonden uitten kritiek vanwege de overmatige onzekerheid waarmee de agenten kampten in deze periode, wat zich ook uitte in een hoger ziekteverzuim. Organisatie Het landelijk politiekorps bestaat uit tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum. Het hoofdkantoor van de Nationale Politie is gevestigd in Den Haag. In geval van een crisis wordt met de brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de betreffende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten. De politie valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het bevoegd gezag ter plaatse wordt gevormd door de burgemeester van de betreffende gemeente (waar het gaat om de openbare orde en veiligheid) en de (hoofd)officier van justitie (waar het gaat om onderzoek en opsporing). Naast de tien regionale eenheden is de Landelijke Eenheid (LE) gevormd. Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) vormde daarvan de basis. Ambtenaren van politie Artikel 2, eerste lid onder a. betreft ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering regelt dat deze met de opsporing van strafbare feiten zijn belast. Ze zijn algemeen opsporingsambtenaar en hebben een politierang. Artikel 2, eerste lid onder b. betreft ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie. Deze kunnen al of niet buitengewoon opsporingsambtenaar (boa, in dit geval politieboa) zijn. Wie bij de politie gaat werken wordt eerst onderworpen aan een Betrouwbaarheids- en geschiktheidonderzoek (bgo). Dit wordt uitgevoerd door de afdeling Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) en duurt maximaal 8 weken. Hierbij wordt met name gekeken naar gedragingen die strafrechtelijk vervolgbaar zijn, gedragingen die in strijd zijn met de normen, waarden en regels van de politie en naar andersoortig ongewenst gedrag dat door de politie is geregistreerd. De omvang van dit onderzoek is afhankelijk van de mate van vertrouwelijkheid van iemands toekomstige functie. In artikel 3 van de Politiewet 2012 staat beschreven wat de taken van de politie zijn: De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In de praktijk wordt dit uitgesplitst in vier hoofdtaken: Preventie (het voorkomen van overtredingen en misdrijven) Opsporen van misdrijven en overtredingen Handhaving van de rechtsorde Hulpverlening Binnen de politie zijn verschillende afdelingen met een deel van deze hoofdtaken bezig. Operationeel ondersteunende taken Naast de basispolitiezorg en de specialistische taken zijn er diensten die ondersteunend werken voor zowel de basispolitiezorg als de specialistische diensten. Voorbeelden van operationeel ondersteunende diensten zijn de dienst levende have politie (paarden en honden), de Mobiele Eenheid (ME, oproerpolitie), het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam (gewoonlijk aangeduid als arrestatieteam) en het observatieteam. Bevoegdheden De opsporingsbevoegdheden van de politie zijn aan regels gebonden en bij de Wet geregeld, zoals bv in de Politiewet 2012, de Wet wapens en munitie, de Opiumwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor heeft een agent bevoegdheden die andere burgers niet hebben, zoals staandehouding, aanhouding (overigens in geval van heterdaad wel toegestaan aan burgers), inbeslagname, inzage in ID vorderen etc. Daarnaast heeft de politie het geweldsmonopolie: de bevoegdheid om indien nodig geweld te gebruiken. Ook dit is aan wettelijke regels gebonden. De politie kan net als de andere hulpdiensten met optische en geluidssignalen rijden. Het betreffende voertuig wordt hierdoor een voorrangsvoertuig. Meldkamer De meldkamer van de politie is onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer van de betreffende veiligheidsregio. De primaire taak van de politiemeldkamer is het aannemen en uitzetten van meldingen en het verzorgen van opschaling. Deze meldingen kunnen via diverse informatielijnen de meldkamer bereiken; zoals via de alarmcentrale 112, het landelijke politienummer 0900-8844, overige hulpdiensten (brandweer en ambulance bijvoorbeeld), eenheden op straat en overige partners (particuliere alarmcentrales, Rijkswaterstaat, gemeenten, etc.). Er is ook een nummer, de opsporingstiplijn, waar een persoon een tip omtrent een misdrijf kan doorgeven. Het telefoonnummer van deze tiplijn is 0800-6070. Als de persoon niet zijn naam wil noemen (wat verplicht is bij de gewone tiplijn), kan hij Meld Misdaad Anoniem bellen. Het telefoonnummer van Meld Misdaad Anoniem is 0800-7000. (Meld Misdaad Anoniem is eigenlijk geen politieonderdeel, maar de politie maakt er wel veel gebruik van.) Hulpverlening De hulpverlening die de politie biedt is niet alomvattend en beperkt zich tot gevallen die dringend zijn en waarbij op dat moment geen ander specialistisch bedrijf of instantie beschikbaar is. Het betreft meestal de eerste opvang in noodsituaties, waarna wordt doorverwezen naar andere partijen die primair zijn aangewezen om op een bepaald terrein hulpverlening te bieden. Dit zijn bijvoorbeeld: de verslavingszorg bijvoorbeeld het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs, Novadic-Kentron; de Geestelijke Gezondheidszorg (bijvoorbeeld bij mensen die zelfmoord willen plegen of een gevaar zijn voor anderen); de Reclassering Nederland; de Jeugdreclassering; de Raad voor de Kinderbescherming; maatschappelijk werk (bijvoorbeeld bij huiselijk geweld). Het eigen zorgkader (familie of vrienden) van een persoon. De historie van de politie kent een lange en intensieve geschiedenis. Compact en heel goed leesbaar kun je hiervoor uitstekend online terecht bij het “PIT Veiligheidsmuseum” in Almere: https://www.pitveiligheid.nl/nl/search?utf8=%E2% 9C%93&q=geschiedenis+politie&commit=Zoek en  PIT Veiligheidsmuseum valt onder de stichting Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI). Het NVI is het platform voor historisch erfgoed dat betrekking heeft op veiligheid en hulpverlening in Nederland. Je kunt ook op bezoek https://www.pitveiligheid.nl/plan-je-bezoek 
Foto: Jan Goedeljee, ca. 1880 Rijksoverheid Foto: Frans Meijer Foto: Mauritsvink Foto: Peter van der Sluijs Foto: Alf van Beem