Museum JoCas

Dierenpolitie

De dierenpolitie is een speciale afdeling van de Nederlandse politie die optreedt bij dierenmishandeling, hulp verleent en probeert dierenleed te voorkomen. Geschiedenis Politiek: In het gedoogakkoord van 30 september 2010 tussen de VVD, het CDA en de PVV werd afgesproken dat er 500 zogenoemde animal cops zouden worden aangesteld. "Dierenmishandeling wordt harder aangepakt, onder meer door 500 animal cops (dierenpolitie)", aldus het akkoord. Deze aankondiging wekte commotie, zo reageerde korpschef Bernard Welten van Amsterdam met de voorspelling dat de tijd van de 'caviapolitie' — zoals hij de dierenpolitie smalend betitelde — ten koste zou gaan van de tijd van echt politiewerk. Geert Wilders stelde bij bekendmaking van het plan voor de animal cops in 2008: "Een puppy die wordt doodgetrapt, een schaap dat in de wei wordt geslacht of verkrachte paarden en pony's, er zijn genoeg voorbeelden die een strenge en professionele aanpak rechtvaardigen". De Partij voor de Dieren vond het initiatief van de animal cops in 2010 een van de weinige lichtpuntjes in het regeer- en gedoogakkoord, maar vreesde dat de inkrimping van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en Algemene Inspectiedienst dieren in de intensieve veehouderij zeer zal benadelen. In juni 2011 vond Marianne Thieme het niet meer nuttig om mee te praten over de vormgeving van de dierenpolitie, omdat ondertussen was gebleken dat de animal cops niet onder het ministerie van landbouw gingen vallen. Algemeen wordt aangenomen dat Dion Graus, PVV-Kamerlid en dierenvriend, achter de animalcops-concessie in het gedoogakkoord zit. Dagblad De Pers berichtte in oktober 2011 dat de dierenpolitie niet aan het werk gaat in de agrarische sector — dat blijft het domein van de inspectiediensten — en dat in de opleiding van de dierenpolitie nauwelijks aandacht wordt besteed aan dierenwelzijn. Verder bleek uit de door De Pers in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur opgevraagde informatie dat de PVV-Kamerleden persoonlijk achter de opleidingsplannen van het ministerie van Justitie zaten. Aan de politieke samenwerking tussen regeringspartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV kwam op 21 april 2012 een eind en twee dagen later viel het kabinet-Rutte I. Kort daarop, op 26 april, werd het zogeheten Lenteakkoord gesloten tussen de twee regeringspartijen en D66, GroenLinks en ChristenUnie. Hierin werd het plan voor een dierenpolitie gedeeltelijk teruggedraaid. De reeds,ongeveer 180 opgeleide politiemensen worden thans volledig ingezet als dierenpolitie. Nieuw personeel krijgt de mogelijkheid om naast het gewone politiewerk een gedeelte van hun werktijd in te zetten voor dierenwelzijn (taakaccent). Het ingestelde Meldpunt dierenleed 144 bleef gewoon bestaan. Heden De overheid pakt dierenmishandeling en dierenverwaarlozing harder aan. Daarom werken bij de politie zogeheten Taakaccenthouders handhaving dierenwelzijn en opsporing dierenleed. In de volksmond worden deze agenten ook wel de dierenpolitie genoemd. Deze agenten treden op tegen mishandelaars van dieren, verlenen hulp en proberen dierenleed te voorkomen. Bent u getuige van een dier in nood door een ongeluk, of wordt u geconfronteerd met mishandeling of verwaarlozing van dieren? Neem dan contact op met het centrale meldpunt 144. Wat doet de dierenpolitie? De dierenpolitie treedt op tegen mensen die dieren verwaarlozen en/of mishandelen, verleent hulp, en probeert dierenleed te voorkomen. De dierenpolitie werkt samen met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren (Dierenbescherming). Afhankelijk van wat u meldt, wordt de dierenpolitie, de Dierenbescherming of de NVWA ingeschakeld. Wanneer komt de dierenpolitie in actie? De dierenagenten behandelen onder andere meldingen over gezelschapsdieren en hobbymatig gehouden landbouwhuisdieren, waarbij sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Meldingen worden zowel zelfstandig als in samenwerking met één van bovengenoemde partners afgehandeld. De dierenagenten treden onder andere op tegen: dierenmishandeling; dierenverwaarlozing; ontuchtige handelingen met dieren en dierenporno; doden of mishandelen van een dier van een ander; aanhitsen van een dier; stroperij (wild/vis) en verstoren van nesten. Wat voor opleiding volgen de dierenagenten? Taakaccenthouders volgen een opleiding tot agent. Zij specialiseren zich met de opleiding ‘Opsporing en handhaving in het kader van dierenwelzijn’. Tijdens hun opleiding leren zij: de wet- en regelgeving met betrekking tot dieren; dierenleed te herkennen; wat de bevoegdheden van de dierenpolitie zijn; hoe ze dieren in beslag kunnen nemen; hoe ze moeten rapporteren over dierenmishandeling (zoals een proces-verbaal opstellen). Welke straffen zijn er voor dierenmishandeling of dierenverwaarlozing? De maximale gevangenisstraf voor het mishandelen of verwaarlozen van een dier is drie jaar of een maximale geldboete van € 19.500. Op basis van artikel 14c, lid 2 sub 5 Sr kan de rechter bij een voorwaardelijke veroordeling als bijzondere voorwaarde het verbod op het houden van één of meer dieren stellen. Wat doet de overheid nog meer tegen dierenleed? Er is één landelijk meldpunt voor hulp aan dieren in nood: het meldpunt 144. Meldpunt 144 neemt uw melding aan en zorgt voor de coördinatie daarvan naar de verschillende uitvoerende instanties. Dit kan de (dieren)politie zijn, maar ook de NVWA of de Dierenbescherming. Wat kan ik melden bij 144? Dieren in acute nood en/of gewonde dieren. Ziet u een (gewond) dier in nood, bel dan meteen 144. Ook wanneer een dier een gevaar voor zichzelf en de veiligheid van mensen oplevert, belt u met 144.
Foto: Cor Bastinck © Museum JoCas                            © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck,- Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” indien afwijkend zie tekst bij de foto

 Museum JoCas 

Dierenpolitie

De dierenpolitie is een speciale afdeling van de Nederlandse politie die optreedt bij dierenmishandeling, hulp verleent en probeert dierenleed te voorkomen. Geschiedenis Politiek: In het gedoogakkoord van 30 september 2010 tussen de VVD, het CDA en de PVV werd afgesproken dat er 500 zogenoemde animal cops zouden worden aangesteld. "Dierenmishandeling wordt harder aangepakt, onder meer door 500 animal cops (dierenpolitie)", aldus het akkoord. Deze aankondiging wekte commotie, zo reageerde korpschef Bernard Welten van Amsterdam met de voorspelling dat de tijd van de 'caviapolitie' — zoals hij de dierenpolitie smalend betitelde — ten koste zou gaan van de tijd van echt politiewerk. Geert Wilders stelde bij bekendmaking van het plan voor de animal cops in 2008: "Een puppy die wordt doodgetrapt, een schaap dat in de wei wordt geslacht of verkrachte paarden en pony's, er zijn genoeg voorbeelden die een strenge en professionele aanpak rechtvaardigen". De Partij voor de Dieren vond het initiatief van de animal cops in 2010 een van de weinige lichtpuntjes in het regeer- en gedoogakkoord, maar vreesde dat de inkrimping van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en Algemene Inspectiedienst dieren in de intensieve veehouderij zeer zal benadelen. In juni 2011 vond Marianne Thieme het niet meer nuttig om mee te praten over de vormgeving van de dierenpolitie, omdat ondertussen was gebleken dat de animal cops niet onder het ministerie van landbouw gingen vallen. Algemeen wordt aangenomen dat Dion Graus, PVV-Kamerlid en dierenvriend, achter de animalcops-concessie in het gedoogakkoord zit. Dagblad De Pers berichtte in oktober 2011 dat de dierenpolitie niet aan het werk gaat in de agrarische sector — dat blijft het domein van de inspectiediensten — en dat in de opleiding van de dierenpolitie nauwelijks aandacht wordt besteed aan dierenwelzijn. Verder bleek uit de door De Pers in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur opgevraagde informatie dat de PVV- Kamerleden persoonlijk achter de opleidingsplannen van het ministerie van Justitie zaten. Aan de politieke samenwerking tussen regeringspartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV kwam op 21 april 2012 een eind en twee dagen later viel het kabinet-Rutte I. Kort daarop, op 26 april, werd het zogeheten Lenteakkoord gesloten tussen de twee regeringspartijen en D66, GroenLinks en ChristenUnie. Hierin werd het plan voor een dierenpolitie gedeeltelijk teruggedraaid. De reeds,ongeveer 180 opgeleide politiemensen worden thans volledig ingezet als dierenpolitie. Nieuw personeel krijgt de mogelijkheid om naast het gewone politiewerk een gedeelte van hun werktijd in te zetten voor dierenwelzijn (taakaccent). Het ingestelde Meldpunt dierenleed 144 bleef gewoon bestaan. Heden De overheid pakt dierenmishandeling en dierenverwaarlozing harder aan. Daarom werken bij de politie zogeheten Taakaccenthouders handhaving dierenwelzijn en opsporing dierenleed. In de volksmond worden deze agenten ook wel de dierenpolitie genoemd. Deze agenten treden op tegen mishandelaars van dieren, verlenen hulp en proberen dierenleed te voorkomen. Bent u getuige van een dier in nood door een ongeluk, of wordt u geconfronteerd met mishandeling of verwaarlozing van dieren? Neem dan contact op met het centrale meldpunt 144. Wat doet de dierenpolitie? De dierenpolitie treedt op tegen mensen die dieren verwaarlozen en/of mishandelen, verleent hulp, en probeert dierenleed te voorkomen. De dierenpolitie werkt samen met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID)  en de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren (Dierenbescherming). Afhankelijk van wat u meldt, wordt de dierenpolitie, de Dierenbescherming of de NVWA ingeschakeld. Wanneer komt de dierenpolitie in actie? De dierenagenten behandelen onder andere meldingen over gezelschapsdieren en hobbymatig gehouden landbouwhuisdieren, waarbij sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Meldingen worden zowel zelfstandig als in samenwerking met één van bovengenoemde partners afgehandeld. De dierenagenten treden onder andere op tegen: dierenmishandeling; dierenverwaarlozing; ontuchtige handelingen met dieren en dierenporno; doden of mishandelen van een dier van een ander; aanhitsen van een dier; stroperij (wild/vis) en verstoren van nesten. Wat voor opleiding volgen de dierenagenten? Taakaccenthouders volgen een opleiding tot agent. Zij specialiseren zich met de opleiding ‘Opsporing en handhaving in het kader van dierenwelzijn’. Tijdens hun opleiding leren zij: de wet- en regelgeving met betrekking tot dieren; dierenleed te herkennen; wat de bevoegdheden van de dierenpolitie zijn; hoe ze dieren in beslag kunnen nemen; hoe ze moeten rapporteren over dierenmishandeling (zoals een proces-verbaal opstellen). Welke straffen zijn er voor dierenmishandeling of dierenverwaarlozing? De maximale gevangenisstraf voor het mishandelen of verwaarlozen van een dier is drie jaar of een maximale geldboete van € 19.500. Op basis van artikel 14c, lid 2 sub 5 Sr kan de rechter bij een voorwaardelijke veroordeling als bijzondere voorwaarde het verbod op het houden van één of meer dieren stellen. Wat doet de overheid nog meer tegen dierenleed? Er is één landelijk meldpunt voor hulp aan dieren in nood: het meldpunt 144. Meldpunt 144 neemt uw melding aan en zorgt voor de coördinatie daarvan naar de verschillende uitvoerende instanties. Dit kan de (dieren)politie zijn, maar ook de NVWA of de Dierenbescherming. Wat kan ik melden bij 144? Dieren in acute nood en/of gewonde dieren. Ziet u een (gewond) dier in nood, bel dan meteen 144. Ook wanneer een dier een gevaar voor zichzelf en de veiligheid van mensen oplevert, belt u met 144.
Foto: Cor Bastinck

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info