© Museum JoCas                            © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck,- Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” indien afwijkend zie tekst bij de foto Museum JoCas

Brandweer

De brandweer is de instantie die zich bezighoudt met het redden van mens en dier en het voorkomen en bestrijden van brand en het verlenen van hulp bij ongevallen. Tot haar taken behoren ook voorlichting, controle op preventieve maatregelen, brandbestrijding en rampenbestrijding. De Nederlandse brandweer beschikt over een wagenpark dat vuurrood van kleur is (kleurcode RAL 3000). Daarnaast zijn de voertuigen voorzien van BZK-striping (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), die in het leven is geroepen om de herkenbaarheid van de verschillende hulpverleningsdiensten te vergroten. De voertuigen van de brandweer zijn uitgerust met blauw zwaailicht en tweetonige hoorn. Organisatie De brandbestrijding is in Nederland van oudsher een taak van de gemeentebesturen. Dit is in Nederland dan ook laatstelijk vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's (Wvr) van 2010. Op deze manier kunnen ze bepaalde taken efficiënter uitvoeren. Regionale brandweren richten zich primair op de voorbereiding van de rampenbestrijding, en kunnen bij grote incidenten en rampen snel over voldoende mensen en middelen beschikken. In Nederland is de totale brandweerzorg én crisisbeheersing namens de gemeentelijke besturen via de 25 veiligheidsregio’s georganiseerd en bestaan er geen gemeentelijke brandweerkorpsen meer. Structuur De brandweer heeft een strakke, hiërarchische commandostructuur. Dit stelt een brandweerkorps in staat om daadkrachtig en georganiseerd op te treden en samen te werken met andere brandweerkorpsen of met andere instanties zoals politie en ambulancedienst. De overheidsbrandweer was voorheen per gemeente georganiseerd. Een gemeente had een afdeling brandweer die deze taak uitvoerde. Per 1 januari 2014 zijn alle brandweerkorpsen verplicht om in regionaal verband samen te werken. Deze verplichting komt voort uit de wet op de veiligheidsregio's. De brandweer is sindsdien per veiligheidsregio georganiseerd en de brandweerlieden zijn in dienst van de veiligheidsregio. De gemeente heeft dan alleen nog een bestuurlijke taak en blijft verantwoordelijk voor de brandweerzorg. Alarmnummer In Nederland, en het grootste deel van Europa is 112 het alarmnummer voor de hulpdiensten waaronder de brandweer. De brandweerman/-vrouw Lange tijd werd het brandweervak nagenoeg uitsluitend door mannen uitgeoefend. Vooral de laatste decennia is daar verandering in gekomen en maken ook vrouwen deel uit van de korpsen. Het beroep brandweerman/vrouw kennen we in twee verbanden: vrijwilliger en beroeps. Brandweerman/vrouw is een veeleisende baan, die een zeker risico inhoudt. Brandweerlieden moeten kunnen functioneren in extreme omstandigheden, een goede lichamelijke en geestelijke conditie is dus vereist. Sociale vaardigheden zijn belangrijk omdat men steeds in een groep werkt en in contact komt met de burger in diverse hoedanigheden (slachtoffer, hulpverlener, omstander, dader etc.) en andere hulpdiensten. Om bij de brandweer te werken moet men vaak een ingangsproef afleggen. Een medische keuring maakt hier meestal deel van uit. Kazerne De brandweer is nagenoeg altijd gevestigd in een brandweerkazerne. De grootte van dit gebouw is sterk afhankelijk van de grootte van de post en de taken en specialismen die de post heeft. Van oudsher was kazerne de benaming van een uitruklocatie waar het personeel tijdens de dienst verbleef (gekazerneerd was). De onbemensde locaties werden posten genoemd. Tegenwoordig is kazerne de term voor de uitruklocatie, het gebouw en met de term post wordt de organisatie van de daarbij behorende bemensing, het materieel en de locatie zelf bedoeld. Kantoren van de brandweer kunnen ook los van een uitruklocatie zijn ingericht. Met een brandweerkorps wordt in Nederland de totale brandweer van elke veiligheidsregio bedoeld, in Nederland zijn er totaal 25 brandweerkorpsen vanuit de overheid georganiseerd. Wettelijke taken brandweer in Nederland De taken van de brandweer zijn sinds 1 oktober 2010 in het Europese deel van Nederland bepaald op grond van de Wet veiligheidsregio's: 1. De door het bestuur van de veiligheidsregio ingestelde brandweer voert in ieder geval de volgende taken uit: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; c. het waarschuwen van de bevolking; d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Beroepsbrandweer in Nederland Beroepskorpsen vindt men alleen in grote steden of bijzondere gebieden zoals bij de Gezamenlijke brandweer. Een dienst wordt volledig in en om de kazerne doorgebracht in afwachting van een oproep. Gedurende deze uren vindt het onderhoud aan materiaal en kazerne plaats, wordt oefening, sport en studie gedaan en worden rusturen ingelast. Uiteraard heeft een alarmoproep de hoogste prioriteit. Meestal vertrekt na het overgaan van het alarm binnen de 1 à 2 minuten het nodige materieel en manschappen uit de kazerne. Beroepsmensen werken vaak in een rooster van 24 uur dienst, met daarna 48 uur vrij. Ook komt een een 12/24/12/48 uren schema voor (12 op; 24 af; 12 op; 48 af). Tijdens de nacht rust een beroepsbrandweerman of -vrouw in een rustverblijf in de kazerne, deze tijd maakt dan ook gewoon deel uit van de werktijd. De traditionele "24 uur op en 48 uur af" resulteerde in een (gemiddeld) 56 urige werkweek. Volgens Europese regelgeving mag een werkweek echter niet langer dan 48 uur zijn. In 2007 werd daarom de werkweek van de brandweerlieden aangepast zodat er maximaal 48 uur per week gewerkt wordt, waarbij de mensen met een 56-urig arbeidscontract nog wel hetzelfde salaris behouden. Voor de werkgevers betekent dit dat er sinds 2007 meer brandweermensen nodig zijn om de kazernes te bemannen. Als alternatief voor de beroepsbrandweer zijn er ook brandweerkorpsen die in de avonduren en het weekend vanuit de kazerne uitrukken met vrijwillige brandweerlieden die volgens een apart dienstrooster "gekazerneerd" zijn. Een voordeel hiervan is dat vrijwillige brandweerlieden bij alarm niet eerst vanuit hun woning of werkadres naar de kazerne hoeven te gaan, waarmee de snelheid van uitrukken in de avonduren en weekenden gelijk is aan een beroepskazerne. Vrijwillige brandweer in Nederland Met name in de kleine en middelgrote gemeenten is bijna altijd sprake van een vrijwillige brandweer. Bijna 80 procent van de 26.900 brandweerlieden in Nederland is vrijwilliger en doet het brandweerwerk als bijtaak. Vaak mag deze van de werkgever het werk verlaten wanneer hij of zij opgeroepen wordt voor een dringende interventie. Het oproepen gaat over het algemeen via semafoons (ook wel pager of pieper genoemd). In deze gevallen wordt van een vrijwilliger verwacht dat hij of zij binnen 2 tot 3 minuten na alarmering in de kazerne is. De opleiding van een vrijwilliger is dezelfde als voor beroepskrachten. Veelal wordt er met piketregelingen gewerkt om de opkomst van een volledige bemanning te kunnen garanderen. Voor vrijwillige brandweerlieden geldt een aparte rechtspositieregeling, hierin is ook de vergoeding geregeld die de vrijwilligers krijgen. Een deel van de brandweervrijwilligers is aangesloten bij de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers Communicatie in Nederland In Nederland communiceert de brandweer via het C2000-communicatienetwerk dat ook gebruikt wordt door de politie-, ambulancediensten, de KNRM, de douane, en de Koninklijke Marechaussee. Alarmering van brandweereenheden en - vrijwilligers vindt plaats via semafoons binnen het P2000-netwerk. Opleiding in Nederland Een deel van de aspirant-brandweerlieden is afkomstig van de jeugdbrandweer. De beroeps- en de vrijwillige brandwachten ondergaan dezelfde opleiding(en). Er zijn verschillende rangen waaraan bepaalde opleidingsverplichtingen zijn gekoppeld. Het diploma manschap A bijvoorbeeld bestaat uit de modules Brand, Technische Hulpverlening, Ongeval Gevaarlijke stoffen, Assistentie Waterongeval en Levensreddende Handelingen. De combinatie leidt tot het diploma. Daarna kan men het diploma manschap B behalen om specialistische taken te kunnen uitvoeren. Het eerstvolgende niveau is dat van bevelvoerder met daaraan gekoppeld de rang brandmeester. Een bevelvoerder is leidinggevende op een tankautospuit en geeft leiding aan 5 tot 7 personen. Ter indicatie; de opleiding tot bevelvoerder vergt voor vrijwilligers circa drie en een half jaar. De opleiding tot brandweerofficier (Officier van Dienst) vindt in Nederland centraal plaats aan het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid/NIBRA te Arnhem. Hierbij is een hbo of wo opleiding een vereiste. Voorheen werden kandidaten fulltime in 18 maanden opgeleid en getraind tot incidentmanager. Door het fulltime karakter van dit onderwijs was het niet mogelijk hier een baan naast te hebben. Deze fulltime opleiding is vervangen door competentiegericht onderwijs, de zogenaamde leergangen. Een typische leergang duurt circa 35 weken en kost de cursist 1-2 dagen per week. Jeugdbrandweer In Nederland zijn meer dan 150 jeugdbrandweerkorpsen actief. In deze korpsen worden jongens en meisjes een aantal aspecten van het brandweervak bijgebracht. Daarbij is een van de doelstellingen dat kinderen door kunnen stromen naar de vrijwillige- of beroepsbrandweer. Zo zijn bij een groot aantal brandweerkorpsen mensen werkzaam die hun brandweercarrière bij de Jeugdbrandweer zijn begonnen. Het gaat hierbij niet alleen om brandweerkorpsen met een jeugdbrandweer maar ook bij korpsen die geen jeugdbrandweer hebben zijn mensen in dienst die elders bij de jeugdbrandweer begonnen zijn. De jeugdbrandweer wordt daarom gezien als de kweekvijver voor de "volwassen" brandweer. Vandaar dat steeds meer gemeenten en brandweerkorpsen een jeugdbrandweerkorps oprichten. Voordat de stap naar de "volwassen" brandweer gemaakt kan worden hebben de kinderen bij de jeugdbrandweer meestal een opleidingsperiode van 5 tot 6 jaar achter de rug. Leden in de leeftijd tussen de 12 en de 15 jaar zijn junioren. Vanaf het jaar dat een jeugdlid 15 is kan hij of zij meedoen bij de aspiranten. Na het jaar dat het jeugdlid 18 is geworden mag hij of zij niet meer meedoen met de jeugdbrandweer maar met een pré solliciteren bij een vrijwilligers, beroeps of bedrijfsbrandweerkorps. Brandweer Nederland Brandweer Nederland is met ingang van 1 november 2012 de nieuwe naam van het samenwerkingsverband van alle brandweerkorpsen. Brandweer Nederland komt voort uit de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) en staat onder leiding van de 25 brandweercommandanten van de veiligheidsregio’s. Samen vormen zij de Raad van Brandweercommandanten. De Raad van Brandweercommandanten heeft een dagelijks bestuur met een voorzitter en zes programmaleiders. Deze programmaleiders zijn ieder verantwoordelijk voor één taakveld van het Landelijk Programma Brandweerzorg. De taakvelden van Brandweer Nederland zijn Risicobeheersing, Incidentbestrijding, Vak-bekwaamheid en kennis, Crisisbeheersing, Informatiemanagement en Bedrijfsvoering. Stephan Wevers is voorzitter van de Raad van Brandweercommandanten. Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) Het ondersteunende bureau van Brandweer Nederland wordt onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in Arnhem, dat per 1 januari 2013 zijn beslag heeft gekregen. Dit instituut is het uitvoeringsorgaan voor ontwikkelingen in het veiligheidsdomein en ondersteunt de brandweer op het gebied van bestuur, beleid, opleidingen en materieel. Monumenten Op het terrein van het IFV in Schaarsbergen bevindt zich het Nationale Brandweermonument, waar sinds 2012 jaarlijks op de derde zaterdag in juni de in Nederland omgekomen brandweerlieden in besloten kring worden herdacht. Daarnaast bevindt zich op begraafplaats Emaus in Vlaardingen een monument voor de vijf brandweerlieden die omkwamen bij de oliebrand aan de Koningin Wilhelminahaven in 1951. Dit is tot nu toe het ernstigste brandweerongeval dat in Nederland heeft plaatsgevonden. Geschiedenis van de Brandweer in Nederland: deze kent een lange en intensieve geschiedenis. Compact en heel goed leesbaar kun je hiervoor uitstekend online terecht bij het “PIT Veiligheidsmuseum” in Almere: https://www.pitveiligheid.nl/categories/geschiedenis?page=1 en https://www.pitveiligheid.nl/categories/geschiedenis?page=2 (linker kolommen) PIT Veiligheidsmuseum valt onder de stichting Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI). Het NVI is het platform voor historisch erfgoed dat betrekking heeft op veiligheid en hulpverlening in Nederland. Je kunt ook op bezoek https://www.pitveiligheid.nl/plan-je-bezoek 
Auteur: Knox Automobile, 1907 Bron: Museum of Springfield History  Bron: BrwDdw at nl.wikipedia Auteur: Joost J. Bakker from IJmuiden Auteur: Alf van Beem Auteur: bertknot from scarborough, australia Auteur:  Brandweer Neder-Betuwe, kazerne Ochten, Nederland Auteur: Donald Trung

  

©

Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Brandweer

De brandweer is de instantie die zich bezighoudt met het redden van mens en dier en het voorkomen en bestrijden van brand en het verlenen van hulp bij ongevallen. Tot haar taken behoren ook voorlichting, controle op preventieve maatregelen, brandbestrijding en rampenbestrijding. De Nederlandse brandweer beschikt over een wagenpark dat vuurrood van kleur is (kleurcode RAL 3000). Daarnaast zijn de voertuigen voorzien van BZK- striping (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), die in het leven is geroepen om de herkenbaarheid van de verschillende hulpverleningsdiensten te vergroten. De voertuigen van de brandweer zijn uitgerust met blauw zwaailicht en tweetonige hoorn. Organisatie De brandbestrijding is in Nederland van oudsher een taak van de gemeentebesturen. Dit is in Nederland dan ook laatstelijk vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's (Wvr) van 2010. Op deze manier kunnen ze bepaalde taken efficiënter uitvoeren. Regionale brandweren richten zich primair op de voorbereiding van de rampenbestrijding, en kunnen bij grote incidenten en rampen snel over voldoende mensen en middelen beschikken. In Nederland is de totale brandweerzorg én crisisbeheersing namens de gemeentelijke besturen via de 25 veiligheidsregio’s georganiseerd en bestaan er geen gemeentelijke brandweerkorpsen meer. Structuur De brandweer heeft een strakke, hiërarchische commandostructuur. Dit stelt een brandweerkorps in staat om daadkrachtig en georganiseerd op te treden en samen te werken met andere brandweerkorpsen of met andere instanties zoals politie en ambulancedienst. De overheidsbrandweer was voorheen per gemeente georganiseerd. Een gemeente had een afdeling brandweer die deze taak uitvoerde. Per 1 januari 2014 zijn alle brandweerkorpsen verplicht om in regionaal verband samen te werken. Deze verplichting komt voort uit de wet op de veiligheidsregio's. De brandweer is sindsdien per veiligheidsregio georganiseerd en de brandweerlieden zijn in dienst van de veiligheidsregio. De gemeente heeft dan alleen nog een bestuurlijke taak en blijft verantwoordelijk voor de brandweerzorg. Alarmnummer In Nederland, en het grootste deel van Europa is 112 het alarmnummer voor de hulpdiensten waaronder de brandweer. De brandweerman/-vrouw Lange tijd werd het brandweervak nagenoeg uitsluitend door mannen uitgeoefend. Vooral de laatste decennia is daar verandering in gekomen en maken ook vrouwen deel uit van de korpsen. Het beroep brandweerman/vrouw kennen we in twee verbanden: vrijwilliger en beroeps. Brandweerman/vrouw is een veeleisende baan, die een zeker risico inhoudt. Brandweerlieden moeten kunnen functioneren in extreme omstandigheden, een goede lichamelijke en geestelijke conditie is dus vereist. Sociale vaardigheden zijn belangrijk omdat men steeds in een groep werkt en in contact komt met de burger in diverse hoedanigheden (slachtoffer, hulpverlener, omstander, dader etc.) en andere hulpdiensten. Om bij de brandweer te werken moet men vaak een ingangsproef afleggen. Een medische keuring maakt hier meestal deel van uit. Kazerne De brandweer is nagenoeg altijd gevestigd in een brandweerkazerne. De grootte van dit gebouw is sterk afhankelijk van de grootte van de post en de taken en specialismen die de post heeft. Van oudsher was kazerne de benaming van een uitruklocatie waar het personeel tijdens de dienst verbleef (gekazerneerd was). De onbemensde locaties werden posten genoemd. Tegenwoordig is kazerne de term voor de uitruklocatie, het gebouw en met de term post wordt de organisatie van de daarbij behorende bemensing, het materieel en de locatie zelf bedoeld. Kantoren van de brandweer kunnen ook los van een uitruklocatie zijn ingericht. Met een brandweerkorps wordt in Nederland de totale brandweer van elke veiligheidsregio bedoeld, in Nederland zijn er totaal 25 brandweerkorpsen vanuit de overheid georganiseerd. Wettelijke taken brandweer in Nederland De taken van de brandweer zijn sinds 1 oktober 2010 in het Europese deel van Nederland bepaald op grond van de Wet veiligheidsregio's: 1. De door het bestuur van de veiligheidsregio ingestelde brandweer voert in ieder geval de volgende taken uit: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; c. het waarschuwen van de bevolking; d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Beroepsbrandweer in Nederland Beroepskorpsen vindt men alleen in grote steden of bijzondere gebieden zoals bij de Gezamenlijke brandweer. Een dienst wordt volledig in en om de kazerne doorgebracht in afwachting van een oproep. Gedurende deze uren vindt het onderhoud aan materiaal en kazerne plaats, wordt oefening, sport en studie gedaan en worden rusturen ingelast. Uiteraard heeft een alarmoproep de hoogste prioriteit. Meestal vertrekt na het overgaan van het alarm binnen de 1 à 2 minuten het nodige materieel en manschappen uit de kazerne. Beroepsmensen werken vaak in een rooster van 24 uur dienst, met daarna 48 uur vrij. Ook komt een een 12/24/12/48 uren schema voor (12 op; 24 af; 12 op; 48 af). Tijdens de nacht rust een beroepsbrandweerman of -vrouw in een rustverblijf in de kazerne, deze tijd maakt dan ook gewoon deel uit van de werktijd. De traditionele "24 uur op en 48 uur af" resulteerde in een (gemiddeld) 56 urige werkweek. Volgens Europese regelgeving mag een werkweek echter niet langer dan 48 uur zijn. In 2007 werd daarom de werkweek van de brandweerlieden aangepast zodat er maximaal 48 uur per week gewerkt wordt, waarbij de mensen met een 56-urig arbeidscontract nog wel hetzelfde salaris behouden. Voor de werkgevers betekent dit dat er sinds 2007 meer brandweermensen nodig zijn om de kazernes te bemannen. Als alternatief voor de beroepsbrandweer zijn er ook brandweerkorpsen die in de avonduren en het weekend vanuit de kazerne uitrukken met vrijwillige brandweerlieden die volgens een apart dienstrooster "gekazerneerd" zijn. Een voordeel hiervan is dat vrijwillige brandweerlieden bij alarm niet eerst vanuit hun woning of werkadres naar de kazerne hoeven te gaan, waarmee de snelheid van uitrukken in de avonduren en weekenden gelijk is aan een beroepskazerne. Vrijwillige brandweer in Nederland Met name in de kleine en middelgrote gemeenten is bijna altijd sprake van een vrijwillige brandweer. Bijna 80 procent van de 26.900 brandweerlieden in Nederland is vrijwilliger en doet het brandweerwerk als bijtaak. Vaak mag deze van de werkgever het werk verlaten wanneer hij of zij opgeroepen wordt voor een dringende interventie. Het oproepen gaat over het algemeen via semafoons (ook wel pager of pieper genoemd). In deze gevallen wordt van een vrijwilliger verwacht dat hij of zij binnen 2 tot 3 minuten na alarmering in de kazerne is. De opleiding van een vrijwilliger is dezelfde als voor beroepskrachten. Veelal wordt er met piketregelingen gewerkt om de opkomst van een volledige bemanning te kunnen garanderen. Voor vrijwillige brandweerlieden geldt een aparte rechtspositieregeling, hierin is ook de vergoeding geregeld die de vrijwilligers krijgen. Een deel van de brandweervrijwilligers is aangesloten bij de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers Communicatie in Nederland In Nederland communiceert de brandweer via het C2000-communicatienetwerk dat ook gebruikt wordt door de politie-, ambulancediensten, de KNRM, de douane, en de Koninklijke Marechaussee. Alarmering van brandweereenheden en -vrijwilligers vindt plaats via semafoons binnen het P2000-netwerk. Opleiding in Nederland Een deel van de aspirant-brandweerlieden is afkomstig van de jeugdbrandweer. De beroeps- en de vrijwillige brandwachten ondergaan dezelfde opleiding(en). Er zijn verschillende rangen waaraan bepaalde opleidingsverplichtingen zijn gekoppeld. Het diploma manschap A bijvoorbeeld bestaat uit de modules Brand, Technische Hulpverlening, Ongeval Gevaarlijke stoffen, Assistentie Waterongeval en Levensreddende Handelingen. De combinatie leidt tot het diploma. Daarna kan men het diploma manschap B behalen om specialistische taken te kunnen uitvoeren. Het eerstvolgende niveau is dat van bevelvoerder met daaraan gekoppeld de rang brandmeester. Een bevelvoerder is leidinggevende op een tankautospuit en geeft leiding aan 5 tot 7 personen. Ter indicatie; de opleiding tot bevelvoerder vergt voor vrijwilligers circa drie en een half jaar. De opleiding tot brandweerofficier (Officier van Dienst) vindt in Nederland centraal plaats aan het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid/NIBRA te Arnhem. Hierbij is een hbo of wo opleiding een vereiste. Voorheen werden kandidaten fulltime in 18 maanden opgeleid en getraind tot incidentmanager. Door het fulltime karakter van dit onderwijs was het niet mogelijk hier een baan naast te hebben. Deze fulltime opleiding is vervangen door competentiegericht onderwijs, de zogenaamde leergangen. Een typische leergang duurt circa 35 weken en kost de cursist 1-2 dagen per week. Jeugdbrandweer In Nederland zijn meer dan 150 jeugdbrandweerkorpsen actief. In deze korpsen worden jongens en meisjes een aantal aspecten van het brandweervak bijgebracht. Daarbij is een van de doelstellingen dat kinderen door kunnen stromen naar de vrijwillige- of beroepsbrandweer. Zo zijn bij een groot aantal brandweerkorpsen mensen werkzaam die hun brandweercarrière bij de Jeugdbrandweer zijn begonnen. Het gaat hierbij niet alleen om brandweerkorpsen met een jeugdbrandweer maar ook bij korpsen die geen jeugdbrandweer hebben zijn mensen in dienst die elders bij de jeugdbrandweer begonnen zijn. De jeugdbrandweer wordt daarom gezien als de kweekvijver voor de "volwassen" brandweer. Vandaar dat steeds meer gemeenten en brandweerkorpsen een jeugdbrandweerkorps oprichten. Voordat de stap naar de "volwassen" brandweer gemaakt kan worden hebben de kinderen bij de jeugdbrandweer meestal een opleidingsperiode van 5 tot 6 jaar achter de rug. Leden in de leeftijd tussen de 12 en de 15 jaar zijn junioren. Vanaf het jaar dat een jeugdlid 15 is kan hij of zij meedoen bij de aspiranten. Na het jaar dat het jeugdlid 18 is geworden mag hij of zij niet meer meedoen met de jeugdbrandweer maar met een pré solliciteren bij een vrijwilligers, beroeps of bedrijfsbrandweerkorps. Brandweer Nederland Brandweer Nederland is met ingang van 1 november 2012 de nieuwe naam van het samenwerkingsverband van alle brandweerkorpsen. Brandweer Nederland komt voort uit de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) en staat onder leiding van de 25 brandweercommandanten van de veiligheidsregio’s. Samen vormen zij de Raad van Brandweercommandanten. De Raad van Brandweercommandanten heeft een dagelijks bestuur met een voorzitter en zes programmaleiders. Deze programmaleiders zijn ieder verantwoordelijk voor één taakveld van het Landelijk Programma Brandweerzorg. De taakvelden van Brandweer Nederland zijn Risicobeheersing, Incidentbestrijding, Vak- bekwaamheid en kennis, Crisisbeheersing, Informatiemanagement en Bedrijfsvoering. Stephan Wevers is voorzitter van de Raad van Brandweercommandanten. Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) Het ondersteunende bureau van Brandweer Nederland wordt onderdeel van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in Arnhem, dat per 1 januari 2013 zijn beslag heeft gekregen. Dit instituut is het uitvoeringsorgaan voor ontwikkelingen in het veiligheidsdomein en ondersteunt de brandweer op het gebied van bestuur, beleid, opleidingen en materieel. Monumenten Op het terrein van het IFV in Schaarsbergen bevindt zich het Nationale Brandweermonument, waar sinds 2012 jaarlijks op de derde zaterdag in juni de in Nederland omgekomen brandweerlieden in besloten kring worden herdacht. Daarnaast bevindt zich op begraafplaats Emaus in Vlaardingen een monument voor de vijf brandweerlieden die omkwamen bij de oliebrand aan de Koningin Wilhelminahaven in 1951. Dit is tot nu toe het ernstigste brandweerongeval dat in Nederland heeft plaatsgevonden. Geschiedenis van de Brandweer in Nederland: deze kent een lange en intensieve geschiedenis. Compact en heel goed leesbaar kun je hiervoor uitstekend online terecht bij het “PIT Veiligheidsmuseum” in Almere: https://www.pitveiligheid.nl/categories/geschiede nis?page=1 en https://www.pitveiligheid.nl/categories/geschiede nis?page=2 (linker kolommen) PIT Veiligheidsmuseum valt onder de stichting Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI). Het NVI is het platform voor historisch erfgoed dat betrekking heeft op veiligheid en hulpverlening in Nederland. Je kunt ook op bezoek https://www.pitveiligheid.nl/plan-je-bezoek 
 Bron: BrwDdw at nl.wikipedia Auteur: Joost J. Bakker from IJmuiden Auteur: Alf van Beem Auteur: Donald Trung Auteur: bertknot from scarborough, australia Auteur:  Brandweer Neder-Betuwe, kazerne Ochten, Nederland Auteur: Knox Automobile, 1907 Bron: Museum of Springfield History