Museum JoCas

Ambulance

© Museum JoCas                            © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck,- Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” indien afwijkend zie tekst bij de foto
De term ambulance wordt gebruikt voor een voertuig dat: medische hulpverleners en hulpmiddelen kan vervoeren naar een plaats waar behoefte is aan spoedeisende hulp ruimte biedt voor behandeling van slachtoffers of patiënten slachtoffers of patiënten kan vervoeren, bijvoorbeeld naar een ziekenhuis. Sommige ambulances vervullen alle drie de taken, maar dat hoeft niet. In Nederland is een ambulance veelal een auto (vaak ziekenwagen of ziekenauto genoemd), maar de term ambulance wordt ook gebruikt voor vliegtuigen, helikopters, boten, karren, motorfietsen en zelfs fietsen. Een ambulancedienst is een organisatie die ambulances beschikbaar heeft en deze op afroep inzet. In de 15e eeuw was het Spaanse leger het eerste leger dat een veldhospitaal had. Een ambulance sloeg oorspronkelijk op een (met behulp van paard en wagen verplaatsbaar) dergelijk veldhospitaal. De voertuigen voor gewondentransport van het slagveld zelf (meestal een simpele kar met draagberrie) hadden een andere naam. De term ambulance komt van het Latijnse woord ambulare, wat 'lopen' of 'reizen' betekent. In het Franse leger werd het woord gebruikt voor een verplaatsbaar veldhospitaal (hôpital ambulant), wat afgekort werd tot ambulance. De vervoersmiddelen voor gewonden zelf werden echter voitures de transport de blessés genoemd (later voitures sanitaires). Het Britse leger verruimde de betekenis van de term naar ook de voertuigen. Bij de opkomende motorisering in het begin van de 20e eeuw deden de eerste gemotoriseerde voertuigen voor gewondenvervoer hun intrede. Vaak waren dit nog steeds eenvoudige vervoersmiddelen; met name kleine vrachtwagens met eenvoudige berries. Na de afloop van de Eerste Wereldoorlog kwam het transport van personen en goederen weer op gang. Ambulances waren ook niet langer een privilege van legereenheden; ze werden steeds meer ook voor burgerdoelen ingezet. Uitrusting Een ambulance is uitgerust met medische apparatuur en medicatie voor het verlenen van professionele eerste hulp. De ambulance kan gezien worden als een rijdende spoedafdeling, waar een diagnose wordt gesteld en een behandeling wordt gestart. Doel van de behandeling is de patiënt stabiel te maken zodat deze veilig vervoerd kan worden naar een ziekenhuis waar de verdere behandeling kan plaatsvinden. Een ambulance kan ook worden gebruikt om patiënten van het ene naar het andere ziekenhuis te vervoeren. Soms kan de ambulanceverpleegkundige de patiënt ter plekke behandelen, zodat vervoer naar een ziekenhuis niet nodig is. Niet alleen bespaart men hiermee kosten, maar neemt ook de druk af op de spoedafdelingen van ziekenhuizen. Ambulances zijn onder andere uitgerust met ECG-apparatuur (om een zogenoemd hartfilmpje te maken), beademingsapparatuur en materiaal voor ongevalsbehandelingen zoals spalken en nekkragen. Om de patiënten veilig te vervoeren beschikt iedere ambulance over een brancard; daarnaast heeft men ook de beschikking over een wervelplank waarmee een slachtoffer goed gefixeerd kan worden wanneer letsel aan de wervelkolom vermoed wordt. Verder zijn allerhande medicijnen beschikbaar die noodzakelijk zijn om problemen met hart, longen en bloedvaten direct te behandelen. Alle Nederlandse ambulances hebben dezelfde apparatuur en medicijnen aan boord; de fabrikant van de apparatuur kan verschillen, maar de onderzoeks- en behandelmogelijkheden zijn gelijk. Tot de uitrusting behoort ook een knuffelbeest, wat van belang kan zijn om een kind gerust te stellen. Bemensing Ambulances in Nederland worden bemand door een ambulancechauffeur en een ambulanceverpleegkundige. In mei 2017 is een vijfjarige experimenteerperiode gestart, waarin bachelors Medische Hulpverlening de taken van de verpleegkundige kunnen vervullen. De verpleegkundige heeft buiten de reguliere opleiding in het ziekenhuis diverse specialisatieopleidingen gevolgd en gewerkt op ziekenhuisafdelingen als de intensive care (algemeen en/of cardiologie), anesthesie of een spoedeisendehulpafdeling. Alle ambulanceverpleegkundigen in Nederland dienen in bezit te zijn van een diploma ambulanceverpleegkundige behaald bij een instelling geaccrediteerd door het College Zorg Opleidingen (CZO). Anno 2016 is de Academie voor Ambulancezorg (voorheen de Stichting Opleidingen Scholingen Ambulancehulpverleners) de enige instelling in Nederland geaccrediteerd voor deze opleiding. De ambulancechauffeurs hebben eveneens een door het CZO geaccrediteerde opleiding bij de Academie voor Ambulancezorg gevolgd. Deze opleiding is gericht op rijvaardigheid en - techniek en medisch assisterende handelingen. Op de ambulance werken ze met landelijke protocollen (LPA) waarin is vastgelegd welke (be)handelingen bij welke diagnose kunnen worden toegepast. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld werkt men ook met protocollen, maar moet een arts in het ziekenhuis worden geraadpleegd alvorens men een geneesmiddel mag toedienen of een handeling mag uitvoeren. In Nederland mogen de medewerkers het protocol zonder overleg uitvoeren of er met goede reden van afwijken zonder overleg met een arts. De overheid heeft door middel van de Wet BIG vastgelegd dat ambulanceverpleegkundigen in spoedeisende omstandigheden bevoegd zijn medische handelingen te verrichten die normaliter zijn voorbehouden aan een arts. Een medisch hulpverlener komt binnenkort ook in de Wet BIG te staan, dit is momenteel nog niet aan de orde omdat de opleiding nog zo jong is. Een ambulanceverpleegkundige of een medische hulpverlener ambulancezorg is geen 'halve arts' maar een verpleegkundige of medisch hulpverlener met gespecialiseerde kennis en bevoegdheid op het gebied van acuut noodzakelijke medische hulpverlening. Ambulancepersoneel wordt regelmatig bijgeschoold. Dit gebeurt landelijk: iedere vijf jaar dienen alle verplichte landelijke en regionale bijscholingen te zijn bijgewoond, zo niet verliest men zijn bevoegdheid. Ook dienen zowel de chauffeur als de verpleegkundige een praktijktoets positief af te ronden. Niet iedere situatie vraagt om dezelfde inzet van ambulancezorg. Veelal zijn er verschillende types of niveaus van ambulancezorg naargelang de noden van de patiënt. De meeste Nederlandse ambulances zijn geschikt voor alle soorten vervoer. Naast de reguliere ambulances worden onder de noemer ambulance verschillende speciale voertuigen ingezet. Spoedeisend vervoer Ambulances in Nederland kunnen ingezet worden met drie verschillende urgenties: A1-, A2- en B-urgenties. Deze urgenties worden uitgegeven door de Meldkamer Ambulancezorg (MKA): A1-urgentie: een mogelijk levensbedreigende situatie (bijvoorbeeld een reanimatie, hartinfarct of ernstig ongeval) waarbij de ambulance binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn. Bij een A1-urgentie wordt gereden met optische en akoestische signalen (blauwe knipperlichten en sirene). A2-urgentie: een dringende situatie die echter niet onmiddellijk levensbedreigend is en waarbij de ambulance binnen 30 minuten ter plaatse moet zijn. Bij een A2-urgentie wordt geen gebruik gemaakt van optische of akoestische signalen. B-urgenties. Hierbij is sprake van niet-spoedeisend besteld vervoer, bijvoorbeeld het overbrengen van een patiënt van een ziekenhuis naar een verpleeghuis waarbij de patiënt niet met bijvoorbeeld een taxi verplaatst kan worden. In sommige regio's is de B-urgentie verder verdeeld in B1- en B2-ritten. De B1-ritten worden dan uitgevoerd door reguliere A-ambulances terwijl de B2-ritten door B-ambulances (zogenaamde zorgambulances of hulpambulances) worden uitgevoerd. Deze zorgambulances zijn te herkennen aan hun wagennummer dat begint met een 4 in plaats van een 1. Omdat zorgambulances niet voor spoedeisend vervoer worden ingezet kunnen ze eenvoudiger zijn uitgerust dan een reguliere ambulance. Hun bemanning bestaat vaak uit speciale zorgambulancebegeleiders. Wanneer een ambulance gebruikmaakt van de aanwezige optische en akoestische signalen is het een voorrangsvoertuig. Het overige verkeer moet dan voorrang geven en er kan bijvoorbeeld door rood worden gereden bij een verkeerslicht. Optische en akoestische signalen zijn dan verplicht. Vanaf 2009 gebruiken ambulances naast blauwe lichten net als politie en brandweer een uniforme tweetonige sirene. Een ambulance is in Nederland duidelijk als (mogelijk) voorrangsvoertuig herkenbaar door de opvallende gele kleur en uniforme BZK-striping. Overigens zijn nog zeker niet alle ambulances in deze striping uitgevoerd. Ambulancediensten zijn vrij om het uiterlijk van hun voertuigen te kiezen, maar alleen ambulances met BZK-striping zijn vrijgesteld van BPM en wegenbelasting. Ander vervoer Huisartsenvervoer: sommige huisartsenposten beschikken over een als ambulance gemarkeerde personenauto voor huisartsenvervoer, waarbij een huisarts door een chauffeur in ambulance-uniform snel ter plaatse kan worden gebracht. De uitrusting van de huisartsenauto is vaak beperkt (een spoedkoffer en een AED). Zitambulance: speciaal ingerichte personenauto voor vervoer van stabiele patiënten over grote afstanden (bijvoorbeeld bij repatriatie). Psychiatrisch vervoer: onder de naam psycholance wordt sinds 2014 in Amsterdam en sommige andere Nederlandse regio's een aangepaste (zorg)ambulance ingezet voor het vervoer van personen met acute psychiatrische klachten. Deze ambulance wordt bemand door een psychiatrisch deskundige en een aanvullend getrainde chauffeur. Het idee komt uit Bergen in Noorwegen waar sinds 2005 een psychiatrische ambulance rijdt. Het Amsterdamse initiatief voor dit type vervoer komt vanuit politie, Ambulance Amsterdam (uitvoerende partij) en de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam. Primair doel is het ontlasten van de politie die patiënten liever niet meer geboeid per politiewagen vervoert. Men wil door het gebruik van een psycholance professionele zorg in acute hulpsituaties bevorderen.
Foto: Ramon Versteeg Foto: Mauritsvink Foto: The Library of Congress. Bron: Belgian Ambulance (LOC) Foto: Dennis Jarvis Foto: Erik1980

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Ambulance

De term ambulance wordt gebruikt voor een voertuig dat: medische hulpverleners en hulpmiddelen kan vervoeren naar een plaats waar behoefte is aan spoedeisende hulp ruimte biedt voor behandeling van slachtoffers of patiënten slachtoffers of patiënten kan vervoeren, bijvoorbeeld naar een ziekenhuis. Sommige ambulances vervullen alle drie de taken, maar dat hoeft niet. In Nederland is een ambulance veelal een auto (vaak ziekenwagen of ziekenauto genoemd), maar de term ambulance wordt ook gebruikt voor vliegtuigen, helikopters, boten, karren, motorfietsen en zelfs fietsen. Een ambulancedienst is een organisatie die ambulances beschikbaar heeft en deze op afroep inzet. In de 15e eeuw was het Spaanse leger het eerste leger dat een veldhospitaal had. Een ambulance sloeg oorspronkelijk op een (met behulp van paard en wagen verplaatsbaar) dergelijk veldhospitaal. De voertuigen voor gewondentransport van het slagveld zelf (meestal een simpele kar met draagberrie) hadden een andere naam. De term ambulance komt van het Latijnse woord ambulare, wat 'lopen' of 'reizen' betekent. In het Franse leger werd het woord gebruikt voor een verplaatsbaar veldhospitaal (hôpital ambulant), wat afgekort werd tot ambulance. De vervoersmiddelen voor gewonden zelf werden echter voitures de transport de blessés genoemd (later voitures sanitaires). Het Britse leger verruimde de betekenis van de term naar ook de voertuigen. Bij de opkomende motorisering in het begin van de 20e eeuw deden de eerste gemotoriseerde voertuigen voor gewondenvervoer hun intrede. Vaak waren dit nog steeds eenvoudige vervoersmiddelen; met name kleine vrachtwagens met eenvoudige berries. Na de afloop van de Eerste Wereldoorlog kwam het transport van personen en goederen weer op gang. Ambulances waren ook niet langer een privilege van legereenheden; ze werden steeds meer ook voor burgerdoelen ingezet. Uitrusting Een ambulance is uitgerust met medische apparatuur en medicatie voor het verlenen van professionele eerste hulp. De ambulance kan gezien worden als een rijdende spoedafdeling, waar een diagnose wordt gesteld en een behandeling wordt gestart. Doel van de behandeling is de patiënt stabiel te maken zodat deze veilig vervoerd kan worden naar een ziekenhuis waar de verdere behandeling kan plaatsvinden. Een ambulance kan ook worden gebruikt om patiënten van het ene naar het andere ziekenhuis te vervoeren. Soms kan de ambulanceverpleegkundige de patiënt ter plekke behandelen, zodat vervoer naar een ziekenhuis niet nodig is. Niet alleen bespaart men hiermee kosten, maar neemt ook de druk af op de spoedafdelingen van ziekenhuizen. Ambulances zijn onder andere uitgerust met ECG- apparatuur (om een zogenoemd hartfilmpje te maken), beademingsapparatuur en materiaal voor ongevalsbehandelingen zoals spalken en nekkragen. Om de patiënten veilig te vervoeren beschikt iedere ambulance over een brancard; daarnaast heeft men ook de beschikking over een wervelplank waarmee een slachtoffer goed gefixeerd kan worden wanneer letsel aan de wervelkolom vermoed wordt. Verder zijn allerhande medicijnen beschikbaar die noodzakelijk zijn om problemen met hart, longen en bloedvaten direct te behandelen. Alle Nederlandse ambulances hebben dezelfde apparatuur en medicijnen aan boord; de fabrikant van de apparatuur kan verschillen, maar de onderzoeks- en behandelmogelijkheden zijn gelijk. Tot de uitrusting behoort ook een knuffelbeest, wat van belang kan zijn om een kind gerust te stellen. Bemensing Ambulances in Nederland worden bemand door een ambulancechauffeur en een ambulanceverpleegkundige. In mei 2017 is een vijfjarige experimenteerperiode gestart, waarin bachelors Medische Hulpverlening de taken van de verpleegkundige kunnen vervullen. De verpleegkundige heeft buiten de reguliere opleiding in het ziekenhuis diverse specialisatieopleidingen gevolgd en gewerkt op ziekenhuisafdelingen als de intensive care (algemeen en/of cardiologie), anesthesie of een spoedeisendehulpafdeling. Alle ambulanceverpleegkundigen in Nederland dienen in bezit te zijn van een diploma ambulanceverpleegkundige behaald bij een instelling geaccrediteerd door het College Zorg Opleidingen (CZO). Anno 2016 is de Academie voor Ambulancezorg (voorheen de Stichting Opleidingen Scholingen Ambulancehulpverleners) de enige instelling in Nederland geaccrediteerd voor deze opleiding. De ambulancechauffeurs hebben eveneens een door het CZO geaccrediteerde opleiding bij de Academie voor Ambulancezorg gevolgd. Deze opleiding is gericht op rijvaardigheid en -techniek en medisch assisterende handelingen. Op de ambulance werken ze met landelijke protocollen (LPA) waarin is vastgelegd welke (be)handelingen bij welke diagnose kunnen worden toegepast. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld werkt men ook met protocollen, maar moet een arts in het ziekenhuis worden geraadpleegd alvorens men een geneesmiddel mag toedienen of een handeling mag uitvoeren. In Nederland mogen de medewerkers het protocol zonder overleg uitvoeren of er met goede reden van afwijken zonder overleg met een arts. De overheid heeft door middel van de Wet BIG vastgelegd dat ambulanceverpleegkundigen in spoedeisende omstandigheden bevoegd zijn medische handelingen te verrichten die normaliter zijn voorbehouden aan een arts. Een medisch hulpverlener komt binnenkort ook in de Wet BIG te staan, dit is momenteel nog niet aan de orde omdat de opleiding nog zo jong is. Een ambulanceverpleegkundige of een medische hulpverlener ambulancezorg is geen 'halve arts' maar een verpleegkundige of medisch hulpverlener met gespecialiseerde kennis en bevoegdheid op het gebied van acuut noodzakelijke medische hulpverlening. Ambulancepersoneel wordt regelmatig bijgeschoold. Dit gebeurt landelijk: iedere vijf jaar dienen alle verplichte landelijke en regionale bijscholingen te zijn bijgewoond, zo niet verliest men zijn bevoegdheid. Ook dienen zowel de chauffeur als de verpleegkundige een praktijktoets positief af te ronden. Niet iedere situatie vraagt om dezelfde inzet van ambulancezorg. Veelal zijn er verschillende types of niveaus van ambulancezorg naargelang de noden van de patiënt. De meeste Nederlandse ambulances zijn geschikt voor alle soorten vervoer. Naast de reguliere ambulances worden onder de noemer ambulance verschillende speciale voertuigen ingezet. Spoedeisend vervoer Ambulances in Nederland kunnen ingezet worden met drie verschillende urgenties: A1-, A2- en B-urgenties. Deze urgenties worden uitgegeven door de Meldkamer Ambulancezorg (MKA): A1-urgentie: een mogelijk levensbedreigende situatie (bijvoorbeeld een reanimatie, hartinfarct of ernstig ongeval) waarbij de ambulance binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn. Bij een A1-urgentie wordt gereden met optische en akoestische signalen (blauwe knipperlichten en sirene). A2-urgentie: een dringende situatie die echter niet onmiddellijk levensbedreigend is en waarbij de ambulance binnen 30 minuten ter plaatse moet zijn. Bij een A2-urgentie wordt geen gebruik gemaakt van optische of akoestische signalen. B-urgenties. Hierbij is sprake van niet- spoedeisend besteld vervoer, bijvoorbeeld het overbrengen van een patiënt van een ziekenhuis naar een verpleeghuis waarbij de patiënt niet met bijvoorbeeld een taxi verplaatst kan worden. In sommige regio's is de B-urgentie verder verdeeld in B1- en B2- ritten. De B1-ritten worden dan uitgevoerd door reguliere A-ambulances terwijl de B2- ritten door B-ambulances (zogenaamde zorgambulances of hulpambulances) worden uitgevoerd. Deze zorgambulances zijn te herkennen aan hun wagennummer dat begint met een 4 in plaats van een 1. Omdat zorgambulances niet voor spoedeisend vervoer worden ingezet kunnen ze eenvoudiger zijn uitgerust dan een reguliere ambulance. Hun bemanning bestaat vaak uit speciale zorgambulancebegeleiders. Wanneer een ambulance gebruikmaakt van de aanwezige optische en akoestische signalen is het een voorrangsvoertuig. Het overige verkeer moet dan voorrang geven en er kan bijvoorbeeld door rood worden gereden bij een verkeerslicht. Optische en akoestische signalen zijn dan verplicht. Vanaf 2009 gebruiken ambulances naast blauwe lichten net als politie en brandweer een uniforme tweetonige sirene. Een ambulance is in Nederland duidelijk als (mogelijk) voorrangsvoertuig herkenbaar door de opvallende gele kleur en uniforme BZK-striping. Overigens zijn nog zeker niet alle ambulances in deze striping uitgevoerd. Ambulancediensten zijn vrij om het uiterlijk van hun voertuigen te kiezen, maar alleen ambulances met BZK-striping zijn vrijgesteld van BPM en wegenbelasting. Ander vervoer Huisartsenvervoer: sommige huisartsenposten beschikken over een als ambulance gemarkeerde personenauto voor huisartsenvervoer, waarbij een huisarts door een chauffeur in ambulance-uniform snel ter plaatse kan worden gebracht. De uitrusting van de huisartsenauto is vaak beperkt (een spoedkoffer en een AED). Zitambulance: speciaal ingerichte personenauto voor vervoer van stabiele patiënten over grote afstanden (bijvoorbeeld bij repatriatie). Psychiatrisch vervoer: onder de naam psycholance wordt sinds 2014 in Amsterdam en sommige andere Nederlandse regio's een aangepaste (zorg)ambulance ingezet voor het vervoer van personen met acute psychiatrische klachten. Deze ambulance wordt bemand door een psychiatrisch deskundige en een aanvullend getrainde chauffeur. Het idee komt uit Bergen in Noorwegen waar sinds 2005 een psychiatrische ambulance rijdt. Het Amsterdamse initiatief voor dit type vervoer komt vanuit politie, Ambulance Amsterdam (uitvoerende partij) en de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam. Primair doel is het ontlasten van de politie die patiënten liever niet meer geboeid per politiewagen vervoert. Men wil door het gebruik van een psycholance professionele zorg in acute hulpsituaties bevorderen.
Foto: Ramon Versteeg Foto: The Library of Congress. Bron: Belgian Ambulance (LOC) Foto: Dennis Jarvis Foto: Erik1980 Foto: Mauritsvink