© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Verenigd Koninkrijk (UK): Tower of London, Durham, Stonehenge, Bath, Abbey, Canterbury, Edinburgh, Greenwich, Forth Bridge (vervolg)
Het Palace of Westminster, ook bekend onder de naam Houses of Parliament, staat aan de oever van de Theems in de Londense wijk Westminster. Het paleis is de zetel van het Britse parlement, dat bestaat uit het Lagerhuis (House of Commons, vergelijkbaar met de Nederlandse Tweede Kamer of de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers) en het Hogerhuis (House of Lords, vergelijkbaar met de Nederlandse Eerste Kamer of de Belgische Senaat). Sinds 1987 staat het samen met Westminster Abbey en Saint Margaret's Church op de Werelderfgoedlijst. Op de plek van het huidige gebouw was al bebouwing aanwezig in de tijd van de Angelsaksen. De oudste nu nog bestaande gebouwen dateren echter uit ongeveer 1097. Koning Eduard de Belijder legde de grondvesten van het huidige gebouw door er rond het jaar 1050 een paleis te bouwen. Tot 1512 was dit het koninklijk verblijf van de Engelse koningen. In dat jaar vond een brand plaats, waardoor koning Hendrik VIII moest verhuizen naar het Palace of Whitehall. Niettemin is het gebouw nu nog altijd een paleis. Op 20 januari 1265 vond hier de eerste bijeenkomst plaats van een Engels parlement en met enige onderbrekingen is dit de vergaderplaats gebleven. Bij een grote brand in 1834 ging het grootste deel van het gebouw verloren. Na de herbouw in neogotische stijl in 1870 betrokken het Lagerhuis en het Hogerhuis hun huidige onderkomen. Het gebouw heeft ongeveer 1000 kamers, 100 trappen en meer dan drie kilometer aan gangen. Enkele delen stammen nog uit de periode van voor de brand in 1834, maar het grootste deel dateert van de wederopbouw in 1870. De kathedraal van Canterbury (Engels: The Cathedral and Metropolitical Church of Christ at Canterbury) is Engelands beroemdste kathedraal en de zetel van de aartsbisschop van Canterbury, de primaat van de Anglicaanse Kerk. De geschiedenis van de kathedraal gaat terug tot het jaar 597. In dat jaar bracht Sint-Augustinus, gestuurd door paus Gregorius I, het christelijke geloof naar het Angelsaksische Engeland. St. Augustinus stichtte een kerk en werd de eerste aartsbisschop. In 1170 werd aartsbisschop Thomas Becket in de kathedraal vermoord en vanaf die tijd groeide Canterbury uit tot een belangrijk bedevaartsoord. In de Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer zijn pelgrims onderweg van Londen naar deze kathedraal. De vieringtoren op de kathedraal is 72 m hoog. In de crypte bevinden zich nog enkele graven. In de jaren 1500 stond hier het graf van aartsbisschop Thomas Becket, maar kort daarna werd het vernietigd. Voor de ingang van de crypte is er een herdenkingsmonument voor Thomas Becket. In de kathedraal zijn verschillende glas-in-loodramen te bewonderen, waarop onder meer heiligen zoals Petrus en Johannes, maar ook Adam en Eva zijn afgebeeld. Op de verdieping van de Abbey Chair ligt het graf van de Black Prince. De Canterbury Cathedral, St Augustine's Abbey en St. Martin's Church werden in 1988 als gezamenlijk werelderfgoed op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Edinburgh is sinds 1437 de hoofdstad van Schotland. De stad (city) ligt aan de oostkust, aan de zuidzijde van de Firth of Forth, en is de zetel van het Schots Parlement, dat in 1999 opnieuw is ingesteld. De stad wordt door inwoners soms liefkozend Auld Reekie ("Oude Rokerd") genoemd. De stad is niet de grootste stad van Schotland, dat is Glasgow. Edinburgh begon als een fort op de gemakkelijk verdedigbare Castle Rock. De eerste bewoners, oer-Schotten, leefden vanaf ongeveer 6000 v.Chr. aan de voet van deze rots. In de bronstijd rond 1000 v.Chr. zijn nederzettingen op deze rots opgericht. Nadat de Romeinen in de 1e eeuw n.Chr. naar Schotland oprukten, kwamen zij in contact met de Keltische stam der Votadini (later Goddodin), van wie de vesting (dun eidyn) op de burchtrots stond. In de 7e eeuw werd het fort veroverd door de Engelsen (Northumbriërs) inclusief heel Zuid-Schotland. De Engelsen noemden het fort Eiden's burgh. ("Burgh" is zowel Nederlands als oud-Engels voor: burg, burcht, fort, veste, vesting of versterking). In de 10e eeuw werd het fort heroverd door de Schotten. In 1070 bouwden de koning Malcolm III van Schotland Canmore en zijn katholieke Engelse echtgenote Margaret de eerste burcht op de rots. Tussen 1084 en 1153 stichtte hun gelovige zoon, David I van Schotland, Holyrood Abbey en de stad (burgh) Edinburgh rond de burcht. In 1290 probeerde Engeland na de dood van Margaret (koningshuis MacMalcolm) Schotland te heroveren. Edinburgh werd platgebrand, maar toch benoemd tot hoofdstad van Schotland, nadat Robert the Bruce Edinburgh in 1329 tot koningsstad (Royal Burgh) bekroonde. In 1371 begon met Robert II de Stuart-dynastie, 'Stewart' op zijn Engels. Gedurende de periode van 1488 tot 1513 ontstond onder de regering van renaissancevorst Jacobus IV van Schotland de Grote Zaal van Edinburgh Castle en werd begonnen met de bouw van Palace of Holyroodhouse. Met Leith als haven werd Edinburgh al snel een belangrijk handelscentrum. De calvinist John Knox en de Schotse edelen introduceerden tegen de wil van koningin Maria I van Schotland het protestantisme in Schotland. Toen in 1573 een burgeroorlog ontstond, stond Edinburgh aan de kant van Maria, totdat het in 1573 werd heroverd. In 1603 erfde de zoon van Maria, Jacobus VI van Schotland ook de Engelse troon en verhuisde de hofhouding naar Londen. De presbyteriaanse Schotse oppositie verzette zich in 1638 tegen de hegemoniale nastrevingen van de Schotse Stuarts en ontwierp het National Convenant. Het document werd op het Greyfriars- kerkhof ondertekend door de burgers van Edinburgh. In het kader van de vereniging met Engeland (Act of Union) in 1707 werd het Parlement van Schotland opgeheven. Edinburgh en Glasgow hadden baat bij hun pro-Engelse houding en maakten een economische bloei door. Greenwich is een historische stad en een wijk (district) van de Britse hoofdstad Londen, gelegen in het zuidoosten van de metropool Groot-Londen, aan de zuidoever van de Theems. Greenwich telt een verzameling historische gebouwen uit de 17e, 18e en 19e eeuw, waarvan een aantal verbonden zijn met het Britse koningshuis en de Royal Navy. De belangrijkste gebouwen zijn: Queen's House, het Old Royal Naval College, het National Maritime Museum, het Greenwich Hospital en het Koninklijk Observatorium van Greenwich, alle fraai gelegen in het Greenwich Park, op een heuvel met uitzicht op de Theems. Het totale ensemble, aangeduid als Maritiem Greenwich, werd in 1997 op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Greenwich vormt het nulpunt van het systeem om de lengtepositie op het graadnet van de aarde aan te duiden. In dat systeem bevindt Greenwich zich op een nulmeridiaan, meer specifiek de meridiaan van Greenwich. Deze gaat door het Koninklijk Greenwich Observatorium, de sterrenwacht die vroeger in Greenwich gevestigd was. Naar het westen toe noemt men Westerlengte en naar het oosten toe Oosterlengte. Nederland en België liggen ongeveer op 5 graden oosterlengte. Greenwich is ook de plaats waaraan de tijdstandaard is afgesproken: als de zon dáár op het hoogste punt staat (in het zuiden), dan is het 12 uur lokale tijd. Dit is later aangeduid als Greenwich Mean Time, oftewel GMT. Deze tijdsaanduiding kent geen zomer- en wintertijd. De wintertijd op de Britse Eilanden is gelijk aan GMT, maar gedurende de zomertijd scheelt het een uur. Voor 1884 zijn er andere nulmeridianen in gebruik geweest. De Forth Bridge is een spoorbrug die de oevers van de Firth of Forth in Schotland verbindt. Dit type brug staat ook wel bekend als cantileverbrug. De brug ligt tussen de plaatsen North Queensferry en Queensferry. De werkzaamheden aan de brug begonnen onder leiding van Thomas Bouch, maar werden gestaakt toen de Tay Rail Bridge, een ander ontwerp van Bouch, instortte tijdens een storm in december 1879 wat leidde tot de ramp met de Tay Bridge. Het werk werd overgenomen door John Fowler en Benjamin Baker en uitgevoerd tussen 1883 en 1890. De brug werd geopend door de prins van Wales, de latere koning Eduard VII. De eerste vier jaar werden besteed aan de bouw van caissons (waterdichte kamers) en de bouw van de pijlers. Door het instorten van de Tay Bridge werd de Forth Bridge zo berekend dat zij een orkaan zou moeten kunnen weerstaan. In totaal heeft de bouw van de brug aan 54 mensen het leven gekost. De brug is 2,46 kilometer lang en het spoor bevindt zich 45 meter boven het wateroppervlak. In de brug is ongeveer 54.860 ton staal en 7 miljoen klinknagels verwerkt. Voor het onderhoud heeft de brug een eigen onderhoudsploeg. Het te schilderen oppervlak bedraagt 59 ha en daarvoor is 31.800 liter verf nodig. De brug werd in 2015 op de Werelderfgoedlijst geplaatst.
Foto: Diliff Foto: Jedyooo Foto: Hans Musil Foto: David Monniaux Foto: David Monniaux Foto: David Monniaux Foto: Christian Bickel Foto: Photograph by Mike Peel (www.mikepeel.net) CC-BY-SA-4.0 Foto: Andres Rueda  Foto: Derek Bathgate  Foto: George Gastin

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Verenigd Koninkrijk (UK): Tower of London, Durham,      Stonehenge, Bath, Abbey, Canterbury, Edinburgh, Greenwich, Forth Bridge (vervolg)
Het Palace of Westminster, ook bekend onder de naam Houses of Parliament, staat aan de oever van de Theems in de Londense wijk Westminster. Het paleis is de zetel van het Britse parlement, dat bestaat uit het Lagerhuis (House of Commons, vergelijkbaar met de Nederlandse Tweede Kamer of de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers) en het Hogerhuis (House of Lords, vergelijkbaar met de Nederlandse Eerste Kamer of de Belgische Senaat). Sinds 1987 staat het samen met Westminster Abbey en Saint Margaret's Church op de Werelderfgoedlijst. Op de plek van het huidige gebouw was al bebouwing aanwezig in de tijd van de Angelsaksen. De oudste nu nog bestaande gebouwen dateren echter uit ongeveer 1097. Koning Eduard de Belijder legde de grondvesten van het huidige gebouw door er rond het jaar 1050 een paleis te bouwen. Tot 1512 was dit het koninklijk verblijf van de Engelse koningen. In dat jaar vond een brand plaats, waardoor koning Hendrik VIII moest verhuizen naar het Palace of Whitehall. Niettemin is het gebouw nu nog altijd een paleis. Op 20 januari 1265 vond hier de eerste bijeenkomst plaats van een Engels parlement en met enige onderbrekingen is dit de vergaderplaats gebleven. Bij een grote brand in 1834 ging het grootste deel van het gebouw verloren. Na de herbouw in neogotische stijl in 1870 betrokken het Lagerhuis en het Hogerhuis hun huidige onderkomen. Het gebouw heeft ongeveer 1000 kamers, 100 trappen en meer dan drie kilometer aan gangen. Enkele delen stammen nog uit de periode van voor de brand in 1834, maar het grootste deel dateert van de wederopbouw in 1870. De kathedraal van Canterbury (Engels: The Cathedral and Metropolitical Church of Christ at Canterbury) is Engelands beroemdste kathedraal en de zetel van de aartsbisschop van Canterbury, de primaat van de Anglicaanse Kerk. De geschiedenis van de kathedraal gaat terug tot het jaar 597. In dat jaar bracht Sint- Augustinus, gestuurd door paus Gregorius I, het christelijke geloof naar het Angelsaksische Engeland. St. Augustinus stichtte een kerk en werd de eerste aartsbisschop. In 1170 werd aartsbisschop Thomas Becket in de kathedraal vermoord en vanaf die tijd groeide Canterbury uit tot een belangrijk bedevaartsoord. In de Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer zijn pelgrims onderweg van Londen naar deze kathedraal. De vieringtoren op de kathedraal is 72 m hoog. In de crypte bevinden zich nog enkele graven. In de jaren 1500 stond hier het graf van aartsbisschop Thomas Becket, maar kort daarna werd het vernietigd. Voor de ingang van de crypte is er een herdenkingsmonument voor Thomas Becket. In de kathedraal zijn verschillende glas-in- loodramen te bewonderen, waarop onder meer heiligen zoals Petrus en Johannes, maar ook Adam en Eva zijn afgebeeld. Op de verdieping van de Abbey Chair ligt het graf van de Black Prince. De Canterbury Cathedral, St Augustine's Abbey en St. Martin's Church werden in 1988 als gezamenlijk werelderfgoed op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Edinburgh is sinds 1437 de hoofdstad van Schotland. De stad (city) ligt aan de oostkust, aan de zuidzijde van de Firth of Forth, en is de zetel van het Schots Parlement, dat in 1999 opnieuw is ingesteld. De stad wordt door inwoners soms liefkozend Auld Reekie ("Oude Rokerd") genoemd. De stad is niet de grootste stad van Schotland, dat is Glasgow. Edinburgh begon als een fort op de gemakkelijk verdedigbare Castle Rock. De eerste bewoners, oer-Schotten, leefden vanaf ongeveer 6000 v.Chr. aan de voet van deze rots. In de bronstijd rond 1000 v.Chr. zijn nederzettingen op deze rots opgericht. Nadat de Romeinen in de 1e eeuw n.Chr. naar Schotland oprukten, kwamen zij in contact met de Keltische stam der Votadini (later Goddodin), van wie de vesting (dun eidyn) op de burchtrots stond. In de 7e eeuw werd het fort veroverd door de Engelsen (Northumbriërs) inclusief heel Zuid-Schotland. De Engelsen noemden het fort Eiden's burgh. ("Burgh" is zowel Nederlands als oud-Engels voor: burg, burcht, fort, veste, vesting of versterking). In de 10e eeuw werd het fort heroverd door de Schotten. In 1070 bouwden de koning Malcolm III van Schotland Canmore en zijn katholieke Engelse echtgenote Margaret de eerste burcht op de rots. Tussen 1084 en 1153 stichtte hun gelovige zoon, David I van Schotland, Holyrood Abbey en de stad (burgh) Edinburgh rond de burcht. In 1290 probeerde Engeland na de dood van Margaret (koningshuis MacMalcolm) Schotland te heroveren. Edinburgh werd platgebrand, maar toch benoemd tot hoofdstad van Schotland, nadat Robert the Bruce Edinburgh in 1329 tot koningsstad (Royal Burgh) bekroonde. In 1371 begon met Robert II de Stuart-dynastie, 'Stewart' op zijn Engels. Gedurende de periode van 1488 tot 1513 ontstond onder de regering van renaissancevorst Jacobus IV van Schotland de Grote Zaal van Edinburgh Castle en werd begonnen met de bouw van Palace of Holyroodhouse. Met Leith als haven werd Edinburgh al snel een belangrijk handelscentrum. De calvinist John Knox en de Schotse edelen introduceerden tegen de wil van koningin Maria I van Schotland het protestantisme in Schotland. Toen in 1573 een burgeroorlog ontstond, stond Edinburgh aan de kant van Maria, totdat het in 1573 werd heroverd. In 1603 erfde de zoon van Maria, Jacobus VI van Schotland ook de Engelse troon en verhuisde de hofhouding naar Londen. De presbyteriaanse Schotse oppositie verzette zich in 1638 tegen de hegemoniale nastrevingen van de Schotse Stuarts en ontwierp het National Convenant. Het document werd op het Greyfriars-kerkhof ondertekend door de burgers van Edinburgh. In het kader van de vereniging met Engeland (Act of Union) in 1707 werd het Parlement van Schotland opgeheven. Edinburgh en Glasgow hadden baat bij hun pro-Engelse houding en maakten een economische bloei door. Greenwich is een historische stad en een wijk (district) van de Britse hoofdstad Londen, gelegen in het zuidoosten van de metropool Groot-Londen, aan de zuidoever van de Theems. Greenwich telt een verzameling historische gebouwen uit de 17e, 18e en 19e eeuw, waarvan een aantal verbonden zijn met het Britse koningshuis en de Royal Navy. De belangrijkste gebouwen zijn: Queen's House, het Old Royal Naval College, het National Maritime Museum, het Greenwich Hospital en het Koninklijk Observatorium van Greenwich, alle fraai gelegen in het Greenwich Park, op een heuvel met uitzicht op de Theems. Het totale ensemble, aangeduid als Maritiem Greenwich, werd in 1997 op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Greenwich vormt het nulpunt van het systeem om de lengtepositie op het graadnet van de aarde aan te duiden. In dat systeem bevindt Greenwich zich op een nulmeridiaan, meer specifiek de meridiaan van Greenwich. Deze gaat door het Koninklijk Greenwich Observatorium, de sterrenwacht die vroeger in Greenwich gevestigd was. Naar het westen toe noemt men Westerlengte en naar het oosten toe Oosterlengte. Nederland en België liggen ongeveer op 5 graden oosterlengte. Greenwich is ook de plaats waaraan de tijdstandaard is afgesproken: als de zon dáár op het hoogste punt staat (in het zuiden), dan is het 12 uur lokale tijd. Dit is later aangeduid als Greenwich Mean Time, oftewel GMT. Deze tijdsaanduiding kent geen zomer- en wintertijd. De wintertijd op de Britse Eilanden is gelijk aan GMT, maar gedurende de zomertijd scheelt het een uur. Voor 1884 zijn er andere nulmeridianen in gebruik geweest. De Forth Bridge is een spoorbrug die de oevers van de Firth of Forth in Schotland verbindt. Dit type brug staat ook wel bekend als cantileverbrug. De brug ligt tussen de plaatsen North Queensferry en Queensferry. De werkzaamheden aan de brug begonnen onder leiding van Thomas Bouch, maar werden gestaakt toen de Tay Rail Bridge, een ander ontwerp van Bouch, instortte tijdens een storm in december 1879 wat leidde tot de ramp met de Tay Bridge. Het werk werd overgenomen door John Fowler en Benjamin Baker en uitgevoerd tussen 1883 en 1890. De brug werd geopend door de prins van Wales, de latere koning Eduard VII. De eerste vier jaar werden besteed aan de bouw van caissons (waterdichte kamers) en de bouw van de pijlers. Door het instorten van de Tay Bridge werd de Forth Bridge zo berekend dat zij een orkaan zou moeten kunnen weerstaan. In totaal heeft de bouw van de brug aan 54 mensen het leven gekost. De brug is 2,46 kilometer lang en het spoor bevindt zich 45 meter boven het wateroppervlak. In de brug is ongeveer 54.860 ton staal en 7 miljoen klinknagels verwerkt. Voor het onderhoud heeft de brug een eigen onderhoudsploeg. Het te schilderen oppervlak bedraagt 59 ha en daarvoor is 31.800 liter verf nodig. De brug werd in 2015 op de Werelderfgoedlijst geplaatst.
Foto: Diliff Foto: Jedyooo Foto: Hans Musil Foto: David Monniaux Foto: David Monniaux Foto: David Monniaux Foto: Christian Bickel Foto: Photograph by Mike Peel (www.mikepeel.net) CC-BY-SA-4.0 Foto: Andres Rueda  Foto: Derek Bathgate  Foto: George Gastin