© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
 Tweede Wereldoorlog - Holocaust (vervolg)
Nederlands-Indië was een Nederlandse kolonie die het gebied omvatte dat nu Indonesië is. De Nederlandse aanwezigheid in Indië dateert van het eind van de 16e eeuw, kort voor de oprichting van de VOC. Na de opheffing van de VOC, die het gebied in bezit had, in 1798, ging de kolonie over op de toenmalige Bataafse Republiek (Nederland). Na 1800 werd Indië officieel 'Nederlands-Indië'. Tot in de twintigste eeuw was het bezit van koloniën voor de West-Europese landen tamelijk algemeen geaccepteerd. Dat was niet alleen uit economische overwegingen, zoals de handel in specerijen als nootmuskaat, foelie, kruidnagel en kaneel, maar ook koffie, thee en de kleurstof indigo; ook nationaal prestige (hebben van koloniën) speelde mee. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaven de Nederlandse strijdkrachten zich op 8 maart 1942 over en werd Nederlands-Indië door Japan bezet. De Nederlanders die daar nog waren, kwamen in Japanse kampen terecht. Na de capitulatie van Japan, riep Soekarno de Republik Indonesia uit, die geheel Nederlands-Indië moest omvatten. Nederland verzette zich daar tegen, en stuurde militairen om de opstand neer te slaan, de 'politionele acties'. Nederland kon de Indonesiërs niet verslaan en accepteerde op 27 december 1949 de Indonesische onafhankelijkheid. De Slag om Arnhem was de veldslag die van 17 tot 25 september 1944 in en rond Arnhem plaatsvond, als onderdeel van Operatie Market Garden In augustus en begin september 1944 hadden de Geallieerden het noorden van Frankrijk en België bevrijd. In Nederland was grote paniek uitgebroken (Dolle Dinsdag). De Siegfriedlinie en de Rijn vormden echter forse obstakels. Veldmaarschalk Montgomery stelde daarop Operatie Market Garden voor, met als doel om de Duitse linies heen te trekken en Duitsland binnen te vallen via Arnhem. Parachutisten moesten enkele bruggen veroveren (operatie Market) en bezet houden tot de tanks er waren (operatie Garden). Niet iedereen was ervan overtuigd dat het mogelijk was de grote rivieren eenvoudig over te steken ("een brug te ver gaan"), maar het plan werd uiteindelijk geaccordeerd. De operatie begon zondagochtend 17 september 1944 om half twaalf met een inleidend bombardement dat bedoeld was om Duitse kazernes in Ede en Arnhem te treffen. 's Middags landden bijna 5.200 man van de Eerste Britse Luchtlandingsdivisie, deels per parachutes, en deels in zweefvliegtuigen op terreinen op grote afstand van Arnhem, namelijk bij Wolfheze en ten noorden van Heelsum. In sommige zweefvliegtuigen werden jeeps en antitankgeschut aangevoerd. Op 18 september landden nog eens 1900 parachutisten op de Ginkelse heide bij Ede en zweefvliegtuigen bij Wolfheze. Tijdens de overtocht vanuit Engeland ging door ongelukken een deel van de uitrusting verloren. Voorts bleek na de landing dat het radiocontact tussen de eenheden onderling en met het hoofdkwartier voortdurend haperde. De voornaamste tegenslag was evenwel de tot dan toe onopgemerkt gebleven aanwezigheid van twee SS-pantserdivisies, die in feite toevallig vlak ten noorden van Arnhem gelegerd waren. De Britse generaals waren echter door verkenners gewezen op de gecamoufleerde aanwezigheid van deze tanks en pantservoertuigen. Dit bericht werd door de Britten genegeerd. De 9de SS-pantserdivisie werd door de Duitsers naar Nijmegen gestuurd om de Amerikanen daar tegen te houden. De 10e SS-pantserdivisie omvatte in eerste instantie circa 4.500 manschappen, voorzien van tanks en artillerie. Snel optreden van deze divisie leidde ertoe dat het verrassingseffect van de luchtlandingen vrijwel terstond verloren ging. De Britse troepen raakten snel vast in hevige straatgevechten in Oosterbeek en Arnhem. Aan het eind van de dag slaagde slechts het tweede bataljon, onder leiding van luitenant- kolonel John Frost, erin een bruggenhoofd te vestigen bij de noordelijke oprit van de verkeersbrug in het centrum van Arnhem. De spoorbrug bij Oosterbeek was toen reeds opgeblazen. Voor het welslagen van Market Garden was het nu essentieel, dat het Britse bruggenhoofd stand zou houden totdat de grondtroepen van het Britse 30e Legercorps (XXX Corps) de brug zouden bereiken. In de dagen volgend op 17 september bleef het Britse bruggenhoofd echter geïsoleerd door de onverwacht snelle tegenaanvallen van de Duitsers onder SS-Brigadeführer Wilhelm Bittrich en veldmaarschalk Walter Model. Hierdoor werd de aanvoer van versterkingen belet. In hevige straatgevechten werden de Britten steeds verder teruggedreven. Reeds op 19 september was Urquhart gedwongen zijn troepen terug te trekken naar een gebied in Oosterbeek van circa 1 bij 2 km (de "perimeter"). Men was in feite in deze perimeter geïsoleerd. De dropping van voorraden mislukte vrijwel voortdurend: door het gebrekkige radiocontact kon niet worden doorgegeven dat de dropzones in Duitse handen waren, terwijl de piloten de opdracht hadden signalen vanaf de grond te negeren. Later in de slag bleken de nieuwe dropzones te klein om effectief voorraden te kunnen droppen. Bijna alle afgeworpen voorraden kwamen daardoor in Duitse handen terecht. Uit Duitsland kwamen ook steeds meer versterkingen, waaronder Tiger II-tanks. Op 21 september landde bij Driel de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade onder Stanisław Sosabowski. Hierdoor braken er ook gevechten uit in de Betuwe, het gebied ten zuiden van de Rijn. De landing van deze Poolse eenheden behoedde de Britse para's voor een vernietigende Duitse aanval die voor de daaropvolgende dag was gepland, maar bracht uiteindelijk onvoldoende soelaas. De opmars van de grondtroepen vanuit het zuiden van Nederland verliep aanmerkelijk trager dan gepland. (Volgens de planning had het bruggenhoofd overigens circa drie etmalen behouden moeten blijven, hetgeen voor luchtlandingstroepen al een zeer lange periode is.) Ten eerste viel de brug bij Son (op de route Eindhoven - Nijmegen - Arnhem) niet onbeschadigd in geallieerde handen, zodat kostbare tijd verloren ging met het bouwen van een noodbrug en duurde het lang voor de brug bij Nijmegen in geallieerde handen viel. Ten tweede bleek de Duitse tegenstand heftiger te zijn dan verwacht. Ten derde speelde de route zelf een rol: deze liep over een zeer smalle weg van Valkenswaard naar Arnhem en die tussen Nijmegen en Arnhem deels op een dijklichaam lag. Naarmate de tijd vorderde raakte de weg steeds vaker geblokkeerd door defect en kapot geschoten materieel door Duitse tegenaanvallen. De route werd door de geallieerde troepen aangeduid als Hell's Highway. Het gevolg hiervan was dat de grondtroepen niet tijdig de Arnhemse brug konden bereiken om Frost en zijn manschappen te ontzetten. Op donderdag 21 september waren zij genoodzaakt zich over te geven. Op zondag 24 september vond de Conferentie van Valburg plaats waar besloten werd de perimeter nog één maal te versterken. De oversteek van de 4th Dorsets van de 43e Divisie dezelfde avond mislukte, waarna het restant van de Britse Parachutistendivisie onder generaal-majoor Roy Urquhart zich op 25 september van het geallieerde opperbevel over de Rijn mocht terugtrekken. Op dat moment waren in de perimeter nog circa 2300 man Britse en Poolse troepen aanwezig. Van hen slaagden circa 2000 in de nacht van 25 op 26 september erin de Rijn over te steken. De overigen gaven zich de volgende dag over of verstopten zich om later alsnog over de Rijn te ontsnappen (Operatie Pegasus). Na de Slag om Arnhem hielden de Duitsers rekening met een herhaling van de aanval. Daarbij zouden burgers alleen maar in de weg lopen of de geallieerden mogelijk helpen. Daarom dwongen ze op 24 september de 95.000 inwoners van Arnhem om hun stad te verlaten. Ook de Zuid-Veluwe werd geheel ontruimd. De verkeersbrug over de Rijn heet sinds 1978 de John Frostbrug. Bevrijding In het najaar van 1944 werd het zuiden van Nederland bevrijd door het Engelse, Amerikaanse, Canadese en Poolse leger. Deze samenwerkende legers werden de 'geallieerden' genoemd. Het gebied boven de grote rivieren (vooral de grote steden in het westen) was nog niet bevrijd. Zij hadden te lijden onder een verschrikkelijke 'hongerwinter'. Er was bijna geen eten meer. Mensen aten bijvoorbeeld tulpenbollen om in leven te blijven. Meer dan 20.000 mensen stierven van honger. Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger zich over en was heel Nederland bevrijd. Op dat moment was Nederlands-Indië nog bezet door het Japanse leger, dat (samen met Italië) aan de kant van Duitsland stond. Japan gaf zich over op 15 augustus 1945. Het eiland Schiermonnikoog was de laatste gemeente in Nederland die, op 11 juni 1945, werd bevrijd. Toen in april 1945 de provincie Groningen werd bevrijd door de Canadezen, vluchtte een groep van ongeveer 120 SS'ers naar het eiland, waar nog steeds een Duits garnizoen aanwezig was. Op 11 juni werden de laatste 600 man Duitse troepen op Schiermonnikoog door de Canadezen afgevoerd. Bevrijdingsdag is de jaarlijkse nationale feestdag op 5 mei waarop de bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland in 1945 wordt gevierd. Op deze dag wordt ook de bevrijding van het toenmalig Nederlands-Indië gevierd. Nederland staat op 5 mei ook stil bij de grote waarde van vrijheid, democratie en mensenrechten. Wederopbouw Tijdens de oorlog was veel infrastructuur, zoals bruggen, wegen en spoorwegen vernietigd. Ook waren huizen, fabrieken en gebouwen vernietigd of beschadigd. Door vereniging van krachten werd Nederland weer opgebouwd met behulp van onder andere het Marshallplan. Dit was een omvangrijk materieel hulpplan, dat op initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George C. Marshall in 1948 in werking trad. Dit Europees herstelprogramma was gericht op de economische wederopbouw van de door de oorlog getroffen landen in Europa, mede om een buffer te vormen tegen de oprukkende communistische Sovjet-Unie. De hulp bestond tussen 1948 en 1952 concreet uit geld, goederen, grondstoffen en levensmiddelen voor een totaalwaarde van 12,4 miljard dollar vanuit de Verenigde Staten (20% van de hulp was een lening, 80% was gift). Eind 1947 waren overigens de Britse en de Franse productie alweer op het vooroorlogse niveau. Nederland, Italië en België volgden eind 1948. Dit dankzij onder andere de talloze nieuwe, vooral Amerikaanse, technieken en productiemethodes waarmee men tijdens de oorlog had kennisgemaakt. Nederland, eerst vooral een agrarische staat, maakte een snelle inhaalslag en industrialiseerde op grote schaal. EU Europese Unie In de gehele geschiedenis van Europa zijn er momenten geweest dat een Europese macht heeft geprobeerd heel Europa in haar macht te krijgen. Tijdens de beide Wereldoorlogen zochten aartsrivalen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk al toenadering in een economische unie. Op 18 april 1951 werd het Verdrag van Parijs getekend tussen België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland. Op 25 maart 1957 werd het Verdrag van Rome ondertekend door dezelfde landen. Dit nieuwe verdrag richtte de Europese Economische Gemeenschap(EEG)op. Met het Verdrag van Maastricht(1993) werd verder gegaan onder de naam Europese Gemeenschappen(EG). Het belangrijkste aan het Verdrag van Maastricht was echter de oprichting van de Europese Unie(EU) als overkoepelende organisatie van alle verdragen. Op dit moment(2008) omvat de EU 27 staten: in de voorbije jaren werd de Unie gestaag uitgebreid met Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Portugal, Spanje, Oost-Duitsland, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije en Roemenië. Van meerdere landen lopen er aanvragen voor toetreding. De EU werkt aan een gezamenlijke wetgeving: het Verdrag van Lissabon.
Tropenmuseum, part of the National Museum of World Cultures (CC BY-SA 3.0) This is photograph K 7570 from the collections of the Imperial War Museums. Licensed under Publiek domein via Wikimedia Commons - This is photograph HU 2129 from the collections of the Imperial War Museums. Photographer: Stirton, Alexander Mackenzie, 1915- xx (Dept. of National Defence). Terms of use Credit: Library and Archives Canada/PA-138588 (1 photograph ; 2 1/4 x 2 1/4 in) Restrictions on use: Nil Copyright: Expired MIKAN no. 3518991 -. Europese Unie Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Nederlands-Indië was een Nederlandse kolonie die het gebied omvatte dat nu Indonesië is. De Nederlandse aanwezigheid in Indië dateert van het eind van de 16e eeuw, kort voor de oprichting van de VOC. Na de opheffing van de VOC, die het gebied in bezit had, in 1798, ging de kolonie over op de toenmalige Bataafse Republiek (Nederland). Na 1800 werd Indië officieel 'Nederlands-Indië'. Tot in de twintigste eeuw was het bezit van koloniën voor de West- Europese landen tamelijk algemeen geaccepteerd. Dat was niet alleen uit economische overwegingen, zoals de handel in specerijen als nootmuskaat, foelie, kruidnagel en kaneel, maar ook koffie, thee en de kleurstof indigo; ook nationaal prestige (hebben van koloniën) speelde mee. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaven de Nederlandse strijdkrachten zich op 8 maart 1942 over en werd Nederlands-Indië door Japan bezet. De Nederlanders die daar nog waren, kwamen in Japanse kampen terecht. Na de capitulatie van Japan, riep Soekarno de Republik Indonesia uit, die geheel Nederlands-Indië moest omvatten. Nederland verzette zich daar tegen, en stuurde militairen om de opstand neer te slaan, de 'politionele acties'. Nederland kon de Indonesiërs niet verslaan en accepteerde op 27 december 1949 de Indonesische onafhankelijkheid. De Slag om Arnhem was de veldslag die van 17 tot 25 september 1944 in en rond Arnhem plaatsvond, als onderdeel van Operatie Market Garden In augustus en begin september 1944 hadden de Geallieerden het noorden van Frankrijk en België bevrijd. In Nederland was grote paniek uitgebroken (Dolle Dinsdag). De Siegfriedlinie en de Rijn vormden echter forse obstakels. Veldmaarschalk Montgomery stelde daarop Operatie Market Garden voor, met als doel om de Duitse linies heen te trekken en Duitsland binnen te vallen via Arnhem. Parachutisten moesten enkele bruggen veroveren (operatie Market) en bezet houden tot de tanks er waren (operatie Garden). Niet iedereen was ervan overtuigd dat het mogelijk was de grote rivieren eenvoudig over te steken ("een brug te ver gaan"), maar het plan werd uiteindelijk geaccordeerd. De operatie begon zondagochtend 17 september 1944 om half twaalf met een inleidend bombardement dat bedoeld was om Duitse kazernes in Ede en Arnhem te treffen. 's Middags landden bijna 5.200 man van de Eerste Britse Luchtlandingsdivisie, deels per parachutes, en deels in zweefvliegtuigen op terreinen op grote afstand van Arnhem, namelijk bij Wolfheze en ten noorden van Heelsum. In sommige zweefvliegtuigen werden jeeps en antitankgeschut aangevoerd. Op 18 september landden nog eens 1900 parachutisten op de Ginkelse heide bij Ede en zweefvliegtuigen bij Wolfheze. Tijdens de overtocht vanuit Engeland ging door ongelukken een deel van de uitrusting verloren. Voorts bleek na de landing dat het radiocontact tussen de eenheden onderling en met het hoofdkwartier voortdurend haperde. De voornaamste tegenslag was evenwel de tot dan toe onopgemerkt gebleven aanwezigheid van twee SS-pantserdivisies, die in feite toevallig vlak ten noorden van Arnhem gelegerd waren. De Britse generaals waren echter door verkenners gewezen op de gecamoufleerde aanwezigheid van deze tanks en pantservoertuigen. Dit bericht werd door de Britten genegeerd. De 9de SS- pantserdivisie werd door de Duitsers naar Nijmegen gestuurd om de Amerikanen daar tegen te houden. De 10e SS-pantserdivisie omvatte in eerste instantie circa 4.500 manschappen, voorzien van tanks en artillerie. Snel optreden van deze divisie leidde ertoe dat het verrassingseffect van de luchtlandingen vrijwel terstond verloren ging. De Britse troepen raakten snel vast in hevige straatgevechten in Oosterbeek en Arnhem. Aan het eind van de dag slaagde slechts het tweede bataljon, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, erin een bruggenhoofd te vestigen bij de noordelijke oprit van de verkeersbrug in het centrum van Arnhem. De spoorbrug bij Oosterbeek was toen reeds opgeblazen. Voor het welslagen van Market Garden was het nu essentieel, dat het Britse bruggenhoofd stand zou houden totdat de grondtroepen van het Britse 30e Legercorps (XXX Corps) de brug zouden bereiken. In de dagen volgend op 17 september bleef het Britse bruggenhoofd echter geïsoleerd door de onverwacht snelle tegenaanvallen van de Duitsers onder SS-Brigadeführer Wilhelm Bittrich en veldmaarschalk Walter Model. Hierdoor werd de aanvoer van versterkingen belet. In hevige straatgevechten werden de Britten steeds verder teruggedreven. Reeds op 19 september was Urquhart gedwongen zijn troepen terug te trekken naar een gebied in Oosterbeek van circa 1 bij 2 km (de "perimeter"). Men was in feite in deze perimeter geïsoleerd. De dropping van voorraden mislukte vrijwel voortdurend: door het gebrekkige radiocontact kon niet worden doorgegeven dat de dropzones in Duitse handen waren, terwijl de piloten de opdracht hadden signalen vanaf de grond te negeren. Later in de slag bleken de nieuwe dropzones te klein om effectief voorraden te kunnen droppen. Bijna alle afgeworpen voorraden kwamen daardoor in Duitse handen terecht. Uit Duitsland kwamen ook steeds meer versterkingen, waaronder Tiger II-tanks. Op 21 september landde bij Driel de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade onder Stanisław Sosabowski. Hierdoor braken er ook gevechten uit in de Betuwe, het gebied ten zuiden van de Rijn. De landing van deze Poolse eenheden behoedde de Britse para's voor een vernietigende Duitse aanval die voor de daaropvolgende dag was gepland, maar bracht uiteindelijk onvoldoende soelaas. De opmars van de grondtroepen vanuit het zuiden van Nederland verliep aanmerkelijk trager dan gepland. (Volgens de planning had het bruggenhoofd overigens circa drie etmalen behouden moeten blijven, hetgeen voor luchtlandingstroepen al een zeer lange periode is.) Ten eerste viel de brug bij Son (op de route Eindhoven - Nijmegen - Arnhem) niet onbeschadigd in geallieerde handen, zodat kostbare tijd verloren ging met het bouwen van een noodbrug en duurde het lang voor de brug bij Nijmegen in geallieerde handen viel. Ten tweede bleek de Duitse tegenstand heftiger te zijn dan verwacht. Ten derde speelde de route zelf een rol: deze liep over een zeer smalle weg van Valkenswaard naar Arnhem en die tussen Nijmegen en Arnhem deels op een dijklichaam lag. Naarmate de tijd vorderde raakte de weg steeds vaker geblokkeerd door defect en kapot geschoten materieel door Duitse tegenaanvallen. De route werd door de geallieerde troepen aangeduid als Hell's Highway. Het gevolg hiervan was dat de grondtroepen niet tijdig de Arnhemse brug konden bereiken om Frost en zijn manschappen te ontzetten. Op donderdag 21 september waren zij genoodzaakt zich over te geven. Op zondag 24 september vond de Conferentie van Valburg plaats waar besloten werd de perimeter nog één maal te versterken. De oversteek van de 4th Dorsets van de 43e Divisie dezelfde avond mislukte, waarna het restant van de Britse Parachutistendivisie onder generaal- majoor Roy Urquhart zich op 25 september van het geallieerde opperbevel over de Rijn mocht terugtrekken. Op dat moment waren in de perimeter nog circa 2300 man Britse en Poolse troepen aanwezig. Van hen slaagden circa 2000 in de nacht van 25 op 26 september erin de Rijn over te steken. De overigen gaven zich de volgende dag over of verstopten zich om later alsnog over de Rijn te ontsnappen (Operatie Pegasus). Na de Slag om Arnhem hielden de Duitsers rekening met een herhaling van de aanval. Daarbij zouden burgers alleen maar in de weg lopen of de geallieerden mogelijk helpen. Daarom dwongen ze op 24 september de 95.000 inwoners van Arnhem om hun stad te verlaten. Ook de Zuid-Veluwe werd geheel ontruimd. De verkeersbrug over de Rijn heet sinds 1978 de John Frostbrug. Bevrijding In het najaar van 1944 werd het zuiden van Nederland bevrijd door het Engelse, Amerikaanse, Canadese en Poolse leger. Deze samenwerkende legers werden de 'geallieerden' genoemd. Het gebied boven de grote rivieren (vooral de grote steden in het westen) was nog niet bevrijd. Zij hadden te lijden onder een verschrikkelijke 'hongerwinter'. Er was bijna geen eten meer. Mensen aten bijvoorbeeld tulpenbollen om in leven te blijven. Meer dan 20.000 mensen stierven van honger. Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger zich over en was heel Nederland bevrijd. Op dat moment was Nederlands-Indië nog bezet door het Japanse leger, dat (samen met Italië) aan de kant van Duitsland stond. Japan gaf zich over op 15 augustus 1945. Het eiland Schiermonnikoog was de laatste gemeente in Nederland die, op 11 juni 1945, werd bevrijd. Toen in april 1945 de provincie Groningen werd bevrijd door de Canadezen, vluchtte een groep van ongeveer 120 SS'ers naar het eiland, waar nog steeds een Duits garnizoen aanwezig was. Op 11 juni werden de laatste 600 man Duitse troepen op Schiermonnikoog door de Canadezen afgevoerd. Bevrijdingsdag is de jaarlijkse nationale feestdag op 5 mei waarop de bevrijding van de Duitse bezetting in Nederland in 1945 wordt gevierd. Op deze dag wordt ook de bevrijding van het toenmalig Nederlands-Indië gevierd. Nederland staat op 5 mei ook stil bij de grote waarde van vrijheid, democratie en mensenrechten. Wederopbouw Tijdens de oorlog was veel infrastructuur, zoals bruggen, wegen en spoorwegen vernietigd. Ook waren huizen, fabrieken en gebouwen vernietigd of beschadigd. Door vereniging van krachten werd Nederland weer opgebouwd met behulp van onder andere het Marshallplan. Dit was een omvangrijk materieel hulpplan, dat op initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George C. Marshall in 1948 in werking trad. Dit Europees herstelprogramma was gericht op de economische wederopbouw van de door de oorlog getroffen landen in Europa, mede om een buffer te vormen tegen de oprukkende communistische Sovjet-Unie. De hulp bestond tussen 1948 en 1952 concreet uit geld, goederen, grondstoffen en levensmiddelen voor een totaalwaarde van 12,4 miljard dollar vanuit de Verenigde Staten (20% van de hulp was een lening, 80% was gift). Eind 1947 waren overigens de Britse en de Franse productie alweer op het vooroorlogse niveau. Nederland, Italië en België volgden eind 1948. Dit dankzij onder andere de talloze nieuwe, vooral Amerikaanse, technieken en productiemethodes waarmee men tijdens de oorlog had kennisgemaakt. Nederland, eerst vooral een agrarische staat, maakte een snelle inhaalslag en industrialiseerde op grote schaal. EU Europese Unie In de gehele geschiedenis van Europa zijn er momenten geweest dat een Europese macht heeft geprobeerd heel Europa in haar macht te krijgen. Tijdens de beide Wereldoorlogen zochten aartsrivalen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk al toenadering in een economische unie. Op 18 april 1951 werd het Verdrag van Parijs getekend tussen België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland. Op 25 maart 1957 werd het Verdrag van Rome ondertekend door dezelfde landen. Dit nieuwe verdrag richtte de Europese Economische Gemeenschap(EEG)op. Met het Verdrag van Maastricht(1993) werd verder gegaan onder de naam Europese Gemeenschappen(EG). Het belangrijkste aan het Verdrag van Maastricht was echter de oprichting van de Europese Unie(EU) als overkoepelende organisatie van alle verdragen. Op dit moment(2008) omvat de EU 27 staten: in de voorbije jaren werd de Unie gestaag uitgebreid met Denemarken, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Portugal, Spanje, Oost-Duitsland, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije en Roemenië. Van meerdere landen lopen er aanvragen voor toetreding. De EU werkt aan een gezamenlijke wetgeving: het Verdrag van Lissabon.
Tropenmuseum, part of the National Museum of World Cultures (CC BY-SA 3.0) This is photograph K 7570 from the collections of the Imperial War Museums. Licensed under Publiek domein via Wikimedia Commons - This is photograph HU 2129 from the collections of the Imperial War Museums. Photographer: Stirton, Alexander Mackenzie, 1915- xx (Dept. of National Defence). Terms of use Credit: Library and Archives Canada/PA-138588 (1 photograph ; 2 1/4 x 2 1/4 in) Restrictions on use: Nil Copyright: Expired MIKAN no. 3518991 -. Europese Unie
Tweede Wereldoorlog - Holocaust (vervolg)