© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
 Tweede Wereldoorlog - Holocaust (slot)
Holocaust De Holocaust, ook wel Shoah, Shoa of Sjoa (Hebreeuws: Ha-Shoah) genoemd, was de systematische Jodenvervolging door de nazi's en hun bondgenoten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de overheersing door nazi-Duitsland werden er tussen de 5,1 en 6 miljoen Europese Joden vermoord. De moorden vonden grotendeels plaats in concentratie- en vernietigingskampen. Naast Joden werden ook andere groepen al dan niet systematisch vermoord, zoals homoseksuelen, Esperantisten, zigeuners, "economisch onwaardigen", Russen, etnische Polen, gehandicapten, Jehova's getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, vakbondsleden, vrijmetselaars, communisten, Spaanse republikeinen, Serven, Quakers en mensen die zich verzetten tegen de nazi's. Antisemitisme en antiziganisme hadden altijd al onderdeel uitgemaakt van het NSDAP-partijprogramma. Dit antisemitisme vond onder het Duitse volk, dat leed onder de gevolgen van een hyperinflatie, gretig aftrek vanwege de gedachte dat Joden zich vaak in de bankiers- en zakenwereld bevonden. Niet alleen Hitler, maar ook vele kopstukken van zijn partij waren antisemiet. Julius Streicher spande met zijn radicale partijblad "Der Stürmer" de kroon: soms waren zijn ideeën zelfs de nazi's wat te gortig. De nazi's zagen de Joden als "bacillen", die de Duitse natie "ziek maakten" en "ondermijnden". Al ver voordat Hitler aan de macht kwam, heeft hij onder meer in "Mein Kampf" beweerd dat de Eerste Wereldoorlog niet zou zijn verloren als de Duitsers "tien- of twaalfduizend van deze volksverraders onder het gifgas hadden gehouden". Toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam, was er wel zeker latent antisemitisme, dat door de NSDAP en de SA werd uitgebuit. Toch was dit zeker niet hetzelfde antisemitisme als dat van de NSDAP. Het antisemitisme in Duitsland was eerder economisch van aard en ging beslist niet zo ver dat men de Joden wilde uitroeien of verwijderen. Veel Joden integreerden in de Duitse samenleving en werden dan ook niet meer als Jood gezien. Het antisemitisme van de NSDAP was hoofdzakelijk beïnvloed door het antisemitisme in Oostenrijk en Sudetenland, dat veel radicaler was. Hitler had zelf jaren in Wenen gewoond, waar de Duitssprekenden zich bedreigd voelden door de groeiende aanwezigheid van de niet-Duitssprekenden en Joden. Hier kwamen groeperingen op die betoogden dat er een "joods ras" bestond dat inferieur was aan het "Germaanse ras" en dat dit ras en diens zuiverheid "ondermijnde". Dit was het antisemitisme dat de NSDAP propageerde, en dat al in de 19e eeuw radicalere oplossingen voorstond. De weg naar de Holocaust/Shoa begon met door de regering en partij aangemoedigde pesterijen door radicale elementen. Deze pesterijen omvatten onder andere uitschelden, belachelijk maken, molestaties en zo nu en dan ook moord. Wanneer het te gortig werd, werd van bovenaf "ingegrepen", waarna de regering de radicalen "tevreden stelde" met antisemitische maatregelen om "verder geweld te voorkomen". Dit culmineerde uiteindelijk in de "Neurenberger wetten" van 1935. Dit omvatte een pakket discriminerende maatregelen alsmede regelgeving die bepaalde wie er wel en wie niet een Duitser of Jood was. Door die nieuwe wetgeving raakten Joden hun burgerrechten kwijt en werden huwelijken tussen Joden en niet-Joden verboden. In de jaren dertig was de nazipartij zeer populair en werd het antisemitisme "op de koop toe genomen", ook door degenen die niet antisemiet waren. Men veronderstelde bovendien dat de ideologie mettertijd zou verzwakken nu de NSDAP regeerde, wat tijdens de Olympische Spelen van 1936 ook werkelijk leek te gebeuren. De NSDAP had echter de pesterijen doelbewust tegengehouden om de schone schijn tijdens de Spelen op te houden. Na 1936 gingen de maatregelen en pesterijen weer door. Op 10 november 1938 vond na de moord op Vom Rath de Reichskristallnacht of kortweg Kristallnacht plaats. Duizenden SA-mannen in burger overvielen Joodse huizen en winkels, stichtten brand in synagogen en sloegen Joden in elkaar. Dit leidde tot het buiten de economie plaatsen van de Joden en het opleggen van een boete van 1 miljard mark aan de Joodse gemeenschap, aangezien volgens de regering de Joden de aanstichters waren. Buitenlandse kritiek werd gepareerd met de mededeling dat dit een uiting was van het gezonde volksoordeel, het "Gesundes Volksempfinden". In de jaren 1938-1941 werd gewerkt aan een "oplossing" waarbij Joden naar een bepaald gebied gezonden zouden worden. Eén optie was Brits Palestina, een andere was Madagaskar. Met name na de overwinning op Frankrijk zouden veel nazi's het Madagaskarplan aanhangen, maar dit was zolang de oorlog duurde niet haalbaar. De Britse marine beheerste de zee en de Duitsers durfden niet te veel druk op de Fransen uit te oefenen om ze hun kolonie te laten afstaan. De uiteindelijke bezetting van het eiland door geallieerde troepen zorgde dat dit plan definitief van de agenda verdween. Een verdere stap in de richting van genocide was het idee Joden als gijzelaars te gebruiken om de Verenigde Staten buiten de oorlog te houden. In bezet Polen begonnen ondertussen de Gauleiters van oostelijke Gouwen als Wartheland en Danzig-Westpruisen hun Gaue "Judenrein" te maken door Joden naar het Generalgouvernment (de door de Duitsers geïnitieerde Poolse rompstaat) te deporteren. De nieuwe Gaue werden gezien als mogelijkheid om een ideale nazi-samenleving te creëren. Daarbij hoorde uiteraard het "verwijderen" van "ongewenste elementen", waaronder Joden. Tussen de Gauleiters ontstond een zekere concurrentie: wie had de meest genazificeerde Gau? In de Poolse grote steden ontstonden hierdoor getto's: overvolle afgebakende woonwijken waar de Joden onder de meest onhygiënische omstandigheden moesten wonen. De aanval op de Sovjet-Unie opende nieuwe "mogelijkheden" voor de nazifilosofen. Nu konden ze alle Joden uit Groot-Duitsland en zijn satellieten naar Siberië sturen, waar ze "zouden creperen". Immers, wanneer ze het "te gemakkelijk" hadden, zouden de Joden in een nieuwe Joodse staat wellicht een bedreiging vormen. Daarom konden ze volgens de nazi's maar beter creperen. In het oosten ontstonden de eerste kampen voor Joden, maar na de nederlaag bij Moskou bleek dat de optie om de Joden naar Sovjetgebied te deporteren voorlopig niet haalbaar was. Uitroeiing of vernietiging werd meer en meer als de beste optie gezien, bovendien kostte het deporteren en opsluiten van de Joden geld en voedsel. Verschillende manieren werden overwogen. Doodschieten "kostte te veel kogels", en bovendien was het voor de beulen "geestelijk te belastend". Ook het gebruik van explosieven werd overwogen, maar dit leidde ertoe dat de lichaamsdelen her en der verspreid raakten, wat eveneens tot zenuwziektes bij het kamppersoneel kon leiden. Vergassing zag men als oplossing. Aanvankelijk geschiedde dit nog met koolmonoxide. Speciale gaswagens werden ingezet. De Joden werd verteld dat ze "op transport" gingen per vrachtwagen, en vervolgens werden de uitlaatgassen de laadruimte ingeleid. De wagen reed nadien door naar een massabegraafplaats. Eind augustus of begin september 1941 werd in Auschwitz de eerste proef gedaan met Zyklon B. In een kelder van Blok 11 werden Russische krijgsgevangenen bijeen gedreven en blootgesteld aan Zyklon B. De dag erna werd de effectiviteit ervan gecontroleerd, waarbij bleek dat een groot deel van de gevangenen nog in leven was. Men verhoogde daarop de dosis. De SS liet gevangenen de lijken opruimen en verbranden in het crematorium. Na dit eerste experiment werd een tweede vergassing met Zyklon B uitgevoerd op een transport met Russische krijgsgevangenen. Zyklon B werd al gebruikt voor ontluizing (het middel was dan ook ontworpen als insectenbestrijdingsmiddel), maar de extreme giftigheid van het middel bracht waarnemend commandant van Auschwitz Karl Fritzsch op het idee om het te gebruiken voor het vergassen van gevangenen. Hitler nam het besluit tot vernietiging van het Europese Jodendom (de zogeheten Endlösung der Judenfrage, ofwel de Eindoplossing van het Jodenprobleem) naar alle waarschijnlijkheid in september 1941. Tijdens de Wannseeconferentie in een villa aan de Wannsee nabij Berlijn in januari 1942 werd de logistieke uitvoering van het besluit besproken. Adolf Eichmann, een van de beruchtste betrokkenen bij de Holocaust, was een van de aanwezigen. Vanaf dat moment kon gesproken worden van een van tevoren beraamde en systematisch uitgevoerde genocide, voor zover deze feitelijk al niet aan de gang was. De nazi's hielden hun krijgsgevangenen al in het begin van de jaren dertig in concentratiekampen. In januari 1939 liet Hitler in een toespraak weten dat het "joodse ras" in de komende oorlog vernietigd zou worden. Voor dit doel, de zogenaamde Endlösung (Duits voor "eindoplossing"), werden vernietigingskampen ofwel Vernichtungslager ingericht. Deze kampen waren bedoeld om doelbewust en systematisch groepen te vermoorden, die door de nazi's Untermenschen (Duits voor "ondermensen") genoemd werden. Naast Joden waren dit onder andere zigeuners, gehandicapten, communisten en homoseksuelen. In totaal kregen zeven kampen de functie van vernietigingskamp, waarvan zes in Polen en één in Wit-Rusland. Deze zeven kampen waren: 1. Chełmno 2. Bełżec 3. Treblinka 4. Sobibór 5. Maly Trostenets 6. Majdanek, tevens concentratiekamp 7. Auschwitz II (Auschwitz-Birkenau) Een vernietigingskamp is een kamp waar de meeste gevangenen onmiddellijk na aankomst vergast werden. Dit lot trof sowieso de zieken, ouderen en kinderen. De gevangenen die in leven gehouden werden, kregen verscheidene taken met als doel het kamp draaiende te houden. Die werkzaamheden varieerden van zware arbeid tot dienst in bijvoorbeeld de keukens. Uiteindelijk zouden ook deze gevangenen vergast worden. Deze kampen bevonden zich in het oosten van het Reich (in het huidige Polen met als belangrijkste Auschwitz) en werden bijgevolg ook door het Rode Leger bevrijd. Naast vernietigingskampen hadden de nazi's een groot aantal concentratiekampen, zoals Dachau (bij München) en Buchenwald (bij Weimar). Een concentratiekamp is niet hetzelfde als een vernietigingskamp. Zoals de naam impliceert is een concentratiekamp een werkkamp waar gevangenen geconcentreerd werden. De meeste doden vielen daar door het zware werk, ondervoeding, ziekten en mishandeling. Deze werkkampen kan men bijvoorbeeld vergelijken met de zogenoemde "Goelags" in Sovjet-Russisch Siberië. In de jaren veertig werden veel concentratiekampen ook van gaskamers voorzien, waarna ook daar gevangenen vergast werden. Naast de concentratie- en vernietigingskampen bestonden er ook nog de zogenoemde doorgangskampen. Dit zijn kampen die opgezet werden om de mensen als het ware in op te slaan. Vanuit deze doorgangskampen reed er elke week een trein naar de vernietigingskampen. Westerbork is een voorbeeld van een doorgangskamp in Nederland. In België werd hiervoor de oude bestaande Dossinkazerne te Mechelen gebruikt. Deze kazerne is nu deels ingericht als "Joods Museum van Deportatie en Verzet". In het Franse kamp Drancy ten noorden van Parijs, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog circa 65 duizend Joden vastgehouden, vooraleer zij naar het vernietigingskamp Auschwitz werden getransporteerd. Ook Theresienstadt was een doorgangskamp. Het oude fort Breendonk bij Willebroek op 20 km ten zuiden van de stad Antwerpen valt eerder onder de categorie werkkamp. Er waren ook Vlaamse SS'ers als beulen aan het werk. Hier werden vooral politieke gevangenen als slaven aan het werk gezet, gemarteld en geëxecuteerd. Breendonk is als museum ingericht en staat open voor bezoek. Verzet tegen de Jodenvervolging leidde meestal tot aanzienlijke vertragingen of zelfs afstel. Soms was verzet een individuele actie of een actie van een kleinere groep, maar er zijn voorbeelden bekend van collectief verzet tegen de Jodenvervolgingen, zoals de Amsterdamse Februaristaking. De Joden zelf zijn een aantal malen in opstand gekomen. In 1943 kwam het getto van Warschau in opstand. In Auschwitz bliezen in oktober 1944 Joodse gevangenen een crematorium op met binnengesmokkelde explosieven. In oktober 1943 was er een geslaagde opstand in Sobibór: 11 Duitse SS-officieren, onder wie de ondercommandant, werden gedood en ongeveer 300 van de 600 gevangen ontsnapten. Ongeveer 60 daarvan hebben de oorlog overleefd. De ontsnapping bracht de nazi's ertoe het kamp te sluiten, waarschijnlijk uit angst voor bekendmaking. In Nederland zaten nogal wat politiek links-georiënteerde (socialistische en communistische) Joden in het verzet. Zij weigerden ook vaak de gehate Jodenster te dragen. Op 19 april 1943, dezelfde dag waarop ook het getto van Warschau in opstand kwam, werd in België het twintigste treinkonvooi aangevallen door drie Jonge verzetslieden. Dit Jodentransport was vertrokken vanuit Mechelen met bestemming Auschwitz. Gewapend met één revolver, een stormlamp en rood papier dwongen drie studenten (Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon) van het atheneum te Ukkel de trein te stoppen op de spoorlijn Mechelen–Leuven tussen Boortmeerbeek en Haacht. Dit is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens in Europa is tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een Jodentransport. In Italië weigerden de meeste legerbevelhebbers en politiebeambten de Joden te vervolgen. Toen men in Denemarken de kleine Joodse gemeenschap trachtte te vervolgen, werd deze beschermd en uiteindelijk naar Zweden getransporteerd. Finland, bondgenoot van Duitsland uit opportunistische overwegingen, weigerde Joden te vervolgen of uit te leveren. Japan beschermde de weinige Joden die op Japans of bezet grondgebied waren. Toen de Duitsers de Bulgaarse Joden sterren wilden laten dragen, ging de gehele bevolking deze trots dragen. Ook latere pogingen van de Duitsers en Bulgaarse antisemieten werden geblokkeerd. Waar de Duitsers actief of passief verzet ontmoetten, mislukte de Jodenvervolging of werd deze aanzienlijk vertraagd. Waar de bevolking echter actief meewerkte, werd een zeer groot percentage van de Joden uitgeroeid. De Nederlandse ambtenaren stelden de bevolkingsregisters aan de bezetter ter beschikking, terwijl slechts sporadisch verzet voorkwam. Voorafgaand aan de analyse van de bevolkingsregisters door de nazi's is door het toenmalige Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken een uitgebreid onderzoek gedaan naar de historische herkomst van Nederlandse geslachtsnamen. Familienamen van Nederlandse Joden werden daarin in een aparte sectie opgenomen en verklaard. Van dit onderzoek is nog tijdens de bezetting een samenvatting van de hand van de onderzoekende rijksambtenaar in boekvorm gepubliceerd. Het boek zelf geeft geen duidelijk uitsluitsel over de aanleiding van het onderzoek. Rond de 75% van de Nederlandse Joden overleefde de oorlog niet, mede door het overdragen van de bevolkingsregisters. De precieze ambtenaren van de burgerlijke stand noteerden hen zelfs als "geëmigreerd". Een belangrijke factor die in dit verband meespeelde, kwam hierop neer dat Nederland tijdens de oorlogsjaren een Zivilverwaltung (een burgerlijk bestuur) had en geen Militärverwaltung (militair bestuur), dit in tegenstelling tot onder andere België tijdens het grootste deel van de bezetting. Dit vloeide voort uit het machtsvacuüm veroorzaakt door de vlucht van de koninklijke familie. Ruim honderdduizend Nederlandse Joden werden omgebracht, zeker driekwart van de Joden die bij het begin van de bezetting in Nederland woonden. Zij worden allen met naam en geboortedatum genoemd in de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting in Den Haag, en in het boek In Memoriam, uitgegeven door Sdu te Den Haag. Vijfduizend Roma in Nederland stierven aan de gevolgen van de zigeunervervolging. Van de weinigen die uit de kampen terugkeerden, vonden de meesten hun huizen bewoond door Nederlanders en hun bezittingen onteigend. Maar weinigen lukte het hun bezittingen terug te krijgen en dan ook nog pas na vaak jarenlange processen. Pas in het jaar 2000 zijn voor deze kille houding door de naoorlogse autoriteiten excuses aangeboden door de Nederlandse overheid en werd een financiële tegemoetkoming toegezegd aan hun nabestaanden.
USHMM website (www.ushmm.gov) Nationaal Archief. Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Tweede Wereldoorlog - Holocaust (slot)
Holocaust De Holocaust, ook wel Shoah, Shoa of Sjoa (Hebreeuws: Ha-Shoah) genoemd, was de systematische Jodenvervolging door de nazi's en hun bondgenoten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de overheersing door nazi- Duitsland werden er tussen de 5,1 en 6 miljoen Europese Joden vermoord. De moorden vonden grotendeels plaats in concentratie- en vernietigingskampen. Naast Joden werden ook andere groepen al dan niet systematisch vermoord, zoals homoseksuelen, Esperantisten, zigeuners, "economisch onwaardigen", Russen, etnische Polen, gehandicapten, Jehova's getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, vakbondsleden, vrijmetselaars, communisten, Spaanse republikeinen, Serven, Quakers en mensen die zich verzetten tegen de nazi's. Antisemitisme en antiziganisme hadden altijd al onderdeel uitgemaakt van het NSDAP- partijprogramma. Dit antisemitisme vond onder het Duitse volk, dat leed onder de gevolgen van een hyperinflatie, gretig aftrek vanwege de gedachte dat Joden zich vaak in de bankiers- en zakenwereld bevonden. Niet alleen Hitler, maar ook vele kopstukken van zijn partij waren antisemiet. Julius Streicher spande met zijn radicale partijblad "Der Stürmer" de kroon: soms waren zijn ideeën zelfs de nazi's wat te gortig. De nazi's zagen de Joden als "bacillen", die de Duitse natie "ziek maakten" en "ondermijnden". Al ver voordat Hitler aan de macht kwam, heeft hij onder meer in "Mein Kampf" beweerd dat de Eerste Wereldoorlog niet zou zijn verloren als de Duitsers "tien- of twaalfduizend van deze volksverraders onder het gifgas hadden gehouden". Toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam, was er wel zeker latent antisemitisme, dat door de NSDAP en de SA werd uitgebuit. Toch was dit zeker niet hetzelfde antisemitisme als dat van de NSDAP. Het antisemitisme in Duitsland was eerder economisch van aard en ging beslist niet zo ver dat men de Joden wilde uitroeien of verwijderen. Veel Joden integreerden in de Duitse samenleving en werden dan ook niet meer als Jood gezien. Het antisemitisme van de NSDAP was hoofdzakelijk beïnvloed door het antisemitisme in Oostenrijk en Sudetenland, dat veel radicaler was. Hitler had zelf jaren in Wenen gewoond, waar de Duitssprekenden zich bedreigd voelden door de groeiende aanwezigheid van de niet-Duitssprekenden en Joden. Hier kwamen groeperingen op die betoogden dat er een "joods ras" bestond dat inferieur was aan het "Germaanse ras" en dat dit ras en diens zuiverheid "ondermijnde". Dit was het antisemitisme dat de NSDAP propageerde, en dat al in de 19e eeuw radicalere oplossingen voorstond. De weg naar de Holocaust/Shoa begon met door de regering en partij aangemoedigde pesterijen door radicale elementen. Deze pesterijen omvatten onder andere uitschelden, belachelijk maken, molestaties en zo nu en dan ook moord. Wanneer het te gortig werd, werd van bovenaf "ingegrepen", waarna de regering de radicalen "tevreden stelde" met antisemitische maatregelen om "verder geweld te voorkomen". Dit culmineerde uiteindelijk in de "Neurenberger wetten" van 1935. Dit omvatte een pakket discriminerende maatregelen alsmede regelgeving die bepaalde wie er wel en wie niet een Duitser of Jood was. Door die nieuwe wetgeving raakten Joden hun burgerrechten kwijt en werden huwelijken tussen Joden en niet- Joden verboden. In de jaren dertig was de nazipartij zeer populair en werd het antisemitisme "op de koop toe genomen", ook door degenen die niet antisemiet waren. Men veronderstelde bovendien dat de ideologie mettertijd zou verzwakken nu de NSDAP regeerde, wat tijdens de Olympische Spelen van 1936 ook werkelijk leek te gebeuren. De NSDAP had echter de pesterijen doelbewust tegengehouden om de schone schijn tijdens de Spelen op te houden. Na 1936 gingen de maatregelen en pesterijen weer door. Op 10 november 1938 vond na de moord op Vom Rath de Reichskristallnacht of kortweg Kristallnacht plaats. Duizenden SA-mannen in burger overvielen Joodse huizen en winkels, stichtten brand in synagogen en sloegen Joden in elkaar. Dit leidde tot het buiten de economie plaatsen van de Joden en het opleggen van een boete van 1 miljard mark aan de Joodse gemeenschap, aangezien volgens de regering de Joden de aanstichters waren. Buitenlandse kritiek werd gepareerd met de mededeling dat dit een uiting was van het gezonde volksoordeel, het "Gesundes Volksempfinden". In de jaren 1938-1941 werd gewerkt aan een "oplossing" waarbij Joden naar een bepaald gebied gezonden zouden worden. Eén optie was Brits Palestina, een andere was Madagaskar. Met name na de overwinning op Frankrijk zouden veel nazi's het Madagaskarplan aanhangen, maar dit was zolang de oorlog duurde niet haalbaar. De Britse marine beheerste de zee en de Duitsers durfden niet te veel druk op de Fransen uit te oefenen om ze hun kolonie te laten afstaan. De uiteindelijke bezetting van het eiland door geallieerde troepen zorgde dat dit plan definitief van de agenda verdween. Een verdere stap in de richting van genocide was het idee Joden als gijzelaars te gebruiken om de Verenigde Staten buiten de oorlog te houden. In bezet Polen begonnen ondertussen de Gauleiters van oostelijke Gouwen als Wartheland en Danzig-Westpruisen hun Gaue "Judenrein" te maken door Joden naar het Generalgouvernment (de door de Duitsers geïnitieerde Poolse rompstaat) te deporteren. De nieuwe Gaue werden gezien als mogelijkheid om een ideale nazi-samenleving te creëren. Daarbij hoorde uiteraard het "verwijderen" van "ongewenste elementen", waaronder Joden. Tussen de Gauleiters ontstond een zekere concurrentie: wie had de meest genazificeerde Gau? In de Poolse grote steden ontstonden hierdoor getto's: overvolle afgebakende woonwijken waar de Joden onder de meest onhygiënische omstandigheden moesten wonen. De aanval op de Sovjet-Unie opende nieuwe "mogelijkheden" voor de nazifilosofen. Nu konden ze alle Joden uit Groot-Duitsland en zijn satellieten naar Siberië sturen, waar ze "zouden creperen". Immers, wanneer ze het "te gemakkelijk" hadden, zouden de Joden in een nieuwe Joodse staat wellicht een bedreiging vormen. Daarom konden ze volgens de nazi's maar beter creperen. In het oosten ontstonden de eerste kampen voor Joden, maar na de nederlaag bij Moskou bleek dat de optie om de Joden naar Sovjetgebied te deporteren voorlopig niet haalbaar was. Uitroeiing of vernietiging werd meer en meer als de beste optie gezien, bovendien kostte het deporteren en opsluiten van de Joden geld en voedsel. Verschillende manieren werden overwogen. Doodschieten "kostte te veel kogels", en bovendien was het voor de beulen "geestelijk te belastend". Ook het gebruik van explosieven werd overwogen, maar dit leidde ertoe dat de lichaamsdelen her en der verspreid raakten, wat eveneens tot zenuwziektes bij het kamppersoneel kon leiden. Vergassing zag men als oplossing. Aanvankelijk geschiedde dit nog met koolmonoxide. Speciale gaswagens werden ingezet. De Joden werd verteld dat ze "op transport" gingen per vrachtwagen, en vervolgens werden de uitlaatgassen de laadruimte ingeleid. De wagen reed nadien door naar een massabegraafplaats. Eind augustus of begin september 1941 werd in Auschwitz de eerste proef gedaan met Zyklon B. In een kelder van Blok 11 werden Russische krijgsgevangenen bijeen gedreven en blootgesteld aan Zyklon B. De dag erna werd de effectiviteit ervan gecontroleerd, waarbij bleek dat een groot deel van de gevangenen nog in leven was. Men verhoogde daarop de dosis. De SS liet gevangenen de lijken opruimen en verbranden in het crematorium. Na dit eerste experiment werd een tweede vergassing met Zyklon B uitgevoerd op een transport met Russische krijgsgevangenen. Zyklon B werd al gebruikt voor ontluizing (het middel was dan ook ontworpen als insectenbestrijdingsmiddel), maar de extreme giftigheid van het middel bracht waarnemend commandant van Auschwitz Karl Fritzsch op het idee om het te gebruiken voor het vergassen van gevangenen. Hitler nam het besluit tot vernietiging van het Europese Jodendom (de zogeheten Endlösung der Judenfrage, ofwel de Eindoplossing van het Jodenprobleem) naar alle waarschijnlijkheid in september 1941. Tijdens de Wannseeconferentie in een villa aan de Wannsee nabij Berlijn in januari 1942 werd de logistieke uitvoering van het besluit besproken. Adolf Eichmann, een van de beruchtste betrokkenen bij de Holocaust, was een van de aanwezigen. Vanaf dat moment kon gesproken worden van een van tevoren beraamde en systematisch uitgevoerde genocide, voor zover deze feitelijk al niet aan de gang was. De nazi's hielden hun krijgsgevangenen al in het begin van de jaren dertig in concentratiekampen. In januari 1939 liet Hitler in een toespraak weten dat het "joodse ras" in de komende oorlog vernietigd zou worden. Voor dit doel, de zogenaamde Endlösung (Duits voor "eindoplossing"), werden vernietigingskampen ofwel Vernichtungslager ingericht. Deze kampen waren bedoeld om doelbewust en systematisch groepen te vermoorden, die door de nazi's Untermenschen (Duits voor "ondermensen") genoemd werden. Naast Joden waren dit onder andere zigeuners, gehandicapten, communisten en homoseksuelen. In totaal kregen zeven kampen de functie van vernietigingskamp, waarvan zes in Polen en één in Wit-Rusland. Deze zeven kampen waren: 1. Chełmno 2. Bełżec 3. Treblinka 4. Sobibór 5. Maly Trostenets 6. Majdanek, tevens concentratiekamp 7. Auschwitz II (Auschwitz-Birkenau) Een vernietigingskamp is een kamp waar de meeste gevangenen onmiddellijk na aankomst vergast werden. Dit lot trof sowieso de zieken, ouderen en kinderen. De gevangenen die in leven gehouden werden, kregen verscheidene taken met als doel het kamp draaiende te houden. Die werkzaamheden varieerden van zware arbeid tot dienst in bijvoorbeeld de keukens. Uiteindelijk zouden ook deze gevangenen vergast worden. Deze kampen bevonden zich in het oosten van het Reich (in het huidige Polen met als belangrijkste Auschwitz) en werden bijgevolg ook door het Rode Leger bevrijd. Naast vernietigingskampen hadden de nazi's een groot aantal concentratiekampen, zoals Dachau (bij München) en Buchenwald (bij Weimar). Een concentratiekamp is niet hetzelfde als een vernietigingskamp. Zoals de naam impliceert is een concentratiekamp een werkkamp waar gevangenen geconcentreerd werden. De meeste doden vielen daar door het zware werk, ondervoeding, ziekten en mishandeling. Deze werkkampen kan men bijvoorbeeld vergelijken met de zogenoemde "Goelags" in Sovjet- Russisch Siberië. In de jaren veertig werden veel concentratiekampen ook van gaskamers voorzien, waarna ook daar gevangenen vergast werden. Naast de concentratie- en vernietigingskampen bestonden er ook nog de zogenoemde  doorgangskampen. Dit zijn kampen die opgezet werden om de mensen als het ware in op te slaan. Vanuit deze doorgangskampen reed er elke week een trein naar de vernietigingskampen. Westerbork is een voorbeeld van een doorgangskamp in Nederland. In België werd hiervoor de oude bestaande Dossinkazerne te Mechelen gebruikt. Deze kazerne is nu deels ingericht als "Joods Museum van Deportatie en Verzet". In het Franse kamp Drancy ten noorden van Parijs, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog circa 65 duizend Joden vastgehouden, vooraleer zij naar het vernietigingskamp Auschwitz werden getransporteerd. Ook Theresienstadt was een doorgangskamp. Het oude fort Breendonk bij Willebroek op 20 km ten zuiden van de stad Antwerpen valt eerder onder de categorie werkkamp. Er waren ook Vlaamse SS'ers als beulen aan het werk. Hier werden vooral politieke gevangenen als slaven aan het werk gezet, gemarteld en geëxecuteerd. Breendonk is als museum ingericht en staat open voor bezoek. Verzet tegen de Jodenvervolging leidde meestal tot aanzienlijke vertragingen of zelfs afstel. Soms was verzet een individuele actie of een actie van een kleinere groep, maar er zijn voorbeelden bekend van collectief verzet tegen de Jodenvervolgingen, zoals de Amsterdamse Februaristaking. De Joden zelf zijn een aantal malen in opstand gekomen. In 1943 kwam het getto van Warschau in opstand. In Auschwitz bliezen in oktober 1944 Joodse gevangenen een crematorium op met binnengesmokkelde explosieven. In oktober 1943 was er een geslaagde opstand in Sobibór: 11 Duitse SS-officieren, onder wie de ondercommandant, werden gedood en ongeveer 300 van de 600 gevangen ontsnapten. Ongeveer 60 daarvan hebben de oorlog overleefd. De ontsnapping bracht de nazi's ertoe het kamp te sluiten, waarschijnlijk uit angst voor bekendmaking. In Nederland zaten nogal wat politiek links-georiënteerde (socialistische en communistische) Joden in het verzet. Zij weigerden ook vaak de gehate Jodenster te dragen. Op 19 april 1943, dezelfde dag waarop ook het getto van Warschau in opstand kwam, werd in België het twintigste treinkonvooi aangevallen door drie Jonge verzetslieden. Dit Jodentransport was vertrokken vanuit Mechelen met bestemming Auschwitz. Gewapend met één revolver, een stormlamp en rood papier dwongen drie studenten (Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon) van het atheneum te Ukkel de trein te stoppen op de spoorlijn Mechelen–Leuven tussen Boortmeerbeek en Haacht. Dit is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens in Europa is tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een Jodentransport. In Italië weigerden de meeste legerbevelhebbers en politiebeambten de Joden te vervolgen. Toen men in Denemarken de kleine Joodse gemeenschap trachtte te vervolgen, werd deze beschermd en uiteindelijk naar Zweden getransporteerd. Finland, bondgenoot van Duitsland uit opportunistische overwegingen, weigerde Joden te vervolgen of uit te leveren. Japan beschermde de weinige Joden die op Japans of bezet grondgebied waren. Toen de Duitsers de Bulgaarse Joden sterren wilden laten dragen, ging de gehele bevolking deze trots dragen. Ook latere pogingen van de Duitsers en Bulgaarse antisemieten werden geblokkeerd. Waar de Duitsers actief of passief verzet ontmoetten, mislukte de Jodenvervolging of werd deze aanzienlijk vertraagd. Waar de bevolking echter actief meewerkte, werd een zeer groot percentage van de Joden uitgeroeid. De Nederlandse ambtenaren stelden de bevolkingsregisters aan de bezetter ter beschikking, terwijl slechts sporadisch verzet voorkwam. Voorafgaand aan de analyse van de bevolkingsregisters door de nazi's is door het toenmalige Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken een uitgebreid onderzoek gedaan naar de historische herkomst van Nederlandse geslachtsnamen. Familienamen van Nederlandse Joden werden daarin in een aparte sectie opgenomen en verklaard. Van dit onderzoek is nog tijdens de bezetting een samenvatting van de hand van de onderzoekende rijksambtenaar in boekvorm gepubliceerd. Het boek zelf geeft geen duidelijk uitsluitsel over de aanleiding van het onderzoek. Rond de 75% van de Nederlandse Joden overleefde de oorlog niet, mede door het overdragen van de bevolkingsregisters. De precieze ambtenaren van de burgerlijke stand noteerden hen zelfs als "geëmigreerd". Een belangrijke factor die in dit verband meespeelde, kwam hierop neer dat Nederland tijdens de oorlogsjaren een Zivilverwaltung (een burgerlijk bestuur) had en geen Militärverwaltung (militair bestuur), dit in tegenstelling tot onder andere België tijdens het grootste deel van de bezetting. Dit vloeide voort uit het machtsvacuüm veroorzaakt door de vlucht van de koninklijke familie. Ruim honderdduizend Nederlandse Joden werden omgebracht, zeker driekwart van de Joden die bij het begin van de bezetting in Nederland woonden. Zij worden allen met naam en geboortedatum genoemd in de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting in Den Haag, en in het boek In Memoriam, uitgegeven door Sdu te Den Haag. Vijfduizend Roma in Nederland stierven aan de gevolgen van de zigeunervervolging. Van de weinigen die uit de kampen terugkeerden, vonden de meesten hun huizen bewoond door Nederlanders en hun bezittingen onteigend. Maar weinigen lukte het hun bezittingen terug te krijgen en dan ook nog pas na vaak jarenlange processen. Pas in het jaar 2000 zijn voor deze kille houding door de naoorlogse autoriteiten excuses aangeboden door de Nederlandse overheid en werd een financiële tegemoetkoming toegezegd aan hun nabestaanden.
USHMM website (www.ushmm.gov) Nationaal Archief.