© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Turfschip van Breda
De list met het turfschip van Breda is een van de bekendste voorvallen uit de Tachtigjarige Oorlog. Het leidde tot de inname van Breda op 4 maart 1590 en was niet alleen een militaire, maar vooral ook morele overwinning voor de troepen van Maurits van Nassau, de latere Prins van Oranje. In 1568 waren de Nederlanden in opstand gekomen tegen het schrikbewind van de hertog van Alva. Dit leidde in 1581 tot de formele onafhankelijkheidsverklaring (Plakkaat van Verlatinghe) en in 1587 tot de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Als reactie begonnen de Spanjaarden met een offensief. Onder meer Breda werd vrijwel direct ingenomen. Na de moord op Willem van Oranje in 1584 leek het een kwestie van tijd voordat de opstand onderdrukt zou zijn. De 18-jarige Maurits nam het commando over de troepen over, maar het leger van de graaf was militair te zwak om de stad Breda te heroveren. De Spanjaarden hadden echter na de vernietiging van de Spaanse Armada een dusdanige tegenslag opgelopen dat zich voor Maurits nieuwe mogelijkheden openden. De list In februari 1590 werd Maurits benaderd door de schipper Adriaen van Bergen* uit Leur. Hij had een plan om de stad in te nemen: als schipper vervoerde hij regelmatig turf naar het Kasteel van Breda, waar de Spaanse troepen gelegerd waren. Omdat hij zo vaak kwam, werd zijn schip niet meer gecontroleerd. Hij zou op deze manier een leger het kasteel binnen kunnen smokkelen. Dit naar het idee van het Paard van Troje. Maurits zag wel wat in het idee en liet Johan van Oldenbarnevelt de details rondom de uitvoering regelen. Van Oldenbarnevelt benoemde Charles de Héraugière tot bevelhebber. Op 25 februari 1590 stond De Héraugière samen met 75 man klaar om ingescheept te worden. Adriaen van Bergen had zich echter verslapen en kwam veel te laat opdagen. Besloten werd de volgende dag een nieuwe poging te wagen. Ditmaal zag Adriaen van Bergen de operatie niet meer zitten, hij trok zich terug. Twee neven waren echter bereid om de taak over te nemen en de manschappen scheepten zich in. Aanvankelijk verliep de operatie met enkele forse tegenslagen. Door het barre weer duurde het ruim twee dagen voordat Breda bereikt werd. Al die tijd zaten de soldaten in de kou te wachten. Pas op 3 maart 's avonds laat werd de grachten van Breda binnengevaren. Het schip werd door Adriaen van Bergen naar de waterpoort van het Kasteel geloodst. Eenmaal binnen Breda dreigde een ramp: bij een botsing raakte het schip lek en slechts door hard te pompen werd voorkomen dat het schip zonk. Rond middernacht kwamen de soldaten tevoorschijn uit het ruim. De bezetters van het kasteel werden compleet overrompeld. Hoewel ze zes keer zo veel mannen hadden, vluchtten de bezetters weg of werden ze gevangengenomen. Andere lezingen van het verhaal zeggen dat het kasteel van Breda op dat moment een minimale bezetting had, doordat de Spanjaarden in de stad carnaval vierden. Op 4 maart trok Maurits Breda binnen, waarna de bezetters zich definitief overgaven. De Spanjaarden probeerden direct de stad weer te heroveren, maar door kordaat ingrijpen van Van Oldenbarnevelt, die de stad direct liet bevoorraden, werd dat voorkomen. De inname van Breda vestigde definitief Maurits' reputatie als krijgsheer. De Staten- Generaal besloten meer geld voor het leger ter beschikking te stellen, waardoor er in de volgende jaren meer successen zouden volgen. In 1625 werd Breda nog een keer, nu door Spinola 1  (Spaanse opperbevelhebber), voor Spanje veroverd, totdat Frederik Hendrik Breda in 1637 definitief bij de Verenigde Nederlanden voegde. 1 Spinola verraste door laat in het seizoen de stad te belegeren. Snel werd de stad omsingeld en afgesloten. Prins Maurits, en later zijn opvolger Frederik Hendrik, kwamen Breda te hulp door de bevoorrading van de Spanjaarden te verstoren en door te proberen de stad te bevoorraden en te ontzetten. Hun pogingen liepen echter op niets uit en de stad moest zich na een beleg van 11 maanden op 2 juni 1625 overgeven vanwege het gebrek aan voedsel onder de burgerbevolking en de uitzichtloosheid.Dit Beleg van Breda was de belegering van de stad Breda tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Deze sterke vestingstad, gelegen in Staats-Brabant in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan de grens met Spaans hertogdom Brabant, werd in 1624 en 1625 belaagd door Spaanse troepen onder leiding van Ambrogio Spinola. Verovering van Breda zou de Spanjaarden een uitvalsbasis verschaffen om gemakkelijker andere Staatse steden te veroveren en het gevaar voor de Spaanse steden verminderen. Verder wilde Spinola Spanjes eer herstellen en zijn reputatie als veldheer redden. Beide hadden aanzienlijke schade geleden na het mislukken van het beleg van Bergen op Zoom en het gedrag van de Spaanse troepen na de geslaagde list met het turfschip van Breda. Vernoemd Aan het Chasséveld in Breda Centrum lag vroeger een zalencentrum dat het Turfschip heette. Thans is er, na de sloop van dit zalencentrum, een complex van appartementen, kantoren, en een bioscoop gebouwd, dat ook de naam Turfschip heeft. In de gemeente Etten-Leur, de geboorteplaats van *Adriaen van Bergen, is een activiteitencentrum met de naam Turfschip. In Breda is een straat vernoemd naar Adriaen van Bergen, vlak bij de locatie waar het turfschip de stad binnenvoer.
Prent door Jan Luyken, 1681.
Detail uit een prent in het Koninklijk Huisarchief - Breda - 20039862 - RCE.jpg - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Auteur: Meijsing, C.N.J. (Fotograaf) Jan Wendel Gerstenhauer Zimmerman, 1855 - Amsterdam Museum.

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Turfschip van Breda
De list met het turfschip van Breda is een van de bekendste voorvallen uit de Tachtigjarige Oorlog. Het leidde tot de inname van Breda op 4 maart 1590 en was niet alleen een militaire, maar vooral ook morele overwinning voor de troepen van Maurits van Nassau, de latere Prins van Oranje. In 1568 waren de Nederlanden in opstand gekomen tegen het schrikbewind van de hertog van Alva. Dit leidde in 1581 tot de formele onafhankelijkheidsverklaring (Plakkaat van Verlatinghe) en in 1587 tot de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Als reactie begonnen de Spanjaarden met een offensief. Onder meer Breda werd vrijwel direct ingenomen. Na de moord op Willem van Oranje in 1584 leek het een kwestie van tijd voordat de opstand onderdrukt zou zijn. De 18-jarige Maurits nam het commando over de troepen over, maar het leger van de graaf was militair te zwak om de stad Breda te heroveren. De Spanjaarden hadden echter na de vernietiging van de Spaanse Armada een dusdanige tegenslag opgelopen dat zich voor Maurits nieuwe mogelijkheden openden. De list In februari 1590 werd Maurits benaderd door de schipper Adriaen van Bergen* uit Leur. Hij had een plan om de stad in te nemen: als schipper vervoerde hij regelmatig turf naar het Kasteel van Breda, waar de Spaanse troepen gelegerd waren. Omdat hij zo vaak kwam, werd zijn schip niet meer gecontroleerd. Hij zou op deze manier een leger het kasteel binnen kunnen smokkelen. Dit naar het idee van het Paard van Troje. Maurits zag wel wat in het idee en liet Johan van Oldenbarnevelt de details rondom de uitvoering regelen. Van Oldenbarnevelt benoemde Charles de Héraugière tot bevelhebber. Op 25 februari 1590 stond De Héraugière samen met 75 man klaar om ingescheept te worden. Adriaen van Bergen had zich echter verslapen en kwam veel te laat opdagen. Besloten werd de volgende dag een nieuwe poging te wagen. Ditmaal zag Adriaen van Bergen de operatie niet meer zitten, hij trok zich terug. Twee neven waren echter bereid om de taak over te nemen en de manschappen scheepten zich in. Aanvankelijk verliep de operatie met enkele forse tegenslagen. Door het barre weer duurde het ruim twee dagen voordat Breda bereikt werd. Al die tijd zaten de soldaten in de kou te wachten. Pas op 3 maart 's avonds laat werd de grachten van Breda binnengevaren. Het schip werd door Adriaen van Bergen naar de waterpoort van het Kasteel geloodst. Eenmaal binnen Breda dreigde een ramp: bij een botsing raakte het schip lek en slechts door hard te pompen werd voorkomen dat het schip zonk. Rond middernacht kwamen de soldaten tevoorschijn uit het ruim. De bezetters van het kasteel werden compleet overrompeld. Hoewel ze zes keer zo veel mannen hadden, vluchtten de bezetters weg of werden ze gevangengenomen. Andere lezingen van het verhaal zeggen dat het kasteel van Breda op dat moment een minimale bezetting had, doordat de Spanjaarden in de stad carnaval vierden. Op 4 maart trok Maurits Breda binnen, waarna de bezetters zich definitief overgaven. De Spanjaarden probeerden direct de stad weer te heroveren, maar door kordaat ingrijpen van Van Oldenbarnevelt, die de stad direct liet bevoorraden, werd dat voorkomen. De inname van Breda vestigde definitief Maurits' reputatie als krijgsheer. De Staten-Generaal besloten meer geld voor het leger ter beschikking te stellen, waardoor er in de volgende jaren meer successen zouden volgen. In 1625 werd Breda nog een keer, nu door Spinola (Spaanse opperbevelhebber), voor Spanje veroverd 1 , totdat Frederik Hendrik Breda in 1637 definitief bij de Verenigde Nederlanden voegde. 1 Spinola verraste door laat in het seizoen de stad te belegeren. Snel werd de stad omsingeld en afgesloten. Prins Maurits, en later zijn opvolger Frederik Hendrik, kwamen Breda te hulp door de bevoorrading van de Spanjaarden te verstoren en door te proberen de stad te bevoorraden en te ontzetten. Hun pogingen liepen echter op niets uit en de stad moest zich na een beleg van 11 maanden op 2 juni 1625 overgeven vanwege het gebrek aan voedsel onder de burgerbevolking en de uitzichtloosheid.Dit Beleg van Breda was de belegering van de stad Breda tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Deze sterke vestingstad, gelegen in Staats-Brabant in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan de grens met Spaans hertogdom Brabant, werd in 1624 en 1625 belaagd door Spaanse troepen onder leiding van Ambrogio Spinola. Verovering van Breda zou de Spanjaarden een uitvalsbasis verschaffen om gemakkelijker andere Staatse steden te veroveren en het gevaar voor de Spaanse steden verminderen. Verder wilde Spinola Spanjes eer herstellen en zijn reputatie als veldheer redden. Beide hadden aanzienlijke schade geleden na het mislukken van het beleg van Bergen op Zoom en het gedrag van de Spaanse troepen na de geslaagde list met het turfschip van Breda. Vernoemd Aan het Chasséveld in Breda Centrum lag vroeger een zalencentrum dat het Turfschip heette. Thans is er, na de sloop van dit zalencentrum, een complex van appartementen, kantoren, en een bioscoop gebouwd, dat ook de naam Turfschip heeft. In de gemeente Etten- Leur, de geboorteplaats van *Adriaen van Bergen, is een activiteitencentrum met de naam Turfschip. In Breda is een straat vernoemd naar Adriaen van Bergen, vlak bij de locatie waar het turfschip de stad binnenvoer.
Prent door Jan Luyken, 1681. Detail uit een prent in het Koninklijk Huisarchief - Breda - 20039862 - RCE.jpg - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Auteur: Meijsing, C.N.J. (Fotograaf) Jan Wendel Gerstenhauer Zimmerman, 1855 - Amsterdam Museum.