© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Televisie in Nederland (vervolg)
Sinds 1988 is de Mediawet nog uitgebreid met twee eisen. De eerste is de eis van representativiteit. Dat houdt in dat een omroep representatief moet zijn voor een bepaalde maatschappelijke, godsdienstige of culturele bevolkingsgroep. Een tweede criterium is het pluriformiteitscriterium: een nieuwe omroep moet de verscheidenheid van inhoud binnen het publieke bestel vergroten. Naast de eerder genoemde commerciële zenders, zijn er ook nieuwe publieke omroepen tot het bestel toegetreden zoals Omroep MAX voor ouderen en LLiNK die zich richtte op natuur en milieu. Met de introductie van digitale televisie, is er naast de publieke en commerciële kanalen die via de kabel zijn te ontvangen, een groot aantal digitale televisiekanalen bijgekomen. Veel kanalen richten zich op specifieke thema's, ook de Publieke Omroep beheert een verzameling van dergelijke kanalen. Mensen die televisie digitaal willen kijken hebben nu keuze uit verscheidene aanbieders die vaak ook combinaties van televisie, telefonie en internet bieden. Op het technische vlak veranderde er bijzonder veel. In de jaren negentig werd massaal overgeschakeld van film naar video, van analoge naar digitale televisie, kwam er kabeltelevisie en satelliettelevisie, breedbeeldtelevisie, HDTV en integratie met internet en mobiele telefoon. Ook veranderden opname-, montage- uitzend- en opslagtechnieken, niet alleen bij de Nederlandse televisie, maar wereldwijd. De toename van het aantal buitenlandse televisieproducties dat wordt uitgezonden op Nederlandse zenders, met name Amerikaanse programma's, hangt samen met de veramerikanisering van de media. Zo'n 70% van Nederlandse audiovisuele erfgoed, waarvan een groot deel bestaat uit televisie-uitzendingen, ligt tegenwoordig opgeslagen bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Commerciële televisie Rond het begin van de jaren negentig veranderde er in Nederland in dat opzicht ook veel. Tot dan toe was in Nederland televisie met zijn verzuilde zendgemachtigden een uniek, open bestel met slechts drie televisiekanalen, conform de wetgeving voor de Publieke omroep. Op 2 oktober 1989 werd de eerste buitenlandse, op Nederland gerichte commerciële televisiezender (RTL-Véronique, in 1990 gewijzigd in RTL4) via nieuwe wetgeving toegelaten. Het was een slimme zet van RTL om vanuit Luxemburg uit te zenden via de zogenaamde U-bochtconstructie, dit maakte Véronique officieel een buitenlandse omroep. Nederland was conform Europese wetgeving verplicht om buitenlandse zenders toe te staan. Véronique was eigenlijk gewoon Nederlands en zond enkel op de daguren enkele Luxemburgse programma's uit. Begin 1992 werd binnenlandse commerciële televisie mogelijk. Op 30 augustus 1993 werd in Nederland het fenomeen dagtelevisie geïntroduceerd. Hiermee werd het duale bestel van publieke en commerciële omroepen die naast elkaar bestaan een feit in Nederland. RTL5 begon in oktober 1993 met uitzenden. Het eerste commerciële station begon op 1 september 1995 toen verliet de Veronica Omroep Organisatie (VOO) de publieke omroep. Endemol en VOO gingen samen en begonnen het eerste binnenlandse commerciële station. Sinds die tijd zijn er nog ettelijke binnenlandse commerciële omroepen bijgekomen, die voornamelijk in handen zijn van twee grote mediabedrijven. ProSiebenSat.1 Media introduceerde Veronica, SBS 6 en NET 5. RTL Nederland begon na RTL-Véronique en RTL 5 met Veronica (later Yorin), dat na een hervorming van de RTL-zenders werd hernoemd tot RTL 7) en RTL 8. Andere initiatieven, zoals TV10, Sport 7 en Tien sneuvelden. Met het toelaten van de commerciële zenders kwam ook een controleorgaan tot stand: het Commissariaat voor de Media kreeg de taak om toezicht uit te oefenen op de publieke en commerciële omroepen. Op dit moment oefent het Commissariaat ook toezicht uit op de Kijkwijzer. De Kijkwijzer is een Nederlands hulpmiddel, waarmee kan worden nagegaan of het kijken naar een film of televisieprogramma mogelijk schadelijk voor kinderen is (filmkeuring). Het hulpmiddel is tevens de richtlijn voor eventuele strafbaarheid in de categorie "vanaf 16 jaar" en kan hiervoor gebruikt worden door de rechter. De Kijkwijzer wordt sinds 2002 vastgesteld door het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM), althans, filmdistributeurs doen dat zelf na een training van het NICAM. Op bijna alle audiovisuele producten die in Nederland worden aangeboden worden Kijkwijzeradviezen toegepast, van televisieprogramma’s en bioscoopfilms tot films op dvd en video. De pictogrammen verschijnen in beeld aan het begin van een televisieprogramma/film en staan in omroepgidsen en op verpakkingen. Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de uitvoering van Kijkwijzer. Kijkwijzer oordeelt niet over de inhoud of kwaliteit van televisieprogramma’s of films. Daartoe verschillen de voorkeuren en normen van ouders te veel. Kijkwijzer waarschuwt alleen voor mogelijke schadelijke beelden in televisieprogramma’s of films. Aanvankelijk was het uitgangspunt dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor wat hun kinderen mogen zien. Er is door de overheid een wettelijke bepaling verbonden aan de verschillende leeftijdsgrenzen. De Kijkwijzer is de opvolger en een belangrijke uitbreiding van de Wet op de filmvertoningen, door de uitbreiding met de categorieën geweld, angst, seks, discriminatie, drugs- en alcoholmisbruik en grof taalgebruik. Naast de audiovisuele middelen worden games (computerspelletjes) beoordeeld met dezelfde maatstaven door de parallelle organisatie PEGI. Er zijn plannen om het internet ook onder de bepalingen van de Kijkwijzer en PEGI te laten vallen. Ook is de leeftijd met de tekens te zien op bijna alle zenders via teletekstpagina 282. Eerst waren alleen leeftijden zoals: Alle leeftijden (AL), (MG)6, 12 en 16 jaar aan bod. MG stond voor meekijken gewenst Later vond Kijkwijzer dat het gat tussen 6 en 12 jaar vrij groot was. Daarom stelde Kijkwijzer de leeftijd 9 jaar en ouder officieel in. Kijkwijzer toetst films en tv-programma's aan de hand van zes inhoudelijke kenmerken, die kunnen betekenen dat de film een bepaalde waarschuwing (door middel van een pictogram) krijgt: Alcohol- en drugsgebruik (pictogram: een spuit) Angst (pictogram: een spin) Discriminatie (pictogram: een zwart poppetje tegen een achtergrond van witte poppetjes) Geweld (pictogram: een vuist) Grof taalgebruik (pictogram: een woordenbrakend poppetje) Seks (pictogram: twee paar in elkaar gehaakte voeten) Om een reële afweging te kunnen maken om een bepaalde pictogram toe te kennen aan films en tv-programma's gebruikt Kijkwijzer een uniforme vragenlijst.
Kijkwijzer voor de Nederlandse televisie. Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Televisie in Nederland (vervolg)
Sinds 1988 is de Mediawet nog uitgebreid met twee eisen. De eerste is de eis van representativiteit. Dat houdt in dat een omroep representatief moet zijn voor een bepaalde maatschappelijke, godsdienstige of culturele bevolkingsgroep. Een tweede criterium is het pluriformiteitscriterium: een nieuwe omroep moet de verscheidenheid van inhoud binnen het publieke bestel vergroten. Naast de eerder genoemde commerciële zenders, zijn er ook nieuwe publieke omroepen tot het bestel toegetreden zoals Omroep MAX voor ouderen en LLiNK die zich richtte op natuur en milieu. Met de introductie van digitale televisie, is er naast de publieke en commerciële kanalen die via de kabel zijn te ontvangen, een groot aantal digitale televisiekanalen bijgekomen. Veel kanalen richten zich op specifieke thema's, ook de Publieke Omroep beheert een verzameling van dergelijke kanalen. Mensen die televisie digitaal willen kijken hebben nu keuze uit verscheidene aanbieders die vaak ook combinaties van televisie, telefonie en internet bieden. Op het technische vlak veranderde er bijzonder veel. In de jaren negentig werd massaal overgeschakeld van film naar video, van analoge naar digitale televisie, kwam er kabeltelevisie en satelliettelevisie, breedbeeldtelevisie, HDTV en integratie met internet en mobiele telefoon. Ook veranderden opname-, montage- uitzend- en opslagtechnieken, niet alleen bij de Nederlandse televisie, maar wereldwijd. De toename van het aantal buitenlandse televisieproducties dat wordt uitgezonden op Nederlandse zenders, met name Amerikaanse programma's, hangt samen met de veramerikanisering van de media. Zo'n 70% van Nederlandse audiovisuele erfgoed, waarvan een groot deel bestaat uit televisie- uitzendingen, ligt tegenwoordig opgeslagen bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Commerciële televisie Rond het begin van de jaren negentig veranderde er in Nederland in dat opzicht ook veel. Tot dan toe was in Nederland televisie met zijn verzuilde zendgemachtigden een uniek, open bestel met slechts drie televisiekanalen, conform de wetgeving voor de Publieke omroep. Op 2 oktober 1989 werd de eerste buitenlandse, op Nederland gerichte commerciële televisiezender (RTL-Véronique, in 1990 gewijzigd in RTL4) via nieuwe wetgeving toegelaten. Het was een slimme zet van RTL om vanuit Luxemburg uit te zenden via de zogenaamde U-bochtconstructie, dit maakte Véronique officieel een buitenlandse omroep. Nederland was conform Europese wetgeving verplicht om buitenlandse zenders toe te staan. Véronique was eigenlijk gewoon Nederlands en zond enkel op de daguren enkele Luxemburgse programma's uit. Begin 1992 werd binnenlandse commerciële televisie mogelijk. Op 30 augustus 1993 werd in Nederland het fenomeen dagtelevisie geïntroduceerd. Hiermee werd het duale bestel van publieke en commerciële omroepen die naast elkaar bestaan een feit in Nederland. RTL5 begon in oktober 1993 met uitzenden. Het eerste commerciële station begon op 1 september 1995 toen verliet de Veronica Omroep Organisatie (VOO) de publieke omroep. Endemol en VOO gingen samen en begonnen het eerste binnenlandse commerciële station. Sinds die tijd zijn er nog ettelijke binnenlandse commerciële omroepen bijgekomen, die voornamelijk in handen zijn van twee grote mediabedrijven. ProSiebenSat.1 Media introduceerde Veronica, SBS 6 en NET 5. RTL Nederland begon na RTL-Véronique en RTL 5 met Veronica (later Yorin), dat na een hervorming van de RTL-zenders werd hernoemd tot RTL 7) en RTL 8. Andere initiatieven, zoals TV10, Sport 7 en Tien sneuvelden. Met het toelaten van de commerciële zenders kwam ook een controleorgaan tot stand: het Commissariaat voor de Media kreeg de taak om toezicht uit te oefenen op de publieke en commerciële omroepen. Op dit moment oefent het Commissariaat ook toezicht uit op de Kijkwijzer. De Kijkwijzer is een Nederlands hulpmiddel, waarmee kan worden nagegaan of het kijken naar een film of televisieprogramma mogelijk schadelijk voor kinderen is (filmkeuring). Het hulpmiddel is tevens de richtlijn voor eventuele strafbaarheid in de categorie "vanaf 16 jaar" en kan hiervoor gebruikt worden door de rechter. De Kijkwijzer wordt sinds 2002 vastgesteld door het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM), althans, filmdistributeurs doen dat zelf na een training van het NICAM. Op bijna alle audiovisuele producten die in Nederland worden aangeboden worden Kijkwijzeradviezen toegepast, van televisieprogramma’s en bioscoopfilms tot films op dvd en video. De pictogrammen verschijnen in beeld aan het begin van een televisieprogramma/film en staan in omroepgidsen en op verpakkingen. Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de uitvoering van Kijkwijzer. Kijkwijzer oordeelt niet over de inhoud of kwaliteit van televisieprogramma’s of films. Daartoe verschillen de voorkeuren en normen van ouders te veel. Kijkwijzer waarschuwt alleen voor mogelijke schadelijke beelden in televisieprogramma’s of films. Aanvankelijk was het uitgangspunt dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor wat hun kinderen mogen zien. Er is door de overheid een wettelijke bepaling verbonden aan de verschillende leeftijdsgrenzen. De Kijkwijzer is de opvolger en een belangrijke uitbreiding van de Wet op de filmvertoningen, door de uitbreiding met de categorieën geweld, angst, seks, discriminatie, drugs- en alcoholmisbruik en grof taalgebruik. Naast de audiovisuele middelen worden games (computerspelletjes) beoordeeld met dezelfde maatstaven door de parallelle organisatie PEGI. Er zijn plannen om het internet ook onder de bepalingen van de Kijkwijzer en PEGI te laten vallen. Ook is de leeftijd met de tekens te zien op bijna alle zenders via teletekstpagina 282. Eerst waren alleen leeftijden zoals: Alle leeftijden (AL), (MG)6, 12 en 16 jaar aan bod. MG stond voor meekijken gewenst Later vond Kijkwijzer dat het gat tussen 6 en 12 jaar vrij groot was. Daarom stelde Kijkwijzer de leeftijd 9 jaar en ouder officieel in. Kijkwijzer toetst films en tv-programma's aan de hand van zes inhoudelijke kenmerken, die kunnen betekenen dat de film een bepaalde waarschuwing (door middel van een pictogram) krijgt: Alcohol- en drugsgebruik (pictogram: een spuit) Angst (pictogram: een spin) Discriminatie (pictogram: een zwart poppetje tegen een achtergrond van witte poppetjes) Geweld (pictogram: een vuist) Grof taalgebruik (pictogram: een woordenbrakend poppetje) Seks (pictogram: twee paar in elkaar gehaakte voeten) Om een reële afweging te kunnen maken om een bepaalde pictogram toe te kennen aan films en tv-programma's gebruikt Kijkwijzer een uniforme vragenlijst.
Kijkwijzer voor de Nederlandse televisie.