© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Simon van der Stel- Willem de Vlamingh- Jacob Roggeveen
Simon van der Stel was een Nederlandse ontdekkingsreiziger. Hij werd geboren in één van de belangrijkste regentenfamilies. Hij huwde met Johanna Jacoba Six, met wie hij zes kinderen kreeg. Hij werd in 1679 aangesteld als commandeur van Kaap de Goede Hoop (Zuid-Afrika), toen nog een kleine nederzetting. Kaap de Goede Hoop: Op 6 april 1652 vestigde Jan van Riebeeck hier een verversingspost voor de Nederlandse Vereenigde Oost-Indische Compagnie. Vanuit deze post ontwikkelde zich in de daaropvolgende jaren een permanente kolonie, onder meer door het toekennen van land aan zogenaamde vrijburgers, die zich in het gebied wilden vestigen. In de eerste anderhalve eeuw daaropvolgend werd het gebied bijna uitsluitend bevolkt door kolonisten van Nederlandse, Franse en Duitse afkomst. Na de Kafferoorlog in 1795 namen de Britten het gebied in bezit nadat zij de Slag om Muizenberg wonnen. De kolonisten bouwden oorspronkelijk een fort van klei en hout. Tussen 1666 en 1679 werd dat vervangen door Kasteel de Goede Hoop, nu het oudste gebouw van Zuid-Afrika. De kolonisten begonnen in 1671 met de aankoop van grond buiten de oorspronkelijke grenzen van het eerste fort dat gebouwd was door Van Riebeeck. De kolonisten kochten de grond van de Khoikhoi- stam(men), die door de kolonisten "Hottentotten" genoemd werden. Simon van der Stel ondernam nog in de zomer van 1679 een onderzoekingstocht (over land) noord- en oostwaarts. Bij de 'Eerste Rivier' vond hij een vruchtbare vallei, waar hij de naar hem vernoemde nederzetting Stellenbosch stichtte. Het jaar daarop vestigden zich hier de eerste families. In 1685 werd hem op aanbeveling van Ryckloff van Goens, een hoge VOC-ambtenaar, een stuk land 20 km buiten fort De Goede Hoop toegekend. Het landhuis Constantia, dat Van der Stel op dit stuk land bouwde, heeft hij waarschijnlijk naar de dochter van deze hoge ambtenaar, Constantia Louiza (geboren in 1679), vernoemd, en is nu beter bekend als Groot Constantia. Samen met de apotheker Hendrik Claudius ging hij van 1685 tot 1686 op expeditie naar de Koperbergen in Namaqueland in het huidige Namibië. Onder Van der Stels leiderschap groeide de kolonie gestaag en op 1 juni 1691 werd hij er bevorderd tot gouverneur. Op 11 februari 1699 werd hij opgevolgd wordt door zijn zoon. Stellenbosch is de oudste Europese nederzetting van Zuid-Afrika na Kaapstad, dat zo'n vijftig kilometer ten westen van Stellenbosch ligt. Stellenbosch is een belangrijk centrum voor de Zuid-Afrikaanse wijnbouw. Voor toeristen is Stellenbosch vooral aantrekkelijk vanwege de vele oude huizen in Kaaps-Hollandse stijl. Met name de Dorpsstraat is schilderachtig te noemen met 'Oom Samie se winkel'. De vele eiken zijn een overblijfsel van de aanplant, door de grote behoefte aan eikenhout, in de begintijd van de wijnboerderijen. De van oorsprong Europese wijnboeren waren namelijk gewend hun wijnvaten van eikenhout te maken. Stellenbosch wordt daarom ook wel Eikestad genoemd. Omdat de eiken door het Zuid-Afrikaanse klimaat veel sneller groeiden dan in Europa, bleek het eikenhout al snel te sponzig, en dus ongeschikt, om wijnvaten van te maken. In Stellenbosch is één van de bekendste universiteiten van het Afrikaanse continent gevestigd. De Universiteit Stellenbosch is inmiddels de enige Zuid-Afrikaanse universiteit die nog hoofdzakelijk Afrikaanstalig is, een situatie die fel bestreden wordt in regeringskringen. De druk is groot om op Engelstalig onderwijs over te gaan. Als ze de juiste connecties hebben, kunnen de studenten terecht in één van de befaamde koshuise. In een koshuis wonen soms wel 450 mannelijke, dan wel vrouwelijke studenten onder (streng)toezicht van een inwonend hoofd. Om er te mogen komen wonen, moet een ontgroening worden doorlopen. Willem de Vlamingh was een Nederlandse ontdekkingsreiziger, die van december 1696 tot februari 1697 de westkust van Australië verder in kaart bracht. Hij voer van Texel in mei 1696 met het fregat de Geelvinck, vergezeld door de hoeker (linksonder) Nijptangh en het galjoot (linksonder) 't Weseltje. Hij was erop uitgestuurd om te zoeken naar het vermiste VOC-schip 'De Ridderschap', dat op 11 juli 1693 uit Nederland was vertrokken naar Batavia (Nederlands-Indië), het had 325 man aan boord. Begin 1694 had De Ridderschap 'Kaap de Goede Hoop' aangedaan, daarna was het spoorloos verdwenen. De Vlamingh vond het schip niet. Hij had uitgebreide instructies meegekregen, waarin ook een paragraaf over het eiland Tristan da Cunha (afgelegen eiland in het zuiden van de Atlantische Oceaan) was opgenomen. Hij moest onderzoeken of er een goede ankerplaats was en een goede plaats om aan land te gaan. Ook had hij opdracht het eiland en omliggende eilanden in kaart brengen. Het resultaat was dat de VOC definitief besloot dat Tristan Da Cunha ongeschikt was als verversingsstation op de route naar de Oost. Daarna ging de expeditie onder bevel van De Vlamingh verder om de westkust van Australië te onderzoeken, die op 29 december bereikt werd. Hij ontdekte de Zwaanrivier, bracht de omtrek van Rottnest-eiland in kaart en de kust tot het huidige Exmouth gulf. Willem de Vlamingh herbezocht ook Dirk Hartog-eiland. Op advies van De Vlamingh staakte de VOC verdere ontdekkingen van Australië. De Hoeker is een rondgebouwde driemaster van Nederlandse oorsprong uit de zeventiende eeuw. Oorspronkelijk was het een een vissersvaartuig, maar het werd ook wel voor de koopvaardij gebruikt. De naam hoeker is bedacht omdat het schip met een hoekwant viste (neerlaten in zee van lijnen waaraan haken, hoeken, waren bevestigd). In 1664 besloot de Verenigde Oostindische Compagnie dit schip in haar vloot op te nemen. De Kamer van Delft (Kamer: handelsinstelling met aandelen in de VOC) kocht vier schepen. De Rotterdamse Kamer was de eerste die in 1667 de bouw van een serie hoekers startte. Al na 1670 verdwenen de hoekers weer uit de schepenlijsten van de VOC. Deze rondgebouwde driemasters werden in de Tweede Engelse Zeeoorlog ingezet, nadat zij met kanonnen waren uitgerust. Na afloop van deze oorlog gingen zij naar de Oost, waar zij bleven. De meeste hoekers waren 80 voet (voet:0,3048 m) lang en 20 voet breed en hadden een holte van 11 voet. De hoeker had een brede boeg en achtersteven. Zij hadden een grote- en een bezaansmast met vierkante zeilen. De grotere hoekers hadden ook nog een fokkemast, zoals de iets kleinere fluiten (peervormig scheepstype voor vrachtvervoer). Het zeil van de bezaansmast was dan vervangen door een driehoekig Latijns zeil. Na 1670 werd nog slechts af en toe een hoeker gebouwd, zoals in 1695. Die was groter dan de andere: 90 voet en een duim (komt tegenwoordig overeen met een Engelse inch:2,54 cm) lang, 23 voet en zes duim breed en een holte van 11 voet en 10,5 duim. Jacob Roggeveen was een Nederlandse ontdekkingsreiziger die werd uitgezonden om het 'Zuidland' (niet bestaand continent) te vinden, maar toevallig 'Paaseiland' ontdekte. Zijn vader, Arent Roggeveen, was een wiskundige met veel kennis van ook sterrenkunde, aardrijkskunde en de theorie van de zeevaart. Hij hield zich bezig met onderzoek naar het Zuidland, en kreeg zelfs een octrooi (alleenrecht) van de West-Indische Compagnie (WIC) voor een ontdekkingstocht, maar het was zijn zoon die op 62-jarige leeftijd uiteindelijk drie schepen uitrustte en de reis maakte, toen hij de financiën rond had. Voordat hij aan zijn expeditie begon had hij al een veelbewogen leven achter de rug. Hij werd notaris van Middelburg (Zeeland) op 30 maart 1683. Op 12 augustus 1690 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk (Gelderland), en werkte tussen 1707 en 1714 als Raadsheer van Justitie te Batavia (Nederlands-Indië). In 1715 kwam hij weer terug naar Middelburg. Hier raakte hij in opspraak doordat hij de vrijzinnige (hervomd) predikant Pontiaan van Hattem, ondersteunde door het uitbrengen van diens pamflet 'De val van 's werelds afgod'. Het eerste deel verscheen in 1718 in Middelburg, en werd vervolgens in beslag genomen door het stadsbestuur en in het openbaar verbrand. Jacob Roggeveen moest hierna Middelburg, en later ook Vlissingen, verlaten en vestigde zich in Arnemuiden (Zeeland), en bracht deel 2 en 3 uit van de serie, waardoor hij opnieuw in opspraak kwam. In augustus 1721 was het dan zover en vertrok Jacob Roggeveen op zijn expeditie, in dienst van de West-Indische Compagnie, om het Zuidland (niet bestaand continent) te zoeken. Hij voer rond Kaap Hoorn (Zuid-Amerka) de Grote Oceaan op. Hij bezocht de Juan Fernandez archipel (eilandengroep op 650 km van Chili, westkust Zuid-amerika, in de Grote Oceaan) en op 5 april 1722 (paaszondag) ontdekte hij Paaseiland (in de Grote Oceaan). Paaseiland (Rapa Nui) is een Polynesisch eiland in de Grote Oceaan. Staatkundig is het een provincie van Chili. De naam Paaseiland ("Paasch-Eyland") werd gegeven door Jacob Roggeveen, die op paaszondag, 5 april 1722, met drie schepen het eiland aandeed. Rapa Nui betekent in het Polynesisch letterlijk de Grote Rots (rapa: rots, nui: groot). Het eiland werd sinds ongeveer 1863 zo genoemd door zeelieden uit Tahiti. De aanduiding wordt tegenwoordig door de inwoners gebruikt voor zowel het eiland zelf, hun taal, als om hun eigen volk (Rapa Nui) aan te duiden. Een andere inheemse naam voor het eiland is 'Mata ki te rani' of 'Ogen die naar de hemel kijken' (mata: ogen, ki: die, te: kijken, rani: hemel). Deze benaming slaat op de voorouderbeelden of moai met de merkwaardige oogkassen die inderdaad schuin naar de hemel zijn gericht. Een andere naam die de oorspronkelijke bewoners aan hun eiland gaven was Te pito o te henua, wat 'De navel van de wereld' betekent. Volgens een aantal legenden zou de eerste naam van het eiland 'Te pito o te kainga a Hau Maka' zijn geweest, wat staat voor 'Het kleine stukje land van Hau Maka'. Via de Tuamotu-Archipel, de Genootschapseilanden en Samoa (allen eilanden in de Grote Oceaan) voer Roggeveen naar Batavia (het huidige Jakarta, Indonesië). Daar werd hij gevangen genomen, omdat hij het monopolie van de VOC zou hebben doorbroken, maar de VOC werd later gedwongen hem vrij te laten, zijn schade te vergoeden en zijn bemanning hun gage (salaris) te betalen. In 1723 kwam Roggeveen in Nederland terug. Na zijn terugkeer publiceerde Roggeveen deel 4 van 's Werelds afgod. Jacob Roggeveen is twee keer gehuwd geweest, maar heeft uit beide huwelijken geen kinderen gekregen. Hij overleed op 31 januari 1729.
Stellenbosch Schilder: Pieter van Anraedt. Bron: http://www.venduehuis.com/fotos/4/5260/5260.jpg Schilders: Johannes en Nicholaas Verkolje (1690 - 1700). In Australian National Maritime Museum, Sydney. voor haring), ca. 1720. Bron: http://daniel_burgot.club.fr/html/genealogie/galiote.htm "Dictionnaire de la Marine" de Willaumez, 1831 {{PD-old}} Auteur: Eric Gaba (Sting), vertaald door Stuntelaar (CC BY-SA 2.5) Own work, translation of Image:Easter Island map-fr.svg Foto: Rivi

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Simon van der Stel- Willem de Vlamingh- Jacob Roggeveen
Simon van der Stel was een Nederlandse ontdekkingsreiziger. Hij werd geboren in één van de belangrijkste regentenfamilies. Hij huwde met Johanna Jacoba Six, met wie hij zes kinderen kreeg. Hij werd in 1679 aangesteld als commandeur van Kaap de Goede Hoop (Zuid- Afrika), toen nog een kleine nederzetting. Kaap de Goede Hoop: Op 6 april 1652 vestigde Jan van Riebeeck hier een verversingspost voor de Nederlandse Vereenigde Oost-Indische Compagnie. Vanuit deze post ontwikkelde zich in de daaropvolgende jaren een permanente kolonie, onder meer door het toekennen van land aan zogenaamde vrijburgers, die zich in het gebied wilden vestigen. In de eerste anderhalve eeuw daaropvolgend werd het gebied bijna uitsluitend bevolkt door kolonisten van Nederlandse, Franse en Duitse afkomst. Na de Kafferoorlog in 1795 namen de Britten het gebied in bezit nadat zij de Slag om Muizenberg wonnen. De kolonisten bouwden oorspronkelijk een fort van klei en hout. Tussen 1666 en 1679 werd dat vervangen door Kasteel de Goede Hoop, nu het oudste gebouw van Zuid- Afrika. De kolonisten begonnen in 1671 met de aankoop van grond buiten de oorspronkelijke grenzen van het eerste fort dat gebouwd was door Van Riebeeck. De kolonisten kochten de grond van de Khoikhoi-stam(men), die door de kolonisten "Hottentotten" genoemd werden. Simon van der Stel ondernam nog in de zomer van 1679 een onderzoekingstocht (over land) noord- en oostwaarts. Bij de 'Eerste Rivier' vond hij een vruchtbare vallei, waar hij de naar hem vernoemde nederzetting Stellenbosch stichtte. Het jaar daarop vestigden zich hier de eerste families. In 1685 werd hem op aanbeveling van Ryckloff van Goens, een hoge VOC-ambtenaar, een stuk land 20 km buiten fort De Goede Hoop toegekend. Het landhuis Constantia, dat Van der Stel op dit stuk land bouwde, heeft hij waarschijnlijk naar de dochter van deze hoge ambtenaar, Constantia Louiza (geboren in 1679), vernoemd, en is nu beter bekend als Groot Constantia. Samen met de apotheker Hendrik Claudius ging hij van 1685 tot 1686 op expeditie naar de Koperbergen in Namaqueland in het huidige Namibië. Onder Van der Stels leiderschap groeide de kolonie gestaag en op 1 juni 1691 werd hij er bevorderd tot gouverneur. Op 11 februari 1699 werd hij opgevolgd wordt door zijn zoon. Stellenbosch is de oudste Europese nederzetting van Zuid-Afrika na Kaapstad, dat zo'n vijftig kilometer ten westen van Stellenbosch ligt. Stellenbosch is een belangrijk centrum voor de Zuid-Afrikaanse wijnbouw. Voor toeristen is Stellenbosch vooral aantrekkelijk vanwege de vele oude huizen in Kaaps-Hollandse stijl. Met name de Dorpsstraat is schilderachtig te noemen met 'Oom Samie se winkel'. De vele eiken zijn een overblijfsel van de aanplant, door de grote behoefte aan eikenhout, in de begintijd van de wijnboerderijen. De van oorsprong Europese wijnboeren waren namelijk gewend hun wijnvaten van eikenhout te maken. Stellenbosch wordt daarom ook wel Eikestad genoemd. Omdat de eiken door het Zuid- Afrikaanse klimaat veel sneller groeiden dan in Europa, bleek het eikenhout al snel te sponzig, en dus ongeschikt, om wijnvaten van te maken. In Stellenbosch is één van de bekendste universiteiten van het Afrikaanse continent gevestigd. De Universiteit Stellenbosch is inmiddels de enige Zuid-Afrikaanse universiteit die nog hoofdzakelijk Afrikaanstalig is, een situatie die fel bestreden wordt in regeringskringen. De druk is groot om op Engelstalig onderwijs over te gaan. Als ze de juiste connecties hebben, kunnen de studenten terecht in één van de befaamde koshuise. In een koshuis wonen soms wel 450 mannelijke, dan wel vrouwelijke studenten onder (streng)toezicht van een inwonend hoofd. Om er te mogen komen wonen, moet een ontgroening worden doorlopen. Willem de Vlamingh was een Nederlandse ontdekkingsreiziger, die van december 1696 tot februari 1697 de westkust van Australië verder in kaart bracht. Hij voer van Texel in mei 1696 met het fregat de Geelvinck, vergezeld door de hoeker (linksonder) Nijptangh en het galjoot (linksonder) 't Weseltje. Hij was erop uitgestuurd om te zoeken naar het vermiste VOC-schip 'De Ridderschap', dat op 11 juli 1693 uit Nederland was vertrokken naar Batavia (Nederlands-Indië), het had 325 man aan boord. Begin 1694 had De Ridderschap 'Kaap de Goede Hoop' aangedaan, daarna was het spoorloos verdwenen. De Vlamingh vond het schip niet. Hij had uitgebreide instructies meegekregen, waarin ook een paragraaf over het eiland Tristan da Cunha (afgelegen eiland in het zuiden van de Atlantische Oceaan) was opgenomen. Hij moest onderzoeken of er een goede ankerplaats was en een goede plaats om aan land te gaan. Ook had hij opdracht het eiland en omliggende eilanden in kaart brengen. Het resultaat was dat de VOC definitief besloot dat Tristan Da Cunha ongeschikt was als verversingsstation op de route naar de Oost. Daarna ging de expeditie onder bevel van De Vlamingh verder om de westkust van Australië te onderzoeken, die op 29 december bereikt werd. Hij ontdekte de Zwaanrivier, bracht de omtrek van Rottnest- eiland in kaart en de kust tot het huidige Exmouth gulf. Willem de Vlamingh herbezocht ook Dirk Hartog-eiland. Op advies van De Vlamingh staakte de VOC verdere ontdekkingen van Australië. De Hoeker is een rondgebouwde driemaster van Nederlandse oorsprong uit de zeventiende eeuw. Oorspronkelijk was het een een vissersvaartuig, maar het werd ook wel voor de koopvaardij gebruikt. De naam hoeker is bedacht omdat het schip met een hoekwant viste (neerlaten in zee van lijnen waaraan haken, hoeken, waren bevestigd). In 1664 besloot de Verenigde Oostindische Compagnie dit schip in haar vloot op te nemen. De Kamer van Delft (Kamer: handelsinstelling met aandelen in de VOC) kocht vier schepen. De Rotterdamse Kamer was de eerste die in 1667 de bouw van een serie hoekers startte. Al na 1670 verdwenen de hoekers weer uit de schepenlijsten van de VOC. Deze rondgebouwde driemasters werden in de Tweede Engelse Zeeoorlog ingezet, nadat zij met kanonnen waren uitgerust. Na afloop van deze oorlog gingen zij naar de Oost, waar zij bleven. De meeste hoekers waren 80 voet (voet:0,3048 m) lang en 20 voet breed en hadden een holte van 11 voet. De hoeker had een brede boeg en achtersteven. Zij hadden een grote- en een bezaansmast met vierkante zeilen. De grotere hoekers hadden ook nog een fokkemast, zoals de iets kleinere fluiten (peervormig scheepstype voor vrachtvervoer). Het zeil van de bezaansmast was dan vervangen door een driehoekig Latijns zeil. Na 1670 werd nog slechts af en toe een hoeker gebouwd, zoals in 1695. Die was groter dan de andere: 90 voet en een duim (komt tegenwoordig overeen met een Engelse inch:2,54 cm) lang, 23 voet en zes duim breed en een holte van 11 voet en 10,5 duim. Jacob Roggeveen was een Nederlandse ontdekkingsreiziger die werd uitgezonden om het 'Zuidland' (niet bestaand continent) te vinden, maar toevallig 'Paaseiland' ontdekte. Zijn vader, Arent Roggeveen, was een wiskundige met veel kennis van ook sterrenkunde, aardrijkskunde en de theorie van de zeevaart. Hij hield zich bezig met onderzoek naar het Zuidland, en kreeg zelfs een octrooi (alleenrecht) van de West-Indische Compagnie (WIC) voor een ontdekkingstocht, maar het was zijn zoon die op 62-jarige leeftijd uiteindelijk drie schepen uitrustte en de reis maakte, toen hij de financiën rond had. Voordat hij aan zijn expeditie begon had hij al een veelbewogen leven achter de rug. Hij werd notaris van Middelburg (Zeeland) op 30 maart 1683. Op 12 augustus 1690 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk (Gelderland), en werkte tussen 1707 en 1714 als Raadsheer van Justitie te Batavia (Nederlands-Indië). In 1715 kwam hij weer terug naar Middelburg. Hier raakte hij in opspraak doordat hij de vrijzinnige (hervomd) predikant Pontiaan van Hattem, ondersteunde door het uitbrengen van diens pamflet 'De val van 's werelds afgod'. Het eerste deel verscheen in 1718 in Middelburg, en werd vervolgens in beslag genomen door het stadsbestuur en in het openbaar verbrand. Jacob Roggeveen moest hierna Middelburg, en later ook Vlissingen, verlaten en vestigde zich in Arnemuiden (Zeeland), en bracht deel 2 en 3 uit van de serie, waardoor hij opnieuw in opspraak kwam. In augustus 1721 was het dan zover en vertrok Jacob Roggeveen op zijn expeditie, in dienst van de West-Indische Compagnie, om het Zuidland (niet bestaand continent) te zoeken. Hij voer rond Kaap Hoorn (Zuid-Amerka) de Grote Oceaan op. Hij bezocht de Juan Fernandez archipel (eilandengroep op 650 km van Chili, westkust Zuid-amerika, in de Grote Oceaan) en op 5 april 1722 (paaszondag) ontdekte hij Paaseiland (in de Grote Oceaan). Paaseiland (Rapa Nui) is een Polynesisch eiland in de Grote Oceaan. Staatkundig is het een provincie van Chili. De naam Paaseiland ("Paasch-Eyland") werd gegeven door Jacob Roggeveen, die op paaszondag, 5 april 1722, met drie schepen het eiland aandeed. Rapa Nui betekent in het Polynesisch letterlijk de Grote Rots (rapa: rots, nui: groot). Het eiland werd sinds ongeveer 1863 zo genoemd door zeelieden uit Tahiti. De aanduiding wordt tegenwoordig door de inwoners gebruikt voor zowel het eiland zelf, hun taal, als om hun eigen volk (Rapa Nui) aan te duiden. Een andere inheemse naam voor het eiland is 'Mata ki te rani' of 'Ogen die naar de hemel kijken' (mata: ogen, ki: die, te: kijken, rani: hemel). Deze benaming slaat op de voorouderbeelden of moai met de merkwaardige oogkassen die inderdaad schuin naar de hemel zijn gericht. Een andere naam die de oorspronkelijke bewoners aan hun eiland gaven was Te pito o te henua, wat 'De navel van de wereld' betekent. Volgens een aantal legenden zou de eerste naam van het eiland 'Te pito o te kainga a Hau Maka' zijn geweest, wat staat voor 'Het kleine stukje land van Hau Maka'. Via de Tuamotu-Archipel, de Genootschapseilanden en Samoa (allen eilanden in de Grote Oceaan) voer Roggeveen naar Batavia (het huidige Jakarta, Indonesië). Daar werd hij gevangen genomen, omdat hij het monopolie van de VOC zou hebben doorbroken, maar de VOC werd later gedwongen hem vrij te laten, zijn schade te vergoeden en zijn bemanning hun gage (salaris) te betalen. In 1723 kwam Roggeveen in Nederland terug. Na zijn terugkeer publiceerde Roggeveen deel 4 van 's Werelds afgod. Jacob Roggeveen is twee keer gehuwd geweest, maar heeft uit beide huwelijken geen kinderen gekregen. Hij overleed op 31 januari 1729.
Schilder: Pieter van Anraedt. Bron: http://www.venduehuis.com/fotos/4/5260/5260.jpg Stellenbosch Schilders: Johannes en Nicholaas Verkolje (1690 - 1700). In Australian National Maritime Museum, Sydney. voor haring), ca. 1720. Bron: http://daniel_burgot.club.fr/html/genealogie/galiote.htm "Dictionnaire de la Marine" de Willaumez, 1831 {{PD-old}} Auteur: Eric Gaba (Sting), vertaald door Stuntelaar (CC BY-SA 2.5) Own work, translation of Image:Easter Island map-fr.svg Foto: Rivi