© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Hij bleek aan pokken te lijden en op 6 november stierf hij op 24-jarige leeftijd. Acht dagen later werd zijn erfgenaam geboren, de latere stadhouder Willem III. Willems stoffelijk overschot werd in maart 1651 bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft. De Staatsgezinden maakten gebruik van de verwarring in het vijandelijke orangistische kamp. Er was een grote meerderheid ontstaan die geen stadhouder meer wenste en het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was geboren. Een periode waarin geen stadhouder benoemd werd in de provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. In Friesland bleef Willem Frederik stadhouder en Groningen en Drenthe benoemden Willem Frederik als hun nieuwe stadhouder. Gedurende deze periode waren er constant spanningen tussen Oranjegezinden, die wilden dat Willem III de nieuwe stadhouder moest worden en republikeinen, die helemaal geen stadhouder wilden. Door deze spanningen waren de provincies intern instabiel en volgden ze veelal het beleid van Holland, waar raadpensionaris Johan de Witt  grote invloed had. De jaren na de Vrede van Münster verliepen voor een deel van de Nederlanden economisch erg voorspoedig. De handel op zee met andere gebieden groeide flink, ten koste van Engeland. Engels-Nederlandse Oorlogen Dit veroorzaakte een ernstige economische teruggang in Engeland en als reactie hierop nam het Engelse parlement de Akte van Navigatie aan om de eigen handel te beschermen. Deze nieuwe wet ging gepaard met kaperijen van Nederlandse schepen door Engelse piraten en de Engelse marine. Om de dominante positie in de wereldhandel niet te verliezen ging de Republiek in de tegenaanval en in 1652 brak de Eerste Engels- Nederlandse Oorlog uit. Engeland won de strijd op de Noordzee, waarbij Maarten Tromp, de belangrijkste admiraal van de Republiek, sneuvelde. Om de handel niet nog meer te schaden werd er in 1654 vrede gesloten. Deze vrede nam de wrijving tussen de twee landen niet weg en in 1665 brak er opnieuw een oorlog uit, de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. In deze oorlog vernietigde Michiel de Ruyter een groot deel van de Engelse vloot bij de tocht naar Chatham. Wel wisten de Engelsen Nieuw-Amsterdam (het huidige New York) op de Republiek de te veroveren. De vredesbepalingen aan het eind van deze oorlog waren gunstig voor de Republiek. Zo mocht de Republiek het op de Engelsen veroverde Suriname houden en werden de Engelse Scheepvaartwetten versoepeld. Nieuw-Amsterdam bleef in Engelse handen. Ook deze vrede hield niet lang stand. De Franse koning Lodewijk wilde zijn grondgebied uitbreiden en van Frankrijk een handels- en koloniale grootmacht maken, vergelijkbaar met Engeland en de Republiek. Daartoe sloot Lodewijk een bondgenootschap met de Engelse koning en de bisschoppen van Keulen en Münster tegen de Republiek. In mei van het jaar 1672, ook wel het rampjaar genoemd, begon de Hollandse Oorlog en werd de Republiek binnengevallen. Het Staatse leger was sterk in de minderheid en slecht voorbereid, waardoor de Fransen makkelijk konden oprukken tot aan Holland, dat dankzij de Hollandse waterlinie veilig bleef. De inval veroorzaakte een hevige volkswoede richting de regenten, omdat door hun toedoen het leger in zo'n slechte staat zou zijn vervallen. Daarnaast verlamde de oorlog ernstig de handel. De woede resulteerde in het afzetten van regenten, de moord op de gebroeders De Witt en het aanstellen van Willem III als stadhouder van Holland en Zeeland. Op zee werd de oorlog tegen Engeland gewonnen. In 1674 sloot de Republiek vrede met Engeland en de Duitse bisdommen. Met steun van Spanje en de Oostenrijkse keizer werd de oorlog tegen Frankrijk voortgezet. In 1678 werd in Nijmegen de vrede getekend. Vrede van Utrecht Willem III overleed kinderloos in maart 1702. Hoewel hij de Friese stadhouder Johan Willem Friso als opvolger had aangewezen, werd er na zijn dood in Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel wederom geen nieuwe stadhouder benoemd. Hiermee brak het Tweede Stadhouderloze Tijdperk aan. Johan Willem Friso verdronk op 14 juli 1711 toen zijn schip omsloeg op het Hollandsch Diep. Zijn zoon Willem IV zou zes weken later geboren worden. Twee jaar voor het overlijden van Willem III was de Spaanse koning Karel II overleden. Hij had geen nakomelingen en in zijn testament had hij Filips van Anjou, de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV, aangewezen als opvolger. Hierdoor zou een machtig Frans-Spaans blok ontstaan, dat des te bedreigender was omdat men vreesde dat de handel met de Spaanse koloniën door de Fransen overgenomen zou worden. Een alliantie van de Oostenrijkse Habsburgers met onder andere de Verenigde Provinciën en Groot-Brittannië trachtte tijdens de Spaanse Successieoorlog het Frans-Spaanse machtsblok te breken en aartshertog Karel als koning van Spanje te installeren. Toen Franse troepen de Spaanse Nederlanden binnentrokken verdween de barrière tussen Frankrijk en de Republiek die de Republiek moest verdedigen. Gedurende de oorlog bracht de Republiek met 119.000 man het grootste leger uit haar bestaan op de been. Om dit te betalen moesten de Staten veel geld lenen. De hoge uitgaven aan het leger gingen ten koste van de uitgaven aan de marine, waardoor de Britten het overwicht op zee kregen. De eerste jaren van de oorlog leidden tot veel successen aan geallieerde zijde. Zo werden de Fransen uit de Spaanse Nederlanden verdreven, werd de strijd om de Middellandse Zee gewonnen en boekte men successen in Castilië. Later werden de geallieerden weer uit Castilië verdreven en volgde er een patstelling. De Fransen begonnen vervolgens vredesonderhandelingen die in 1713 leidden tot de Vrede van Utrecht. Filips van Anjou bleef aan als koning van Spanje, maar moest de Spaanse bezittingen in Nederlanden en in Italië afstaan aan Oostenrijk. Vrede van Utrecht (1713) is de verzamelnaam voor een reeks van verdragen waarvan het eerste op 11 april 1713 in Utrecht werd gesloten. Hiermee kwam een einde aan de Spaanse Successieoorlog en Queen Anne's war en daarmee aan anderhalve eeuw van twisten en godsdienstoorlogen. Het succes was mede te danken aan de gelijkwaardige behandeling van overwinnaar en overwonnene en het grote belang dat werd gehecht aan het behoud van het machtsevenwicht. Het verdrag markeerde ook het einde van de Republiek als grootmacht, geïllustreerd door de woorden van de Franse onderhandelaar Melchior de Polignac; Nous traiterons sur vous, chez vous, sans vous ('Wij onderhandelen over u, bij u, zonder u'). Bijzonder aan deze historische gebeurtenis was dat de anderhalf jaar durende onderhandelingen omlijst werden door kunst- en cultuuruitingen. De Vrede van Utrecht uit 1713 is in feite het tweede internationale vredesverdrag dat in de stad Utrecht werd gesloten. De eerste Vrede van Utrecht maakte in 1474 een eind aan een omvangrijke handelsoorlog die in 1469 was begonnen tussen aangesloten leden van de internationale vereniging van handelssteden de Hanze en het koninkrijk Engeland. Daarnaast maakte de Vrede van Utrecht 1713 een einde aan twee eeuwen van godsdiensttwisten en zeer bloedige oorlogen in Europa waarin de hegemonie van 'Rome of Reformatie' en het machtsevenwicht tussen de grote landen en vorsten werd uitgevochten. De Vrede van Münster van 1648 had het nieuwe machtsevenwicht moeten bezegelen, maar bleek al snel niet meer dan een wapenstilstand te zijn. De Verenigde Provinciën, alhoewel aan de kant van de overwinnaars, verloren hun overwicht op zee en mochten de Zuidelijke Nederlanden niet behouden. Ze kregen wel meer veiligheid. Georg Friedrich Händel schreef vanwege het afsluiten van de Vrede van Utrecht ten behoeve van een feestelijke kerkdienst (een plechtige 'Morning Prayer') in de Saint Paul's Cathedral te Londen het Utrecht Te Deum en het Utrecht Jubilate. Sinds 2005 wordt het Utrecht Te Deum van Händel weer jaarlijks uitgevoerd in Utrechts Domkerk om de herinnering aan dit historische feit levend te houden. Na de vrede werden legereenheden ontbonden en de uitgaven voor het leger verminderd. Deze inkrimping betekende een definitieve breuk met het verleden en was de Republiek van een wereldmacht verworden tot een middelgrote mogendheid. De Republiek raakte in een economische crisis. De handel met de koloniën stagneerde, de nijverheid in de steden ging achteruit en de belastingen moesten worden verhoogd om de hoge schuld te kunnen terugbetalen. Dit veroorzaakte een ernstige malaise in de Republiek en wakkerde de ontevredenheid van de bevolking over de regenten aan. Toen Willem IV in 1729 meerderjarig werd, werd hij uitgeroepen tot stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Gelderland. Deze benoeming zorgde voor een feller worden van de strijd tussen republikeinen en orangisten. Gedurende de Oostenrijkse Successieoorlog moest de Republiek vanwege een verdrag een bijdrage leveren aan de zijde van Groot-Brittannië en Oostenrijk. Het leger werd opnieuw uitgebreid en ingezet in de Oostenrijkse Nederlanden dat werd binnengevallen door de Fransen. Toen de Fransen in april 1747 doorstoomden tot in Staats-Vlaanderen en de zwakte van de verdediging duidelijk werd, veroorzaakte dat onder de bevolking een hevige oproer. Vanuit de bevolking was de roep om de stadhouder zo groot, dat de regenten genoodzaakt waren het stadhouderschap te steunen. Van de stadhouderloze provincies was Zeeland de eerste provincie die het stadhouderschap opnieuw instelde. Holland, Utrecht en Overijssel volgden snel daarna, waardoor Willem IV in het midden van mei 1747 de eerste stadhouder van alle provincies van de Unie werd. Ook nadat Willem IV stadhouder was geworden, bleef het onrustig, omdat hij in de ogen van het volk, maar weinig regenten liet vervangen. Het pachtersoproer, waarbij huizen van pachters werden geplunderd, was een uiting van de woede. Wel kon Willem veel macht naar zich toe trekken, waardoor de Republiek trekken kreeg van een constitutionele monarchie zonder gekroonde vorst. In 1748 werd de oorlog beëindigd met de Vrede van Aken. Onverwachts overleed Willem IV op 22 oktober 1751 op 40-jarige leeftijd. Het stadhouderschap was daarvoor al erfelijk verklaard, maar zijn zoon Willem V was bij diens vaders overlijden nog maar 3 jaar. Tot zijn meerderjarigheid werd zijn functie waargenomen door zijn moeder, Anna van Hannover, en na haar dood door de beroemde legeraanvoerder Brunswijk. In die jaren bleef de bevolking rustig ondanks de economische en sociale spanningen. De Bataafse Republiek In 1766 werd Willem V meerderjarig en daarmee de nieuwe stadhouder. Brunswijk bleef een invloedrijk persoon aan het hof. Traditionele bondgenootschappen in Europa veranderden, doordat Oostenrijk met Frankrijk een bondgenootschap aanging en Groot-Brittannië een met de nieuwe grootmacht Pruisen. Het liefst wilde de Republiek een neutrale positie innemen, maar dat was moeilijk door grensconflicten met Oostenrijk en de aanwezigheid van Pruisen langs de oostgrens. Ondanks de oorlogsdreiging werden het leger en de marine nauwelijks uitgebreid door de tegengestelde belangen van de provincies. Toen de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, zorgde dat voor toenemende spanningen tussen de Republiek en Groot-Brittannië. De Nederlanders verkochten wapens en munitie via het eiland Sint Eustatius aan de Amerikaanse opstandelingen, tot woede van de Britten, met als gevolg dat in 1780 de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog uitbrak, waarbij de Republiek verpletterend werd verslagen en veel overzeese gebiedsdelen verloren gingen. Tegen 1782 kwam, geïnspireerd door de Amerikaanse Revolutie en de Verlichting, een beweging op: de patriotten, die meer vrijheid eisten voor het volk. De vonk die dit revolutionaire proces ontstak in vele steden van de Republiek was de publicatie van het door Joan Derk Van der Capellen geschreven pamflet Aan het Volk van Nederland. Hierin schreef Van der Capellen dat de overheid van het land verantwoordelijkheid moest tonen richting het volk. Ook wilde hij meer democratisering in het bestuur en door het volk geleide vrijkorpsen om het volk te beschermen. De patriotten zagen hun zaak als de voortzetting van de Nederlandse Opstand voor meer vrijheid - vrijheid die in hun ogen door de stadhouder en zijn gunstelingen werd onderdrukt. Door een stroom van pamfletten en aanplakbiljetten en massademonstraties kregen de patriotten meer en meer aanhang. In steden met veel patriottische aanhangers werden vrijkorpsen opgericht en werden, al dan niet met geweld, hervormingen doorgevoerd zoals het beperken van de macht van de stadhouder en het instellen van nieuwe stadsbesturen. De opkomst van de patriotten zorgde voor spanningen en geweld tussen hen en orangisten. Omdat Den Haag niet meer veilig was voor de stadhouder en zijn familie, weken zij uit naar Gelderland, dat nog wel orangistisch was. Toen het er in 1787 op leek dat de stadhouder de patriottenbeweging niet meer kon tegenhouden, viel de Pruisische koning Frederik Willem II, tevens de zwager van de stadhouder, gesteund door de Britten de Republiek binnen met een leger om de stadhouder te helpen. Als directe aanleiding voor de inval wordt beschouwd de aanhouding bij Goejanverwellesluis van zijn zus Wilhelmina van Pruisen. Ondanks de gewapende vrijkorpsen was er vrijwel geen verzet tegen de Pruisische troepen. Na deze interventie trok de stadhouder terug naar Den Haag en werden er enkele maatregelen tegen de patriotten ingevoerd. Ook in de Zuidelijke (Oostenrijkse) Nederlanden kwam de bevolking in opstand. Daar werden de Verenigde Nederlandse Staten opgericht, die echter door ingrijpen van Pruisen maar kort bestonden. In Frankrijk had de Franse Revolutie, die begon in 1789, meer succes. In 1795 trokken Franse soldaten, nadat zij in de Zuidelijke Nederlanden de Oostenrijkers hadden verslagen, de Republiek binnen, waar zij met veel enthousiasme onthaald werden. Hiermee kwam de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ten einde en ontstond een nieuwe staat: de Bataafse Republiek.
Republiek - Vrede van Utrecht (vervolg)
20 augustus 1672, de moord op de gebroeders De Witt. Het schilderij laat als in een stripverhaal van links naar rechts (boven) zien hoe Johan de Witt, gekleed in deftig zwart pak, en Cornelis de Witt, links naast hem, in Japanse mantel, aan hun einde kwam Kaart die de aanval op Chatham in 1667 door de Nederlandse vloot onder leiding van Admiraal De Ruyter weergeeft.  Auteur: OSeveno, using work created by User:Memnon335bc -  Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International Portret van stadhouder Willem IV (overleden 1751). Auteur: Dirk Johannes van Vreumingen. (Original text : Eigen scan van en afbeelding uit Gouda van sluis tot sluis door dr. Jan Schouten; origineel  in het Catharina Gasthuis te Gouda) Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Hij bleek aan pokken te lijden en op 6 november stierf hij op 24-jarige leeftijd. Acht dagen later werd zijn erfgenaam geboren, de latere stadhouder Willem III. Willems stoffelijk overschot werd in maart 1651 bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft. De Staatsgezinden maakten gebruik van de verwarring in het vijandelijke orangistische kamp. Er was een grote meerderheid ontstaan die geen stadhouder meer wenste en het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was geboren. Een periode waarin geen stadhouder benoemd werd in de provincies Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. In Friesland bleef Willem Frederik stadhouder en Groningen en Drenthe benoemden Willem Frederik als hun nieuwe stadhouder. Gedurende deze periode waren er constant spanningen tussen Oranjegezinden, die wilden dat Willem III de nieuwe stadhouder moest worden en republikeinen, die helemaal geen stadhouder wilden. Door deze spanningen waren de provincies intern instabiel en volgden ze veelal het beleid van Holland, waar raadpensionaris Johan de Witt grote invloed had. De jaren na de Vrede van Münster verliepen voor een deel van de Nederlanden economisch erg voorspoedig. De handel op zee met andere gebieden groeide flink, ten koste van Engeland. Engels-Nederlandse Oorlogen Dit veroorzaakte een ernstige economische teruggang in Engeland en als reactie hierop nam het Engelse parlement de Akte van Navigatie aan om de eigen handel te beschermen. Deze nieuwe wet ging gepaard met kaperijen van Nederlandse schepen door Engelse piraten en de Engelse marine. Om de dominante positie in de wereldhandel niet te verliezen ging de Republiek in de tegenaanval en in 1652 brak de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit. Engeland won de strijd op de Noordzee, waarbij Maarten Tromp, de belangrijkste admiraal van de Republiek, sneuvelde. Om de handel niet nog meer te schaden werd er in 1654 vrede gesloten. Deze vrede nam de wrijving tussen de twee landen niet weg en in 1665 brak er opnieuw een oorlog uit, de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. In deze oorlog vernietigde Michiel de Ruyter een groot deel van de Engelse vloot bij de tocht naar Chatham. Wel wisten de Engelsen Nieuw- Amsterdam (het huidige New York) op de Republiek de te veroveren. De vredesbepalingen aan het eind van deze oorlog waren gunstig voor de Republiek. Zo mocht de Republiek het op de Engelsen veroverde Suriname houden en werden de Engelse Scheepvaartwetten versoepeld. Nieuw-Amsterdam bleef in Engelse handen. Ook deze vrede hield niet lang stand. De Franse koning Lodewijk wilde zijn grondgebied uitbreiden en van Frankrijk een handels- en koloniale grootmacht maken, vergelijkbaar met Engeland en de Republiek. Daartoe sloot Lodewijk een bondgenootschap met de Engelse koning en de bisschoppen van Keulen en Münster tegen de Republiek. In mei van het jaar 1672, ook wel het rampjaar genoemd, begon de Hollandse Oorlog en werd de Republiek binnengevallen. Het Staatse leger was sterk in de minderheid en slecht voorbereid, waardoor de Fransen makkelijk konden oprukken tot aan Holland, dat dankzij de Hollandse waterlinie veilig bleef. De inval veroorzaakte een hevige volkswoede richting de regenten, omdat door hun toedoen het leger in zo'n slechte staat zou zijn vervallen. Daarnaast verlamde de oorlog ernstig de handel. De woede resulteerde in het afzetten van regenten, de moord op de gebroeders De Witt en het aanstellen van Willem III als stadhouder van Holland en Zeeland. Op zee werd de oorlog tegen Engeland gewonnen. In 1674 sloot de Republiek vrede met Engeland en de Duitse bisdommen. Met steun van Spanje en de Oostenrijkse keizer werd de oorlog tegen Frankrijk voortgezet. In 1678 werd in Nijmegen de vrede getekend. Vrede van Utrecht Willem III overleed kinderloos in maart 1702. Hoewel hij de Friese stadhouder Johan Willem Friso als opvolger had aangewezen, werd er na zijn dood in Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel wederom geen nieuwe stadhouder benoemd. Hiermee brak het Tweede Stadhouderloze Tijdperk aan. Johan Willem Friso verdronk op 14 juli 1711 toen zijn schip omsloeg op het Hollandsch Diep. Zijn zoon Willem IV zou zes weken later geboren worden. Twee jaar voor het overlijden van Willem III was de Spaanse koning Karel II overleden. Hij had geen nakomelingen en in zijn testament had hij Filips van Anjou, de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV, aangewezen als opvolger. Hierdoor zou een machtig Frans-Spaans blok ontstaan, dat des te bedreigender was omdat men vreesde dat de handel met de Spaanse koloniën door de Fransen overgenomen zou worden. Een alliantie van de Oostenrijkse Habsburgers met onder andere de Verenigde Provinciën en Groot-Brittannië trachtte tijdens de Spaanse Successieoorlog het Frans-Spaanse machtsblok te breken en aartshertog Karel als koning van Spanje te installeren. Toen Franse troepen de Spaanse Nederlanden binnentrokken verdween de barrière tussen Frankrijk en de Republiek die de Republiek moest verdedigen. Gedurende de oorlog bracht de Republiek met 119.000 man het grootste leger uit haar bestaan op de been. Om dit te betalen moesten de Staten veel geld lenen. De hoge uitgaven aan het leger gingen ten koste van de uitgaven aan de marine, waardoor de Britten het overwicht op zee kregen. De eerste jaren van de oorlog leidden tot veel successen aan geallieerde zijde. Zo werden de Fransen uit de Spaanse Nederlanden verdreven, werd de strijd om de Middellandse Zee gewonnen en boekte men successen in Castilië. Later werden de geallieerden weer uit Castilië verdreven en volgde er een patstelling. De Fransen begonnen vervolgens vredesonderhandelingen die in 1713 leidden tot de Vrede van Utrecht. Filips van Anjou bleef aan als koning van Spanje, maar moest de Spaanse bezittingen in Nederlanden en in Italië afstaan aan Oostenrijk. Vrede van Utrecht (1713) is de verzamelnaam voor een reeks van verdragen waarvan het eerste op 11 april 1713 in Utrecht werd gesloten. Hiermee kwam een einde aan de Spaanse Successieoorlog en Queen Anne's war en daarmee aan anderhalve eeuw van twisten en godsdienstoorlogen. Het succes was mede te danken aan de gelijkwaardige behandeling van overwinnaar en overwonnene en het grote belang dat werd gehecht aan het behoud van het machtsevenwicht. Het verdrag markeerde ook het einde van de Republiek als grootmacht, geïllustreerd door de woorden van de Franse onderhandelaar Melchior de Polignac; Nous traiterons sur vous, chez vous, sans vous ('Wij onderhandelen over u, bij u, zonder u'). Bijzonder aan deze historische gebeurtenis was dat de anderhalf jaar durende onderhandelingen omlijst werden door kunst- en cultuuruitingen. De Vrede van Utrecht uit 1713 is in feite het tweede internationale vredesverdrag dat in de stad Utrecht werd gesloten. De eerste Vrede van Utrecht maakte in 1474 een eind aan een omvangrijke handelsoorlog die in 1469 was begonnen tussen aangesloten leden van de internationale vereniging van handelssteden de Hanze en het koninkrijk Engeland. Daarnaast maakte de Vrede van Utrecht 1713 een einde aan twee eeuwen van godsdiensttwisten en zeer bloedige oorlogen in Europa waarin de hegemonie van 'Rome of Reformatie' en het machtsevenwicht tussen de grote landen en vorsten werd uitgevochten. De Vrede van Münster van 1648 had het nieuwe machtsevenwicht moeten bezegelen, maar bleek al snel niet meer dan een wapenstilstand te zijn. De Verenigde Provinciën, alhoewel aan de kant van de overwinnaars, verloren hun overwicht op zee en mochten de Zuidelijke Nederlanden niet behouden. Ze kregen wel meer veiligheid. Georg Friedrich Händel schreef vanwege het afsluiten van de Vrede van Utrecht ten behoeve van een feestelijke kerkdienst (een plechtige 'Morning Prayer') in de Saint Paul's Cathedral te Londen het Utrecht Te Deum en het Utrecht Jubilate. Sinds 2005 wordt het Utrecht Te Deum van Händel weer jaarlijks uitgevoerd in Utrechts Domkerk om de herinnering aan dit historische feit levend te houden. Na de vrede werden legereenheden ontbonden en de uitgaven voor het leger verminderd. Deze inkrimping betekende een definitieve breuk met het verleden en was de Republiek van een wereldmacht verworden tot een middelgrote mogendheid. De Republiek raakte in een economische crisis. De handel met de koloniën stagneerde, de nijverheid in de steden ging achteruit en de belastingen moesten worden verhoogd om de hoge schuld te kunnen terugbetalen. Dit veroorzaakte een ernstige malaise in de Republiek en wakkerde de ontevredenheid van de bevolking over de regenten aan. Toen Willem IV in 1729 meerderjarig werd, werd hij uitgeroepen tot stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Gelderland. Deze benoeming zorgde voor een feller worden van de strijd tussen republikeinen en orangisten. Gedurende de Oostenrijkse Successieoorlog moest de Republiek vanwege een verdrag een bijdrage leveren aan de zijde van Groot- Brittannië en Oostenrijk. Het leger werd opnieuw uitgebreid en ingezet in de Oostenrijkse Nederlanden dat werd binnengevallen door de Fransen. Toen de Fransen in april 1747 doorstoomden tot in Staats-Vlaanderen en de zwakte van de verdediging duidelijk werd, veroorzaakte dat onder de bevolking een hevige oproer. Vanuit de bevolking was de roep om de stadhouder zo groot, dat de regenten genoodzaakt waren het stadhouderschap te steunen. Van de stadhouderloze provincies was Zeeland de eerste provincie die het stadhouderschap opnieuw instelde. Holland, Utrecht en Overijssel volgden snel daarna, waardoor Willem IV in het midden van mei 1747 de eerste stadhouder van alle provincies van de Unie werd. Ook nadat Willem IV stadhouder was geworden, bleef het onrustig, omdat hij in de ogen van het volk, maar weinig regenten liet vervangen. Het pachtersoproer, waarbij huizen van pachters werden geplunderd, was een uiting van de woede. Wel kon Willem veel macht naar zich toe trekken, waardoor de Republiek trekken kreeg van een constitutionele monarchie zonder gekroonde vorst. In 1748 werd de oorlog beëindigd met de Vrede van Aken. Onverwachts overleed Willem IV op 22 oktober 1751 op 40-jarige leeftijd. Het stadhouderschap was daarvoor al erfelijk verklaard, maar zijn zoon Willem V was bij diens vaders overlijden nog maar 3 jaar. Tot zijn meerderjarigheid werd zijn functie waargenomen door zijn moeder, Anna van Hannover, en na haar dood door de beroemde legeraanvoerder Brunswijk. In die jaren bleef de bevolking rustig ondanks de economische en sociale spanningen. De Bataafse Republiek In 1766 werd Willem V meerderjarig en daarmee de nieuwe stadhouder. Brunswijk bleef een invloedrijk persoon aan het hof. Traditionele bondgenootschappen in Europa veranderden, doordat Oostenrijk met Frankrijk een bondgenootschap aanging en Groot-Brittannië een met de nieuwe grootmacht Pruisen. Het liefst wilde de Republiek een neutrale positie innemen, maar dat was moeilijk door grensconflicten met Oostenrijk en de aanwezigheid van Pruisen langs de oostgrens. Ondanks de oorlogsdreiging werden het leger en de marine nauwelijks uitgebreid door de tegengestelde belangen van de provincies. Toen de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, zorgde dat voor toenemende spanningen tussen de Republiek en Groot- Brittannië. De Nederlanders verkochten wapens en munitie via het eiland Sint Eustatius aan de Amerikaanse opstandelingen, tot woede van de Britten, met als gevolg dat in 1780 de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog uitbrak, waarbij de Republiek verpletterend werd verslagen en veel overzeese gebiedsdelen verloren gingen. Tegen 1782 kwam, geïnspireerd door de Amerikaanse Revolutie en de Verlichting, een beweging op: de patriotten, die meer vrijheid eisten voor het volk. De vonk die dit revolutionaire proces ontstak in vele steden van de Republiek was de publicatie van het door Joan Derk Van der Capellen geschreven pamflet Aan het Volk van Nederland. Hierin schreef Van der Capellen dat de overheid van het land verantwoordelijkheid moest tonen richting het volk. Ook wilde hij meer democratisering in het bestuur en door het volk geleide vrijkorpsen om het volk te beschermen. De patriotten zagen hun zaak als de voortzetting van de Nederlandse Opstand voor meer vrijheid - vrijheid die in hun ogen door de stadhouder en zijn gunstelingen werd onderdrukt. Door een stroom van pamfletten en aanplakbiljetten en massademonstraties kregen de patriotten meer en meer aanhang. In steden met veel patriottische aanhangers werden vrijkorpsen opgericht en werden, al dan niet met geweld, hervormingen doorgevoerd zoals het beperken van de macht van de stadhouder en het instellen van nieuwe stadsbesturen. De opkomst van de patriotten zorgde voor spanningen en geweld tussen hen en orangisten. Omdat Den Haag niet meer veilig was voor de stadhouder en zijn familie, weken zij uit naar Gelderland, dat nog wel orangistisch was. Toen het er in 1787 op leek dat de stadhouder de patriottenbeweging niet meer kon tegenhouden, viel de Pruisische koning Frederik Willem II, tevens de zwager van de stadhouder, gesteund door de Britten de Republiek binnen met een leger om de stadhouder te helpen. Als directe aanleiding voor de inval wordt beschouwd de aanhouding bij Goejanverwellesluis van zijn zus Wilhelmina van Pruisen. Ondanks de gewapende vrijkorpsen was er vrijwel geen verzet tegen de Pruisische troepen. Na deze interventie trok de stadhouder terug naar Den Haag en werden er enkele maatregelen tegen de patriotten ingevoerd. Ook in de Zuidelijke (Oostenrijkse) Nederlanden kwam de bevolking in opstand. Daar werden de Verenigde Nederlandse Staten opgericht, die echter door ingrijpen van Pruisen maar kort bestonden. In Frankrijk had de Franse Revolutie, die begon in 1789, meer succes. In 1795 trokken Franse soldaten, nadat zij in de Zuidelijke Nederlanden de Oostenrijkers hadden verslagen, de Republiek binnen, waar zij met veel enthousiasme onthaald werden. Hiermee kwam de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ten einde en ontstond een nieuwe staat: de Bataafse Republiek.
Republiek - Vrede van Utrecht (vervolg)
Johan de Witt, ca. 1670.  Schilder: Caspar Netscher.In Rijksmuseum Amsterdam. Naar een gravure van Jan Lievensz.Transferred from en.wikipedia to Commons. (Original source:www.nmm.ac.uk) Michiel de Ruyter, 1668.  Schilder: Hendrick Berckman. 20 augustus 1672, de moord op de gebroeders De Witt. Het schilderij laat als in een stripverhaal van links naar rechts (boven) zien hoe Johan de Witt, gekleed in deftig zwart pak, en Cornelis de Witt, links naast hem, in Japanse mantel, aan hun einde kwam Auteur: Dirk Johannes van Vreumingen. (Original text : Eigen scan van en afbeelding uit Gouda van sluis tot sluis door dr. Jan Schouten; origineel in het Catharina Gasthuis te Gouda) Lees verder