© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Gouden Eeuw - VOC - Rembrandt - Spinoza (slot)     
Muziek - wetenschap In de 17e eeuw maakte men graag muziek in de huiselijke kring. Bekende instrumenten waren: de luit, het klavecimbel, de viola da gamba en de traverso. Er werden veel liederenboeken uitgegeven. Muzikale invloeden uit Engeland, Frankrijk en Italië voerden de boventoon in de Nederlandse muziek. Vanaf het midden van de eeuw werden meer en meer lyrische drama's, balletten en opera's opgevoerd in de Amsterdamse Schouwburg, die in 1638 geopend was. De afkeer die calvinisten hadden van frivoliteit belemmerde de vrije ontwikkeling van muziek, en orgelmuziek werd uitgesloten van diensten in de gereformeerde kerken. Als gevolg daarvan zou de talentrijke organist-componist Jan Pieterszoon Sweelinck meer invloed uitoefenen in Duitsland dan onder zijn eigen landgenoten. Andere vermaarde Nederlandse componisten uit de 17e eeuw waren Constantijn Huygens en Jacob van Eyck. De intellectuele ruimdenkendheid en verdraagzaamheid trok denkers aan uit heel Europa. Vooral de gerenommeerde universiteit van Leiden werd voor hen een ontmoetingsplaats. Opvallend aan de wetenschapsbeoefening ten tijde van de Gouden Eeuw is haar veelal praktische karakter. Het intellectueel debat liep in de Republiek voor op dat in de omringende landen. Zo leefde en werkte de Franse wis- en natuurkundige en filosoof René Descartes in Nederland van 1628 tot 1649, onder meer in Leiden en in Utrecht. Descartes publiceerde in de Republiek zijn belangrijkste werken. Christiaan Huygens was een beroemd wiskundige, natuurkundige en sterrenkundige. Hij vond het slingeruurwerk uit, waarmee de tijd nauwkeuriger kon worden gemeten. Aan de hand van zijn astronomische waarnemingen verklaarde hij de ringen van Saturnus. Hij bedacht de golftheorie van het licht en droeg veel bij aan mechanica. In 1609 werd in Middelburg de zogenaamde Hollandse kijker (een eerste verrekijker) door Zacharias Jansen of Hans Lippershey gebouwd. Deze ontdekking baarde groot opzien en werd in eerste instantie gedacht als oorlogswapen. Al snel vond zij ook echter ook toepassing in de astronomie. Galileo Galilei ontdekte reeds een jaar later, in 1610, met zijn telescoop, een verbeterde versie van het Zeeuwse apparaat, vier van de manen van Jupiter. Ook werden twee soorten microscopen in Nederland uitgevonden: de samengestelde microscoop door Zacharias Jansen en een afwijkend type met kraallens door Antoni van Leeuwenhoek. Met zijn systematische waarnemingen van micro-organismen legde van Leeuwenhoek de basis voor de celbiologie. Jan Swammerdam verbeterde de microscoop en ontdekte onder meer de rode bloedcellen. Waterbouwkunde - uitgeverijen Belangrijke Nederlandse waterbouwkundige ingenieurs waren Simon Stevin, die tevens wiskundige was en het decimale stelsel voor breuken ontwierp, dat het mogelijk maakte met gebroken getallen veel sneller te rekenen. Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650) voerde diverse grote inpolderingsprojecten uit, zoals van de Beemster, ter bestrijding van overstromingen en om land te winnen. Ook weer als gevolg van het tolerante klimaat maakten uitgeverijen (onder meer Elsevier) een grote bloeiperiode mee. Veel boeken over religie, filosofie en wetenschap die in andere landen controversieel werden gevonden werden daarom in Nederland gedrukt en heimelijk naar het buitenland uitgevoerd. Aldus werden de Lage Landen in de 17e eeuw allengs meer de uitgever van Europa. Toch heerste er voor Nederlandstalige publicaties een streng regiem ten aanzien van afwijkingen van de officiële gereformeerde leer, en hanteerden overheden, zoals Johan de Witt, de censuur. Ook buiten Europa ging het de Republiek voor de wind. De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de Nederlandse West-Indische Compagnie verkregen niet alleen het monopolie op de specerijenhandel, ook beheersten hun schepen de wereldzeeën. Dit was zeer tegen de zin van Engeland, dat na-ijverig was op het economisch succes van de Republiek. Hoewel zij allebei tegen de Spanjaarden gevochten hadden tijdens de Tachtigjarige Oorlog, stonden de twee landen lijnrecht tegenover elkaar toen de Republiek een groot koloniaal rijk veroverde. Dit leidde tot de Engelse oorlogen. Korte tijd leek de Republiek zeer succesvol in Brazilië. De Nederlanders waren erin geslaagd de kust tussen de monding van de Amazone en de São Francisco (een rivier ten zuiden van Recife) op de Portugezen te veroveren. Onder gouverneur-generaal Johan Maurits van Nassau-Siegen (1637-1644) was de lucratieve suikerhandel grotendeels in Nederlandse handen. Curaçao werd veroverd in 1634. In 1648 waren ook Aruba en Bonaire in Nederlandse handen. Een veelbelovende kolonie in Noord-Amerika was Nieuw-Amsterdam. Christiaan Huygens was een vooraanstaande Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige, uitvinder en schrijver van vroege sciencefiction. Hij was een van de leidende figuren van de zeventiende-eeuwse wetenschap. In de wiskunde was hij een pionier van de kansrekening en een wegbereider van de differentiaal- en integraalrekening, hoewel zijn methoden strikt meetkundig bleven. Aan de natuurkunde droeg hij op vele gebieden bij: hij formuleerde als eerste correcte wetten voor de elastische botsing, en uitdrukkingen voor de periode van de mathematische slinger en de middelpuntvliedende kracht in de mechanica. Tevens verklaarde hij in zijn Traité de la lumière (1690) als eerste licht als een golfverschijnsel met het Principe van Huygens-Fresnel, dat vanaf de negentiende eeuw de algemeen aanvaarde optische theorie werd en nu deel uitmaakt van het begrip van de dualiteit van golven en deeltjes. Onderzoek naar de dubbele breking van licht in IJslands kristal bracht Huygens tot het opstellen van een theorie voor gepolariseerd licht. Verder verklaarde hij geluidsverschijnselen met interferentie. Omdat Huygens als eerste wiskundige formules gebruikte in de natuurkunde, wordt hij gezien als de eerste theoretische natuurkundige. In de sterrenkunde droeg Huygens bij door de telescoop verder te ontwikkelen en het tot dan toe onbegrepen uiterlijk van Saturnus te verklaren als een planeet met ringen. Hij ontdekte de maan Titan bij deze planeet. Als uitvinder heeft Huygens onder meer het slingeruurwerk, het principe van de stoommachine en een buskruitmotor op zijn naam staan. Vanwege zijn speculaties over buitenaards leven wordt Huygens wel gezien als vroege sciencefictionauteur. Eise Jelteszn Eisinga was een Nederlands amateur-astronoom, patriot en vertegenwoordiger van De Verlichting in Nederland. Hij bouwde zelf, tussen 1774 en 1781, een planetarium in zijn woning in Franeker, dat momenteel het oudste, nog werkende mechanische planetarium ter wereld is. Het totale bouwwerk is nu een museum. Een op de zolder aangebracht uurwerk regelt de omlooptijden van de toen bekende planeten. Een planetarium is een schaalmodel van het zonnestelsel. Aanvankelijk was zo'n schaalmodel geheel mechanisch zoals bij Eise Eisinga. Rond het jaar 800 was het gebied, dat nu de gemeente Beemster vormt, bedekt met veen. Beemster is afgeleid van Bamestra, de naam van een riviertje in het gebied. Ontginning van het veen door de mens in combinatie met stormvloeden leidde ertoe dat dit riviertje in de periode 1150-1250 uitgroeide tot een binnenzee, een meer dat in open verbinding stond met de Zuiderzee. In 1607 werd door de Staten van Holland en West-Friesland aan enkele burgemeesters (van onder andere Amsterdam) en een aantal aanzienlijke kooplieden, waaronder Jacob Poppen en Dirck van Os, toestemming verleend om de Beemster droog te maken, hetgeen geschiedde onder leiding van Jan Adriaanszoon Leeghwater. Hij gebruikte hiervoor uiteindelijk 43 poldermolens, na een eerste inschatting van 30 molens. Uiteindelijk zijn er 50 molens nodig geweest om de droogmakerij te bemalen. In 1610, toen dit bijna gereed was, liep het meer weer vol als gevolg van een breuk in de Zuiderzeedijken. Men besloot toen om de ringdijk zo hoog te maken dat hij een meter boven het omringende land uitstak. Op 19 mei 1612 was de polder droog en was de huidige droogmakerij De Beemster een feit. Het land werd ingedeeld in rechthoekige kavels volgens een geometrisch patroon. De kavels werden verdeeld onder de investeerders. De kwaliteit van de landbouwgrond was dusdanig hoog dat het project destijds als een economisch succes gold, -de 'durf'investeerders van toen hadden hun geld er in 1 jaar uit- dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de daarna -daardoor- met enthousiasme aangevangen droogmakerijen zoals de Schermer / Schermeer of de Heerhugowaard. Driehonderd jaar lang werd de polder drooggehouden met 50 poldermolens, begin twintigste eeuw werden zij vervangen door gemalen en de molens zijn allemaal verdwenen. Molenbouwer Jan Adriaenszoon Leeghwater verbeterde in de 17e eeuw de techniek van de poldermolen. Hierdoor en dankzij de toepassing van molengangen, konden vanaf de 17e eeuw ook grotere meren worden drooggelegd. Het eerste grote project was de Beemster, die in 1612 met enige tientallen molens werd drooggemalen. Wegens succes werd deze formule bij meer polders toegepast. In Noord-Holland bij de Schermer zijn nog steeds enkele molengangen aan te treffen. Ook in Zuid-Holland zijn nog enkele molengangen te vinden: Aarlanderveen, Zevenhuizen, Leidschendam en het wereldberoemde Kinderdijk. Antoni van Leeuwenhoek was een Nederlandse handelsman, landmeter, wijnroeier, glasblazer en microbioloog. Van Leeuwenhoek is vooral bekend door zijn zelf gefabriceerde microscoop en zijn pionierswerk voor de celbiologie en de microbiologie. Vanaf 1674 deed hij vele ontdekkingen die bekend werden door zijn correspondentie met de Royal Society in Londen. Op jonge leeftijd ontwikkelde hij een brede belangstelling voor sterrenkunde, wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Aan het begin van de 17e eeuw kende de Republiek in Middelburg twee vermaarde lenzenmakers. Hans Lippershey en Sacharias Jansen, die worden verbonden met de uitvinding van microscoop en telescoop. De Nederlander Jan Swammerdam (1637-1680) en de Engelsman Robert Hooke (1635-1703) gebruikten reeds een samengestelde microscoop met oculair en objectief, maar de vergrotende kracht van deze apparaten vielen in het niet bij de sterke lenzen die Van Leeuwenhoek zou maken. Zo vergrootte Hookes samengestelde microscoop slechts 30x terwijl het vergrotend vermogen van de enkelvoudige microscoop van Van Leeuwenhoek kon oplopen tot 480x (Het Universiteitsmuseum in Utrecht bezit nog een door Van Leeuwenhoek gefabriceerd exemplaar met een vergroting van 270x). Hij was ook een verbazingwekkende vakman die zichzelf glas leerde blazen, slijpen en polijsten. In tegenstelling tot de samengestelde microscoop van Hooke klemde Van Leeuwenhoek vrijwel altijd één lens tussen twee metalen plaatjes. Het te bestuderen onderwerp werd met schroeven vastgeklemd en in een positie geplaatst zodat het scherp kon worden waargenomen. Spinoza Baruch Spinoza was een Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper. Onder de natuurfilosofen is hij een radicaal die elke vorm van Openbaring of profetie ontkende en geen andere verklaring accepteerde dan die gebaseerd op de rede. Hij stelde dat de Bijbelse profeten gewone mensen waren met een uitzonderlijke verbeeldingskracht die niet namens God spraken. Spinoza ontwikkelde een filosofie waarin theologie geen rol speelde en ongeacht welke religie toepasbaar is. Hij stelde dat God en natuur hetzelfde zijn en dat inzicht in de natuur ook de kennis van het goddelijke verhoogt. Zijn boeken waren tweehonderd jaar lang verboden in Europa, omdat zijn historische Bijbelkritiek zou leiden tot atheïsme en fatalisme. Als politiek denker vond hij dat de macht van de staat nooit aan een enkeling toevertrouwd mocht worden, omdat daar misbruik van gemaakt zou worden. Vanwege zijn grondige kennis van het Hebreeuwse idioom is Spinoza van belang geweest voor de Bijbelwetenschap. Spinoza was een volgeling en criticus van René Descartes en een tijdgenoot van Nicolas Malebranche en Gottfried Wilhelm Leibniz, eveneens rationalisten van de vroege moderne filosofie. Spinoza noemde zichzelf met de voornaam Bento, dat gezegende betekent. De brieven die bewaard zijn gebleven, alle na 1660, ondertekende hij steevast met Benedictus. Zijn levensmotto was Caute (behoedzaam). Tijdgenoten omschreven Spinoza als een zachtmoedig, rustig en bescheiden mens. Spinoza heeft grote invloed gehad op de politieke filosofie en het denken over de tolerantie. In het Theologisch-Politiek Traktaat pleitte Spinoza voor volledige vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, dit in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten. Spinoza was, tezamen met John Locke, de eerste die op principiële gronden de tolerantie verdedigde. Zijn levenswerk is de Ethica ordine geometrico demonstrata. Het werd na zijn dood uitgegeven in zijn sterfjaar 1677. Hoewel ethiek het hoofdonderwerp is, begint het werk met een uitgebreide uiteenzetting van Spinoza's metafysica. In navolging van Descartes ging Spinoza uit van het idee dat de wiskunde een voorbeeld voor de filosofie is. Het gehele werk volgt de 'geometrische' methode, in navolging van Euclides' Elementen: definities, axioma's, stellingen, bewijzen en gevolgtrekkingen.
Auteur:  Quistnix at nl.wikipedia Later versions were uploaded by Rasbak at nl.wikipedia. Schilder: Caspar Netscher. In Museum Boerhaave, Leiden. In Museum Boerhaave, Leiden.  Foto: Vera de Kok Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported  In Gemäldesammlung der Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel, Duitsland. zie pagina Klassieke muziek in tabblad op navigatiebalk. Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Gouden Eeuw - VOC - Rembrandt - Spinoza (slot)     
Muziek - wetenschap In de 17e eeuw maakte men graag muziek in de huiselijke kring. Bekende instrumenten waren: de luit, het klavecimbel, de viola da gamba en de traverso. Er werden veel liederenboeken uitgegeven. Muzikale invloeden uit Engeland, Frankrijk en Italië voerden de boventoon in de Nederlandse muziek. Vanaf het midden van de eeuw werden meer en meer lyrische drama's, balletten en opera's opgevoerd in de Amsterdamse Schouwburg, die in 1638 geopend was. De afkeer die calvinisten hadden van frivoliteit belemmerde de vrije ontwikkeling van muziek, en orgelmuziek werd uitgesloten van diensten in de gereformeerde kerken. Als gevolg daarvan zou de talentrijke organist-componist Jan Pieterszoon Sweelinck meer invloed uitoefenen in Duitsland dan onder zijn eigen landgenoten. Andere vermaarde Nederlandse componisten uit de 17e eeuw waren Constantijn Huygens en Jacob van Eyck. De intellectuele ruimdenkendheid en verdraagzaamheid trok denkers aan uit heel Europa. Vooral de gerenommeerde universiteit van Leiden werd voor hen een ontmoetingsplaats. Opvallend aan de wetenschapsbeoefening ten tijde van de Gouden Eeuw is haar veelal praktische karakter. Het intellectueel debat liep in de Republiek voor op dat in de omringende landen. Zo leefde en werkte de Franse wis- en natuurkundige en filosoof René Descartes in Nederland van 1628 tot 1649, onder meer in Leiden en in Utrecht. Descartes publiceerde in de Republiek zijn belangrijkste werken. Christiaan Huygens was een beroemd wiskundige, natuurkundige en sterrenkundige. Hij vond het slingeruurwerk uit, waarmee de tijd nauwkeuriger kon worden gemeten. Aan de hand van zijn astronomische waarnemingen verklaarde hij de ringen van Saturnus. Hij bedacht de golftheorie van het licht en droeg veel bij aan mechanica. In 1609 werd in Middelburg de zogenaamde Hollandse kijker (een eerste verrekijker) door Zacharias Jansen of Hans Lippershey gebouwd. Deze ontdekking baarde groot opzien en werd in eerste instantie gedacht als oorlogswapen. Al snel vond zij ook echter ook toepassing in de astronomie. Galileo Galilei ontdekte reeds een jaar later, in 1610, met zijn telescoop, een verbeterde versie van het Zeeuwse apparaat, vier van de manen van Jupiter. Ook werden twee soorten microscopen in Nederland uitgevonden: de samengestelde microscoop door Zacharias Jansen en een afwijkend type met kraallens door Antoni van Leeuwenhoek. Met zijn systematische waarnemingen van micro- organismen legde van Leeuwenhoek de basis voor de celbiologie. Jan Swammerdam verbeterde de microscoop en ontdekte onder meer de rode bloedcellen. Waterbouwkunde - uitgeverijen Belangrijke Nederlandse waterbouwkundige ingenieurs waren Simon Stevin, die tevens wiskundige was en het decimale stelsel voor breuken ontwierp, dat het mogelijk maakte met gebroken getallen veel sneller te rekenen.  Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650) voerde diverse grote inpolderingsprojecten uit, zoals van de Beemster, ter bestrijding van overstromingen en om land te winnen. Ook weer als gevolg van het tolerante klimaat maakten uitgeverijen (onder meer Elsevier) een grote bloeiperiode mee. Veel boeken over religie, filosofie en wetenschap die in andere landen controversieel werden gevonden werden daarom in Nederland gedrukt en heimelijk naar het buitenland uitgevoerd. Aldus werden de Lage Landen in de 17e eeuw allengs meer de uitgever van Europa. Toch heerste er voor Nederlandstalige publicaties een streng regiem ten aanzien van afwijkingen van de officiële gereformeerde leer, en hanteerden overheden, zoals Johan de Witt, de censuur. Ook buiten Europa ging het de Republiek voor de wind. De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de Nederlandse West-Indische Compagnie verkregen niet alleen het monopolie op de specerijenhandel, ook beheersten hun schepen de wereldzeeën. Dit was zeer tegen de zin van Engeland, dat na-ijverig was op het economisch succes van de Republiek. Hoewel zij allebei tegen de Spanjaarden gevochten hadden tijdens de Tachtigjarige Oorlog, stonden de twee landen lijnrecht tegenover elkaar toen de Republiek een groot koloniaal rijk veroverde. Dit leidde tot de Engelse oorlogen. Korte tijd leek de Republiek zeer succesvol in Brazilië. De Nederlanders waren erin geslaagd de kust tussen de monding van de Amazone en de São Francisco (een rivier ten zuiden van Recife) op de Portugezen te veroveren. Onder gouverneur-generaal Johan Maurits van Nassau- Siegen (1637-1644) was de lucratieve suikerhandel grotendeels in Nederlandse handen. Curaçao werd veroverd in 1634. In 1648 waren ook Aruba en Bonaire in Nederlandse handen. Een veelbelovende kolonie in Noord-Amerika was Nieuw-Amsterdam. Christiaan Huygens was een vooraanstaande Nederlandse wis-, natuur- en sterrenkundige, uitvinder en schrijver van vroege sciencefiction. Hij was een van de leidende figuren van de zeventiende-eeuwse wetenschap. In de wiskunde was hij een pionier van de kansrekening en een wegbereider van de differentiaal- en integraalrekening, hoewel zijn methoden strikt meetkundig bleven. Aan de natuurkunde droeg hij op vele gebieden bij: hij formuleerde als eerste correcte wetten voor de elastische botsing, en uitdrukkingen voor de periode van de mathematische slinger en de middelpuntvliedende kracht in de mechanica. Tevens verklaarde hij in zijn Traité de la lumière (1690) als eerste licht als een golfverschijnsel met het Principe van Huygens-Fresnel, dat vanaf de negentiende eeuw de algemeen aanvaarde optische theorie werd en nu deel uitmaakt van het begrip van de dualiteit van golven en deeltjes. Onderzoek naar de dubbele breking van licht in IJslands kristal bracht Huygens tot het opstellen van een theorie voor gepolariseerd licht. Verder verklaarde hij geluidsverschijnselen met interferentie. Omdat Huygens als eerste wiskundige formules gebruikte in de natuurkunde, wordt hij gezien als de eerste theoretische natuurkundige. In de sterrenkunde droeg Huygens bij door de telescoop verder te ontwikkelen en het tot dan toe onbegrepen uiterlijk van Saturnus te verklaren als een planeet met ringen. Hij ontdekte de maan Titan bij deze planeet. Als uitvinder heeft Huygens onder meer het slingeruurwerk, het principe van de stoommachine en een buskruitmotor op zijn naam staan. Vanwege zijn speculaties over buitenaards leven wordt Huygens wel gezien als vroege sciencefictionauteur. Eise Jelteszn Eisinga was een Nederlands amateur-astronoom, patriot en vertegenwoordiger van De Verlichting in Nederland. Hij bouwde zelf, tussen 1774 en 1781, een planetarium in zijn woning in Franeker, dat momenteel het oudste, nog werkende mechanische planetarium ter wereld is. Het totale bouwwerk is nu een museum. Een op de zolder aangebracht uurwerk regelt de omlooptijden van de toen bekende planeten. Een planetarium is een schaalmodel van het zonnestelsel. Aanvankelijk was zo'n schaalmodel geheel mechanisch zoals bij Eise Eisinga. Rond het jaar 800 was het gebied, dat nu de gemeente Beemster vormt, bedekt met veen. Beemster is afgeleid van Bamestra, de naam van een riviertje in het gebied. Ontginning van het veen door de mens in combinatie met stormvloeden leidde ertoe dat dit riviertje in de periode 1150-1250 uitgroeide tot een binnenzee, een meer dat in open verbinding stond met de Zuiderzee. In 1607 werd door de Staten van Holland en West-Friesland aan enkele burgemeesters (van onder andere Amsterdam) en een aantal aanzienlijke kooplieden, waaronder Jacob Poppen en Dirck van Os, toestemming verleend om de Beemster droog te maken, hetgeen geschiedde onder leiding van Jan Adriaanszoon Leeghwater. Hij gebruikte hiervoor uiteindelijk 43 poldermolens, na een eerste inschatting van 30 molens. Uiteindelijk zijn er 50 molens nodig geweest om de droogmakerij te bemalen. In 1610, toen dit bijna gereed was, liep het meer weer vol als gevolg van een breuk in de Zuiderzeedijken. Men besloot toen om de ringdijk zo hoog te maken dat hij een meter boven het omringende land uitstak. Op 19 mei 1612 was de polder droog en was de huidige droogmakerij De Beemster een feit. Het land werd ingedeeld in rechthoekige kavels volgens een geometrisch patroon. De kavels werden verdeeld onder de investeerders. De kwaliteit van de landbouwgrond was dusdanig hoog dat het project destijds als een economisch succes gold, -de 'durf'investeerders van toen hadden hun geld er in 1 jaar uit- dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de daarna -daardoor- met enthousiasme aangevangen droogmakerijen zoals de Schermer / Schermeer of de Heerhugowaard. Driehonderd jaar lang werd de polder drooggehouden met 50 poldermolens, begin twintigste eeuw werden zij vervangen door gemalen en de molens zijn allemaal verdwenen. Molenbouwer Jan Adriaenszoon Leeghwater verbeterde in de 17e eeuw de techniek van de poldermolen. Hierdoor en dankzij de toepassing van molengangen, konden vanaf de 17e eeuw ook grotere meren worden drooggelegd. Het eerste grote project was de Beemster, die in 1612 met enige tientallen molens werd drooggemalen. Wegens succes werd deze formule bij meer polders toegepast. In Noord- Holland bij de Schermer zijn nog steeds enkele molengangen aan te treffen. Ook in Zuid- Holland zijn nog enkele molengangen te vinden: Aarlanderveen, Zevenhuizen, Leidschendam en het wereldberoemde Kinderdijk. Antoni van Leeuwenhoek was een Nederlandse handelsman, landmeter, wijnroeier, glasblazer en microbioloog. Van Leeuwenhoek is vooral bekend door zijn zelf gefabriceerde microscoop en zijn pionierswerk voor de celbiologie en de microbiologie. Vanaf 1674 deed hij vele ontdekkingen die bekend werden door zijn correspondentie met de Royal Society in Londen. Op jonge leeftijd ontwikkelde hij een brede belangstelling voor sterrenkunde, wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Aan het begin van de 17e eeuw kende de Republiek in Middelburg twee vermaarde lenzenmakers. Hans Lippershey en Sacharias Jansen, die worden verbonden met de uitvinding van microscoop en telescoop. De Nederlander Jan Swammerdam (1637-1680) en de Engelsman Robert Hooke (1635-1703) gebruikten reeds een samengestelde microscoop met oculair en objectief, maar de vergrotende kracht van deze apparaten vielen in het niet bij de sterke lenzen die Van Leeuwenhoek zou maken. Zo vergrootte Hookes samengestelde microscoop slechts 30x terwijl het vergrotend vermogen van de enkelvoudige microscoop van Van Leeuwenhoek kon oplopen tot 480x (Het Universiteitsmuseum in Utrecht bezit nog een door Van Leeuwenhoek gefabriceerd exemplaar met een vergroting van 270x). Hij was ook een verbazingwekkende vakman die zichzelf glas leerde blazen, slijpen en polijsten. In tegenstelling tot de samengestelde microscoop van Hooke klemde Van Leeuwenhoek vrijwel altijd één lens tussen twee metalen plaatjes. Het te bestuderen onderwerp werd met schroeven vastgeklemd en in een positie geplaatst zodat het scherp kon worden waargenomen. Spinoza Baruch Spinoza was een Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper. Onder de natuurfilosofen is hij een radicaal die elke vorm van Openbaring of profetie ontkende en geen andere verklaring accepteerde dan die gebaseerd op de rede. Hij stelde dat de Bijbelse profeten gewone mensen waren met een uitzonderlijke verbeeldingskracht die niet namens God spraken. Spinoza ontwikkelde een filosofie waarin theologie geen rol speelde en ongeacht welke religie toepasbaar is. Hij stelde dat God en natuur hetzelfde zijn en dat inzicht in de natuur ook de kennis van het goddelijke verhoogt. Zijn boeken waren tweehonderd jaar lang verboden in Europa, omdat zijn historische Bijbelkritiek zou leiden tot atheïsme en fatalisme. Als politiek denker vond hij dat de macht van de staat nooit aan een enkeling toevertrouwd mocht worden, omdat daar misbruik van gemaakt zou worden. Vanwege zijn grondige kennis van het Hebreeuwse idioom is Spinoza van belang geweest voor de Bijbelwetenschap. Spinoza was een volgeling en criticus van René Descartes en een tijdgenoot van Nicolas Malebranche en Gottfried Wilhelm Leibniz, eveneens rationalisten van de vroege moderne filosofie. Spinoza noemde zichzelf met de voornaam Bento, dat gezegende betekent. De brieven die bewaard zijn gebleven, alle na 1660, ondertekende hij steevast met Benedictus. Zijn levensmotto was Caute (behoedzaam). Tijdgenoten omschreven Spinoza als een zachtmoedig, rustig en bescheiden mens. Spinoza heeft grote invloed gehad op de politieke filosofie en het denken over de tolerantie. In het Theologisch-Politiek Traktaat pleitte Spinoza voor volledige vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, dit in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten. Spinoza was, tezamen met John Locke, de eerste die op principiële gronden de tolerantie verdedigde. Zijn levenswerk is de Ethica ordine geometrico demonstrata. Het werd na zijn dood uitgegeven in zijn sterfjaar 1677. Hoewel ethiek het hoofdonderwerp is, begint het werk met een uitgebreide uiteenzetting van Spinoza's metafysica. In navolging van Descartes ging Spinoza uit van het idee dat de wiskunde een voorbeeld voor de filosofie is. Het gehele werk volgt de 'geometrische' methode, in navolging van Euclides' Elementen: definities, axioma's, stellingen, bewijzen en gevolgtrekkingen.
zie pagina Klassieke muziek, tabblad in het Site Menu Schilder: Caspar Netscher. In Museum Boerhaave, Leiden.  Foto: Vera de Kok Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported Auteur:  Quistnix at nl.wikipedia Later versions were uploaded by Rasbak at nl.wikipedia.  In Gemäldesammlung der Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel, Duitsland. Schilder: Gerrit Pietersz. Sweelinck in Gemeentemuseum Den Haag Foto: Jeroen Rouwkema