© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Europa - EU - Euro (vervolg)
Euro De gulden was vanaf de middeleeuwen tot januari 2002 een Nederlandse munteenheid en wettig betaalmiddel. Op 1 januari 2002 werd de gulden vervangen door de euro, sindsdien de munteenheid van de EMU (Economische en Monetaire Unie). De omwisselverhouding was bepaald op 2,20371 gulden per euro (ongeveer 45 eurocent per gulden). De eurozone (of eurosysteem, eurolanden, eurogebied) is de verzamelnaam voor de landen van de Europese Unie die de euro als munt hebben. De Europese Centrale Bank is verantwoordelijk voor het monetair beleid binnen de eurozone. Sinds 1 januari 2015 telt de eurozone 19 landen. Op 1 januari 2002 werd de euro als nationaal betaalmiddel ingevoerd in 12 EU-landen: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Drie EU-lidstaten van de toenmalige EU-15 verkozen hun nationale munt te behouden: Denemarken, Groot-Brittannië en Zweden. Op 1 januari 2007 kwam Slovenië het aantal eurolanden versterken tot 13. Op 1 januari 2008 hebben Cyprus (14) en Malta (15) de euro ingevoerd. Slowakije (16) is op 1 januari 2009 toegetreden tot de eurolanden, gevolgd door Estland (17) op 1 januari 2011. Op 1 januari 2014 trad Letland (18) als tweede Baltische land tot de Eurozone toe; op 1 januari 2015 volgde Litouwen als derde en laatste land van de drie Baltische staten (19). Ook Montenegro en Kosovo, waar de Duitse mark als (vervangend) betaalmiddel werd gebruikt, zijn - hoewel ze geen lid van de EU zijn - in 2002 overgegaan tot de euro. Monaco, San Marino en Vaticaanstad, drie staten die monetaire overeenkomsten met Frankrijk respectievelijk Italië hadden, zijn eveneens overgegaan op de euro en mogen ieder een eigen nationale zijde invullen. Andorra is geen lid van de Europese Unie, maar geniet een speciale behandeling van de Unie. Door deze overeenkomst werd de euro per 1 juli 2013 de officiële munteenheid van Andorra. Andorra mag sindsdien eigen euromunten uitgeven. Het geeft echter geen papiergeld uit. De euro is ook ingevoerd in de ultraperifere (gebiedsdeel van een lidstaat van de Europese Unie waar de EU-wetgeving geldt maar waar het mogelijk is om uitzonderingen te maken in de geldigheid van de wetgeving) gebieden van de Europese Unie. Dit zijn de Franse overzeese departementen Guadeloupe, Martinique, Mayotte, Frans-Guyana en Réunion, de Franse overzeese gemeenschap Sint-Maarten, de Portugese autonome regio's Azoren en Madeira en de Spaanse autonome gemeenschap de Canarische Eilanden. De euro is ook ingevoerd in twee Franse gebieden met de LGO-status (landen en gebieden overzee). Dit zijn gebieden die geen deel uitmaken van het grondgebied van de Europese Unie. Het gaat om de Franse overzeese gemeenschappen Saint-Barthélemy en Saint-Pierre en Miquelon. Andere landen en gebieden overzee, waaronder Aruba, Curaçao en Sint Maarten, hebben hun eigen munteenheden behouden: de Antilliaanse gulden en de Arubaanse florin (deze munten waren niet gekoppeld aan de Nederlandse gulden, maar aan de Amerikaanse dollar; dat kon dus zo blijven). Ook de Nederlandse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba hoeven geen euro in te voeren, aangezien deze gebieden (voorlopig) de status van landen en gebieden overzee houden. Deze eilanden zijn per 1 januari 2011 overgegaan op de Amerikaanse dollar. In Nederland kan sinds 28 januari 2002 alleen nog met de euro worden betaald. De periode van 1 t/m 27 januari 2002 gold als een overgangstijd. Bankbiljetten en munten uit de elf andere eurolanden konden, in Nederland, tot uiterlijk 1 april 2002 kosteloos worden omgewisseld bij de banken. Daarna, van 1 april 2002 tot 1 januari 2003 konden overgebleven Nederlandse guldens alleen nog op de eigen bankrekening worden gestort (meestal tegen transactiekosten). De Nationale Eurocollecte en Coins for Care organiseerden in Nederland acties voor het verzamelen van muntgeld voor meer dan honderd erkende goede doelen. Het is sinds 1 januari 2007 niet meer mogelijk om Nederlandse gulden-munten bij De Nederlandsche Bank in te leveren. Bankbiljetten in Nederlandse guldens die nog in omloop waren op 1 januari 2002 kunnen uiterlijk op 1 januari 2032 bij de kantoren van de De Nederlandsche Bank omgewisseld worden. Voor biljetten die al eerder buiten omloop waren gesteld geldt ook een termijn van 30 jaar, zoals voor bv. de 5-guldenbiljetten, maar omdat deze op 1 mei 1995 buiten omloop werden gesteld geldt voor deze biljetten een uiterste inleverdatum van 1 mei 2025. De euro heeft 15 coupures: 8 euromunten en 7 eurobankbiljetten. De munten hebben een Europese zijde, ontworpen door Luc Luycx, van de Koninklijke Munt van België. Het gaat om drie ontwerpen die verschillende kaarten van Europa tonen, met de 12 sterren van de Europese Unie op de achtergrond. Daarnaast heeft elk euroland de vrijheid eigen symbolen en tekst op de nationale zijde en op de buitenrand van de euromunten te plaatsen. Maar alle varianten, met uitzondering van meerwaardeherdenkingsmunten, zijn in alle deelnemende landen te gebruiken. De nationale zijde diende om de overgang naar de euro voor de Europese burgers in emotioneel opzicht iets te vergemakkelijken. Finland heeft spoedig na het begin besloten de munten van 1 en 2 cent niet in het betalingsverkeer te gebruiken. Deze munten werden dan ook alleen in de begintijd geslagen met een Finse nationale zijde. In Nederland is het gebruik van de munten van 1 en 2 cent, door het sinds 2004 toestaan van het afronden op 5 cent, sterk verminderd. In de meeste winkels worden bedragen sindsdien weer afgerond. Indien de winkelier duidelijk aangeeft dat hij de afrondingsregel toepast, heeft de klant niet het recht contant het niet-afgeronde bedrag te betalen als hij zelf de munten van 1 en 2 cent heeft. De munten van 1 en 2 cent zijn wel wettig betaalmiddeld, zodat hij het afgeronde bedrag wel mag voldoen met (onder andere) die munten. Betaalt de klant elektronisch, dan wordt de afrondingsregel niet toegepast. Euromunten hebben een gemeenschappelijke zijde en een nationale zijde. De gemeenschappelijke zijde is in alle EU-landen identiek en toont de waarde van de desbetreffende munt, de zogenaamde munt-zijde. Het ontwerp van de gemeenschappelijke munt-zijde kent drie varianten, die samenvallen met de drie materiaal-varianten van de euromunten: de munten van 1, 2 en 5 cent. de munten van 10, 20 en 50 cent. de munten van € 1 en € 2. Er zijn 7 verschillende waarden van Euro-bankbiljetten, €5, €10, €20, €50, €100, €200 en €500, met elk een specifieke kleur en grootte. Het ontwerp draagt voor elk het gemeenschappelijke thema 'Europese architectuur in verschillende periodes'. De achterzijde draagt ramen en poorten, terwijl op de voorzijde verschillende soorten bruggen staan. De ontwerpen zijn allemaal fictieve voorbeelden van architectuur, en dus geen bestaande monumenten. De eurobiljetten hebben een eigen kleur en formaat per waarde. Blinden en slechtzienden worden geholpen door een voelbaar reliëf.
Auteur: Avij design is copyrighted by the European Central Bank (ECB), and its use is permitted by ECB, subject to the conditions set forth in decisions ECB/2003/4 and ECB/2003/5 of 20 March 2003 and "as long as reproductions in advertising or illustratio Nachtelijk zicht op Euro neon sign buiten aan de European Central Bank in Frankfurt am Main, Germany. Auteur: AnjaSuess (CC BY-SA 4.0) Auteur waaier: Andrew Netzler Bron: http://www.ecb.int/euro/banknotes/html/index.en.html This design is copyrighted by the European Central Bank (ECB), and its use is permitted by ECB, subject to the conditions set forth in decisions ECB/2003/4 and ECB/20 Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Europa - EU - Euro (vervolg)
Euro De gulden was vanaf de middeleeuwen tot januari 2002 een Nederlandse munteenheid en wettig betaalmiddel. Op 1 januari 2002 werd de gulden vervangen door de euro, sindsdien de munteenheid van de EMU (Economische en Monetaire Unie). De omwisselverhouding was bepaald op 2,20371 gulden per euro (ongeveer 45 eurocent per gulden). De eurozone (of eurosysteem, eurolanden, eurogebied) is de verzamelnaam voor de landen van de Europese Unie die de euro als munt hebben. De Europese Centrale Bank is verantwoordelijk voor het monetair beleid binnen de eurozone. Sinds 1 januari 2015 telt de eurozone 19 landen. Op 1 januari 2002 werd de euro als nationaal betaalmiddel ingevoerd in 12 EU- landen: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje. Drie EU-lidstaten van de toenmalige EU-15 verkozen hun nationale munt te behouden: Denemarken, Groot-Brittannië en Zweden. Op 1 januari 2007 kwam Slovenië het aantal eurolanden versterken tot 13. Op 1 januari 2008 hebben Cyprus (14) en Malta (15) de euro ingevoerd. Slowakije (16) is op 1 januari 2009 toegetreden tot de eurolanden, gevolgd door Estland (17) op 1 januari 2011. Op 1 januari 2014 trad Letland (18) als tweede Baltische land tot de Eurozone toe; op 1 januari 2015 volgde Litouwen als derde en laatste land van de drie Baltische staten (19). Ook Montenegro en Kosovo, waar de Duitse mark als (vervangend) betaalmiddel werd gebruikt, zijn - hoewel ze geen lid van de EU zijn - in 2002 overgegaan tot de euro. Monaco, San Marino en Vaticaanstad, drie staten die monetaire overeenkomsten met Frankrijk respectievelijk Italië hadden, zijn eveneens overgegaan op de euro en mogen ieder een eigen nationale zijde invullen. Andorra is geen lid van de Europese Unie, maar geniet een speciale behandeling van de Unie. Door deze overeenkomst werd de euro per 1 juli 2013 de officiële munteenheid van Andorra. Andorra mag sindsdien eigen euromunten uitgeven. Het geeft echter geen papiergeld uit. De euro is ook ingevoerd in de ultraperifere (gebiedsdeel van een lidstaat van de Europese Unie waar de EU-wetgeving geldt maar waar het mogelijk is om uitzonderingen te maken in de geldigheid van de wetgeving) gebieden van de Europese Unie. Dit zijn de Franse overzeese departementen Guadeloupe, Martinique, Mayotte, Frans-Guyana en Réunion, de Franse overzeese gemeenschap Sint-Maarten, de Portugese autonome regio's Azoren en Madeira en de Spaanse autonome gemeenschap de Canarische Eilanden. De euro is ook ingevoerd in twee Franse gebieden met de LGO-status (landen en gebieden overzee). Dit zijn gebieden die geen deel uitmaken van het grondgebied van de Europese Unie. Het gaat om de Franse overzeese gemeenschappen Saint-Barthélemy en Saint- Pierre en Miquelon. Andere landen en gebieden overzee, waaronder Aruba, Curaçao en Sint Maarten, hebben hun eigen munteenheden behouden: de Antilliaanse gulden en de Arubaanse florin (deze munten waren niet gekoppeld aan de Nederlandse gulden, maar aan de Amerikaanse dollar; dat kon dus zo blijven). Ook de Nederlandse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba hoeven geen euro in te voeren, aangezien deze gebieden (voorlopig) de status van landen en gebieden overzee houden. Deze eilanden zijn per 1 januari 2011 overgegaan op de Amerikaanse dollar. In Nederland kan sinds 28 januari 2002 alleen nog met de euro worden betaald. De periode van 1 t/m 27 januari 2002 gold als een overgangstijd. Bankbiljetten en munten uit de elf andere eurolanden konden, in Nederland, tot uiterlijk 1 april 2002 kosteloos worden omgewisseld bij de banken. Daarna, van 1 april 2002 tot 1 januari 2003 konden overgebleven Nederlandse guldens alleen nog op de eigen bankrekening worden gestort (meestal tegen transactiekosten). De Nationale Eurocollecte en Coins for Care organiseerden in Nederland acties voor het verzamelen van muntgeld voor meer dan honderd erkende goede doelen. Het is sinds 1 januari 2007 niet meer mogelijk om Nederlandse gulden-munten bij De Nederlandsche Bank in te leveren. Bankbiljetten in Nederlandse guldens die nog in omloop waren op 1 januari 2002 kunnen uiterlijk op 1 januari 2032 bij de kantoren van de De Nederlandsche Bank omgewisseld worden. Voor biljetten die al eerder buiten omloop waren gesteld geldt ook een termijn van 30 jaar, zoals voor bv. de 5-guldenbiljetten, maar omdat deze op 1 mei 1995 buiten omloop werden gesteld geldt voor deze biljetten een uiterste inleverdatum van 1 mei 2025. De euro heeft 15 coupures: 8 euromunten en 7 eurobankbiljetten. De munten hebben een Europese zijde, ontworpen door Luc Luycx, van de Koninklijke Munt van België. Het gaat om drie ontwerpen die verschillende kaarten van Europa tonen, met de 12 sterren van de Europese Unie op de achtergrond. Daarnaast heeft elk euroland de vrijheid eigen symbolen en tekst op de nationale zijde en op de buitenrand van de euromunten te plaatsen. Maar alle varianten, met uitzondering van meerwaardeherdenkingsmunten, zijn in alle deelnemende landen te gebruiken. De nationale zijde diende om de overgang naar de euro voor de Europese burgers in emotioneel opzicht iets te vergemakkelijken. Finland heeft spoedig na het begin besloten de munten van 1 en 2 cent niet in het betalingsverkeer te gebruiken. Deze munten werden dan ook alleen in de begintijd geslagen met een Finse nationale zijde. In Nederland is het gebruik van de munten van 1 en 2 cent, door het sinds 2004 toestaan van het afronden op 5 cent, sterk verminderd. In de meeste winkels worden bedragen sindsdien weer afgerond. Indien de winkelier duidelijk aangeeft dat hij de afrondingsregel toepast, heeft de klant niet het recht contant het niet- afgeronde bedrag te betalen als hij zelf de munten van 1 en 2 cent heeft. De munten van 1 en 2 cent zijn wel wettig betaalmiddeld, zodat hij het afgeronde bedrag wel mag voldoen met (onder andere) die munten. Betaalt de klant elektronisch, dan wordt de afrondingsregel niet toegepast. Euromunten hebben een gemeenschappelijke zijde en een nationale zijde. De gemeenschappelijke zijde is in alle EU-landen identiek en toont de waarde van de desbetreffende munt, de zogenaamde munt-zijde. Het ontwerp van de gemeenschappelijke munt-zijde kent drie varianten, die samenvallen met de drie materiaal-varianten van de euromunten: de munten van 1, 2 en 5 cent. de munten van 10, 20 en 50 cent. de munten van € 1 en € 2. Er zijn 7 verschillende waarden van Euro- bankbiljetten, €5, €10, €20, €50, €100, €200 en €500, met elk een specifieke kleur en grootte. Het ontwerp draagt voor elk het gemeenschappelijke thema 'Europese architectuur in verschillende periodes'. De achterzijde draagt ramen en poorten, terwijl op de voorzijde verschillende soorten bruggen staan. De ontwerpen zijn allemaal fictieve voorbeelden van architectuur, en dus geen bestaande monumenten. De eurobiljetten hebben een eigen kleur en formaat per waarde. Blinden en slechtzienden worden geholpen door een voelbaar reliëf.
Auteur: Avij design is copyrighted by the European Central Bank (ECB), and its use is permitted by ECB, subject to the conditions set forth in decisions ECB/2003/4 and ECB/2003/5 of 20 March 2003 and "as long as reproductions in advertising or illustratio Nachtelijk zicht op Euro neon sign buiten aan de European Central Bank in Frankfurt am Main, Germany. Auteur: AnjaSuess (CC BY-SA 4.0) Auteur waaier: Andrew Netzler Bron: http://www.ecb.int/euro/banknotes/html/index.en.html This design is copyrighted by the European Central Bank (ECB), and its use is permitted by ECB, subject to the conditions set forth in decisions ECB/2003/4 and ECB/20