© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
 Eerste Wereldoorlog (vervolg)
Tegen het einde van de oorlog waren vier imperialistische grootmachten - het Duitse, Russische, Oostenrijks-Hongaarse en Ottomaanse rijk - militair en politiek verslagen en hielden op te bestaan. De opvolgersstaten van de eerste twee verloren veel grondgebied, terwijl de laatste twee geheel ontmanteld werden. De kaart van Centraal-Europa werd hertekend in een aantal kleinere staten. De Volkenbond werd gesticht in de hoop een dergelijk conflict in de toekomst te voorkomen. Het Europese nationalisme kwam voort uit de oorlog en het uiteenvallen van rijken, de gevolgen van de nederlaag van Duitsland en problemen met de Vrede van Versailles zouden bijdragen tot de Tweede Wereldoorlog. Oostenrijk beoogde een lokale oorlog, mede doordat de Servische hoofdstad Belgrado net over de grens met het toenmalige Oostenrijk-Hongarije lag. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk de oorlog aan zijn kleine buur. Reeds de volgende dag, 29 juli, werd Belgrado door de Oostenrijkse artillerie beschoten. Oostenrijk- Hongarije besloot op 30 juli tot een algehele mobilisatie. Op die dag keurde ook tsaar Nicolaas II van Rusland de mobilisatie van het Russische leger goed. De Russische generale staf, zich realiserend dat dit een indirecte oorlogsverklaring inhield, probeerde hem hier vanaf te houden. Ook een bezwerende brief van de Duitse keizer aan zijn neef de tsaar bleef zonder effect. Duitsland stelde hierop een 12-uursultimatum; de Russische mobilisatie moest ingetrokken worden. Toen antwoord hierop uitbleef, verklaarde Duitsland op 1 augustus aan Rusland de oorlog. Frankrijk besloot hierop tot mobilisatie, om zijn verbond met Rusland gestand te doen. De Duitse revolutie was begin november 1918 geboren. De Duitse keizer Wilhelm II vluchtte naar Nederland en de republiek werd uitgeroepen. Onderhandelingen, gevoerd door burgers, vonden plaats, en een wapenstilstand werd overeengekomen. Op 11 november 1918, om 5 uur 's ochtends werd de wapenstilstand getekend door Foch en de Duitse delegatie, maar de wapenstilstand ging pas in om 11 uur. Tijdens deze laatste zes uur vielen langs beide kant nog vele slachtoffers, terwijl de overgave al ondertekend was. Het feit dat de overgave getekend werd door burgers en niet door militaire autoriteiten is zeer belangrijk: de nazi's maakten van dit feit later gebruik door de nederlaag te wijten aan "een dolksteek in de rug van de troepen door rode elementen". De dolkstootlegende was geboren. De volgende wereldoorlog werd wel door militairen beëindigd. Het Verdrag van Versailles, ook Vredesverdrag van Versailles of Vrede van Versailles genoemd, werd 28 juni 1919 ondertekend en trad op 10 januari 1920 in werking. Het was een verdrag tussen Duitsland en de Entente en het belangrijkste van de vijf in voorsteden van Parijs in 1919/20 gesloten verdragen, waarmee de Eerste Wereldoorlog formeel werd beëindigd (de andere vier verdragen hadden betrekking op de Duitse bondgenoten: het Verdrag van Saint-Germain met Oostenrijk in september 1919, het Verdrag van Neuilly met Bulgarije in november 1919, het Verdrag van Trianon met Hongarije in december 1919 en het Verdrag van Sèvres met Turkije in augustus 1920). Het "Dictaat van Versailles" werd in Duitsland als een zware vernedering beschouwd. De bekende Britse econoom John Maynard Keynes, die als topambtenaar de vredesbesprekingen had bijgewoond, waarschuwde indertijd in een boek voor de  event. desastreuze gevolgen van dit vredesverdrag. Europese Fronten Westfront - De invasie van het Duitse Keizerrijk in België, Luxemburg en Frankrijk. Hier werden de loopgraven gebruikt nadat de Duitsers voor Parijs gestopt waren. Nadat de opmars van de Duitsers stopte, probeerden beide partijen zo snel mogelijk de zee te bereiken op een voor hen gunstige positie. Dit werd ook wel de Race naar de Zee genoemd. Oostfront - De Russen vielen hier Oost-Pruisen binnen en zorgden voor een verrassing. Toch verdreven de Duitsers en Oostenrijkers de Russen weer naar hun eigen land. Balkanfront - De Oostenrijkers vielen Servië binnen met de steun van de Duitsers. Later werden ook andere landen zoals Roemenië, Montenegro, Bulgarije en Griekenland bij de oorlog betrokken. Italiaans front - De Italianen voegden zich bij de geallieerden in 1915, nadat hen veel beloofd was als de oorlog zou worden gewonnen. De Italianen dachten de Oostenrijkers wel te kunnen verslaan maar ook hier bleef de strijd heen en weer gaan. Pas aan het eind konden de geallieerden een doorbraak forceren. Afrikaanse Fronten Inval van het Belgisch leger in Tabora Door de geallieerde beheersing van de zeeën konden de Duitsers hun koloniën niet bevoorraden. Met een defensieve strategie werd gepoogd de koloniën te behouden tot de eindoverwinning in Europa, en geallieerde troepen te onttrekken aan het Europees front. Duits-Zuidwest-Afrika - Een Duitse kolonie, het tegenwoordige Namibië. Deze kolonie werd in 1915, na een aanvankelijke aarzeling van Zuid-Afrika, in minder dan een kwartaal tijd vanuit Zuid-Afrika veroverd door de troepen van het Gemenebest. West-Afrika - Duitsland bezaten hier koloniën; het huidige Kameroen en Togo. Ook hier werden de Duitsers snel verslagen, waarna de koloniën werden verdeeld. Duits-Oost-Afrika - Het tegenwoordige Tanzania, Rwanda en Burundi. Op 22 augustus 1914 voerden de Duitsers met schepen aanvallen uit op de Belgische haven Kalemie van Belgisch-Congo aan het Tanganyikameer. De Duitsers bleven tot in 1916 het meer beheersen. Met behulp van in delen aangevoerde watervliegtuigen en schepen, lukte het de Britse en Belgische strijdkrachten om het strategisch meer onder controle te krijgen. In april 1916 werd de aanval ingezet, vanuit Belgisch-Congo door het Belgisch koloniaal leger, en vanuit de Britse koloniën door het Britse leger. Op 19 september 1916 werd de belangrijkste Duitse uitvalsbasis Tabora veroverd. Tegen eind 1917 hadden Duitsland alle gebieden verloren, maar de Duitse troepen bleven nog een guerrillastrijd voeren in de kolonie en het Portugese Mozambique tegen de Portugezen en de Engelsen. Hier was de laatste plaats in Afrika waar nog gevochten werd door de Duitse koloniale troepen. Pas op 13 november 1918 kwam hier het bericht binnen dat de wapenstilstand was getekend. Het duurde nog een tijdje voordat de wapens werden neergelegd. In Belgisch-Congo was alleen een klein koloniaal leger voor de ordehandhaving gelegerd, dat slecht uitgerust was. In 1915 werden in Le Havre Belgische legerofficieren opgeleid voor het vechten in de tropen. De soldaten werden in Congo gerekruteerd en voor de bevoorrading werden dragers ingelijfd door het leger. Er waren nauwelijks wegen. Fronten in het Midden-Oosten Kaukasuscampagne - De Ottomanen mengden zich in de oorlog aan de zijde van de Centralen. Ze begonnen Rusland in de Kaukasus aan te vallen en er werden verschillende slagen geleverd. Mesopotamiaanse Campagne - De invasie van Irak door troepen van het Britse Rijk. Palestijns front - De Britten vochten om de Sinaï en Palestina tegen de Ottomanen, om de Ottomanen buiten het Suezkanaal te houden. Dardanellen front - De Entente wilde een tweede route naar Rusland, via de Dardanellen. Hiervoor moest de hoofdstad van het Ottomaans Rijk, Constantinopel, bezet worden. Uiteindelijk faalden de geallieerden in deze aanval. Perzisch front - Officieel was Perzië een onafhankelijk en neutraal land maar door invloed vanuit Rusland en het Britse Rijk werd ook hier gevochten om de olie. Doordat verschillende stammen tegen elkaar werden opgezet en om de Britten te ondermijnen in het Midden-Oosten en India, werden hier nog verschillende conflicten uitgevochten. Aziatische Front - Tsingtao en de Pacifische Eilanden Nederland verleende de Duitse ex-keizer Wilhelm II asiel op voorwaarde dat hij zich van politieke activiteiten zou onthouden. Wilhelm liet korte tijd later 'enkele kleinoden' naar Nederland overkomen, persoonlijke bezittingen uit verschillende van zijn Duitse paleizen: genoeg voor 59 wagonladingen. Tot 1920 woonde hij in Kasteel Amerongen, waar hij ook zijn troonsafstand ondertekende, daarna tot zijn dood in Huis Doorn (beide in de provincie Utrecht). De Nederlandse regering weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden en hield vast aan haar neutraliteitspolitiek. De geallieerden waren te oorlogsmoe om een conflict hierover op de spits te drijven. Overigens wilde koningin Wilhelmina niets met de ex-keizer te maken hebben en heeft hem (voor zover bekend) nooit bezocht in zijn ballingsoord. Haar echtgenoot prins Hendrik en dochter Juliana en haar echtgenoot prins Bernhard bezochten hem wel enige malen. Dit waren geen officiële ontvangsten door Wilhelm, maar 'familiebezoeken': de Oranjes en Hohenzollerns zijn inderdaad aan elkaar verwant en ook het huis Mecklenburg-Schwerin van prins Hendrik was aan Wilhelms familie verwant. Huis Doorn is nu een museum gewijd aan het verblijf aldaar van de laatste Duitse keizer Wilhelm II. Het Duitse oorlogsplan was een bijgewerkte versie van het zogenaamde Schlieffenplan. Dit was gebaseerd op de veronderstelling dat de Russische mobilisatie veel tijd zou kosten. Duitsland zou deze tijd gebruiken door eerst met aartsvijand Frankrijk af te rekenen en dan Rusland aan te pakken. Op de avond van de oorlogsverklaring trokken de eerste Russische eenheden echter al Oost-Pruisen binnen. Het Schlieffenplan voorzag in een omtrekkende beweging door België. Op 1 augustus bezette Duitsland Luxemburg. Op 2 augustus stelde Duitsland België een ultimatum met de eis tot vrije doortocht. België weigerde de Duitse troepen de doortocht, waarop Duitsland het neutrale België de oorlog verklaarde. Op 3 augustus verklaarde Duitsland Frankrijk de oorlog, op 4 augustus trok Duitsland België binnen. Dit was voor het Verenigd Koninkrijk reden om Duitsland nog dezelfde dag de oorlog te verklaren aangezien het Verenigd Koninkrijk de neutraliteit van België had gegarandeerd. De Britten konden bij hun rekrutering gebruikmaken van een naïef enthousiasme, zowel in eigen land als in hun koloniaal imperium. Franse en Duitse ronselaars konden eveneens op een grote toestroom rekenen. De roman Van het westelijk front geen nieuws van Erich Maria Remarque beschrijft het enthousiasme voor de oorlog aan de Duitse zijde tijdens deze eerste paar maanden.Ook de jonge Adolf Hitler stond dol van vreugde tussen een enthousiaste menigte op de Odeonsplatz op 1 augustus 1914, toen bekend werd gemaakt dat Duitsland in oorlog was. Bij de bevolking heerste nog een geromantiseerd beeld van de oorlog. De sociale druk om mee te vechten was groot. Ronselaars spraken hen toe in de fabrieken, scholen, in de kerk en op de marktpleinen. Wie niet meedeed zou er later "niet meer bij horen". Wie zich alsnog succesvol aan de dienstplicht wist te onttrekken of (zoals in het Britse Rijk) zich niet meldde als vrijwilliger terwijl anderen dit wel deden, werd gestigmatiseerd als lafaard. Weigeraars werden met de nek aangekeken en kregen witte veren van hun meisjes, symbolen voor lafheid. Men vond daarnaast dat men, in ruil voor de sterk verbeterde sociale stelsels, best wat "terug kon doen". Bovendien deelde het Britse leger mannen uit dezelfde buurt of fabriek ook in dezelfde legereenheden in, de zogenaamde pal's battalions ('work together, fight together'). Dit zorgde voor sociale druk en sociale controle. Vrijwilligers uit Australië en Nieuw-Zeeland vormden samen de Anzac-eenheden. Ze kregen vaak de meest hopeloze opdrachten maar droegen het aureool van dappere, maar roekeloze soldaten die hun imago ijverig koesterden. Jonge fabrieksarbeiders en mijnwerkers uit Groot-Brittannië zagen een uitstapje naar Parijs wel zitten. In Canada was het eerste geprogrammeerde contingent van 20.000 man onmiddellijk volgetekend. 430.000 Anderen zouden nog volgen. In totaal zouden 60.000 Canadezen sneuvelen. Tijdens de eerste weken van de oorlog meldden duizenden Amerikanen uit de toen nog neutrale Verenigde Staten zich in Canada; liefst 5.000 alleen al uit Texas. Ondanks het conflict tussen Britten en Ieren met ettelijke volksopstanden, waren er naast protestantse Ieren die de Engelsen wel gunstig gezind waren, tienduizenden katholieke Ieren die zich lieten inlijven in het Britse beroepsleger. Van de 200.000 Ierse vrijwilligers in het Britse leger zouden er uiteindelijk ongeveer 30.000 de dood vinden. De Britten beschouwden de Ieren (net als trouwens de Schotten) als "woeste krijgers" die met de "gepaste" omkadering door hoofdzakelijk Engelse officieren best van pas kwamen bij allerlei koloniale conflicten, terwijl de Ieren en Schotten het leger zagen als een broodheer die bovendien nog "avontuur" op "exotische plaatsen" in het vooruitzicht stelde. Op aandringen van Franse regering stuurde Rusland in 1916 een expeditionair leger van 8.942 man infanterie om mee te vechten aan het westfront in Frankrijk. Na de ineenstorting van het Russische leger en het vredesakkoord tussen Rusland en Duitsland werden veel Russische ex-soldaten aan het werk gezet in de Franse economie; sommigen werden gedeporteerd naar Algerije, en sommige legeronderdelen zijn blijven vechten of werden ingelijfd in het Franse leger. Apart was de bijdrage van de "Zuid-Afrikaners". Ze hadden nog maar net tien jaar bloedige oorlog achter de rug met de Britten en nu waren ze bondgenoten tegen een vijand die ze alleen kenden van horen zeggen. Bovendien voelden veel Boeren zich verwant aan de koloniale Duitsers van Duits-Zuidwest-Afrika en voelden er weinig voor tegen hen te vechten. Pro-Duitse en militant anti-Britse Afrikaners kwamen weliswaar in opstand tegen de oorlogsdeelname in de Maritz-rebellie, maar zij werden verslagen en hun leider Christiaan de Wet werd gearresteerd. Britse "gekleurde" koloniale troepen uit India, Nepal en zelfs Jamaica werden samen met het Brits-Chinese Labor Corps met dubieuze beloften en niet gehinderd door enig voorstellingsvermogen naar Europa gedirigeerd. Al met al werd de oorlog beschouwd als iets dat de nationale en internationale verhoudingen recht zou zetten, een eind zou maken aan 'maatschappelijke kwalen', de geest van de jeugd zou zuiveren, hen zou opvoeden en echte mannen van hen zou maken. België hield zich aan de afspraak om neutraal te blijven en de Duitsers niet door te laten. Maar de Duitse legerleiding hield geen rekening met deze neutraliteit en Duitsland viel België alsnog binnen. Op 25 augustus hebben Duitse troepen, tijdens een strafexpeditie tegen de stad Leuven, 218 burgers vermoord en de stad gedeeltelijk platgebrand. Van de ongeveer 6.000 huizen die Leuven telde zijn er 2.117 in de as gelegd. Ook de Sint-Pieterskerk en de universiteitsbibliotheek zijn in vlammen opgegaan. De Duitsers keken toe hoe een kwart miljoen boeken, waaronder duizenden onvervangbare middeleeuwse manuscripten en wiegendrukken in vlammen opgingen. Naast deze misdaden creëerden ook andere soortgelijke gevallen een golf van nationale en internationale verontwaardiging (uit latere getuigenissen zou ook blijken dat niet alle Duitsers te velde deze gruwelen goedkeurden). Leuven was niet het enige slachtoffer: ook in onder andere Dinant (674 doden) en Aarschot (170 doden) werden soortgelijke gruweldaden gepleegd. De Duitse legerleiding besloot tot dergelijke afschrikwekkende represailles nadat hun troepen, naar eigen zeggen, door burgers waren beschoten. Om afgrijselijke vergeldingsmaatregelen goed te praten werd telkens het argument van deze zogenaamde franc-tireurs aangevoerd. Voor de oorlog begon, hadden de Duitse generaals hun eigen soldaten zwaar geïndoctrineerd en opgestookt met verhalen over francs-tireurs uit de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871. Er werd bij hen ingedrild dat ze tijdens hun opmars de plaatselijke bevolking onder geen beding mocht vertrouwen en hard moesten optreden als ze door hen werden beschoten. De Duitse troepen waren hierdoor zo paranoïde geworden, dat elk klein incident dat niet onmiddellijk verklaard kon worden een aanleiding tot dergelijke represailles kon geven. De publieke opinie werd eveneens opgejut door propagandaverhalen, om de legerleiding zo van onvoorwaardelijke steun voor de oorlogsinspanning te voorzien. In elk geval was er van hogerhand echter geen bevel gegeven tot georganiseerde franc- tireurdaden en ging het waarschijnlijk om geïsoleerde gevallen. De meeste represailles waren vooral ontstaan door misverstanden: in Leuven bijvoorbeeld bleken de Duitsers in de verwarring op elkaar geschoten te hebben en in Aarschot werd een Duitse kolonel (die erg gehaat was bij zijn eigen manschappen) door een van zijn eigen soldaten doodgeschoten. In totaal zijn tijdens de inval van België 500 gemeenten getroffen door wreedheden; zeker 5.000 burgers werden vermoord, waaronder vrouwen en kinderen (in Noord-Frankrijk bedroeg dit aantal ongeveer 1500). Het is dan ook te begrijpen dat de Duitse wreedheid die met het begin van de inval gepaard ging, voor de geallieerde propaganda een makkelijk middel was. Langs beide kanten werden misdaden begaan door de tegenpartij door de propaganda verzonnen of overdreven en eigen misdaden ontkend of geminimaliseerd. De Duitsers werden door de geallieerde propaganda voorgesteld als "Hunnen met pinhelmen", barbaren uit het oosten; de Belgen werden door de Duitse propaganda dan weer voorgesteld als onderkruipers die de Duitse troepen verraderlijk in hinderlagen lokten. Het Britse Rijk had bij het Verdrag van Londen de neutraliteit en veiligheid van België gegarandeerd. Met een nipte meerderheid in het kabinet verklaarde het Duitsland de oorlog. De Duitse gruweldaden zorgden voor een massale rekrutering op vrijwillige basis in het Britse Rijk.
Fotograaf: Raoul Berthelé. 10 november 1978: geschonken aan Archives municipales de Toulouse door Faucher-Berthelé. This is photograph Q 5730 from the collections of the Imperial War Museums Een pak paard met een gasmasker wordt geladen met bedrading defensie materieel en andere apparatuur in de buurt van Pilkem. Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

 Eerste Wereldoorlog (vervolg)
Tegen het einde van de oorlog waren vier imperialistische grootmachten - het Duitse, Russische, Oostenrijks-Hongaarse en Ottomaanse rijk - militair en politiek verslagen en hielden op te bestaan. De opvolgersstaten van de eerste twee verloren veel grondgebied, terwijl de laatste twee geheel ontmanteld werden. De kaart van Centraal-Europa werd hertekend in een aantal kleinere staten. De Volkenbond werd gesticht in de hoop een dergelijk conflict in de toekomst te voorkomen. Het Europese nationalisme kwam voort uit de oorlog en het uiteenvallen van rijken, de gevolgen van de nederlaag van Duitsland en problemen met de Vrede van Versailles zouden bijdragen tot de Tweede Wereldoorlog. Oostenrijk beoogde een lokale oorlog, mede doordat de Servische hoofdstad Belgrado net over de grens met het toenmalige Oostenrijk- Hongarije lag. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk de oorlog aan zijn kleine buur. Reeds de volgende dag, 29 juli, werd Belgrado door de Oostenrijkse artillerie beschoten. Oostenrijk-Hongarije besloot op 30 juli tot een algehele mobilisatie. Op die dag keurde ook tsaar Nicolaas II van Rusland de mobilisatie van het Russische leger goed. De Russische generale staf, zich realiserend dat dit een indirecte oorlogsverklaring inhield, probeerde hem hier vanaf te houden. Ook een bezwerende brief van de Duitse keizer aan zijn neef de tsaar bleef zonder effect. Duitsland stelde hierop een 12- uursultimatum; de Russische mobilisatie moest ingetrokken worden. Toen antwoord hierop uitbleef, verklaarde Duitsland op 1 augustus aan Rusland de oorlog. Frankrijk besloot hierop tot mobilisatie, om zijn verbond met Rusland gestand te doen. De Duitse revolutie was begin november 1918 geboren. De Duitse keizer Wilhelm II vluchtte naar Nederland en de republiek werd uitgeroepen. Onderhandelingen, gevoerd door burgers, vonden plaats, en een wapenstilstand werd overeengekomen. Op 11 november 1918, om 5 uur 's ochtends werd de wapenstilstand getekend door Foch en de Duitse delegatie, maar de wapenstilstand ging pas in om 11 uur. Tijdens deze laatste zes uur vielen langs beide kant nog vele slachtoffers, terwijl de overgave al ondertekend was. Het feit dat de overgave getekend werd door burgers en niet door militaire autoriteiten is zeer belangrijk: de nazi's maakten van dit feit later gebruik door de nederlaag te wijten aan "een dolksteek in de rug van de troepen door rode elementen". De dolkstootlegende was geboren. De volgende wereldoorlog werd wel door militairen beëindigd. Het Verdrag van Versailles, ook Vredesverdrag van Versailles of Vrede van Versailles genoemd, werd 28 juni 1919 ondertekend en trad op 10 januari 1920 in werking. Het was een verdrag tussen Duitsland en de Entente en het belangrijkste van de vijf in voorsteden van Parijs in 1919/20 gesloten verdragen, waarmee de Eerste Wereldoorlog formeel werd beëindigd  (de andere vier verdragen hadden betrekking op de Duitse bondgenoten: het Verdrag van Saint- Germain met Oostenrijk in september 1919, het Verdrag van Neuilly met Bulgarije in november 1919, het Verdrag van Trianon met Hongarije in december 1919 en het Verdrag van Sèvres met Turkije in augustus 1920). Het "Dictaat van Versailles" werd in Duitsland als een zware vernedering beschouwd. De bekende Britse econoom John Maynard Keynes, die als topambtenaar de vredesbesprekingen had bijgewoond, waarschuwde indertijd in een boek voor de  event. desastreuze gevolgen van dit vredesverdrag. Europese Fronten Westfront - De invasie van het Duitse Keizerrijk in België, Luxemburg en Frankrijk. Hier werden de loopgraven gebruikt nadat de Duitsers voor Parijs gestopt waren. Nadat de opmars van de Duitsers stopte, probeerden beide partijen zo snel mogelijk de zee te bereiken op een voor hen gunstige positie. Dit werd ook wel de Race naar de Zee genoemd. Oostfront - De Russen vielen hier Oost-Pruisen binnen en zorgden voor een verrassing. Toch verdreven de Duitsers en Oostenrijkers de Russen weer naar hun eigen land. Balkanfront - De Oostenrijkers vielen Servië binnen met de steun van de Duitsers. Later werden ook andere landen zoals Roemenië, Montenegro, Bulgarije en Griekenland bij de oorlog betrokken. Italiaans front - De Italianen voegden zich bij de geallieerden in 1915, nadat hen veel beloofd was als de oorlog zou worden gewonnen. De Italianen dachten de Oostenrijkers wel te kunnen verslaan maar ook hier bleef de strijd heen en weer gaan. Pas aan het eind konden de geallieerden een doorbraak forceren. Afrikaanse Fronten Inval van het Belgisch leger in Tabora Door de geallieerde beheersing van de zeeën konden de Duitsers hun koloniën niet bevoorraden. Met een defensieve strategie werd gepoogd de koloniën te behouden tot de eindoverwinning in Europa, en geallieerde troepen te onttrekken aan het Europees front. Duits-Zuidwest-Afrika - Een Duitse kolonie, het tegenwoordige Namibië. Deze kolonie werd in 1915, na een aanvankelijke aarzeling van Zuid- Afrika, in minder dan een kwartaal tijd vanuit Zuid-Afrika veroverd door de troepen van het Gemenebest. West-Afrika - Duitsland bezaten hier koloniën; het huidige Kameroen en Togo. Ook hier werden de Duitsers snel verslagen, waarna de koloniën werden verdeeld. Duits-Oost-Afrika - Het tegenwoordige Tanzania, Rwanda en Burundi. Op 22 augustus 1914 voerden de Duitsers met schepen aanvallen uit op de Belgische haven Kalemie van Belgisch- Congo aan het Tanganyikameer. De Duitsers bleven tot in 1916 het meer beheersen. Met behulp van in delen aangevoerde watervliegtuigen en schepen, lukte het de Britse en Belgische strijdkrachten om het strategisch meer onder controle te krijgen. In april 1916 werd de aanval ingezet, vanuit Belgisch-Congo door het Belgisch koloniaal leger, en vanuit de Britse koloniën door het Britse leger. Op 19 september 1916 werd de belangrijkste Duitse uitvalsbasis Tabora veroverd. Tegen eind 1917 hadden Duitsland alle gebieden verloren, maar de Duitse troepen bleven nog een guerrillastrijd voeren in de kolonie en het Portugese Mozambique tegen de Portugezen en de Engelsen. Hier was de laatste plaats in Afrika waar nog gevochten werd door de Duitse koloniale troepen. Pas op 13 november 1918 kwam hier het bericht binnen dat de wapenstilstand was getekend. Het duurde nog een tijdje voordat de wapens werden neergelegd. In Belgisch-Congo was alleen een klein koloniaal leger voor de ordehandhaving gelegerd, dat slecht uitgerust was. In 1915 werden in Le Havre Belgische legerofficieren opgeleid voor het vechten in de tropen. De soldaten werden in Congo gerekruteerd en voor de bevoorrading werden dragers ingelijfd door het leger. Er waren nauwelijks wegen. Fronten in het Midden-Oosten Kaukasuscampagne - De Ottomanen mengden zich in de oorlog aan de zijde van de Centralen. Ze begonnen Rusland in de Kaukasus aan te vallen en er werden verschillende slagen geleverd. Mesopotamiaanse Campagne - De invasie van Irak door troepen van het Britse Rijk. Palestijns front - De Britten vochten om de Sinaï en Palestina tegen de Ottomanen, om de Ottomanen buiten het Suezkanaal te houden. Dardanellen front - De Entente wilde een tweede route naar Rusland, via de Dardanellen. Hiervoor moest de hoofdstad van het Ottomaans Rijk, Constantinopel, bezet worden. Uiteindelijk faalden de geallieerden in deze aanval. Perzisch front - Officieel was Perzië een onafhankelijk en neutraal land maar door invloed vanuit Rusland en het Britse Rijk werd ook hier gevochten om de olie. Doordat verschillende stammen tegen elkaar werden opgezet en om de Britten te ondermijnen in het Midden-Oosten en India, werden hier nog verschillende conflicten uitgevochten. Aziatische Front - Tsingtao en de Pacifische Eilanden Nederland verleende de Duitse ex-keizer Wilhelm II asiel op voorwaarde dat hij zich van politieke activiteiten zou onthouden. Wilhelm liet korte tijd later 'enkele kleinoden' naar Nederland overkomen, persoonlijke bezittingen uit verschillende van zijn Duitse paleizen: genoeg voor 59 wagonladingen. Tot 1920 woonde hij in Kasteel Amerongen, waar hij ook zijn troonsafstand ondertekende, daarna tot zijn dood in Huis Doorn (beide in de provincie Utrecht). De Nederlandse regering weigerde hem uit te leveren aan de geallieerden en hield vast aan haar neutraliteitspolitiek. De geallieerden waren te oorlogsmoe om een conflict hierover op de spits te drijven. Overigens wilde koningin Wilhelmina niets met de ex-keizer te maken hebben en heeft hem (voor zover bekend) nooit bezocht in zijn ballingsoord. Haar echtgenoot prins Hendrik en dochter Juliana en haar echtgenoot prins Bernhard bezochten hem wel enige malen. Dit waren geen officiële ontvangsten door Wilhelm, maar 'familiebezoeken': de Oranjes en Hohenzollerns zijn inderdaad aan elkaar verwant en ook het huis Mecklenburg-Schwerin van prins Hendrik was aan Wilhelms familie verwant. Huis Doorn is nu een museum gewijd aan het verblijf aldaar van de laatste Duitse keizer Wilhelm II. Het Duitse oorlogsplan was een bijgewerkte versie van het zogenaamde Schlieffenplan. Dit was gebaseerd op de veronderstelling dat de Russische mobilisatie veel tijd zou kosten. Duitsland zou deze tijd gebruiken door eerst met aartsvijand Frankrijk af te rekenen en dan Rusland aan te pakken. Op de avond van de oorlogsverklaring trokken de eerste Russische eenheden echter al Oost-Pruisen binnen. Het Schlieffenplan voorzag in een omtrekkende beweging door België. Op 1 augustus bezette Duitsland Luxemburg. Op 2 augustus stelde Duitsland België een ultimatum met de eis tot vrije doortocht. België weigerde de Duitse troepen de doortocht, waarop Duitsland het neutrale België de oorlog verklaarde. Op 3 augustus verklaarde Duitsland Frankrijk de oorlog, op 4 augustus trok Duitsland België binnen. Dit was voor het Verenigd Koninkrijk reden om Duitsland nog dezelfde dag de oorlog te verklaren aangezien het Verenigd Koninkrijk de neutraliteit van België had gegarandeerd. De Britten konden bij hun rekrutering gebruikmaken van een naïef enthousiasme, zowel in eigen land als in hun koloniaal imperium. Franse en Duitse ronselaars konden eveneens op een grote toestroom rekenen. De roman Van het westelijk front geen nieuws van Erich Maria Remarque beschrijft het enthousiasme voor de oorlog aan de Duitse zijde tijdens deze eerste paar maanden.Ook de jonge Adolf Hitler stond dol van vreugde tussen een enthousiaste menigte op de Odeonsplatz op 1 augustus 1914, toen bekend werd gemaakt dat Duitsland in oorlog was. Bij de bevolking heerste nog een geromantiseerd beeld van de oorlog. De sociale druk om mee te vechten was groot. Ronselaars spraken hen toe in de fabrieken, scholen, in de kerk en op de marktpleinen. Wie niet meedeed zou er later "niet meer bij horen". Wie zich alsnog succesvol aan de dienstplicht wist te onttrekken of (zoals in het Britse Rijk) zich niet meldde als vrijwilliger terwijl anderen dit wel deden, werd gestigmatiseerd als lafaard. Weigeraars werden met de nek aangekeken en kregen witte veren van hun meisjes, symbolen voor lafheid. Men vond daarnaast dat men, in ruil voor de sterk verbeterde sociale stelsels, best wat "terug kon doen". Bovendien deelde het Britse leger mannen uit dezelfde buurt of fabriek ook in dezelfde legereenheden in, de zogenaamde pal's battalions ('work together, fight together'). Dit zorgde voor sociale druk en sociale controle. Vrijwilligers uit Australië en Nieuw-Zeeland vormden samen de Anzac-eenheden. Ze kregen vaak de meest hopeloze opdrachten maar droegen het aureool van dappere, maar roekeloze soldaten die hun imago ijverig koesterden. Jonge fabrieksarbeiders en mijnwerkers uit Groot-Brittannië zagen een uitstapje naar Parijs wel zitten. In Canada was het eerste geprogrammeerde contingent van 20.000 man onmiddellijk volgetekend. 430.000 Anderen zouden nog volgen. In totaal zouden 60.000 Canadezen sneuvelen. Tijdens de eerste weken van de oorlog meldden duizenden Amerikanen uit de toen nog neutrale Verenigde Staten zich in Canada; liefst 5.000 alleen al uit Texas. Ondanks het conflict tussen Britten en Ieren met ettelijke volksopstanden, waren er naast protestantse Ieren die de Engelsen wel gunstig gezind waren, tienduizenden katholieke Ieren die zich lieten inlijven in het Britse beroepsleger. Van de 200.000 Ierse vrijwilligers in het Britse leger zouden er uiteindelijk ongeveer 30.000 de dood vinden. De Britten beschouwden de Ieren (net als trouwens de Schotten) als "woeste krijgers" die met de "gepaste" omkadering door hoofdzakelijk Engelse officieren best van pas kwamen bij allerlei koloniale conflicten, terwijl de Ieren en Schotten het leger zagen als een broodheer die bovendien nog "avontuur" op "exotische plaatsen" in het vooruitzicht stelde. Op aandringen van Franse regering stuurde Rusland in 1916 een expeditionair leger van 8.942 man infanterie om mee te vechten aan het westfront in Frankrijk. Na de ineenstorting van het Russische leger en het vredesakkoord tussen Rusland en Duitsland werden veel Russische ex- soldaten aan het werk gezet in de Franse economie; sommigen werden gedeporteerd naar Algerije, en sommige legeronderdelen zijn blijven vechten of werden ingelijfd in het Franse leger. Apart was de bijdrage van de "Zuid-Afrikaners". Ze hadden nog maar net tien jaar bloedige oorlog achter de rug met de Britten en nu waren ze bondgenoten tegen een vijand die ze alleen kenden van horen zeggen. Bovendien voelden veel Boeren zich verwant aan de koloniale Duitsers van Duits-Zuidwest-Afrika en voelden er weinig voor tegen hen te vechten. Pro-Duitse en militant anti-Britse Afrikaners kwamen weliswaar in opstand tegen de oorlogsdeelname in de Maritz-rebellie, maar zij werden verslagen en hun leider Christiaan de Wet werd gearresteerd. Britse "gekleurde" koloniale troepen uit India, Nepal en zelfs Jamaica werden samen met het Brits-Chinese Labor Corps met dubieuze beloften en niet gehinderd door enig voorstellingsvermogen naar Europa gedirigeerd. Al met al werd de oorlog beschouwd als iets dat de nationale en internationale verhoudingen recht zou zetten, een eind zou maken aan 'maatschappelijke kwalen', de geest van de jeugd zou zuiveren, hen zou opvoeden en echte mannen van hen zou maken. België hield zich aan de afspraak om neutraal te blijven en de Duitsers niet door te laten. Maar de Duitse legerleiding hield geen rekening met deze neutraliteit en Duitsland viel België alsnog binnen. Op 25 augustus hebben Duitse troepen, tijdens een strafexpeditie tegen de stad Leuven, 218 burgers vermoord en de stad gedeeltelijk platgebrand. Van de ongeveer 6.000 huizen die Leuven telde zijn er 2.117 in de as gelegd. Ook de Sint-Pieterskerk en de universiteitsbibliotheek zijn in vlammen opgegaan. De Duitsers keken toe hoe een kwart miljoen boeken, waaronder duizenden onvervangbare middeleeuwse manuscripten en wiegendrukken in vlammen opgingen. Naast deze misdaden creëerden ook andere soortgelijke gevallen een golf van nationale en internationale verontwaardiging (uit latere getuigenissen zou ook blijken dat niet alle Duitsers te velde deze gruwelen goedkeurden). Leuven was niet het enige slachtoffer: ook in onder andere Dinant (674 doden) en Aarschot (170 doden) werden soortgelijke gruweldaden gepleegd. De Duitse legerleiding besloot tot dergelijke afschrikwekkende represailles nadat hun troepen, naar eigen zeggen, door burgers waren beschoten. Om afgrijselijke vergeldingsmaatregelen goed te praten werd telkens het argument van deze zogenaamde franc-tireurs aangevoerd. Voor de oorlog begon, hadden de Duitse generaals hun eigen soldaten zwaar geïndoctrineerd en opgestookt met verhalen over francs-tireurs uit de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871. Er werd bij hen ingedrild dat ze tijdens hun opmars de plaatselijke bevolking onder geen beding mocht vertrouwen en hard moesten optreden als ze door hen werden beschoten. De Duitse troepen waren hierdoor zo paranoïde geworden, dat elk klein incident dat niet onmiddellijk verklaard kon worden een aanleiding tot dergelijke represailles kon geven. De publieke opinie werd eveneens opgejut door propagandaverhalen, om de legerleiding zo van onvoorwaardelijke steun voor de oorlogsinspanning te voorzien. In elk geval was er van hogerhand echter geen bevel gegeven tot georganiseerde franc-tireurdaden en ging het waarschijnlijk om geïsoleerde gevallen. De meeste represailles waren vooral ontstaan door misverstanden: in Leuven bijvoorbeeld bleken de Duitsers in de verwarring op elkaar geschoten te hebben en in Aarschot werd een Duitse kolonel (die erg gehaat was bij zijn eigen manschappen) door een van zijn eigen soldaten doodgeschoten. In totaal zijn tijdens de inval van België 500 gemeenten getroffen door wreedheden; zeker 5.000 burgers werden vermoord, waaronder vrouwen en kinderen (in Noord-Frankrijk bedroeg dit aantal ongeveer 1500). Het is dan ook te begrijpen dat de Duitse wreedheid die met het begin van de inval gepaard ging, voor de geallieerde propaganda een makkelijk middel was. Langs beide kanten werden misdaden begaan door de tegenpartij door de propaganda verzonnen of overdreven en eigen misdaden ontkend of geminimaliseerd. De Duitsers werden door de geallieerde propaganda voorgesteld als "Hunnen met pinhelmen", barbaren uit het oosten; de Belgen werden door de Duitse propaganda dan weer voorgesteld als onderkruipers die de Duitse troepen verraderlijk in hinderlagen lokten. Het Britse Rijk had bij het Verdrag van Londen de neutraliteit en veiligheid van België gegarandeerd. Met een nipte meerderheid in het kabinet verklaarde het Duitsland de oorlog. De Duitse gruweldaden zorgden voor een massale rekrutering op vrijwillige basis in het Britse Rijk.
Fotograaf: Raoul Berthelé. 10 november 1978: geschonken aan Archives municipales de Toulouse door Faucher-Berthelé. This is photograph Q 5730 from the collections of the Imperial War Museums Een pak paard met een gasmasker wordt geladen met bedrading defensie materieel en andere apparatuur in de buurt van Pilkem.