© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
België - Manneken Pis (vervolg)
Manneken Pis is een standbeeldje in het centrum van Brussel en stelt een plassend jongetje voor. Het 58 cm grote bronzen beeldje op een sokkel, is geplaatst aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt. Het is uitgegroeid tot een van de beroemdste Belgische en Brusselse monumenten en een symbool/mascotte van de stad Brussel. Behalve het Manneken Pis van Brussel is er ook een in Geraardsbergen, Westmeerbeek, Broksele en Koksijde. Maar die van Brussel is de bekendste. Historie: In 1388 stond er op de hoek van de Stoof- en de Eikstraat al een fontein waarvan een stenen beeldje deel uitmaakte dat Julianekensborre of Petit Julien werd genoemd. Het beeldje zelf is niet bewaard gebleven en al evenmin een afbeelding ervan, maar vanaf 1452 verschijnt de naam Manneken Pis in de archieven. Het origineel van het huidige bronzen beeldje is door Hiëronymus Duquesnoy de Oudere in 1619 in opdracht van het stadsbestuur gemaakt als versiering van een publieke fontein. Daarbij lijkt het alsof het jongetje plast. Bij speciale gelegenheden plast hij bier of wijn in plaats van water. Het bronzen beeldje van Duquesnoy werd op een sokkel van zes voet hoog geplaatst. Het goot water in een rechthoekig bekken. Tijdens het bombardement van 1695 werd het beeldje verborgen om op 19 augustus van dat jaar in triomf weer op zijn voetstuk te worden geplaatst. Bij die gelegenheid werd boven zijn hoofd de volgende psalmtekst geplaatst: In petra exaltavit me, et nunc exaltavi caput meum super inimicos meos (De Heer plaatste mij op een stenen sokkel, en vandaag steek ik met mijn hoofd boven mijn vijanden uit). Het beeldje werd al herhaaldelijk door vandalen en grappenmakers van zijn voetstuk gehaald. Omstreeks 1745 ontvoerden Engelse soldaten hem in het geheim, maar de Brusselaars haalden de dieven in Geraardsbergen in dankzij behulpzame burgers van die stad. Als blijk van hun waardering schonken de Brusselaars deze stad een replica van het beeldje. Al is er al sinds 1459 sprake van een Manneken Pis in Geraardsbergen. Te Edingen was er reeds in 1362 een fontein 'Manneken-Pis'. Twee jaar later wilden Franse grenadiers, met de troepen van Lodewijk XV in Brussel beland, het beeldje op hun beurt roven. De bevolking kwam daartegen in opstand en er dreigde een bloedige rel. Toen de koning dit hoorde, gaf hij de opdracht de daders aan te houden. De wrange nasmaak bij dit wangedrag van zijn soldaten, probeerde hij weg te krijgen door Manneken Pis een schitterend tenue te schenken van brokaat, geborduurd met goud. Hij verleende hem bij die gelegenheid ook het Kruis van Lodewijk XIV. In 1770 is het eenvoudige voetstuk vervangen door een ondertussen alweer gerestaureerde nis in hardsteen. Toen het beeldje op 26 juni 1817 verdween, verscheen in een krant volgend gedichtje tot troost van de verbijsterde Brusselaars: Ey lieve meisjes! Staakt geschrei Al koomt gy door dees dievery een zoeten troost te missen; hij zal met nerstig onderzoek nog wel eens koomen uit den hoek om zonder schroom te pissen. In de nacht van 2 op 3 oktober 1817 werd het beeldje gestolen door een gepardonneerde dwangarbeider, genaamd Lycas. Het volk was buitengewoon ongerust. Overal werd gezocht en uiteindelijk vond men de resten van het beeldje onder een berg puin terug. De stukken werden aan elkaar gepast en gebruikt om er een mal van te maken waarin het bronzen beeldje gegoten werd. In 1965 werd het beeldje opnieuw gestolen. Het werd tot net onder de knie afgebroken. Pas acht maanden nadien werd het bovenste stuk in het Brusselse kanaal teruggevonden. Inmiddels was er reeds een nieuw beeld gegoten dat nu nog altijd de nis aan de Stoofstraat siert. Het originele beeld is later terug aan elkaar gezet en is terug te vinden in het Broodhuis op de Grote Markt. Herkomst: Manneken Pis is wereldberoemd vanwege zijn guitige uiterlijk en de legenden die om zijn persoon werden geweven. Een eerste legende verhaalt hoe Brussel werd aangevallen door vijanden, die op een gegeven moment deden alsof ze zich overgaven. In werkelijkheid staken ze echter buskruit onder de stadswallen en wilden ze de stad opblazen. Een klein jongetje, Juliaan genaamd, zou de lont op tijd gezien hebben en die hebben uitgeplast. Zo heeft hij de stad van haar ondergang gered. Een tweede legende vertelt dat een klein manneke zijn behoefte deed tegen de deur van een heks. De heks was woedend en vervloekte het jongetje: om hem te straffen zou het jongetje voor eeuwig en altijd zijn onfatsoenlijke geplas voortzetten. Een brave man die alles had zien gebeuren, verving snel het jongetje door een beeldje om hem te bevrijden van het eeuwige plassen. In een derde verhaal was het feest in Brussel. Ouders raakten hun zoon kwijt in de grote groep mensen. Ze zochten hem dagenlang, en na twee dagen zag de vader de jongen eindelijk terug: het zoontje stond te plassen. De vader was zo gelukkig dat hij zijn zoon terugvond dat hij uit dank een fontein liet maken. Op de fontein plaatste hij het beeld van een plassende jongen. Volgens weer een andere legende zou de jonge hertog Godfried III van Brabant zijn vaderlijk paleis zijn ontvlucht toen hij nog maar zes jaar oud was. Hij slenterde rond in Brussel met een paar kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Dienstboden, die naar hem op zoek waren, vonden hem op de plaats waar zich nu de fontein bevindt. Zoals hij daar toen stond, staat hij er nu nog steeds als standbeeldje. Sommigen zijn echter van mening dat het beeldje is gemaakt naar aanleiding van de slag van Ransbeek, bij Vilvoorde. Toen hertog Godfried III van Brabant twee jaar oud was, stierf zijn vader. Na diens dood verklaarden twee edellieden aan het hof, Walter van Mechelen en Geeraard van Grimbergen van het geslacht Berthout, de jonge hertog de oorlog. De voogden van de jonge hertog vroegen hulp aan de graaf van Vlaanderen. Hij verleende zijn hulp, maar zijn soldaten wilden weten voor wie ze moesten vechten. Daarom werd de kleine aan de soldaten getoond en vervolgens meegenomen naar het slagveld. Daar werd de wieg aan een boomtak gehangen tijdens het gevecht dat drie dagen duurde. Uiteindelijk werden de opstandelingen verslagen. Ook de jonge hertog had zijn aandeel in het geheel. Enkele keren per dag ging hij rechtop staan in zijn wieg en zorgde vervolgens er voor dat zijn straal met kracht over de rand vloog. Om dit heuglijke feit niet te vergeten werd de eik, waaraan de wieg had gehangen, naar Brussel verplaatst en geplant in een straat in het centrum die men de naam "Eikstraat" gaf. Direct naast de boom werd een standbeeld opgericht van een kind dat plassend zijn behoefte doet. Een meer waarschijnlijk verhaal is dat Manneken Pis werd gemaakt als eerbetoon aan de vele leerlooierijen die zich in de omgeving van de Stoofstraat bevonden, en waar men vroeger urine van kleine kinderen gebruikte bij het verwerken van het leer. Het ammoniak in de urine was in de middeleeuwen immers een dankbare grondstof voor kleermakers en leerlooiers, en zou het leer soepeler maken. Garderobe: Het Manneken verkreeg de gunst van koningen en prinsen. Hij werd begiftigd met een rijke voorraad kledingstukken, waarvan de stad de bewaring toevertrouwde aan een kamerheer. Die is ook belast met de aankleding van het Manneken op bijzondere feestdagen. Het Manneken heeft sinds midden jaren zeventig de rasechte Brusselaar Jacques Stroobants als officiële aankleder (toestand 2006), wiens vrouw ongeveer tweehonderd kostuums voor Manneken Pis heeft gemaakt. De uitgebreide garderobe van meer dan 700 kostuums is wereldwijd bekend. Op 4 februari 2017 opende GardeRobe MannekenPis, een nieuw museum gewijd aan de kleerkast van het bekendste beeldje ter wereld. Zo'n 130 van zijn bijna 1.000 kostuums worden er tentoongesteld. Zijn eerste tenue kreeg het Manneke op 1 mei 1698 van de gouverneur der Oostenrijkse Nederlanden, Maximiliaan II Emanuel van Beieren, ter gelegenheid van de feestelijkheden van een van de gilden van Brussel. In het museum is ook het tenue te zien dat koning Lodewijk XV van Frankrijk geschonken heeft. Daarnaast zijn er ook een kledingstuk uit de tijd van Lodewijk XVI, twee galakostuums en een kostuum van oud-strijder van 1830, samengesteld uit een blauwe blouse met sjako, laarzen, riem en tricolore sjaal. In de oude inventarissen van de garderobe van het Manneken, opgesteld rond 1750, wordt melding gemaakt van het bestaan van twee paraplu's; één daarvan opgeborgen in een koperen omhulsel. Nog steeds wordt elke gelegenheid aangegrepen om aan het Manneken een nieuw kostuumpje te kunnen schenken. Deze zijn zo gemaakt dat het jongetje nog wel zijn dagelijkse arbeid kan blijven uitoefenen. Zijn jaslengte is 25 cm, zijn broeklengte 26 cm. Zijn garderobe telt onder andere een Elvis Presley-kostuumpje, voetbaltenues, een Mickey Mouse-outfit en vele andere.
Foto:  LC-DIG-ppmsc-05661 from Library of Congress, Prints and Photographs Division, Photochrom Prints Collection Auteur: Bruxelles_Manneken_Pis.jpg: Myrabella  Foto:ADLB Foto: Pbrundel
België - Manneken Pis (vervolg)

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

België - Manneken Pis (vervolg)
Manneken Pis is een standbeeldje in het centrum van Brussel en stelt een plassend jongetje voor. Het 58 cm grote bronzen beeldje op een sokkel, is geplaatst aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt. Het is uitgegroeid tot een van de beroemdste Belgische en Brusselse monumenten en een symbool/mascotte van de stad Brussel. Behalve het Manneken Pis van Brussel is er ook een in Geraardsbergen, Westmeerbeek, Broksele en Koksijde. Maar die van Brussel is de bekendste. Historie: In 1388 stond er op de hoek van de Stoof- en de Eikstraat al een fontein waarvan een stenen beeldje deel uitmaakte dat Julianekensborre of Petit Julien werd genoemd. Het beeldje zelf is niet bewaard gebleven en al evenmin een afbeelding ervan, maar vanaf 1452 verschijnt de naam Manneken Pis in de archieven. Het origineel van het huidige bronzen beeldje is door Hiëronymus Duquesnoy de Oudere in 1619 in opdracht van het stadsbestuur gemaakt als versiering van een publieke fontein. Daarbij lijkt het alsof het jongetje plast. Bij speciale gelegenheden plast hij bier of wijn in plaats van water. Het bronzen beeldje van Duquesnoy werd op een sokkel van zes voet hoog geplaatst. Het goot water in een rechthoekig bekken. Tijdens het bombardement van 1695 werd het beeldje verborgen om op 19 augustus van dat jaar in triomf weer op zijn voetstuk te worden geplaatst. Bij die gelegenheid werd boven zijn hoofd de volgende psalmtekst geplaatst: In petra exaltavit me, et nunc exaltavi caput meum super inimicos meos (De Heer plaatste mij op een stenen sokkel, en vandaag steek ik met mijn hoofd boven mijn vijanden uit). Het beeldje werd al herhaaldelijk door vandalen en grappenmakers van zijn voetstuk gehaald. Omstreeks 1745 ontvoerden Engelse soldaten hem in het geheim, maar de Brusselaars haalden de dieven in Geraardsbergen in dankzij behulpzame burgers van die stad. Als blijk van hun waardering schonken de Brusselaars deze stad een replica van het beeldje. Al is er al sinds 1459 sprake van een Manneken Pis in Geraardsbergen. Te Edingen was er reeds in 1362 een fontein 'Manneken-Pis'. Twee jaar later wilden Franse grenadiers, met de troepen van Lodewijk XV in Brussel beland, het beeldje op hun beurt roven. De bevolking kwam daartegen in opstand en er dreigde een bloedige rel. Toen de koning dit hoorde, gaf hij de opdracht de daders aan te houden. De wrange nasmaak bij dit wangedrag van zijn soldaten, probeerde hij weg te krijgen door Manneken Pis een schitterend tenue te schenken van brokaat, geborduurd met goud. Hij verleende hem bij die gelegenheid ook het Kruis van Lodewijk XIV. In 1770 is het eenvoudige voetstuk vervangen door een ondertussen alweer gerestaureerde nis in hardsteen. Toen het beeldje op 26 juni 1817 verdween, verscheen in een krant volgend gedichtje tot troost van de verbijsterde Brusselaars: Ey lieve meisjes! Staakt geschrei Al koomt gy door dees dievery een zoeten troost te missen; hij zal met nerstig onderzoek nog wel eens koomen uit den hoek om zonder schroom te pissen. In de nacht van 2 op 3 oktober 1817 werd het beeldje gestolen door een gepardonneerde dwangarbeider, genaamd Lycas. Het volk was buitengewoon ongerust. Overal werd gezocht en uiteindelijk vond men de resten van het beeldje onder een berg puin terug. De stukken werden aan elkaar gepast en gebruikt om er een mal van te maken waarin het bronzen beeldje gegoten werd. In 1965 werd het beeldje opnieuw gestolen. Het werd tot net onder de knie afgebroken. Pas acht maanden nadien werd het bovenste stuk in het Brusselse kanaal teruggevonden. Inmiddels was er reeds een nieuw beeld gegoten dat nu nog altijd de nis aan de Stoofstraat siert. Het originele beeld is later terug aan elkaar gezet en is terug te vinden in het Broodhuis op de Grote Markt. Herkomst: Manneken Pis is wereldberoemd vanwege zijn guitige uiterlijk en de legenden die om zijn persoon werden geweven. Een eerste legende verhaalt hoe Brussel werd aangevallen door vijanden, die op een gegeven moment deden alsof ze zich overgaven. In werkelijkheid staken ze echter buskruit onder de stadswallen en wilden ze de stad opblazen. Een klein jongetje, Juliaan genaamd, zou de lont op tijd gezien hebben en die hebben uitgeplast. Zo heeft hij de stad van haar ondergang gered. Een tweede legende vertelt dat een klein manneke zijn behoefte deed tegen de deur van een heks. De heks was woedend en vervloekte het jongetje: om hem te straffen zou het jongetje voor eeuwig en altijd zijn onfatsoenlijke geplas voortzetten. Een brave man die alles had zien gebeuren, verving snel het jongetje door een beeldje om hem te bevrijden van het eeuwige plassen. In een derde verhaal was het feest in Brussel. Ouders raakten hun zoon kwijt in de grote groep mensen. Ze zochten hem dagenlang, en na twee dagen zag de vader de jongen eindelijk terug: het zoontje stond te plassen. De vader was zo gelukkig dat hij zijn zoon terugvond dat hij uit dank een fontein liet maken. Op de fontein plaatste hij het beeld van een plassende jongen. Volgens weer een andere legende zou de jonge hertog Godfried III van Brabant zijn vaderlijk paleis zijn ontvlucht toen hij nog maar zes jaar oud was. Hij slenterde rond in Brussel met een paar kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Dienstboden, die naar hem op zoek waren, vonden hem op de plaats waar zich nu de fontein bevindt. Zoals hij daar toen stond, staat hij er nu nog steeds als standbeeldje. Sommigen zijn echter van mening dat het beeldje is gemaakt naar aanleiding van de slag van Ransbeek, bij Vilvoorde. Toen hertog Godfried III van Brabant twee jaar oud was, stierf zijn vader. Na diens dood verklaarden twee edellieden aan het hof, Walter van Mechelen en Geeraard van Grimbergen van het geslacht Berthout, de jonge hertog de oorlog. De voogden van de jonge hertog vroegen hulp aan de graaf van Vlaanderen. Hij verleende zijn hulp, maar zijn soldaten wilden weten voor wie ze moesten vechten. Daarom werd de kleine aan de soldaten getoond en vervolgens meegenomen naar het slagveld. Daar werd de wieg aan een boomtak gehangen tijdens het gevecht dat drie dagen duurde. Uiteindelijk werden de opstandelingen verslagen. Ook de jonge hertog had zijn aandeel in het geheel. Enkele keren per dag ging hij rechtop staan in zijn wieg en zorgde vervolgens er voor dat zijn straal met kracht over de rand vloog. Om dit heuglijke feit niet te vergeten werd de eik, waaraan de wieg had gehangen, naar Brussel verplaatst en geplant in een straat in het centrum die men de naam "Eikstraat" gaf. Direct naast de boom werd een standbeeld opgericht van een kind dat plassend zijn behoefte doet. Een meer waarschijnlijk verhaal is dat Manneken Pis werd gemaakt als eerbetoon aan de vele leerlooierijen die zich in de omgeving van de Stoofstraat bevonden, en waar men vroeger urine van kleine kinderen gebruikte bij het verwerken van het leer. Het ammoniak in de urine was in de middeleeuwen immers een dankbare grondstof voor kleermakers en leerlooiers, en zou het leer soepeler maken. Garderobe: Het Manneken verkreeg de gunst van koningen en prinsen. Hij werd begiftigd met een rijke voorraad kledingstukken, waarvan de stad de bewaring toevertrouwde aan een kamerheer. Die is ook belast met de aankleding van het Manneken op bijzondere feestdagen. Het Manneken heeft sinds midden jaren zeventig de rasechte Brusselaar Jacques Stroobants als officiële aankleder (toestand 2006), wiens vrouw ongeveer tweehonderd kostuums voor Manneken Pis heeft gemaakt. De uitgebreide garderobe van meer dan 700 kostuums is wereldwijd bekend. Op 4 februari 2017 opende GardeRobe MannekenPis, een nieuw museum gewijd aan de kleerkast van het bekendste beeldje ter wereld. Zo'n 130 van zijn bijna 1.000 kostuums worden er tentoongesteld. Zijn eerste tenue kreeg het Manneke op 1 mei 1698 van de gouverneur der Oostenrijkse Nederlanden, Maximiliaan II Emanuel van Beieren, ter gelegenheid van de feestelijkheden van een van de gilden van Brussel. In het museum is ook het tenue te zien dat koning Lodewijk XV van Frankrijk geschonken heeft. Daarnaast zijn er ook een kledingstuk uit de tijd van Lodewijk XVI, twee galakostuums en een kostuum van oud-strijder van 1830, samengesteld uit een blauwe blouse met sjako, laarzen, riem en tricolore sjaal. In de oude inventarissen van de garderobe van het Manneken, opgesteld rond 1750, wordt melding gemaakt van het bestaan van twee paraplu's; één daarvan opgeborgen in een koperen omhulsel. Nog steeds wordt elke gelegenheid aangegrepen om aan het Manneken een nieuw kostuumpje te kunnen schenken. Deze zijn zo gemaakt dat het jongetje nog wel zijn dagelijkse arbeid kan blijven uitoefenen. Zijn jaslengte is 25 cm, zijn broeklengte 26 cm. Zijn garderobe telt onder andere een Elvis Presley-kostuumpje, voetbaltenues, een Mickey Mouse-outfit en vele andere.
Foto:  LC-DIG-ppmsc-05661 from Library of Congress, Prints and Photographs Division, Photochrom Prints Collection Auteur: Bruxelles_Manneken_Pis.jpg: Myrabella  Foto:ADLB Foto: Pbrundel