© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Annie M.G.Schmidt
Anna Maria Geertruida Schmidt was een Nederlands dichteres en schrijfster van verzen, liedjes, boeken, toneelstukken, musicals en radio- en televisiedrama. Annie M.G. Schmidt werd in Nederland en België beroemd met kinderboeken als Jip en Janneke, Pluk van de Petteflet en Abeltje en kinderversjes als Dikkertje Dap en Het Beertje Pippeloentje. Generaties Nederlanders zijn met haar poëzie en verhalen opgegroeid, waardoor haar werk tot het collectieve geheugen van naoorlogs Nederland is gaan behoren. Ze werkte aanvankelijk als bibliothecaresse in Amsterdam en Vlissingen. Na de Tweede Wereldoorlog werkte ze in 1946 als documentaliste en later, tot 1958, als redactrice bij de Amsterdamse krant Het Parool. In haar periode bij Het Parool werd ze lid van de cabaretgroep De Inktvis, waaraan ook andere Parool-coryfeeën meededen. Annie Schmidt - de tussenletters M.G. waren nodig ter onderscheiding van een andere schrijfster A. Schmidt - schreef in de beginjaren cabaretteksten en -liedjes voor onder anderen Wim Kan, Wim Sonneveld en Conny Stuart. Bekendheid als schrijfster kreeg ze met de hoorspelserie In Holland staat een huis over de Familie Doorsnee. Daarvan werden 91 afleveringen gemaakt in de periode 1952 - 1958. Een bekend liedje hieruit is Ali Cyaankali met muziek van Cor Lemaire, die ook voor de televisieserie Pension Hommeles de muziek schreef. Schmidt was voor die tijd zonder meer een vrije geest, die door de toenmalige volksgeest in Nederland niet altijd begrepen werd. Door de kwaliteit van haar werk had ze daarvan niet veel last. Zo schrok ze er niet voor terug om (voor die tijd) pittige taal te gebruiken. In een hoorspel liet ze iemand zeggen "dat hij die ander een schop onder zijn achterwerk zou geven". De volgende dag regende het opzeggingen en verontwaardigde reacties bij de VARA die het hoorspel had uitgezonden. Schmidt werd te verstaan gegeven dat dit echt niet kon. Door de blijmoedigheid van haar werk bleef ze een publiekslieveling. In 1965 schreef Annie M.G. Schmidt de tekst van de eerste oorspronkelijk Nederlandstalige musical Heerlijk duurt het langst, die 534 voorstellingen zou beleven. Harry Bannink componeerde de muziek. Tussen 1966 en 1968 volgde de inmiddels legendarische televisieserie Ja zuster, nee zuster, weer in nauwe samenwerking met Bannink. Veel meer musicals zouden volgen, waaronder En nu naar bed (1971), Wat een planeet (1973), Foxtrot (1977) en Madam (1981). Tussendoor vestigde Er valt een traan op de tompoes (1980) haar naam als toneelschrijver. Ook de 12-delige televisieserie Pleisterkade 17 had tussen 1975 en 1977 veel succes. Ze was goed bevriend met Fiep Westendorp, die ook al haar Jip en Jannekeboekjes illustreerde. In 1991 stopte ze met schrijven na haar laatste, slecht ontvangen, toneelstuk We hebben samen een paard. Ze was inmiddels vrijwel blind. Na een val in januari 1994 en als gevolg daarvan een heupoperatie en revalidatie, besloot ze een aantal zaken rondom haar levenseinde zelf in de hand te nemen. Ze maakte afspraken met haar huisarts die op de hoogte was van haar ideeën over euthanasie. Schmidt verzocht Harry Bannink de begrafenismuziek te schrijven: "Harry moet een mooie medley maken, met liedjes van hem en mij zoals In een rijtuigie en Op een mooie pinksterdag en dat moet dan in iets klassieks overgaan. Toen ik alles had besproken dacht ik: ik had eigenlijk nu wel een feestje verdiend waar ik wel bij was." In de vroege ochtend na haar 84ste verjaardag maakte ze een einde aan haar leven. Haar familie deelde aanvankelijk mede dat ze een hartstilstand had gehad in haar slaap, pas jaren later werd algemeen bekend dat het om zelfdoding ging. Ze is begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. Al tijdens haar leven verschenen er boeken over haar en maakten biografen plannen voor biografieën. Schmidt hield die aandacht zelf zo veel mogelijk af. Biograaf Hans Vogel kreeg te horen dat hij maar moest wachten tot ze dood was. Niet lang na Schmidt overleed Vogel zelf, waarna zijn boek werd voltooid door Hans van den Bergh. Het kreeg de titel Wacht maar tot ik dood ben en belicht vooral het theaterwerk van Schmidt. Joke Linders, die het boek Doe nooit wat je moeder zegt schreef (over de jeugdliteratuur van Schmidt), kreeg geen medewerking van de erven Schmidt. In 2002 verscheen Anna, een biografie door Annejet van der Zijl. Van der Zijl kreeg volledige medewerking van de erfgenamen Schmidt en haar boek wordt voorlopig dan ook beschouwd als de definitieve biografie. Een zevendelige televisieserie getiteld Annie M.G. is gebaseerd op dit boek en was in 2010 te zien bij de Vlaamse en Nederlandse publieke omroep. In maart 2009 verscheen met medewerking van de zoon van Annie M.G. Schmidt, Flip van Duyn, de geïllustreerde bibliografie Ik krijg zo'n drang van binnen van Marcel Raadgeep. Naast haar zelfstandige publicaties komen ook de bibliofiele uitgaven, de luisterboeken, haar vertalingen, de bladmuziek en de bijdragen aan kranten en tijdschriften aan de orde. Alle beschrijvingen zijn voorzien van illustratiemateriaal in kleur. Ook is er een overzicht van publicaties over de auteur opgenomen. Jip en Janneke Onder de titel Jip en Janneke schreef Annie M.G. Schmidt diverse kinderverhalen. De verhaaltjes, die in de jaren vijftig als wekelijkse afleveringen in het dagblad Het Parool verschenen, gaan over het dagelijks leven van twee buurkinderen: Jip en Janneke. Zij beleven van alles: ze worden jarig, stampen in de regenplassen, gaan op bezoek bij oma, maken een legpuzzel en doen de poppenwas. De hond Takkie en de poes Siepie zijn belangrijke nevenfiguren. Ook hun ouders komen er vaak in voor, in het bijzonder de moeder van Jip. Op 13 september 1952 publiceerde Het Parool het eerste Jip-en-Jannekeverhaal. Het laatste verhaal verscheen op 7 september 1957. Elk Jip-en-Jannekeverhaal werd door Schmidt in luttele minuten geschreven in het rumoerige redactielokaal van Het Parool. Sommige belevenissen van Jip en Janneke zijn gebaseerd op avonturen die Schmidts zoontje Flip en diens buurmeisje daadwerkelijk beleefden. De verhaaltjes werden geïllustreerd door een andere vaste Paroolmedewerkster, Fiep Westendorp. Met het verschijnen van het laatste verhaaltje in 1957 was de geschiedenis van Jip en Janneke niet ten einde. In de jaren 1970 voorzag Fiep Westendorp voor het tijdschrift Bobo alle verhaaltjes van nieuwe tekeningen. Hoewel het hier kleurenillustraties betrof, bleven Jip en Janneke zelf zwart-witfiguurtjes, waardoor het oorspronkelijke karakter van de plaatjes gehandhaafd bleef. Naast de boekjes zijn er nog talrijke andere Jip-en-Jannekeproducten in de handel gebracht. Het startsein voor deze merchandising werd al in 1959 gegeven toen de firma Dehnert & Jansen Jip-en- Jannekegordijnen op de markt bracht. Het assortiment is in de loop der jaren uitgebreid met legpuzzels, pyjama's, melkbekers enz. Op 10 oktober 1992 werd in Zaltbommel een beeld van Jip en Janneke (en Takkie) onthuld door Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp, die in Zaltbommel geboren is. Het beeld is gemaakt door Ton Koops. Na het overlijden van Fiep Westendorp in 2004 zijn haar tekenkamer en meubels aan het Stadskasteel Zaltbommel geschonken, alwaar een vaste expositie over haar leven en werk is. Vanwege de eenvoud van de taal in de boekjes hebben Jip en Janneke hun naam gegeven aan eenvoudig taalgebruik in het algemeen: Jip-en-Janneketaal is bij overheid en bedrijfsleven sinds de jaren negentig een symbool voor heldere, makkelijke taal.
Licentie afbeeldingen Beeld en Geluidwiki (CC BY-SA 3.0) Licentie afbeeldingen Beeld en Geluidwiki (CC BY-SA 3.0) Kunstenaar: Ton Koops. Auteur: Arch (CC0 1.0)

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Annie M.G.Schmidt
Anna Maria Geertruida Schmidt was een Nederlands dichteres en schrijfster van verzen, liedjes, boeken, toneelstukken, musicals en radio- en televisiedrama. Annie M.G. Schmidt werd in Nederland en België beroemd met kinderboeken als Jip en Janneke, Pluk van de Petteflet en Abeltje en kinderversjes als Dikkertje Dap en Het Beertje Pippeloentje. Generaties Nederlanders zijn met haar poëzie en verhalen opgegroeid, waardoor haar werk tot het collectieve geheugen van naoorlogs Nederland is gaan behoren. Ze werkte aanvankelijk als bibliothecaresse in Amsterdam en Vlissingen. Na de Tweede Wereldoorlog werkte ze in 1946 als documentaliste en later, tot 1958, als redactrice bij de Amsterdamse krant Het Parool. In haar periode bij Het Parool werd ze lid van de cabaretgroep De Inktvis, waaraan ook andere Parool-coryfeeën meededen. Annie Schmidt - de tussenletters M.G. waren nodig ter onderscheiding van een andere schrijfster A. Schmidt - schreef in de beginjaren cabaretteksten en -liedjes voor onder anderen Wim Kan, Wim Sonneveld en Conny Stuart. Bekendheid als schrijfster kreeg ze met de hoorspelserie In Holland staat een huis over de Familie Doorsnee. Daarvan werden 91 afleveringen gemaakt in de periode 1952 - 1958. Een bekend liedje hieruit is Ali Cyaankali met muziek van Cor Lemaire, die ook voor de televisieserie Pension Hommeles de muziek schreef. Schmidt was voor die tijd zonder meer een vrije geest, die door de toenmalige volksgeest in Nederland niet altijd begrepen werd. Door de kwaliteit van haar werk had ze daarvan niet veel last. Zo schrok ze er niet voor terug om (voor die tijd) pittige taal te gebruiken. In een hoorspel liet ze iemand zeggen "dat hij die ander een schop onder zijn achterwerk zou geven". De volgende dag regende het opzeggingen en verontwaardigde reacties bij de VARA die het hoorspel had uitgezonden. Schmidt werd te verstaan gegeven dat dit echt niet kon. Door de blijmoedigheid van haar werk bleef ze een publiekslieveling. In 1965 schreef Annie M.G. Schmidt de tekst van de eerste oorspronkelijk Nederlandstalige musical Heerlijk duurt het langst, die 534 voorstellingen zou beleven. Harry Bannink componeerde de muziek. Tussen 1966 en 1968 volgde de inmiddels legendarische televisieserie Ja zuster, nee zuster, weer in nauwe samenwerking met Bannink. Veel meer musicals zouden volgen, waaronder En nu naar bed (1971), Wat een planeet (1973), Foxtrot (1977) en Madam (1981). Tussendoor vestigde Er valt een traan op de tompoes (1980) haar naam als toneelschrijver. Ook de 12-delige televisieserie Pleisterkade 17 had tussen 1975 en 1977 veel succes. Ze was goed bevriend met Fiep Westendorp, die ook al haar Jip en Jannekeboekjes illustreerde. In 1991 stopte ze met schrijven na haar laatste, slecht ontvangen, toneelstuk We hebben samen een paard. Ze was inmiddels vrijwel blind. Na een val in januari 1994 en als gevolg daarvan een heupoperatie en revalidatie, besloot ze een aantal zaken rondom haar levenseinde zelf in de hand te nemen. Ze maakte afspraken met haar huisarts die op de hoogte was van haar ideeën over euthanasie. Schmidt verzocht Harry Bannink de begrafenismuziek te schrijven: "Harry moet een mooie medley maken, met liedjes van hem en mij zoals In een rijtuigie en  Op een mooie pinksterdag en dat moet dan in iets klassieks overgaan. Toen ik alles had besproken dacht ik: ik had eigenlijk nu wel een feestje verdiend waar ik wel bij was." In de vroege ochtend na haar 84ste verjaardag maakte ze een einde aan haar leven. Haar familie deelde aanvankelijk mede dat ze een hartstilstand had gehad in haar slaap, pas jaren later werd algemeen bekend dat het om zelfdoding ging. Ze is begraven op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. Al tijdens haar leven verschenen er boeken over haar en maakten biografen plannen voor biografieën. Schmidt hield die aandacht zelf zo veel mogelijk af. Biograaf Hans Vogel kreeg te horen dat hij maar moest wachten tot ze dood was. Niet lang na Schmidt overleed Vogel zelf, waarna zijn boek werd voltooid door Hans van den Bergh. Het kreeg de titel Wacht maar tot ik dood ben en belicht vooral het theaterwerk van Schmidt. Joke Linders, die het boek Doe nooit wat je moeder zegt schreef (over de jeugdliteratuur van Schmidt), kreeg geen medewerking van de erven Schmidt. In 2002 verscheen Anna, een biografie door Annejet van der Zijl. Van der Zijl kreeg volledige medewerking van de erfgenamen Schmidt en haar boek wordt voorlopig dan ook beschouwd als de definitieve biografie. Een zevendelige televisieserie getiteld Annie M.G. is gebaseerd op dit boek en was in 2010 te zien bij de Vlaamse en Nederlandse publieke omroep. In maart 2009 verscheen met medewerking van de zoon van Annie M.G. Schmidt, Flip van Duyn, de geïllustreerde bibliografie Ik krijg zo'n drang van binnen van Marcel Raadgeep. Naast haar zelfstandige publicaties komen ook de bibliofiele uitgaven, de luisterboeken, haar vertalingen, de bladmuziek en de bijdragen aan kranten en tijdschriften aan de orde. Alle beschrijvingen zijn voorzien van illustratiemateriaal in kleur. Ook is er een overzicht van publicaties over de auteur opgenomen. Jip en Janneke Onder de titel Jip en Janneke schreef Annie M.G. Schmidt diverse kinderverhalen. De verhaaltjes, die in de jaren vijftig als wekelijkse afleveringen in het dagblad Het Parool verschenen, gaan over het dagelijks leven van twee buurkinderen: Jip en Janneke. Zij beleven van alles: ze worden jarig, stampen in de regenplassen, gaan op bezoek bij oma, maken een legpuzzel en doen de poppenwas. De hond Takkie en de poes Siepie zijn belangrijke nevenfiguren. Ook hun ouders komen er vaak in voor, in het bijzonder de moeder van Jip. Op 13 september 1952 publiceerde Het Parool het eerste Jip-en-Jannekeverhaal. Het laatste verhaal verscheen op 7 september 1957. Elk Jip-en-Jannekeverhaal werd door Schmidt in luttele minuten geschreven in het rumoerige redactielokaal van Het Parool. Sommige belevenissen van Jip en Janneke zijn gebaseerd op avonturen die Schmidts zoontje Flip en diens buurmeisje daadwerkelijk beleefden. De verhaaltjes werden geïllustreerd door een andere vaste Paroolmedewerkster, Fiep Westendorp. Met het verschijnen van het laatste verhaaltje in 1957 was de geschiedenis van Jip en Janneke niet ten einde. In de jaren 1970 voorzag Fiep Westendorp voor het tijdschrift Bobo alle verhaaltjes van nieuwe tekeningen. Hoewel het hier kleurenillustraties betrof, bleven Jip en Janneke zelf zwart-witfiguurtjes, waardoor het oorspronkelijke karakter van de plaatjes gehandhaafd bleef. Naast de boekjes zijn er nog talrijke andere Jip- en-Jannekeproducten in de handel gebracht. Het startsein voor deze merchandising werd al in 1959 gegeven toen de firma Dehnert & Jansen Jip-en-Jannekegordijnen op de markt bracht. Het assortiment is in de loop der jaren uitgebreid met legpuzzels, pyjama's, melkbekers enz. Op 10 oktober 1992 werd in Zaltbommel een beeld van Jip en Janneke (en Takkie) onthuld door Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp, die in Zaltbommel geboren is. Het beeld is gemaakt door Ton Koops. Na het overlijden van Fiep Westendorp in 2004 zijn haar tekenkamer en meubels aan het Stadskasteel Zaltbommel geschonken, alwaar een vaste expositie over haar leven en werk is. Vanwege de eenvoud van de taal in de boekjes hebben Jip en Janneke hun naam gegeven aan eenvoudig taalgebruik in het algemeen: Jip-en- Janneketaal is bij overheid en bedrijfsleven sinds de jaren negentig een symbool voor heldere, makkelijke taal.
Licentie afbeeldingen Beeld en Geluidwiki (CC BY-SA 3.0) Licentie afbeeldingen Beeld en Geluidwiki (CC BY-SA 3.0) Kunstenaar: Ton Koops. Auteur: Arch (CC0 1.0)