© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
 Algemeen kiesrecht - Mensenrechten (slot)
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (afgekort; UVRM) is een verklaring die is aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1948, om de basisrechten van de mens, ook wel grondrechten, te omschrijven. De UVRM is tot op heden van grote betekenis als algemene morele en juridische standaard, als vaak gebruikte bron voor een nieuwe internationaal verdrag of een nationale grondwet, en als basis van het werk van mensenrechtenactivisten en -organisaties. De UVRM richt zich niet alleen op staten, maar op individuen en 'organen’. Daaronder vallen bijvoorbeeld ook bedrijven. Volgens de UVRM moeten die organen 'ernaar streven door onderwijs en opvoeding' de mensenrechten te bevorderen en 'door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen'. Het gaat dus om een plicht tot zowel educatie als daadwerkelijke maatregelen. Voortgaande bewustwording: De UVRM wordt nog steeds aangehaald door wetenschappers, advocaten en grondwettelijke rechtbanken. Internationale rechters debatteren geregeld over de vraag of onderdelen van de verklaring overeenkomen met de gebruikelijke internationale wetgeving. De meningen zijn wereldwijd verdeeld over deze vraag, vanaf een enkel onderdeel tot aan de gehele verklaring. Vooral niet-westerse landen die ten tijde van het opstellen van de verklaring nog onder koloniaal bestuur stonden, hebben het universele karakter van de UVRM betwist. Onder de rechten vallen de 'niet-opschortbare' rechten, rechten die volgens internationale verdragen ook ten tijde van een noodtoestand niet mogen worden opgeheven. Dat zijn de rechten op leven, vrijheid van geweten en religie, erkenning als persoon voor de wet (habeas corpus), vrijwaring van marteling en wrede behandeling, vrijwaring van gevangenneming wegens schulden, en vrijwaring van tweemaal bestraffing voor hetzelfde misdrijf (ne bis in idem). Het recht op vrijheid van meningsuiting omvat de vrijheid ‘inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen en ongeacht de vorm’. Wel kunnen, zoals VN-verdragen aangeven, beperkingen worden aangebracht door de wet, om de rechten van anderen of de openbare orde te beschermen. Zo is bijvoorbeeld het oproepen tot racisme en andere haatspraak verboden volgens het VN-Verdrag tegen rassendiscriminatie uit 1965. Een ander VN-verdrag verbiedt propaganda voor het beginnen van een oorlog. Vrijheid van vereniging, participatierechten houdt in: men mag zich vrijelijk verenigen en zich bij een vakbond aansluiten, behoudens beperkingen zoals die van de openbare orde en andere 'die in een democratische samenleving nodig zijn'. Dergelijke beperkingen worden, ook in westerse democratieën, nogal eens opgelegd aan het recht op staking (bijvoorbeeld dat van ambtenaren of militairen) en aan het oprichten van bepaalde politieke partijen (als ze extreme ideeën verkondigen of zich schuldig maken aan haatspraak). De participatierechten in de UVRM zijn de rechten op deelname aan het bestuur van een land, het recht te kiezen en gekozen te worden in algemene geheime verkiezingen, en gelijke rechten op openbare functies. Andere bepalingen in deze categorie zijn het gelijke kiesrecht voor man en vrouw en het recht op een nationaliteit. Van de rechten van de arrestant, beklaagde en gevangene is het belangrijkste het recht op een eerlijke rechtszaak. Verbod op willekeurige arrestatie. Onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak, en het recht voor onschuldig te worden gehouden tot schuld is bewezen. In latere verdragen zijn meer details uitgewerkt. Zo zijn toegevoegd de rechten op berechting op redelijke termijn, op rechtsbijstand, op gelegenheid en tijd tot het voorbereiden van een verdediging, en op de mogelijkheid tot beroep en gratie. In de diverse VN-verklaringen worden uitgebreide opsommingen gegeven voor het welzijn van gevangenen. Mensen hebben het recht hun land te verlaten en er terug te keren. Vluchtelingen hebben recht op bescherming tegen refoulement, dat wil zeggen terugzending naar een land waar men vervolgd wordt. Ze hebben het recht politiek asiel 'te zoeken en te genieten'. Rechten zoals die op werk, beloning, sociale zekerheid, onderwijs, huisvesting, rechtshulp en medische verzorging, in totaal zo’n twintig verschillende rechten. Daaronder zijn ook het recht op bescherming tegen werkloosheid, op gratis en verplicht onderwijs en op 'rust en vakanties met behoud van loon'.
Terug vorige pagina Geneeskunde Terug vorige pagina Geneeskunde

   © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas 

Algemeen kiesrecht - Mensenrechten (slot)
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (afgekort; UVRM) is een verklaring die is aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1948, om de basisrechten van de mens, ook wel grondrechten, te omschrijven. De UVRM is tot op heden van grote betekenis als algemene morele en juridische standaard, als vaak gebruikte bron voor een nieuwe internationaal verdrag of een nationale grondwet, en als basis van het werk van mensenrechtenactivisten en -organisaties. De UVRM richt zich niet alleen op staten, maar op individuen en 'organen’. Daaronder vallen bijvoorbeeld ook bedrijven. Volgens de UVRM moeten die organen 'ernaar streven door onderwijs en opvoeding' de mensenrechten te bevorderen en 'door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen'. Het gaat dus om een plicht tot zowel educatie als daadwerkelijke maatregelen. Voortgaande bewustwording: De UVRM wordt nog steeds aangehaald door wetenschappers, advocaten en grondwettelijke rechtbanken. Internationale rechters debatteren geregeld over de vraag of onderdelen van de verklaring overeenkomen met de gebruikelijke internationale wetgeving. De meningen zijn wereldwijd verdeeld over deze vraag, vanaf een enkel onderdeel tot aan de gehele verklaring. Vooral niet-westerse landen die ten tijde van het opstellen van de verklaring nog onder koloniaal bestuur stonden, hebben het universele karakter van de UVRM betwist. Onder de rechten vallen de 'niet-opschortbare' rechten, rechten die volgens internationale verdragen ook ten tijde van een noodtoestand niet mogen worden opgeheven. Dat zijn de rechten op leven, vrijheid van geweten en religie, erkenning als persoon voor de wet (habeas corpus), vrijwaring van marteling en wrede behandeling, vrijwaring van gevangenneming wegens schulden, en vrijwaring van tweemaal bestraffing voor hetzelfde misdrijf (ne bis in idem). Het recht op vrijheid van meningsuiting omvat de vrijheid ‘inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen en ongeacht de vorm’. Wel kunnen, zoals VN-verdragen aangeven, beperkingen worden aangebracht door de wet, om de rechten van anderen of de openbare orde te beschermen. Zo is bijvoorbeeld het oproepen tot racisme en andere haatspraak verboden volgens het VN- Verdrag tegen rassendiscriminatie uit 1965. Een ander VN-verdrag verbiedt propaganda voor het beginnen van een oorlog. Vrijheid van vereniging, participatierechten houdt in: men mag zich vrijelijk verenigen en zich bij een vakbond aansluiten, behoudens beperkingen zoals die van de openbare orde en andere 'die in een democratische samenleving nodig zijn'. Dergelijke beperkingen worden, ook in westerse democratieën, nogal eens opgelegd aan het recht op staking (bijvoorbeeld dat van ambtenaren of militairen) en aan het oprichten van bepaalde politieke partijen (als ze extreme ideeën verkondigen of zich schuldig maken aan haatspraak). De participatierechten in de UVRM zijn de rechten op deelname aan het bestuur van een land, het recht te kiezen en gekozen te worden in algemene geheime verkiezingen, en gelijke rechten op openbare functies. Andere bepalingen in deze categorie zijn het gelijke kiesrecht voor man en vrouw en het recht op een nationaliteit. Van de rechten van de arrestant, beklaagde en gevangene is het belangrijkste het recht op een eerlijke rechtszaak. Verbod op willekeurige arrestatie. Onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak, en het recht voor onschuldig te worden gehouden tot schuld is bewezen. In latere verdragen zijn meer details uitgewerkt. Zo zijn toegevoegd de rechten op berechting op redelijke termijn, op rechtsbijstand, op gelegenheid en tijd tot het voorbereiden van een verdediging, en op de mogelijkheid tot beroep en gratie. In de diverse VN-verklaringen worden uitgebreide opsommingen gegeven voor het welzijn van gevangenen. Mensen hebben het recht hun land te verlaten en er terug te keren. Vluchtelingen hebben recht op bescherming tegen refoulement, dat wil zeggen terugzending naar een land waar men vervolgd wordt. Ze hebben het recht politiek asiel 'te zoeken en te genieten'. Rechten zoals die op werk, beloning, sociale zekerheid, onderwijs, huisvesting, rechtshulp en medische verzorging, in totaal zo’n twintig verschillende rechten. Daaronder zijn ook het recht op bescherming tegen werkloosheid, op gratis en verplicht onderwijs en op 'rust en vakanties met behoud van loon'.