App Nederland Geschiedenis NL

de Hanze - de Kogge

De Duitse Hanze is echter veruit de belangrijkste en bekendste, en wordt vaak kortweg de Hanze genoemd. Deze vormde zich om van koopliedenassociatie tot stedenverbond, en bestond op het hoogtepunt uit ca. 200 steden, van Londen tot Novgorod. Ongeveer 70 steden namen volledig deel terwijl de overigen associatieverdragen sloten. De Hanze probeerde door uitschakeling van concurrenten en onderdrukking van opkomende handelscentra een monopoliepositie te verwerven in het handelsverkeer: opkopen in productiegebieden, vervoeren, en verkopen in afzetgebieden van met name metalen, granen, hout, huiden, wol, wijn, zout en kruiden. Daarnaast verwierf zij het recht van stapel in de havens waar deze producten voor verscheping en ontscheping werden verzameld en opgeslagen. Het monopoliestreven leidde tot conflicten met Vlaamse, Engelse en Schotse handelaren.

De Hanzesteden dreven handel in het gebied van de Oostzee en de Noordzee. Het hoofddoel van de samenwerking was om een handelsmonopolie in Scandinavië te veroveren en handelsprivileges in de rest van Europa te verwerven. Door gezamenlijk te reizen en te handelen konden de gemeenschappelijke belangen beter worden verdedigd. Bovendien was het veiliger. De grote Hanzesteden, Gemeene of Principaalsteden genoemd, zochten voor de handel contact met kleinere dorpen en steden in hun achterland. Deze plaatsen waren de Bijsteden.

In het huidige Nederland waren het vooral steden in het noorden en oosten die tot de Hanze toetraden. Deze stonden onder het landsheerlijk gezag van leenmannen van de Duitse keizer; de bisschop van Utrecht (Sticht en Oversticht) en de hertog van Gelre. De Overstichtse steden Kampen, Zwolle, Hasselt, Groningen, Deventer, en de Gelderse steden Zutphen, Tiel, Harderwijk en Nijmegen waren de belangrijkste ervan. Uit geschreven bronnen afkomstig van de Hanzedagen blijkt dat er ook andere steden uit Gelre tijdelijk tot de Hanze hebben behoord, zoals Doesburg, Arnhem en Hattem. Ook veel Friese steden traden tot de Hanze toe. Er traden slechts enkele Hollandse (Amsterdam) en Zeeuwse (Zierikzee) steden tot de Hanze toe. Al deze steden vielen onder het Westerkwartier van de Hanze, daarvan was Keulen de hoofdstad.

Lübeck werd een basis voor handelaars uit Saksen en Westfalen, die zich oost- en noordwaarts verspreidden. Ruim voordat het woord Hanze in een document uit 1267 werd genoemd, werden er al gilden (of Hansa) gevormd, met handel met overzeese steden als doel, voornamelijk in de steden in het minder ontwikkelde oostelijke Oostzeegebied waar hout, was, barnsteen, hars, huiden en zelfs rogge en meel uit het achterland naar de havens werd getransporteerd. Deze steden zorgden voor hun eigen beveiliging in vorm van troepen die op de handelsschepen meevoeren. De verschillende hanzesteden kwamen elkaar te hulp met deze troepen.

In de Oostzee was de hoofdstad van Gotland, Visby, de spin in het web, nog vóór de Hanze. De Duitsers voeren ruim honderd jaar onder de Gotlandse vlag naar Novgorod, waar de handelaren uit Visby een handelspost hadden gesticht, de Gotenhof. Omdat het aantal handelaren toenam, stichtten de Gotlanders een eigen handelspost voor de Duitse handelaren, de Peterhof, die later een van de hanzekantoren werd. Voor de oprichting van de Hanze in 1356, kwam het woord Hanze niet voor in het Oostzeegebied. De Gotlanders gebruikten het woord varjag.

De Hanzegenootschappen lobbyden voor het verminderen van handelsbelemmeringen voor hun leden. Zo wisten de handelaren van de Hanzestad Keulen koning Hendrik II van Engeland over te halen om geen tol te heffen voor Londen. Zo verkregen ze vrije handel in Engeland. De "Koningin van de Hanze", Lübeck, waar handelaren goederen tussen de Noord- en Oostzee transporteerden, werd in 1227 een vrije rijksstad.

In 1241 vormde Lübeck, de stad die toegang had tot de viswateren in de Noord- en Oostzee, een alliantie met Hamburg, dat de zoutroutes uit Lüneburg beheerde. Deze geallieerde steden verkregen de macht over de vishandel, voornamelijk op de vismarkt van Skåne. Keulen voegde zich bij hen na de algemene vergadering in 1260. Hendrik III van Engeland gaf de Hanze van Lübeck en Hamburg toestemming om in Engeland handel te drijven. Nadat Keulen zich in 1282 ook hierbij had gevoegd, ontstond de machtige Hanzekolonie in Londen. De grootste impuls voor deze samenwerking kwam door het zwakke centrale gezag van de Duitse vorsten, die faalden in het beschermen van de handel. In de daaropvolgende 50 jaar ontstond de Hanze door formele overeenstemmingen van verbonden en samenwerking, die de westelijke en oostelijke handelsroutes omvatten. Lübeck bleef de hoeksteen en bij de eerste algemene vergadering van de Hanze, kreeg de Hanze haar officiële structuur en was de oprichting een feit.

De Hanze werd nooit een strak georganiseerd samenwerkingsverband. Vertegenwoordigers van de verschillende Hanzesteden spraken vanaf 1356 onregelmatig in Lübeck af voor een algemene vergadering, de Hanzedag.

Nieuwe hanzekantoren werden gesticht in Brugge (Vlaanderen), Bergen (Noorwegen) en Londen (Engeland). Deze handelsposten groeiden uit tot belangrijke enclaves. Het Londense kantoor, gesticht in 1320, was ten westen van de London Bridge gevestigd, nabij Upper Thames Street (op dit perceel staat nu Station Cannon Street). Na verloop van tijd groeide het kantoor uit tot een ommuurde gemeenschap met eigen pakhuis, waag, kerk, kantoren en huizen, wat de schaal van de activiteiten goed weergeeft. De eerste referentie naar het gebied als Stalhof stamt uit 1422.

Naast de hanzekantoren waren er ook individuele Hanzehavens die elk hun eigen afgevaardigde handelaar en pakhuis hadden. Voorbeelden hiervan in Engeland zijn Boston, Bristol en Bishop's Lynn (nu King's Lynn), waar het enige overgebleven Hanzepakhuis van Engeland te vinden is.

In de veertiende eeuw bereikte de Hanze een hoogtepunt als samenwerkingsverbanden van kooplieden rond Lübeck, Westfalen, Saksen, en het gebied van de Baltische Duitse Orde. Deze Duitse Hanze werd voor het eerst in 1343 formeel genoemd in een oorkonde van de Zweedse koning Magnus II.

Vanaf de eerste algemene vergadering in Lübeck in 1356 was er sprake van een verbond van steden in plaats van onafhankelijke handelaren. Inofficieel leider van de Hanze was Lübeck. Daarnaast waren Hamburg, Brunswijk, Keulen, Dortmund, Brugge, Kopenhagen, Bergen (Noorwegen), Danzig, Riga en Reval (nu Tallinn) belangrijke Hanzeatische centra.

De Hanze als stedenverbond was allereerst een teken van de opkomende macht van de steden in Noord-Europa die inzagen dat ze hun eigen belangen nog beter gezamenlijk met andere steden konden behartigen. Daarbij zochten ze dus niet hun heil bij hun afzonderlijke landsheren. Daarmee is dit tevens een teken dat de Duitse keizer en ook de Deense (inclusief Noorwegen), Zweedse en Engelse koningen en hun leenmannen aanvankelijk hier weinig gezag tegenover konden en wisten te stellen.

In Vlaanderen en Engeland handelde de Hanze voornamelijk in hout, huiden, hars, vlas, honing, meel en rogge, terwijl linnen en gefabriceerde goederen de andere kant op gingen. Ertsen, voornamelijk koper en ijzer, en haring kwamen uit Zweden.

Het hoogtij van de Hanze viel in het midden van de vijftiende eeuw. Het gebied van de Hanze strekte zich toen uit van de mondingen van de Rijn en Maas in het zuiden, bijvoorbeeld de Engelse steden Norwich en Hull in het westen, tot ver in Finland in het noorden, en Reval (Tallinn) in het oosten. De Hanze had een losse structuur, maar de leden deelden enkele karakteristieken. Zo waren de meeste Hanzesteden onafhankelijk begonnen of werden ze onafhankelijk door de collectieve onderhandelingskracht van de Hanze. Die onafhankelijkheid kende wel grenzen: de vrije rijkssteden moesten trouw zijn aan het Heilige Roomse Rijk, zonder banden met de lokale adel.

Een andere overeenkomst was de strategische locaties van de steden langs de verschillende handelsroutes. Op het hoogtepunt van hun macht wisten de handelaren van de Hanze met hun economische invloed, en soms militair machtsvertoon, het beleid van het rijk te beïnvloeden.

Ook overzee was de Hanze machtig. Tussen 1368 en 1370 wisten Hanzeschepen middels een alliantie van verschillende Hanzesteden in een gevecht tegen de Denen 15 procent van de winst uit Deense handel te bemachtigen en daarmee effectief een monopolie in Scandinavië te bewerkstelligen. Koning Waldemar IV van Denemarken probeerde later het door de Hanze veroverde gebied terug te krijgen, maar overleed tijdens zijn poging Zuid-Jutland terug te winnen. Ook voerde de Hanze een campagne tegen piraterij. Hanzeschepen liepen tussen 1392 en 1440 gevaar door aanvallen van piraten, eufemistisch de Victualiënbroeders (of Vitaliënbroeders) genoemd, huurlingen van Albrecht van Mecklenburg tegen koningin Margaretha I van Denemarken. Handelaren uit Amsterdam wisten met de Hollands-Wendische Oorlog (1438-41) vrije toegang tot de Oostzee te bewerkstelligen en braken het monopolie van de Hanze. De Hanze bouwde vuurtorens en leidde loodsen op om hun investeringen in de handel te beschermen.

Exclusieve handelsroutes hielden ook vaak nadelen in voor de handelaren. Zo beperkten de meeste buitenlandse steden de Hanzehandelaren tot specifieke gebieden en hun eigen handelsposten. Ze spraken zelden tot nooit de lokale bevolking, behalve bij de uiteindelijke onderhandelingen. Bovendien waren veel mensen, zowel handelaren als de adel, jaloers op de macht van de Hanze. Zo voerden de lokale handelaren in Londen constante druk uit om de privileges van de Hanze in te perken. De weigering van de Hanze om wederzijdse regelingen aan te gaan verhoogde deze spanning. Ondanks zijn vijandigheid bevestigde Eduard IV van Engeland toch de privileges van de Hanze in de Vrede van Utrecht (1474), dit kwam mede door de aanzienlijke financiële bijdrage van de Hanze voor de Yorkse zijde in de Rozenoorlogen. In 1597, een eeuw later, verbande Elizabeth I van Engeland de Hanze uit Londen waarna de Stalhof een jaar later sloot. Het bestaan van de Hanze en haar privileges en monopolies zorgde voor economische en sociale spanningen die vaak resulteerden in rivaliteit tussen de verschillende leden.

Aan het begin van de zestiende eeuw had de Hanze een zwakkere positie dan zij ooit had gehad. Allereerst door de versterkte concurrentie van handelaren uit Holland, Zeeland en Engeland. Daarnaast nam vanaf het einde van de vijftiende eeuw het centraal landsgezag sterk toe. De opkomst van het Zweedse Rijk zorgde ervoor dat de Hanze de controle over het Baltische gebied kwijtraakte. Denemarken had zijn handel weer in eigen beheer, het hanzekantoor in Novgorod was gesloten en dat in Brugge was verplaatst naar Antwerpen. De individuele steden waar de Hanze uit bestond, stelden inmiddels hun eigen belang boven dat van de Hanze. De politieke macht van de Duitse vorsten bleef groeien, waardoor de onafhankelijkheid van de koopmannen in de Hanzesteden werd beperkt.

Tegen het einde van de zestiende eeuw stortte de Hanze in en kon zij niet langer omgaan met haar interne strijd, de sociale en politieke veranderingen die de Reformatie met zich meebracht, de opkomst van de Hollandse en Engelse koopmannen en de vijandelijke aanval van het Ottomaanse Rijk op haar handelsroutes en op het Heilige Roomse Rijk zelf.

Het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) was de genadeklap. Deze oorlog veroorzaakte zeer grote chaos in grote delen van het Duitse rijk. Met name Zweden, Rusland en Polen wisten hierdoor hun macht via vaak verwoestende gewapende campagnes sterk uit te breiden ten koste van de vrije Baltische Hanzesteden als bijvoorbeeld Danzig, Riga en Reval (Tallinn). Op de laatste Hanzedag in 1669 meldden zich maar negen steden en aan het definitieve einde van de Hanze in 1862 waren nog maar drie steden lid (Lübeck, Hamburg en Bremen).

Trots op verleden Hanze

Ondanks de ondergang zijn er nog steeds steden die trots zijn op hun verbintenis met de Hanze. De Nederlandse steden Zwolle, Kampen, Deventer, Zutphen, Harderwijk, Oldenzaal, Groningen en de Duitse steden Bremen, Demmin, Greifswald, Hamburg, Rostock, Lübeck, Lüneburg , Stralsund en Wismar noemen zichzelf nog steeds "Hanzestad". Lübeck, Hamburg en Bremen staan zelfs nog steeds officieel te boek als "vrije en Hanzesteden". Rostocks voetbalvereniging heet dan ook F.C. Hansa Rostock. Voor Lübeck bleek deze connectie met de Hanze zelfs in de twintigste eeuw nog belangrijk. In 1937 namen de nazi's de stad Lübeck het Hanzeprivilege af toen de senaat van Lübeck weigerde Adolf Hitler toestemming te geven in hun stad te spreken tijdens zijn verkiezingscampagne. Hij verplaatste zijn speech naar Bad Schwartau, een klein dorp bij Lübeck. Tijdens zijn speech refereerde hij aan Lübeck als "een klein dorp vlak bij Bad Schwartau".

Betaalmiddel

Door de evolutie van de economie, mede door de Hanze, kwam er vraag naar een beter, veiliger en gestandaardiseerd betaalmiddel. Nadat in de 12e eeuw de goudhandel met de Arabische wereld op gang was gekomen, begonnen Italiaanse handelaars goudstukken te slaan. Met deze goudstukken waren grotere transacties mogelijk, met name omdat het vertrouwen in de waarde van het zilvergeld onder druk stond. Bij het gewone volk bleven de kleine zilverstukken populair; de muntheren voegden daarom steeds meer andere metalen aan het zilver toe waardoor ze meer muntstukken konden slaan, maar ook de waarde onduidelijk werd en afnam. Soms werd er dermate veel 'exotisch' metaal toegevoegd dat de munt zwart werd (daar zou de uitdrukking zwart geld vandaan komen).

Doordat er nu veel verschillende soorten, maten en waardes van de verschillende muntstukken door elkaar circuleerden ontstonden er grote boekhoudkundige problemen voor de Hanzesteden. Als oplossing werd een soort wisselkoers bedacht, waarbij de waarde van het aangeboden geld werd gerelateerd aan een 'rekenmunt'. Een andere oplossing was het opstellen van een notariële overeenkomst die een combinatie van een lening en een wissel was. Deze wisselbrieven waren overdraagbaar wat betekende dat ze een ideaal betaalmiddel waren voor de internationale handel. De wisselbrieven zorgden voor de oprichting van banken en waren de voorlopers van de huidige cheque en het papiergeld.

Dit gestandaardiseerde betaalmiddel werd echter weinig gebruikt. In de vijftiende eeuw ontstond er een tekort aan edelmetalen. Deze belemmeringen van de handel droegen mede bij aan de ondergang van de Hanze.

Schepen van de Hanze - de Kogge Omdat een groot deel van de handel over zee werd getransporteerd waren er verschillende schepen in dienst van de Hanzesteden. Speciaal voor het vervoer van goederen is hiervoor onder andere een nieuw scheepstype ontworpen, de kogge. Een kogge heeft een groot laadruim van ca. 200 ton en is gebaseerd op een knarr. Wanneer een schip vis naar Frankrijk had gebracht, nam het zout mee terug om op de thuisbasis weer vis mee te kunnen pekelen, zo ging er geen laadruimte verloren. Om de handel te beschermen waren er ook enkele oorlogsschepen in dienst.

Adler von Lübeck

Zoals de naam al doet vermoeden was dit zestiende-eeuwse oorlogsschip in dienst van de Hanzestad Lübeck. Het was destijds het grootste schip ter wereld met zijn lengte van 78,30 meter en waterverplaatsing van ca. 2000 ton. Het schip werd ook wel Der Große Adler of Lübscher Adler genoemd.

Het schip werd gebouwd tijdens de Zevenjarige Oorlog om de handel van de Hanze op de Noord- en Oostzee te beschermen. Het schip is nooit in actie gekomen omdat de vredesonderhandelingen tussen Lübeck en Zweden al in volle gang waren toen het schip werd voltooid. Na het Verdrag van Stettin (Szczecin) (1570), die de Zevenjarige Oorlog beëindigde, is de Adler omgebouwd voor het vervoer van goederen. In 1588 is het schip uiteindelijk ontmanteld.

Peter von Danzig

De Peter von Danzig, ook wel Dat grote Kraweel genoemd, was de eerste grote karveel in de Oostzee ten tijde van de Hanze.

Het schip werd aan de Franse westkust gebouwd als Pierre de la Rochelle en vervoerde zeezout van de Atlantische Oceaan naar Danzig alwaar het in 1462 door een storm ernstig beschadigd arriveerde. Daardoor lag het schip een tijd lang in de haven om uiteindelijk, vanwege de oorlog tegen Engeland, omgebouwd te worden tot oorlogsschip.

Onder leiding van kapitein Paul Beneke maakte het schip, met een kaperbrief, tussen 1471 en 1473 jacht op Engelse koopvaarders. Na de Vrede van Utrecht (1474) werd het nog gebruikt voor enkele handelsreizen om uiteindelijk aan het eind van het decennium ontmanteld te worden.

Bunte Kuh

De Bunte Kuh was een vermoedelijk in Vlaanderen gebouwde kogge. Het schip, in 1401 het grootste schip van de Hanze, leidde de klopjacht op zeerover Klaus Störtebeker. Met succes, Störtebeker werd in datzelfde jaar in Hamburg onthoofd.

Hanzekantoren

Een hanzekantoor (Duits: Hansekontor of kortweg Kontor, van het Franse comptoir, "handelspost") was in de middeleeuwen een vestiging van Hanzekooplieden in het buitenland.

In het Duits werd het begrip Kontor voor het eerst in de 16e eeuw gebruikt. Daarvoor werd van Haus of Hof gesproken. Zo heette het hanzekantoor van Novgorod Peterhof. De naam kontor werd tot in de 19e en de 20e eeuw zeer vaak voor kantoren van kooplieden gebruikt. Het hedendaagse Duitse woord voor kantoor is Büro, maar met name in oude Hanzesteden zijn er nog traditionele bedrijven die het woord Kontor gebruiken.

Hanzekantoren bouwden een (kooplieden-)stad in de stad en hadden vanaf het begin een eigen rechtspraak. Zo kozen de kooplieden van een hanzekantoor zogenaamde Ältermänner (ook comes hansae, Oldermann of Aldermann), die het toezicht over de kooplieden van het kantoor hadden. Later werden de statuten en reglementen van de hanzekantoren vooral centraal in Lübeck geregeld.

Naast talloze andere handelsposten (de zo genoemde factorijen) had de Hanze vier hanzekantoren. Dit waren:

het Hanzekantoor van Brugge (later verplaatst naar Antwerpen)

Tyskebrygge in Bergen

Peterhof in Novgorod

Stalhof in Londen

Tyskebrygge is het enige bewaard gebleven hanzekantoor.

De Novgoroder Schra is de enige volledig bewaarde verzameling bepalingen over de interne reglementen van de vier hanzekantoren.

Hanzevlaggen

Onder Hanzevlaggen verstaat men de banieren van de Hanzesteden, die sinds de 13e eeuw aan de Koggen en andere schepen van de Hanze werden aangebracht. Een voorbeeld hiervan is te zien op een zegel uit Elbing (Duitsland) uit 1350.

In eerste instantie gebruikte de Hanze egaalrode gonfalones voor haar schepen, die aan een mast met een kruis op de top werden bevestigd als teken voor de bescherming van de koning. Rood was ook de kleur van de Deense schepen; de Engelsen (die later het Sint-Joriskruis invoerden) gebruikten waarschijnlijk wit. Sinds de tweede helft van de 13e eeuw gingen de Hanzesteden ter onderscheiding onderling verschillende (meestal wit-rode) banieren gebruiken. De banieren werden meestal in verschillende vlakken verdeeld en er werden eenvoudige symbolen (zoals kruizen) op geplaatst. De rode gonfalon aan de mast bleef bestaan.

Als de oudste Hanzevlaggen geldt de egaalrode van Hamburg. Andere steden die eigen Hanzevlaggen hadden, waren onder meer Riga, Lübeck (13e eeuw), Stralsund, Elbing, Gdańsk (Danzig), Bremen, Rostock (14e eeuw), Koningsbergen, Wismar en Stettin (15e eeuw). Op deze banieren zijn veel huidige stadwapens en -vlaggen gebaseerd. Daarbij wordt ook rood met blauw en wit met geel gebruikt.

Er was ook een wimpel voor aan de scheepsmast, de zogeheten "Hanzewimpel". De bovenste helft hiervan was wit (zilver), de onderste rood.

Een hanze of hanza ('groep, schare of gevolg' als van het Oudhoogduits hansa) was een samenwerkingsverband van handelaren en steden tijdens de middeleeuwen. Door samenwerking probeerden ze hun handel te beschermen en uit te breiden. Vanaf het midden van de twaalfde eeuw ontstonden rond de Noord- en Oostzee samenwerkingsverbanden van Duitse kooplieden, parallel aan het systeem van de Italiaanse handelsnederzettingen, maar veel bescheidener van omvang. Het Zweedse eiland Gotland was aanvankelijk het centrum waar handel met lokale handelaren werd gedreven door kooplieden uit Denemarken, Lübeck en later Westfalen. Van Gotland uit werd ook handel gedreven met Engeland, Vlaanderen en Novgorod, dat al in 1190 een Duitse vestiging had.

Ter bescherming werden er aanvankelijk kleine en later steeds grotere samenwerkingsverbanden gevormd, waarvan sommige gilde werden genoemd en andere Hanze, zoals de Vlaamse Hanze van Londen en de Hanze der XVII steden voor de handel op de jaarmarkten van de Champagne. Van oorsprong bestond de Hanze voornamelijk uit Duitse steden rond de Oostzee. Later traden ook Nederlandse steden toe. Het verbond bestond uit steden in het huidige België, Nederland, Duitsland, Polen, Noorwegen, Zweden en de Baltische staten, met tijdens de hoogtijdagen uitlopers naar Engeland in het westen en Finland en Rusland naar het oosten.

Hanzesteden in Nederland

Dit is een regionaal gestructureerde lijst naar Dollinger van steden alwaar kooplieden tussen de 14e en 16e eeuw Hanzevoorrecht werd verleend (een deel slechts kort) in Nederland.

Over het hele wereldhanzegebied, werd door ongeveer 70 van de circa 200 daarin genoemde steden een actief Hanzebeleid bedreven. De meerderheid van de Hanzesteden liet zich (zoals in de Hanzedagen) door een grotere naburige stad vertegenwoordigen.

Groningen, Nijmegen, Roermond, Tiel, Venlo, Zaltbommel, Arnhem, Bolsward, Deventer, Doesburg, Elburg, Harlingen, Harderwijk, Hasselt, Overijssel, Hattem, Hindeloopen, Kampen, Oldenzaal, Ommen, Rijssen, Stavoren, Zutphen, Zwolle.

Tussen de 14e en 16e eeuw, niet alle steden traden op hetzelfde moment toe.


Hanzevlag van Elbing. TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Nederlandstalige kaart van de verschillende grote en kleine Hanzesteden en de handelsroutes (15 van de 24).

Auteur: Doc Brown eigen werk (own work) + Base map from: File:Europein1328.png by Afterword.

Reconstructie Kampener Kogge, hier te zien in de Bremerhaven, Duitsland, 2008.

Foto: Garitzko

R Vier nagebouwde Kogge in Hamburg, Duitsland, bij het havenfeest 2007.

Foto: Dr. Karl-Heinz Hochhaus

Hanzeschepen uit de 14e en 15e eeuw.           1 and 3, Cologne ships of the year 1400.   2, Wismar ship   4, Lübeck ship.   5. Danzig ship.   6, Elbing ship.

Bron: H.F. Helmolt, History of the World, Volume VII, Dodd Mead 1902. Plate between pages 32 and 33. Credited as "Original Drawings by Willy Stöwer"

Opgegraven scheepsarcheologie: Hansekogge uit 1380 in scheepsmuseum DSM, Bremerhaven.

photo taken by de:User: Uwe H. Friese in 2002

Català: Presentatie van een commercieel gereconstrueerde middeleeuwse Kogge,

Museum Soler Blasco de Xàbia. Foto: Joanbanjo

Kamper Kogge, replica van een wrak uit 1336, gebouwd te Kampen tussen 1994 en 1998.

Auteur: Arch at nds-nl.wikipedia

Afbeelding van een Kogge op een zegel in de stad Stralsund.

Bewerking: Herrick (bookscan)

Zegel van de stad Elbing in 1350. Op het zegel het schip, een kogge, met hanzevlaggen.

Lübeckse gulden uit 1341.

Foto:  Saharadesertfox

Een Lüneburgse Wendentaler uit 1541.

Bookscan by Herrick.

Een Wismarse Witte uit 1379.

Classical Numismatic Group, Inc. http://www.cngcoins.com.

De Lübische Mark, een standaardbetaalmiddel in de Wendische Hanzesteden.

Foto: Sebastian Sonntag. Own Photo, Ausstellungsstück im Museum für Hamburgische Geschichte: http://www.hamburgmuseum.de/

Beeldenstorm


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.