App Nederland Geschiedenis NL

Bonifatius en het gouden broche mysterie

Info Contact Home

Het is 2016. Dit verhaal is een herschrijving (21122001) in het kader van het feit, dat 1300 jaar geleden Bonifatius (toen nog Winfried geheten) het Kanaal overstak en in 716 voet aan wal zette in Nederland, in de internationale havenstad Dorestad, het huidige Wijk bij Duurstede, om van daaruit de Friezen te gaan bekeren tot het christendom. Alhoewel de plot in het verhaal fictie is, berust het wel op feiten.

Door de politieke situatie moest Bonifatius afzien van zijn voornemen en keerde na een half jaar terug  naar Engeland. In 718 reisde hij eerst met aanbevelingsbrieven van de bisschop van Winchester naar Rome, om goedkeuring te verzoeken aan paus Gregorius II. De paus verleende hem het recht om de Germanen ten oosten van de Rijn te bekeren tot het christendom en gaf Winfried een nieuwe naam: Bonifatius, hij die het goede doet (naar de ,legendarische, vierde-eeuwse martelaar Bonifatius van Tarsus).

Na de dood van Radboud in 719 kon Karel Martel de Friezen terugdringen en kon bisschop Willibrord (zetel Utrecht) zijn missioneringswerk voortzetten. Bonifatius assisteerde hem hierbij vanuit zijn bases Antwerpen en Utrecht. Willibrord wilde hem aanwijzen als opvolger van de bisschopszetel, maar Bonifatius gaf de voorkeur aan het missioneringswerk en weigerde. Hierop ging hij in 722 voor de tweede maal naar Rome, waar de paus hem benoemde tot bisschop-missionaris van de Germaanse gebieden om deze zo onder het gezag te brengen van de kerk van Rome. Bonifatius werkte vijf jaar in Hessen, Thüringen en Friesland. In 723 werd Bonifatius benoemd tot gezant van de Paus in Germanië. In 732 benoemde de inmiddels nieuwe Paus Gregorius III hem tot aartsbisschop van Germanië, zodat hij nu zelf aldaar nieuwe bisschoppen zou kunnen gaan benoemen.

Van 736 tot aan 753 bleef Bonifatius voornamelijk als kerkhervormer aan het werk in het Frankische rijk aan beide zijden van de Rijn.

Bonifatius had nooit de hoop opgegeven om ook de Friezen te bekeren tot het christendom. Als hoogbejaarde (82) kerkelijk leider trok hij in 754 met een gevolg van 52 militairen en bewakers vanuit Mainz opnieuw naar Friesland. De gangbare route was via Dorestad. Na overnachting aldaar wilden zij per schip verder reizen naar Utrecht en vandaar naar het noorden van Friesland.

Samen met zijn metgezellen bracht hij eerst nog een bezoek aan de kerk nabij het kerkhof (gesitueerd in de huidige wijk De Heul). Op de terugweg van de kerk naar de haven werden zij overvallen door een groep gewapende mannen. Tijdens de overval werd de gouden broche van Bonifatius zijn kleding gerukt en viel in de waterput waarboven de worsteling plaats vond (het ontbreken van de bevestigingsspeld op de gouden broche is daarbij significant). De overvallers waren geen partij voor Bonifatius en zijn metgezellen van getrainde mannen en bliezen al snel de aftocht.

Met het ochtendgloren scheepten Bonifatius en zijn mannen in en vertrokken naar Utrecht en vandaar naar Friesland, echter zonder de “bescherming” van de gouden broche. Hij doopte daar grote aantallen Friezen. Ook belegde hij een grote bijeenkomst om nieuw bekeerden tot het christendom gemeenschappelijk het sacrament van het heilig vormsel toe te dienen, die te Dokkum zou plaatsvinden. Hij sloeg daar zijn kamp op. Maar in plaats van daar zijn bekeerlingen te treffen, werd hij er de volgende ochtend overvallen door een groep gewapende Friezen die onder Bonifatius' missiecompagnie een slachtpartij aanrichtten. Op 5 juni 754 werd hij gedood, samen met zijn 52 metgezellen.

Wat gebeurde er met de gouden broche?

De aanval bij de waterput was niet onopgemerkt gebleven. Een kerkelijke vertrouweling en getuige ter plaatse viste de volgende dag met veel moeite, maar met succes, de gouden broche uit de put.

Het kostbare sieraad werd zorg vuldig bewaard vanuit een onwrikbaar christelijk geloof om het aartsbisschop Bonifatius bij zijn terugkeer uit Friesland te kunnen teruggeven.

Het duurde uiteraard enige tijd voor de moordpartij bij Dokkum op Bonifatius en zijn mannen tot in Dorestad was doorgedrongen. De kerkelijke vertrouweling en bewaarder van de gouden broche kon deze daardoor niet meer teruggeven en bewaarde het als een kerkelijk sieraad. De opvatting in die tijd was, dat al hetgeen een heilige had toebehoord meedeelde in de kracht van die heilige zelf. De bezittingen van een heilige betekende daarom macht/kracht door diens voorspraak bij Christus.

De kerkelijke vertrouweling heeft de gouden broche tientallen jaren trouw bewaard en bewaakt als kerkelijk sieraad. Later, rond 850, heeft zijn opvolger het waardevolle sieraad teruggebracht naar de plaats waar hij was gevonden. Dit gebeurde waarschijnlijk om het sieraad te beschermen tegen diefstal door in die tijd veelvuldig langs komende rovende heidenen. Hij kon het waardevolle sieraad niet zo maar in de waterput terug gooien en stopte die eerst in een pot van aardewerk. Bij het in de put loslaten werd een rand van de pot afgestoten. De gouden broche raakte in de vergetelheid en bleef dus verborgen op de bodem van de waterput, tot die in 1969 bij een grote archeologische opgraving in Wijk bij Duurstede werd gevonden op de bodem van de oude waterput, samen met o.a. de randscherf van de aardewerken pot.

We zullen waarschijnlijk nooit weten in wiens opdracht (en door wie) de gouden broche is gemaakt, door wie die als laatste is gedragen en wanneer het sieraad in de waterput terecht is gekomen.

Als laatste officiële drager van de gouden broche, gezien bovenstaande achtergrond en de vindplaats in aanmerking genomen, komt mijns inziens aartsbisschop Bonifatius zeker in aanmerking.


Lees meer over Willibrord en Bonifatius in Museum JoCas hier

Vooraf

De zogenaamde Dorestadbroche, een grote gouden schijffibula (broche/kledingspeld) werd in 1969 tijdens de grootschalige archeologische opgravingen naar het oude Dorestad in Wijk bij Duurstede, gevonden in een Vroeg-Middeleeuws waterput. Hoe de broche daarin terecht is gekomen, door wie en waarom dat is gedaan, daarover tast men in het duister.  

Veronderstelling

Inlevende in de situatie en tijd, zie ik voor mij dat de broche is gemaakt in opdracht van Karel Martel en gemaakt in een kerkelijk atelier voor de religieuze goudsmeedkunst in Zuidwest-Duitsland, in het tweede kwart van de 8e eeuw. De broche was eigenlijk geen broche, maar een sieraad bevestigd in het midden op de leren kaft van een kerkelijk boek, wellicht een bijbel.

De grote gouden broche”

De Frankische adel zag niet graag dat Bonifatius het primaat van Rome oplegde aan bisdommen die al sinds eeuwen in handen van de adel waren; zij had problemen met het celibaat en het verbod op de jacht.

Om hier verandering in aan te brengen had Bonifatius de hulp nodig van Karel Martel, maar die hield zich bezig met Arabische en Langobardische invallers. Nadat Karel Martel in 741 overleed, kwamen zijn zonen Pepijn en Carloman aan de macht als hofmeier. Beiden waren opgegroeid in een klooster en meer bereid om Bonifatius te steunen in zijn hervormingen. In 742 hield Carloman de concilium Germanicum, waarbij Bonifatius aangesteld werd als hoofd van de Austrasische Kerk, aartsbisschop en gezant van Petrus. Deze periode vormde een hoogtepunt in zijn leven.

De gouden broche werd toen mogelijk ter ere van die gebeurtenis door Carloman geschonken aan Bonifatius.


Verering van Bonifatius

De verering van Bonifatius ontstond reeds kort na zijn dood. Willibald beschreef een wonder dat aan Bonifatius wordt toegeschreven: het paard van de administrator Abba struikelde enige tijd na Bonifatius' dood op een terp, waarna daar volgens deze biograaf een zoete bron ontsprong. Het centrum van de verering ligt echter niet in Friesland. Na een kort verblijf in de Sint-Salvatorkerk in Utrecht en later in Mainz werd het stoffelijk overschot van Bonifatius overgebracht naar de abdij van Fulda (Duitsland), waar het in een schrijn onder het hoofdaltaar van de kathedraal werd begraven.

De verhalen over Bonifatius zijn voor een deel gebaseerd op zogenaamde hagiografieën, vitae of heiligenverhalen. Geschiedkundige realiteit en fictie lopen in literatuur, bij uitstek in een heiligenverhaal, door elkaar: een hagiografie is nooit een objectieve historische bron, maar wel een cultuurhistorische. Over Bonifatius zijn minstens vier vitae (levensbeschrijving) geschreven. Bij deze vitae was het doel van de schrijvers om het geloof te verbreiden en te versterken. Mede door hem martelaarstatus toe te schrijven, kon Bonifatius voorgedragen worden voor een heiligverklaring. Dat Bonifatius zich met een boek (de Ragyndrudis Codex uit Capua, een boek met antiariaanse geschriften) tegen zijn belagers zou hebben beschermd, is pas in een latere vita beschreven.

Literatuurlijst:

“De grote gouden broche opnieuw bekeken”, Cor Bastinck, ‘Westerheem’, februari 2002.

“Bonifatius grondlegger van Europa”, Willy-Paul Romain; verschenen bij Tirion-Baarn 1991.

“754: Bonifatius bij Dokkum vermoord”, Marco Mostert; uitg.: Verloren-Bussum 1999.

“ROB”vondstnummer 7089: de broche werd tezamen met een randscherf van een aardewerken pot (Laat-Badorf) gevonden onder in de kern van een waterput. Deze scherf vormt het enige houvast aangaande de mogelijke datering van het moment waarop de broche in de waterput terecht is gekomen: medio 850. De andere scherven die werden gevonden waren van aardewerk dat in gebruik was tijdens de Karolingische periode van 750 - 900. We weten niet wanneer de waterput is geslagen en hoe lang deze in gebruik is geweest. De waterput lag op enkele tientallen meters van het kerkje bij het kerkhof.

“Bonifatius (heilige)”, Wikipedia.

TOP

+

+

De zogenaamde "Grote gouden broche uit Dorestad" (Dorestadbroche) uit 725/800 na Chr.

 Bron: Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en Cor Bastinck

Boven: Bonifatius bekeert de Friezen.

 Onder: Marteldood van de heilige Bonifatius.


Bron: 975,  Meyers Lexicon Online; Göttingen, Staats- und Universitätsbibliothek, Inventar-Nr.: Hs.Theol. 231, the so-called Fulda Sakramentarium.

© Verhaal:

Cor Bastinck 19032016

18e-eeuws houten reliëf met Bonifatius, met kruis en zijn attribuut (doorstoken evangelieboek) en drie steden: Dokkum (linksonder), Fulda en Mainz (?)

23 dingen voor musea from Nederland. 18e eeuw.    (CC BY-SA 2.0)

+

+

Kaart van Magna (groot) Frisia (Friesland), in het Latijn rond 716.

Cropped to the low countries area. The original can be viewed here: Frankish Empire 481 to 814-fr.svg.Modifications made by Richardprins.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.