App Nederland Geschiedenis NL

Algemeen kiesrecht

- Mensenrechten -

Men onderscheidt het passief- en actief kiesrecht. Passief: het recht om zich kandidaat te stellen bij verkiezingen. Actief: ook wel stemrecht genoemd, het recht een stem uit te brengen bij verkiezingen.

Algemeen kiesrecht of algemeen stemrecht is het systeem waarbij iedere burger kiesrecht of stemrecht mag uitoefenen. De meeste Europese landen hebben een systeem waarbij het stemrecht slechts toegekend wordt aan personen boven een bepaalde leeftijdsgrens. Algemeen kiesrecht staat in contrast met censuskiesrecht, waarbij iemands vermogen bepaalt of deze persoon mag stemmen. In sommige kringen wordt ervoor gepleit om ook het kinderstemrecht in te voeren. Het eerste land ter wereld met algemeen kiesrecht was het prinsbisdom Luik in 1792, tijdens de Luikse Revolutie; het eerste nu nog bestaande land was Nieuw-Zeeland in 1893.

Het algemeen kiesrecht voor mannen werd in Nederland ingevoerd op 12 december 1917, de proclamatie werd gedaan door M. van Reenen, de gemeentesecretaris, en vond plaats op het bordes van het oude stadhuis aan de Groenmarkt in Den Haag. Ook werd er gesproken door Herman van Karnebeek, de burgemeester, en onverwacht ook door P.J. Troelstra. De eerste stemmogelijkheid was de Tweede Kamerverkiezing in 1918.

Daarvoor was er het systeem van censuskiesrecht, wat wil zeggen dat alleen mannen met voldoende belastbaar inkomen mochten stemmen (zie kolom rechts). In 1887 stelde het zogenaamde "caoutchouc-artikel" de eisen van het bezit van "kenteekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand". Caoutchouc=rubber (zo rekbaar als rubber aangezien het artikel ruim uitlegbaar was).

Tegelijkertijd met de invoering van het onvoorwaardelijk stemrecht voor mannen kwam er het passief vrouwenkiesrecht. Dit wil zeggen dat vrouwen wel gekozen konden worden, maar zelf niet mochten stemmen. Suze Groeneweg werd in 1918 namens de SDAP de eerste vrouw in de Tweede Kamer. In 1919 kregen vrouwen ook het actief kiesrecht. Vanaf dat moment mochten vrouwen ook zelf hun stem uitbrengen, hetgeen zij voor het eerst konden uitoefenen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1922. Er zat dus maar één verkiezing tussen die waar alleen mannen en die waar mannen en vrouwen mochten stemmen.

In 1965 ging het actief kiesrecht van 24 naar 21 jaar. Zes jaar later werd de leeftijd verder verlaagd naar 18 jaar. Ook de leeftijd waarop het passief kiesrecht verkregen werd, ging omlaag, maar pas in 1983.

Van censuskiesrecht, cijnskiesrecht of cijnskiesstelsel, is sprake als bij verkiezingen het stemrecht is voorbehouden aan personen die vermogend genoeg zijn om minimaal een bepaald bedrag aan belastingen te betalen.

Een dergelijk systeem is gebaseerd op de stelling: No taxation without representation. Het basisidee achter deze stelling is eenvoudig. Alle beslissingen van de wetgevende macht kosten belastinggeld. Enkel die personen die meer belastinggeld bijdragen aan de overheid dan gelden van de overheid ontvangen, onder de vorm van loon of uitkering bijvoorbeeld, mogen beslissen hoeveel belastingen de overheid heft en waar deze belastinggelden aan worden besteed. Dit systeem werd veel gebruikt in zich ontwikkelende democratieën aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw, maar is later vrijwel overal door het algemeen kiesrecht vervangen. Soms gebeurde dit in stappen, waarbij het minimumbelastingbedrag om kiesgerechtigd te zijn eerst een of meer keren verlaagd werd. Soms ontstonden allengs naast de belastingen ook andere manieren waarop men 'geschikt' werd geacht om aan de verkiezingen deel te nemen.

Tot aan de Grondwet van 1887 gold in Nederland het censuskiesrecht. Bij de grondwetswijziging van dat jaar werd een artikel opgenomen dat bepaalde dat het kiesrecht voor de Tweede Kamer voortaan uitgeoefend zou kunnen worden door de mannelijke ingezetenen, tevens Nederlanders, die door de Kieswet te bepalen tekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand bezitten. Vanwege de rekbaarheid van deze begrippen werd het artikel wel het het caoutchouc-artikel genoemd ('caoutchouc' was de toenmalige benaming voor rubber). Het caoutchouc-artikel opende de mogelijkheid om mensen op andere gronden dan inkomen en vermogen het kiesrecht te verlenen.

Vrouwenkiesrecht

Dat er gestreden moest worden voor het vrouwenkiesrecht komt ironies genoeg ook door Aletta Jacobs. Oorspronkelijk stelde de wet namelijk alleen een loongrens (je moest genoeg geld verdienen) om te mogen stemmen. Doordat zij arts was, voldeed ze aan deze loongrens en wilde ze gebruikmaken van haar stemrecht (1882). Dat zinde de heren niet, en naar aanleiding daarvan werd expliciet in de wet (1887) er bij opgenomen dat alleen mannen mochten stemmen. Maar vergis je niet dat kiesrecht voor mannen gold alleen voor mannen uit de “beter gesitueerde”  kringen (... “bepalend dat de Kieswet voortaan het kiesrecht toekent aan mannen met zekere kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand), pas met het opkomen van de arbeidersbeweging werd in 1917 bereikt dat alle mannen vanaf 23 jaar (heden is dat 18 jaar) mochten stemmen, de eerste mogelijkheid was de Tweede Kamerverkiezing in 1918.  

Bij wet werd in 1919 geregeld: het  “algemeen kiesrecht” voor alle Nederlanders, dus man en vrouw. De eerste mogelijkheid om te gaan stemmen was voor de verkiezingen van 1922. In de praktijk zat er dus maar één verkiezing tussen die waar alle mannen en dioe waar alle vrouwen hun stem mochten uitbrengen.

Het vrouwenkiesrecht werd in Nederland bevorderd door de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht die in 1894 was opgericht door Wilhelmina Drucker, Annette Versluys-Poelman en Aletta Jacobs.

Aletta Jacobs

Aletta Jacobs werd geboren op 9 februari 1854 te Sappemeer, als de achtste van elf kinderen. Zij was een dochter van Abraham Jacobs, heel- en hoedmeester en Anna de Jongh. Aletta Jacobs maakte zich al vroeg sterk voor het recht op hoger onderwijs voor vrouwen. In 1870 was ze de eerste Nederlandse vrouw die als toehoorster officieel werd toegelaten aan een HBS. Ze bezocht hiervoor de Rijks Hogere Burgerschool in haar geboorteplaats. Een jaar later vroeg ze de liberale minister Thorbecke toestemming om aan de universiteit te studeren. Het briefje waarmee zij dat deed is nog te zien in het Nationaal Archief, evenals het antwoord van de minister, dat niet aan haarzelf is gericht maar alleen aan haar vader (Aletta was toen 17 jaar). Ze werd in 1871 toegelaten als studente medicijnen aan de Rijksuniversiteit Groningen, aanvankelijk voor een proefperiode van één jaar.

Op zijn sterfbed gaf Thorbecke aan Aletta Jacobs toestemming om ook de universitaire examens af te leggen. Aletta Jacobs was niet de eerste vrouwelijke studente - dat was enkele eeuwen eerder Anna Maria van Schurman - maar zij was wel de eerste die een universitaire studie succesvol afrondde. Ze legde in 1877 en 1878 haar artsexamen af, waarmee ze de eerste vrouwelijke Nederlandse arts werd, en ging na haar promotie (1879) als huisarts werken in Amsterdam, waar ze 12 jaar gratis spreekuren hield op twee dagen in de week, cursussen gaf en het pessarium als voorbehoedmiddel introduceerde (voorheen werd het pessarium gebruikt om verzakte baarmoeders te ondersteunen). Aletta Jacobs was de beroemdste Nederlandse vertegenwoordigster van de eerste feministische golf.

Tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) trok Jacobs zich het lot van de Afrikaners aan, en klaagde zij in felle bewoordingen over de concentratiekampen die de Britten daar voor de kinderen en vrouwen van de strijdende Boeren hadden ingericht. Gedurende de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) ijverde zij zowel in Nederland als daarbuiten voor vrede.

Democratie

Democratie is een bestuursvorm waarbij de meerderheid het voor het zeggen heeft, maar ook dat iedereen zijn zegje kan doen. Er zijn verschillende vormen van democratie mogelijk, in Nederland is dat de representatieve democratie, deze wordt ook wel parlementaire democratie genoemd. In een representatieve democratie draagt het volk door verkiezingen een aantal nauwkeurig gedefinieerde bevoegdheden voor een beperkte tijd over aan een aantal afgevaardigden, die het volk 'representeren' en de wil van het volk uitvoeren. Deze bevoegdheden bevinden zich onder andere op het terrein van de wetgevende macht. Na een aantal jaren worden nieuwe verkiezingen gehouden. Deze overdracht van macht dient nauwkeurig bewaakt te worden om te voorkomen dat de overdracht definitieve karaktertrekken krijgt. De reeds genoemde verkiezingen na een aantal jaren, waarbij een afgevaardigde zijn bevoegdheden worden afgenomen, is hier één van. Vrijheid van pers is een tweede. Elementen uit de directe democratie zoals een referendum kunnen ook een tegenwicht vormen. De politieke partijen hebben de macht, dit noemen we particratie waarbij in de praktijk alle verkozenen die behoren tot eenzelfde partij in het parlement over alle onderwerpen unaniem stemmen.

Verkiezingen dienen altijd vrij te zijn. Hiervoor moeten verkiezingen aan een aantal voorwaarden voldoen: iedere volwassene moet kunnen stemmen; er moeten verschillende politieke partijen zijn waaruit gekozen kan worden; de verkiezingen moeten geheim zijn; de verschillende partijen moeten voldoende toegang tot de media hebben gehad om hun standpunten duidelijk te maken.

Democratie en scheiding der machten. Een belangrijk kenmerk van een democratie is dat zij in haar instellingen en wetten vele uiteenlopende waarborgen kent tegen een te grote machtsconcentratie. Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht kunnen worden onderscheiden: dit staat bekend als de trias politica.

De wetgevende macht wordt gevormd door het parlement (bij ons de Staten-Generaal: de Eerste- en Tweede Kamer), de Eerste Kamer wordt ookwel de senaat genoemd. De uitvoerende macht wordt gevormd door de regering die de wetten ten uitvoer brengt in beleid. De rechterlijke macht moet de andere twee machten in evenwicht houden. Ze krijgt hiervoor een zeer onafhankelijke positie. De Nederlandse regering wordt samengesteld door een aantal politieke partijen (die zitting hebben in de Tweede kamer), een coalitie, die een regeerakkoord sluiten en (meestal) een meerderheid vormen van alle kiezers. Uit hun midden worden de ministers en staatssecretarissen benoemd; de Nederlandse regering bestaat uit de koning en de ministers.           

De ministers vormen tezamen de ministerraad, die wordt voorgezeten door de minister-president. De ministers vormen samen met de staatssecretarissen het Nederlands kabinet. In nagenoeg alle democratische landen worden verkiezingen gehouden voor de wetgevende organen. In Nederland zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer om de vier jaar tenzij een regering valt, dan zijn er tussentijdse verkiezingen. De leden van de Eerste Kamer worden indirect gekozen dwz dat er om de vier jaar in Nederland ook verkiezingen worden gehouden voor de Provinciale Staten (uit hun midden kiezen zij het provinciebestuur de zgn Gedeputeerde Staten, dat door de Provinciale Staten wordt gecontroleerd) en deze gekozenen kiezen ook de leden voor de Eerste Kamer. De Gedeputeerde Staten en de Provinciale Staten worden voorgezeten door de Commissaris van de Koning die, voor zes jaar, wordt benoemd door de regering.

Daarnaast hebben we, eveneens om de vier jaar, verkiezingen voor de gemeenten in ons land de zgn Gemeenteraadsverkiezingen. Stemrecht hebben alle Nederlanders en andere EU-onderdanen die ook daadwerkelijk in Nederland wonen, mits zij 18 jaar of ouder zijn. Ook niet-EU-onderdanen die langer dan vijf jaar (legaal) in Nederland verblijven, mogen stemmen. Dit in tegenstelling voor de Tweede-Kamerverkiezingen, waarvoor de Grondwet uitsluitend kiesrecht toekent aan Nederlanders, en dan ongeacht of zij wel of niet woonachtig in Nederland zijn. Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt op basis van de uitslag door politieke partijen een collegeprogramma gemaakt en een College van Burgemeester en Wethouders gevormd, die het dagelijks bestuur van gemeente zijn en worden gecontroleerd door de Gemeenteraad welke bestaat uit de gekozenen bij de gemeenteraadsverkiezingen. De Burgemeester wordt benoemd door de regering voor een periode van zes jaar middels een aanbeveling van de gemeenteraad.

Europa. De Europese Parlementsverkiezingen vinden om de vijf jaar plaats. Het Europees Parlement vertegenwoordigt de burgers uit de lidstaten op Europees niveau en worden rechstreeks verkozen door de burgers van de lidstaten. De Europese Commissie is het uitvoerende orgaan van de Europese Unie. Ze is verantwoordelijk voor het indienen van wetsvoorstellen, het beheren van de EU-begroting, het handhaven van het EU-recht (in samenwerking met het Hof van Justitie), en het vertegenwoordigen van de EU op internationaal niveau. De voorzitter en de leden van de Commissie worden door de lidstaten benoemd na goedkeuring door het Europees Parlement.

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (afgekort; UVRM) is een verklaring die is aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1948, om de basisrechten van de mens, ook wel grondrechten, te omschrijven. De UVRM is tot op heden van grote betekenis als algemene morele en juridische standaard, als vaak gebruikte bron voor een nieuwe internationaal verdrag of een nationale grondwet, en als basis van het werk van mensenrechtenactivisten en -organisaties.

De UVRM richt zich niet alleen op staten, maar op individuen en 'organen’. Daaronder vallen bijvoorbeeld ook bedrijven. Volgens de UVRM moeten die organen 'ernaar streven door onderwijs en opvoeding' de mensenrechten te bevorderen en 'door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen'. Het gaat dus om een plicht tot zowel educatie als daadwerkelijke maatregelen.

Voortgaande bewustwording: De UVRM wordt nog steeds aangehaald door wetenschappers, advocaten en grondwettelijke rechtbanken. Internationale rechters debatteren geregeld over de vraag of onderdelen van de verklaring overeenkomen met de gebruikelijke internationale wetgeving. De meningen zijn wereldwijd verdeeld over deze vraag, vanaf een enkel onderdeel tot aan de gehele verklaring. Vooral niet-westerse landen die ten tijde van het opstellen van de verklaring nog onder koloniaal bestuur stonden, hebben het universele karakter van de UVRM betwist.

Onder de rechten vallen de 'niet-opschortbare' rechten, rechten die volgens internationale verdragen ook ten tijde van een noodtoestand niet mogen worden opgeheven. Dat zijn de rechten op leven, vrijheid van geweten en religie, erkenning als persoon voor de wet (habeas corpus), vrijwaring van marteling en wrede behandeling, vrijwaring van gevangenneming wegens schulden, en vrijwaring van tweemaal bestraffing voor hetzelfde misdrijf (ne bis in idem).

Het recht op vrijheid van meningsuiting omvat de vrijheid ‘inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen en ongeacht de vorm’. Wel kunnen, zoals VN-verdragen aangeven, beperkingen worden aangebracht door de wet, om de rechten van anderen of de openbare orde te beschermen. Zo is bijvoorbeeld het oproepen tot racisme en andere haatspraak verboden volgens het VN-Verdrag tegen rassendiscriminatie uit 1965. Een ander VN-verdrag verbiedt propaganda voor het beginnen van een oorlog.

Vrijheid van vereniging, participatierechten houdt in: men mag zich vrijelijk verenigen en zich bij een vakbond aansluiten, behoudens beperkingen zoals die van de openbare orde en andere 'die in een democratische samenleving nodig zijn'. Dergelijke beperkingen worden, ook in westerse democratieën, nogal eens opgelegd aan het recht op staking (bijvoorbeeld dat van ambtenaren of militairen) en aan het oprichten van bepaalde politieke partijen (als ze extreme ideeën verkondigen of zich schuldig maken aan haatspraak).

De participatierechten in de UVRM zijn de rechten op deelname aan het bestuur van een land, het recht te kiezen en gekozen te worden in algemene geheime verkiezingen, en gelijke rechten op openbare functies.

Andere bepalingen in deze categorie zijn het gelijke kiesrecht voor man en vrouw en het recht op een nationaliteit.


Van de rechten van de arrestant, beklaagde en gevangene is het belangrijkste het recht op een eerlijke rechtszaak. Verbod op willekeurige arrestatie. Onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak, en het recht voor onschuldig te worden gehouden tot schuld is bewezen. In latere verdragen zijn meer details uitgewerkt. Zo zijn toegevoegd de rechten op berechting op redelijke termijn, op rechtsbijstand, op gelegenheid en tijd tot het voorbereiden van een verdediging, en op de mogelijkheid tot beroep en gratie. In de diverse VN-verklaringen worden uitgebreide opsommingen gegeven voor het welzijn van gevangenen.

Mensen hebben het recht hun land te verlaten en er terug te keren. Vluchtelingen hebben recht op bescherming tegen refoulement, dat wil zeggen terugzending naar een land waar men vervolgd wordt. Ze hebben het recht politiek asiel 'te zoeken en te genieten'.

Rechten zoals die op werk, beloning, sociale zekerheid, onderwijs, huisvesting, rechtshulp en medische verzorging, in totaal zo’n twintig verschillende rechten. Daaronder zijn ook het recht op bescherming tegen werkloosheid, op gratis en verplicht onderwijs en op 'rust en vakanties met behoud van loon'.

Tweede Kamer in vogelvlucht

Nederlanders met stemrecht mogen elke 4 jaar - of vaker als een kabinet valt en er ontbindingsverkiezingen worden gehouden - kiezen wie hen vertegenwoordigen in de Tweede Kamer. De Tweede Kamer vomt samen met de Eerste Kamer het Nederlandse parlement (in de Grondwet Staten-Generaal genoemd). De Tweede Kamer bestaat uit 150 leden. De belangrijkste taken van de Tweede Kamer zijn: het controleren van de regering en het maken van nieuwe wetten. Het kabinet (bestaand uit de minister-president, ministers en staatssecretarissen) wordt niet gekozen. Na de Tweede Kamerverkiezingen onderhandelen politieke partijen om een coalitie te vormen die de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer heeft.

Eerste Kamer in vogelvlucht

De Eerste Kamer vormt samen met de Tweede Kamer het Nederlandse parlement (in de Grondwet Staten-Generaal genoemd). De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden. Zij worden niet rechtstreeks door de Nederlandse bevolking gekozen, maar door de leden van provinciale staten. De verkiezing wordt gehouden binnen 3 maanden na de verkiezing van de leden van provinciale staten. De belangrijkste taak van de Eerste Kamer is de wetsvoorstellen beoordelen die de Tweede Kamer heeft goedgekeurd.

Provinciale staten in vogelvlucht

De leden van de provinciale staten worden eenmaal in de 4 jaar rechtstreeks gekozen.

Nederland telt 12 provincies. In de Grondwet is bepaald dat het hoogste gezag in de provincies ligt bij de provinciale staten. De voornaamste taak van de provinciale staten is het controleren van het bestuur van de provincie zoals uitgevoerd door gedeputeerde staten. Het college van gedeputeerde staten is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de provincie. Dit college wordt voorgezeten door de commissaris van de Koning en bestaat verder uit minimaal 3, en maximaal 9 gedeputeerden. De commissaris van de Koning is voorzitter van de provinciale staten en van het college van gedeputeerde staten. De leden van gedeputeerde staten worden benoemd door provinciale staten. De commissaris van de Koning wordt benoemd door de regering, voor een periode van 6 jaar. Een bijzondere bevoegdheid van de provinciale staten is het kiezen van de leden van de Eerste Kamer. Dit gebeurt binnen 3 maanden na de verkiezingen voor de provinciale staten.

Waterschappen in vogelvlucht

Voortaan worden de verkiesbare leden van het algemeen bestuur van de waterschappen in Nederland tegelijkertijd met de leden van de provinciale staten gekozen.

De waterschapsverkiezingen vinden om de 4 jaar plaats. Van oudsher zorgen waterschappen in Nederland namens de bewoners van een bepaald gebied voor de waterhuishouding. Zo zorgen zij voor het beheer van waterkeringen, de juiste waterstand en voor zuivering van afvalwater. Per 1 januari 2014 zijn er 24 waterschappen in Nederland. Elk waterschap heeft een gekozen algemeen bestuur en een dagelijks bestuur, beide besturen worden voorgezeten door een dijkgraaf of watergraaf.

Gemeenteraden in vogelvlucht

Eenmaal in de 4 jaar vinden in Nederland verkiezingen voor de gemeenteraad plaats.

Per 1 januari 2015 is het aantal gemeenten 393. De daling van het aantal gemeenten is een langlopende trend. Drie decennia geleden bestond Nederland nog uit 774 gemeenten. De omvang van een gemeenteraad hangt samen met het aantal inwoners van de gemeente. De grootste gemeenteraden van Nederland (bij gemeenten met meer dan 200.000 inwoners) telt 45 leden, de kleinste 9 leden (bij gemeenten met minder dan 3000 inwoners). Het aantal raadsleden – en dus zetels – is altijd oneven.

Het college van burgemeester en wethouders (B&W) is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de gemeente. De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad en van het college van B&W. Wethouders worden benoemd door de gemeenteraad, burgemeesters door de regering, na een procedure waarin ook de gemeenteraad een belangrijke stem heeft.

Europees Parlementsverkiezing in vogelvlucht

De verkiezing van de leden van het Europees Parlement wordt eens in de 5 jaar gehouden.

De Europees Parlementsverkiezing vond voor het eerst plaats in 1979. In dat jaar bestond het Europees Parlement nog uit 410 leden, afkomstig uit 9 EG-lidstaten (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Italië, Duitsland, Ierland, Verenigd Koninkrijk en Denemarken). Het tegenwoordige Europees Parlement bestaat uit 766 leden (dus: zetels) uit 28 lidstaten. Uit iedere lidstaat is een vast aantal parlementariërs afkomstig; afhankelijk van het aantal inwoners. 26 Europarlementariërs vertegenwoordigen de Nederlandse EU-burgers. Dat blijft ook zo in 2014, als het aantal Europarlementsleden wordt teruggebracht tot 751. Afgevaardigden voor het Europees Parlement worden per land gekozen. In het parlement zitten geen afzonderlijke nationale partijen, maar Europese partijen. Vaak gaat het om nationale partijen die een verbinding zijn aangegaan met partijen uit (minimaal) 5 andere lidstaten.

De Kieswet is een Nederlandse wet die in 1989 is vastgesteld. De wet regelt als uitvoering van het stemrecht dat is vastgelegd in de grondwet (Zie art. 59 van de Grondwet), de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden.

Eilandsraden

Sinds 10 oktober 2010 zijn Bonaire, St Eustatius en Saba als Caribisch Nederland onderdeel van Nederland en geldt voor verkiezingen op deze eilanden de Nederlandse Kieswet. De eilandsraad controleert het Bestuurscollege bestaande uit een gezaghebber en meerdere eilandgedeputeerden. De eilandsraad is vergelijkbaar met de gemeenteraad en wordt ook net als die raad voor 4 jaar rechtstreeks gekozen.

TOP Info Contact Home

+

+

+

+

+

Stemmen met rood potlood.

Auteur: J.M. Luijt CC-BY-2.5-NL.

Affiche:Teekent het Volkspetitionnement voor Algemeen kiesrecht . (SDAP).

Auteur: :Albert Hahn

 Affiche:"Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Laat mij binnen - ik breng nieuw licht.", 1918.

Auteur: Theo Molkenboer.

  Dr. Aletta Jacobs, eerste vrouwelijke arts in Nederland. Feministe, voorvechtster vrouwenkiesrecht. Portret, 1912.

Nationaal Archief of the Netherlands, Spaarnestad Photo, SFA001002575. Retrieved from Feministe Aletta Jacobs / Feminist Aletta Jacobs.

 Vergaderzaal van de Tweede Kamer in Den Haag.

Auteur: -JvL-  CC- BY- 2.0

 Affiche: Groote Nationale Betooging voor Algemeen Kiesrecht. 1910.

Auteur: Albert Hahn.

Vrouwenkiesrecht in Nederland. Betoging voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw, 1914. van de "Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht".

Bron: GaHetNa (NationaalArchiefNL

Schoon water (rioolzuiveringsinstallatie).

Foto: waterschap: Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Eerste Wereldoorlog


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.