App Wereld Historische mannen en vrouwen

Sigmund Freud

Sigmund Freund, Sigmund Schlomo Freud (Freiberg (1856 – 1939) was een neuroloog uit Oostenrijk-Hongarije en de grondlegger van de psychoanalyse. Hij was van joodse afkomst. Dit was de reden waarom hij aan het eind van zijn leven, na de overname van Oostenrijk door nazi-Duitsland, moest vertrekken naar het Verenigd Koninkrijk. Hoewel Freuds theorieën en methodes vandaag de dag nog steeds omstreden zijn, wordt hij gezien als een van de meest invloedrijke psychologen en denkers van de 20e eeuw.

Aanvankelijk was Freud van plan om rechten te gaan studeren, maar in 1873 schreef hij zich toch in aan de medische faculteit van de Universiteit van Wenen. In 1874 zorgde Carl Claus, een van de professoren voor zoölogie, ervoor dat Freud met een stipendium aan een zoölogisch onderzoek kon beginnen. In 1876 vertrok Freud hiervoor naar Triëst, waar hij de voortplantingsorganen van palingachtigen onderzocht. Na zijn terugkeer in Wenen stapte hij over naar het Physiologisch Instituut onder leiding van Ernst Wilhelm von Brücke.

In 1879 begon Freud aan zijn militaire dienst en in 1881 promoveerde hij op het thema Über das Rückenmark niederer Fischarten (over het ruggenmerg van lagere vissoorten) tot doctor in de geneeskunde.

Vanaf 1882 was Freud verbonden aan het 'Allgemeines Krankenhaus der Stadt Wien' (Algemeen ziekenhuis van Wenen) en werkte hij in het laboratorium voor hersenanatomie. Tevens doceerde hij aan de Weense Universiteit, waar hij een buitengewoon professoraat bekleedde. Vanwege zijn achtergrond als fysioloog zocht hij oorspronkelijk naar neurologische verklaringen voor afwijkend gedrag.

In de periode 1884 - 1887 deed Freud onderzoek naar cocaïne. Voor zijn werk "Ueber Coca" deed hij verschillende zelfexperimenten. Ook probeerde hij tevergeefs een vriend met morfineverslavingen met behulp van cocaïne te genezen. Dit mislukte experiment publiceerde hij echter niet; het duikt slechts op in een correspondentie met zijn verloofde Martha Bernays. Sigmund Freud schreef cocaïne voor aan zijn familie en nam er zelf ook van, wanneer het niet zo goed ging. Hij was niet verslaafd.

Na zijn habilitatie (promotie) in 1885 begon Freud in september als docent in de neuropathologie aan de Universiteit van Wenen. Op 25 april 1886 beëindigde hij zijn werk als arts en ging aan de slag bij het door Max Kassowitz geleide Ersten Öffentlichen Kinder-Krankeninstitut. Tevens startte hij zijn privé-praktijk als neuroloog. Freud richtte zich in zijn beginnende praktijk op het zich eigen maken van hypnose.

Tijdens een studiereis naar Parijs in 1885 bezocht hij de psychiatrische kliniek van het Hôpital de la Salpêtrière, waar Jean-Martin Charcot werkte, in die tijd een van de grootste autoriteiten op het gebied van de neurologie. Freud was een groot bewonderaar van Charcot. Charcot deed onderzoek naar hysterie, en was bekend met de uitwerking van hypnose en suggestie op zijn patiënten. De hypnose was toen net in ontwikkeling als behandelmethode voor psychische klachten. Freud was zo onder de indruk van Charcot, dat hij zijn eerste zoon Jean-Martin noemde. In Parijs maakte hij ook kennis met het werk van Pierre Janet, dat van invloed zou zijn op zijn latere werk.

In de kennismaking met Charcot te Parijs ligt het begin van de ontwikkeling van de psychoanalyse. Charcot toonde met demonstraties aan dat onder hypnose hysterische aanvallen kunnen worden opgewekt. Dit bracht Freud op het idee van de psychogene oorzaak van ziektebeelden, in plaats van een fysiologische oorzaak.

Charcot inspireerde Freud tot gewaagde theorievormingen, die echter tot zijn teleurstelling door zijn vakgenoten niet met het enthousiasme werden onthaald dat hij had verwacht. Kern van zijn verklaring van de hysterie was dat psycho-trauma's op het gebied van de menselijke seksualiteit hieraan ten grondslag lagen. Zijn in oktober 1886 gehouden voordracht "Über männliche Hysterie" werd slecht ontvangen bij het artsenpubliek.

In 1889 bezocht Freud Hippolyte Bernheim in Nancy, die onderzoek deed naar de zogenaamde posthypnotische suggestie. Hieruit concludeerde Freud dat er een onbewuste moest bestaan dat verantwoordelijk was voor het grootste deel van het menselijk handelen. Bernheim was een criticus van Charcot. Daar waar Charcot de hypnose als autogeen verschijnsel ziet, stelt Bernheim dat hypnose berust op suggestie - 'Toute est dans la suggéstion'. Bernheim merkte dat organische ziektes niet konden verholpen worden door hypnose-therapie, en liet deze verder rusten.

Al enkele jaren eerder had Freud de arts Josef Breuer leren kennen. Deze bracht Freud een casus van hysterie onder de aandacht, Der Fall der "Anna O.", waarin het onder hypnose spreken over voorvallen die haar dwars zaten tot het verdwijnen van symptomen leek te leiden. Anna O. noemde dit de "Sprechtherapie" (spreektherapie). Mede naar aanleiding van deze casus publiceerden Breuer en Freud samen de Studien über Hysterie (1896). Daar werd ook het idee van het Unbewusste (onbewuste) in gepostuleerd. In deze studie wordt de hysterie nog psychologisch verklaard, maar later distantieerde Breuer zich hiervan. Breuer zocht een eenheid in het klinische denken, en begon hysterie weer fysiologisch te verklaren.

Uiteindelijk stopte Freud met het gebruik van hypnose als therapeutisch middel. In plaats daarvan liet hij zijn patiënten vrij associëren, om inzicht te krijgen in de bewustzijnsinhouden van zijn patiënten en de veronderstelde psychogene oorzaak van hun lichamelijke klachten bloot te leggen. Freud ging hierbij uit van een 'niet-willen-weten' van de seksuele oorsprong van deze klachten. Het was volgens hem aan de arts om de patiënt tot inzicht te brengen in de oorzaak van de neurose, desnoods op dwingende wijze. Dat dit weerstand opriep betekende volgens Freud dat patiënten de oorzaak van het trauma niet willen weten.

In 1899 verscheen Die Traumdeutung, over de relatie tussen het onbewuste en de inhoud van dromen. Vaak wordt het verschijnen van Die Traumdeutung beschouwd als de grondlegging van de psychoanalyse. In dromen zouden verborgen boodschappen van het onderbewustzijn zitten: dromen zijn verkapte vervullingen van onbewuste wensen. Door dromen te analyseren kon men dus dingen over het onbewuste te weten komen.

Freud trok met zijn ideeën jonge artsen aan die geïnteresseerd waren in zijn opvattingen over de psychologische oorzaken van afwijkend gedrag. Dit leidde tot het ontstaan van de psychoanalytische beweging. Maar er ontstonden ook conflicten tussen deze mannen. Bekende collega-psychiaters van Freud, Jung en Adler, die veel met Freud correspondeerden, namen na 1910 afstand van diens pas opgerichte internationale psychoanalytische vereniging, en werkten hun eigen varianten van de psycho-analyse uit.

Sigmund Freud zag geest en lichaam als een geheel van energiestromen. Die energiestromen noemde Freud "driften" (Triebe). Deze driften werken doorgaans ongemerkt, en zijn "primair". Zo onderscheidde Freud een levensdrift (Eros), de primaire drang tot zelfbehoud (voortzetting van de soort, liefde voor jezelf en voor de anderen). In zijn latere werk meent Freud ook een doodsdrift (Thanatos) te kunnen onderscheiden, het streven naar een spanningsloze toestand (oceanisch gevoel). De seksuele driften noemde hij libido.

Deze driften zijn in aanvang ongestuurd en ongeremd. Freud noemde dit het Es. De mens leert deze driften te beheersen door zich aan te passen aan de verwachtingen van anderen. Het is het Ik, of ego in het Latijn, het bewuste deel van het psychische apparaat, dat leert om die driften te beheersen. De opvoeding en de cultuur dwingen deze aanpassing af, en geven de voorbeelden waar het bewuste zich op kan richten. Het deel van het psychisch apparaat dat deze voorbeelden internaliseert is het über-ich (super-ego of geweten).

Deze indeling van de menselijke geest doet enigszins denken aan de leer van Plato. Hij beschrijft dat de mens bestaat uit het onderlichaam (verlangens) dat door de borst in bedwang moet worden gehouden. De perfecte mens leeft uit het hoofd, dat daar weer boven staat.

Lichamelijke stoornissen herleidde Freud tot verstoringen in de psychische energiehuishouding van de mens. Traumatische gebeurtenissen, bijvoorbeeld de vermeende aanblik van seksuele omgang tussen de ouders, worden door het psychisch apparaat verdrongen. Een verdrongen traumatische herinnering, die Freud vanaf het postuleren van zijn drifttheorie toeschreef aan de fantasie van de patiënt, verdwijnt niet uit het psychisch apparaat, maar komt terecht in een deel van de geest die Freud het onbewuste noemde. De energie die niet meer toegankelijk is voor het bewuste, en dus ook niet rationeel gestuurd kan worden, zoekt een uitweg, en uit zich in lichamelijke symptomen. Door de patiënt in therapeutische sessies ongestuurd te laten vertellen, kon de therapeut deze verdrongen inhouden van het onbewuste op het spoor komen. Door deze bewust te maken, wordt de energie weer rationeel beheersbaar, waardoor de klacht verdwijnt.

Freud zag het onbewuste als cruciaal voor de psychoanalyse. Volgens Freud bestaat de menselijke geest uit een ingewikkeld web van gebeurtenissen en processen waarvan slechts een deel voor het bewustzijn toegankelijk is. De geest is als het ware opgedeeld in twee afdelingen, min of meer onafhankelijk van elkaar. Het onbewuste bestaat uit de aangeboren driften, maar ook de verdrongen wensen en traumatische ervaringen. Daarnaast bevat het ook sluimerende gedachten, herinneringen, kennis, beelden, die zonder veel problemen wel tot inhoud van het bewustzijn kunnen worden gemaakt.

Oorspronkelijk ging Freud ervan uit dat de psychopathologie van zijn patiënten werd veroorzaakt door seksueel misbruik tijdens de vroege kindertijd. Om redenen die niet zijn opgehelderd kwam Freud rond 1903 terug op deze "verleidingstheorie", die dus eigenlijk een "misbruiktheorie" was. In plaats hiervan stelde hij nu dat de herinnering aan het misbruik op de fantasie van de patiënt zelf berust, voortkomend uit de eigen seksuele en gewelddadige driften, wat leidde tot de formulering van zijn Oedipuscomplex. Dit complex zou tot angsten en trauma's kunnen leiden. Freud stelde dat kinderen een psychoseksuele ontwikkeling doormaken, welke theorie tegenwoordig wordt betwist; (orale fase, anale fase, fallische fase, latentiefase en tot slot de genitale fase). Hiermee kon hij zijn verdringingsthese, de hoeksteen van zijn psychoanalytische theorie, in stand houden.



Groei van de psychoanalyse

Doordat een aantal (vrouwelijke) leden van de bourgeoisie zich aangetrokken voelden tot de psychoanalyse en zich lieten behandelen, groeide de psychoanalyse en kreeg deze veel internationale allure. De psychoanalyse kan gezien worden als een van de eerste vormen van de moderne psychotherapie.

Zijn idee van verdringing als oorzaak van psychische problemen is wijd verbreid geraakt, en maakt deel uit van het collectieve denken over de werking van de geest.

De naam van Freud heeft in het dagelijkse taalgebruik een bekende klank; de meeste mensen kennen bijvoorbeeld de zogenaamde freudiaanse verspreking, als voorbeeld van wat Freud zelf een fehlleistung noemde.

Freuds invloed op zowel de psychologie als de psychiatrie is groot geweest. Velen beschouwen hem als een belangrijke pionier, zelfs al zijn de inzichten tegenwoordig veranderd. Zijn ideeën komen niet of nauwelijks meer aan bod in de academische psychologie. Vanaf het midden van de twintigste eeuw kwam de psychoanalyse langzaamaan steeds sterker onder vuur te liggen. De laatste jaren is echter ook weer sprake van een herwaardering.

Freud gebruikte selectief en (volgens sommigen) tegen beter weten in alleen die waarnemingen die binnen zijn theorie pasten. Freud gebruikte selectief en (volgens sommigen) tegen beter weten in alleen die waarnemingen die binnen zijn theorie pasten.

De Nederlandse historicus Han Israëls heeft de werkwijze van Freud en zijn volgelingen sterk gekritiseerd. Hij stelt dat Freud a priori opvattingen had over de oorzaken van psychische problemen, en die op zijn patiënten projecteerde. Hij beschrijft de casus-Schreber uit 1911, en laat zien hoe Freud selectief verbanden legde die geen bewijs vormen voor zijn stellingen, met uitsluiting, zonder onderbouwing of zelfs maar overweging, van mogelijke andere verklaringen.

Psychoanalyse ter discussie

Voormalig psychoanalytica Alice Miller stelt in haar boeken de geldigheid van de psychoanalytische theorie en praktijk van Freud radicaal ter discussie en wijst die af, omdat de klassieke psychoanalyse naar haar mening de toegang belet tot de ware oorzaken van traumatische herinneringen uit de kindertijd. Deze trauma's berusten volgens haar niet op de fantasie, maar op feitelijke uitoefening van macht en fysiek, seksueel en psychisch geweld van volwassenen. Miller was een sterke opponent van Freuds ideeën over de kinderlijke seksualiteit als bron van de neurose. Zij stelde dat herinneringen aan seksueel misbruik niet een product zijn van de fantasie, voortkomend uit de eigen driften van patiënten, zoals Freud stelde, maar dat dergelijk misbruik in de realiteit veel voorkomt en dat het een verwoestend effect heeft. Het reële misbruik wordt stelselmatig genegeerd in Freud's psychoanalytische theorie, aldus Miller, wat leidt tot het verantwoordelijk stellen van de patiënt voor zijn eigen psychopathologie en het buiten schot laten van degenen die het trauma werkelijk veroorzaakten. Miller verwierp de validiteit van Freuds drifttheorie, waaronder het Oedipuscomplex. Zij schreef over Freud: "Wanneer een mens de loochening van de werkelijkheid een grote wetenschappelijke stap noemt en een school sticht die haar leerlingen steunt in hun blindheid, dan is dat geen particuliere aangelegenheid meer. Het is een vergrijp jegens de belangen van de mensheid, ook al wordt het onbewust bedreven.

De effectiviteit van psychoanalyse is pas sinds kort onderwerp van gecontroleerd wetenschappelijk onderzoek. Er zijn alleen behandelingen die een jaar of korter duurden onderzocht. Een meta-analyse uit 2010 van eerdere onderzoeksgegevens toont aan dat kortdurende psychodynamische psychotherapie net als andere vormen van psychotherapie leidt tot statistisch significante verbeteringen bij depressie. De effecten van langdurige psychodynamische psychotherapie zijn tot dusver niet goed wetenschappelijk onderzocht. Overigens geldt hetzelfde voor andere vormen van psychotherapie. Het is praktisch gezien erg moeilijk en kostbaar om het effect van meerjarige behandelingen te onderzoeken.


  Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

TOP Info Contact Home TOP

+

+

Sigmund Freud, 1926.

 Foto:  Ferdinand Schmutzer

Titelpagina van de originele Duitse editie van Sigmund Freud's Die Traumdeutung”.

Bron:  Franz Deuticke, Leipzig & Vienna, 1899.

"Introductory lectures on psycho-analysis", Freud, 1922.

Bron: http://wellcomeimages.org/indexplus/obf_images/d0/c0/672e12539b0d2565380091573ecd.jpg. En: Gallery: http://wellcomeimages.org/indexplus/image/L0014131.html

Omslag van een herdruk door Freud, 1909:  Studien zur Hysterie”.

Bron: http://archive.org/details/Freud_1909_Hysterie_2te

Sigmund Freud, ca. 1900.

Bron: www.adliberate.com/archives/Sigmund%Freud.jpg

Groepsfoto Clark University; voorste rij:  Sigmund Freud, Stanley Hall, C.G.Jung; achtertse rij: Abraham A. Brill, Ernest Jones, Sandor Ferenczi.

De divan van Sigmund Feund.

Bron: Immediate image source: from the Library of Congress exhibit on Freud. Also see hImmediate image source: from the Library of Congress exhibit on Freud. Also see http://hdl.loc.gov/loc.pnp/cph.3b41425. Auteur: Robert Huffstutter

Sigmund Freud met zijn moeder Amalia en zijn vrouw in Altaussee, Oostenrijk in1905.

Bron: http://www.freud-museum.at/freud/chronolg/1905-e.htm

Sigmund en Anna Freud, op vakantie in de Italiaanse Dolomieten (1913).

Bron: Prints and Photographs division van de Library of Congress via digitaal ID cph.3c17972

Emmeline Pankhurst