Museum JoCas © (CC BY-SA 3.0 NL) CC: Creative Commons - Naamsvermelding - Niet-commercieel - Gelijk delen 3.0  Nederland , licentie en © Format: Cor Bastinck ism vml JoCas, Jeugd- en jongerenvereniging. © teksten zie Wikipedia en “Info” © foto’s algemeen zie “Info” en wanneer afwijkend zie onderschrift foto’s bij artikel.

App Nederland Extra Geschiedenis NL - Deltawerken

Oosterscheldekering

Info Contact Home

De Oosterscheldekering is een waterkering in Nederland. Het is het grootste onderdeel van de Deltawerken. Deze waterkering is een afsluitbare stormvloedkering en bevat grote schuiven die bij zware storm, al dan niet in combinatie met een springvloed, gesloten kunnen worden, zodat het hoogwater niet de Oosterschelde binnen kan komen. Bij een verwachte waterstand van +3,00 m NAP zullen de schuiven gesloten worden door mensen in de bedieningskamer in het Ir. J.W. Topshuis op Neeltje Jans. Als er niemand aanwezig is, zullen de schuiven bij +3 m NAP automatisch sluiten. Sinds de ingebruikname zijn de schuiven 22 maal gesloten geweest (dd 21 oktober 2014) afgezien van testsluitingen.

Voor de afsluiting van de Oosterschelde is voor deze complexe oplossing gekozen teneinde het watermilieu in de Oosterschelde zout, dus als zeewater te kunnen behouden. Oorspronkelijk wilde men de Oosterschelde volledig afdammen. Eind jaren 1960 werd hiermee begonnen. Hiervoor werden enkele kunstmatige eilanden aangelegd, waaronder Roggenplaat (1969), Neeltje Jans (1970) en Noordland (1971). Eind 1973 was al vijf van de negen kilometer van de Oosterschelde afgedamd. In die jaren ontstond er echter een massaal protest vanuit de visserij, de kwekers van schelpdieren, zeezeilers en later ook milieuorganisaties. De eerstgenoemde gebruikers verwachtten hun beroep te verliezen; de zeezeilers zouden hun inwaarts gelegen thuishavens (Veere en Zierikzee) niet meer kunnen gebruiken. De milieuorganisaties vreesden dat de Oosterschelde bij afsluiting een dood water zou worden, en pleitten voor dijkverzwaring als oplossing voor de veiligheid.

Uiteindelijk werd in 1976 besloten om over de resterende vier kilometer lengte schuifdeuren aan te brengen. Deze deuren staan normaliter open, maar kunnen bij storm dicht. De instroom van zout water en de getijden in de Oosterschelde zijn daarmee behouden, maar wel aan banden gelegd. Dit laatste wordt nog onderstreept door de tekst die op de gedenksteen op Neeltje Jans is aangebracht: "Hier gaan over het tij: de maan, de wind en wij".

Om de waterkering te kunnen bouwen werd gebruikgemaakt van het al aangelegde kunstmatige eiland Neeltje Jans. Hier werden de enorme betonnen pijlers gemaakt, die vervolgens naar de juiste plaats werden gevaren met een speciaal daarvoor gemaakt schip: hefschip "Ostrea". Onder deze pijlers waren matten aangebracht, die het verschuiven van het zand in de zeebodem moesten tegengaan.

Voor het leggen van deze matten werd ook een speciaal schip gebouwd, de "Cardium".                         

Voordat de pijlers en de drempels geplaatst werden, werd de zanderige bodem verdicht met een speciale techniek waarbij palen, die de grond in werden getrild (en vervolgens weer werden teruggetrokken), de ondergrond moesten verstevigen; het schip dat daarvoor gebouwd werd is de "Mytilus". Op 26 juni 1986 werd de laatste schuif geplaatst (de weg over de kering ging echter pas open in november 1987). De stormvloedkering werd op 4 oktober 1986 geopend (eigenlijk gesloten ;-)) door Koningin Beatrix, die daarbij de bekende woorden "De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig" sprak. Voor de aandrijving van de schuiven is ten slotte gekozen voor hydraulische cilinders. Deze cilinders zijn niet enkel in staat om de schuiven op te trekken, maar ook om deze als dat nodig is naar beneden te drukken. Deze cilinders steken boven de pijlers uit; aan de hoogte van de cilinder kan men zien hoe diep de Oosterschelde ter plaatse is.

De pijlers zijn 30 tot 40 meter hoog, met een gewicht van maximaal 18.000 ton. Ze zijn gemaakt van beton, van binnen hol en na plaatsing gevuld met zand. De schuiven zijn circa 42 meter lang met een hoogte tussen de 6 en 12 meter. Het gewicht van de schuiven ligt tussen de 260 en 480 ton.

 Rijkswaterstaat is de beheerder van de Oosterscheldekering en verantwoordelijk voor het onderhoud. Regelmatig worden de kwaliteit en de veiligheid van de constructie gecontroleerd.

In één van de openingen tussen de pijlers van de Oosterscheldekering gaan vijf turbines vanaf het najaar 2015 elektriciteit opwekken en daarmee wordt de dam een getijdencentrale. De turbines leveren genoeg stroom voor ruim duizend huishoudens. De centrale krijgt subsidie van het ministerie van Economische Zaken. De totale kosten van het project, ontwikkeling, plaatsing en uitbating, zijn geraamd op zo'n 11 miljoen euro. Het Nederlandse bedrijf Tocardo heeft de turbines ontwikkeld en gaat de centrale plaatsen en beheren.

+

+

+

Oosterscheldekering.

Foto: Vladimír Šiman (online)

Oosterscheldekering.

Foto: Mark Voorendt.

De Oosterscheldekering vanuit de lucht gezien.

Foto: Bryan Tong Minh.