© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Koning Willem I - Afscheiding België -
Willem I Frederik, geboren als Willem Frederik Prins van Oranje-Nassau was de eerste Koning der Nederlanden uit het huis Oranje-Nassau. Na de nederlaag van Napoleon in de Slag bij Leipzig in 1813 werd hij ingehuldigd als 'Soeverein Vorst' der Verenigde Nederlanden. Op 16 maart 1815 riep hij zichzelf uit tot koning der Verenigde Nederlanden en hertog van Luxemburg, waarna hij op 21 september 1815 in Brussel werd ingehuldigd als Koning Willem I. In hetzelfde jaar werd op het Congres van Wenen door de Europese mogendheden besloten om het hertogdom Luxemburg te promoveren tot groothertogdom en Willem I te erkennen als eerste groothertog, de koningstitel werd bevestigd. Hiermee was de kersverse Nederlandse monarchie binnen Europa formeel erkend. Deze fungeerde als buffer voor zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk. Na de troonsafstand in 1840 noemde Willem I zich koning Willem Frederik, graaf van Nassau. Op 30 november 1813 zette Willem na achttien jaar weer voet op Nederlandse bodem. In Londen was hij per brief uitgenodigd als "soeverein vorst" de regering op zich te nemen. De brief was afkomstig van het Driemanschap van 1813, de Haagse notabelen oftewel het Voorlopig Bewind, bestond uit Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. Het Driemanschap werd op 17 november 1813 gevormd (onder de kreet Oranje-Boven) nadat Charles-François Lebrun en Franse troepen halsoverkop het gebied van de Hollandse departementen, het latere Nederland, verlaten hadden. Het Driemanschap vaardigde op 20 november 1813 in Den Haag de proclamatie uit waarin zij het algemeen bestuur opvatten. De volgende dag volgde een proclamatie waarin - met de kennisgeving dat er een "Algemeen Bestuur der Vereenigde Nederlanden is, in naam van de Prins van Oranje" en dat "alle landgenoten worden ontslagen van hun eed van trouw aan de Keizer der Fransen" - een Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden werd uitgeroepen. De drie staatslieden nodigden de in Nederland vrijwel vergeten Prins van Oranje, de latere Koning Willem I der Nederlanden, per brief uit om naar 's-Gravenhage te komen en als "soeverein vorst" de regering op zich te nemen om zo een anarchie te voorkomen. De internationale erkenning van Willem I als vorst kwam echter pas tot stand bij het Congres van Wenen. Willem aanvaardde hun uitnodiging en het Engelse fregat The Warrior bracht hem naar de kust van Scheveningen waar hij op 30 november 1813 voet op Nederlandse bodem zette. Met een boerenwagen werd hij vervolgens naar het strand gereden. Een van de eerste dingen die hij in Nederland deed, was een proclamatie uitvaardigen, waarin hij aankondigde: "Ons gemeene Vaderland is gered: De oude tyden zullen weldra herleeven." Van Hogendorp werd eerst samen met Van der Duyn tot graaf verheven, maar overigens na verloop van tijd door de koning ontslagen wegens zijn voortdurende kritiek op de gang van zaken. Op 1 december werd Willem tot soeverein vorst uitgeroepen, wat op 2 december door hem werd aanvaard. In 1815 keerde Napoleon kortstondig terug en aan Willem werden op het Congres van Wenen de voormalige Oostenrijkse Nederlanden toegezegd (die hij reeds stilzwijgend had bezet). De Nederlanden zouden, zo hoopten Engeland en Pruisen, een sterke bufferstaat aan Frankrijks noordgrens vormen. Op 16 maart 1815 nam soeverein vorst Willem I zelf de titel koning der Nederlanden aan. Hij kreeg als compensatie voor de hem ontnomen Nassause erflanden als privé-bezit ook Luxemburg en werd daardoor groothertog van Luxemburg. Na de Belgische afscheiding werd hij voor het verlies van Waals Luxemburg als hertog weer gecompenseerd met het restant (de huidige Nederlandse provincie) van Limburg. Voor de inhuldiging in de Nieuwe Kerk is een nog altijd bestaand verguld messing model van een kroon opgesteld, waarvan werd verondersteld dat het de stadhouderlijke begrafeniskroon was. Bij de inhuldiging in Brussel spotte men over een "houten kroon" en ook over de grote hoeveelheid uitgestrooide koperen munten ("de koperen Koning"). Zo ontstond een Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een nieuwe grondwet werd opgesteld: het Zuiden werd mede onder druk van Groot-Brittannië verplicht samen te gaan met het Noorden (union intime et complète). Willem was tevreden met zijn machtsuitbreiding; Engeland behield evenwel Duinkerken (België) als steunpunt op het continent. De regering zou om het jaar in 's-Gravenhage en in Brussel resideren. Voor de koning werd een nieuw Koninklijk paleis in Brussel gebouwd. Willem I kon zodoende beschikken over een stadsresidentie te Brussel, in Amsterdam over het Paleis op de Dam en in Den Haag over Paleis Noordeinde. Verder stonden het Kasteel van Laken, het Huis ten Bosch en Paleis Het Loo tot zijn beschikking. Een aantal Oranjeresidenties had de Franse tijd niet overleefd. De Prins van Oranje kreeg de beschikking over stadspaleizen te Brussel en Den Haag en verkreeg het buitenverblijf te Tervuren en Paleis Soestdijk in eigendom. De voertaal van het hof was meest Frans. De wetten werden in het Frans en in het Nederlands afgekondigd. De uitvoerende bestuurstaal volgde de taalgrens, wat in het zuiden bij de verfranste burgerij nogal wat weerstand opriep. Willem was een ondernemer die sterk investeerde in de industrie in het zuiden van zijn land. Hij was oprichter en aandeelhouder van de later Belgische Generale Maatschappij. In 1824 stichtte hij de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Willem was zeer verdienstelijk voor de waterstaat. Nieuwe kanalen en straatwegen werden in zijn opdracht aangelegd. Willem steunde William Cockerill, een Belgisch ondernemer van Britse afkomst. Hij was een man met veel mechanisch talent die zijn geld verdiende met het maken van spinmachines, een zogenaamde Spinning Jenny-maker. Willem steunde hem in 1817 in Seraing (België) bij de bouw van de grootste stoommachinefabriek in Europa. In 1820 bouwde dat bedrijf zijn eerste stoomboot en in 1835 zijn eerste stoomlocomotief. Willem was de eerste kapitalistische heerser van Europa, die met enigszins moderne methoden zijn inkomsten enorm vergrootte terwijl de arbeidersklasse verpauperde. Het vermogen van de koning werd in 1815 geschat op 10 miljoen en 25 jaar later op 200 miljoen gulden, dus het twintigvoudige. Een derde van de bevolking van Amsterdam leefde vanaf de Franse tijd van de kerkelijke en burgerlijke armenzorg, die overigens door buitenlanders in vergelijking met andere Europese landen als tamelijk royaal werd gezien. Hij maakte werk van de invoering van het metrieke stelsel en wilde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een moderne en verlichte eenheidsstaat maken. Op godsdienstig en taalkundig gebied ondervonden deze hervormingen weerstand. In Vlaanderen werd Nederlands de officiële taal, tot ongenoegen van de in sterke mate verfranste burgerij. Toen op 25 augustus 1830 een nationalistische opera in Brussel werd opgevoerd (De Stomme van Portici), brak in Brussel de Belgische Revolutie uit, die onder sterke militaire steun van Frankrijk uitmondde in een onafhankelijk koninkrijk België. Willem stuurde in 1831 een leger naar België om Brussel te heroveren, het stond onder opperbevel van zijn zoon kroonprins Willem en onder andere onder bevel van de tweede zoon van de koning, Frederik en generaal Saksen-Weimar. Deze Tiendaagse Veldtocht werd ondanks aanvankelijke successen een fiasco, omdat de Franse koning troepen stuurde om de intussen ingezworen koning Leopold te helpen. De Belgische koning had diplomatiek een grote alliantie. Hij had in zijn jeugd aan het Russische hof gediend, was de weduwnaar van een Engelse troonopvolgster en zou trouwen met een Franse koningsdochter. Willem werd onder grote diplomatieke druk verplicht de onafhankelijkheid van het koninkrijk België te aanvaarden. Hoewel Willem de steun van de grootmachten verloor, bleef hij zich koppig tegen vrede verzetten. De koopman-koning maakte de staat praktisch bankroet met zijn volhardingspolitiek en zijn reputatie als betrouwbaar financieel genie kreeg een deuk. In 1839 erkende hij uiteindelijk de jonge Belgische staat. De afscheiding vereiste een grondwetswijziging, waarbij de strafrechtelijke verantwoording voor de ministers werd ingevoerd (1840). Dit was een inperking van 's konings macht en Willem vond dat te ver gaan. De inperking van zijn macht en de Belgische afscheiding waren de voornaamste redenen voor Willem om op 7 oktober 1840 troonsafstand (abdicatie) te doen ten gunste van zijn zoon, koning Willem II. In november vertrok Willem naar Berlijn. Hij behield zijn koninklijke rang en zijn aanspreektitel werd: Zijne Majesteit de graaf van Nassau. Hij woonde eerst bij zijn dochter Marianne en betrok later het nog altijd aan hem toebehorende Niederländisches Palais. In Berlijn trouwde hij in februari 1841 met de katholieke H.R. rijksgravin Henriëtte d'Oultremont de Wégimont, die van vaderskant stamde uit een rooms-katholieke Waalse adellijke familie. Ze gingen wonen in het Nederlandse paleis aan de Unter den Linden in Berlijn. Willems abdicatie betekende niet het einde van zijn betrokkenheid bij 's Rijks financiën. Hij leende de staat tien miljoen gulden tegen 3% rente om bankroet te voorkomen. Op 12 december 1843 overleed Willem I in Berlijn op 71-jarige leeftijd. Zijn stoffelijk overschot werd op 2 januari 1844 bijgezet in de Koninklijke Grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft in Nederland.
Schilder: Joseph Paelinck. In Rijksmuseum Amsterdam door Nicolaas Lodewijk Penning, naar Reinier Vinkeles en een tekening van Jan Willem Pieneman. Schilder:Gustaaf Wappers, 1835. In Royal Museums of Fine Arts of Belgium. Foto: Loek Tangel, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.  monument op Plein 1813 Den Haag

                          © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas

Koning Willem I - Afscheiding België -
Willem I Frederik, geboren als Willem Frederik Prins van Oranje- Nassau was de eerste Koning der Nederlanden  uit het huis Oranje-Nassau. Na de nederlaag van Napoleon in de Slag bij Leipzig in 1813 werd hij ingehuldigd als 'Soeverein Vorst' der Verenigde Nederlanden. Op 16 maart 1815 riep hij zichzelf uit tot koning der Verenigde Nederlanden en hertog van Luxemburg, waarna hij op 21 september 1815 in Brussel werd ingehuldigd als Koning Willem I. In hetzelfde jaar werd op het Congres van Wenen door de Europese mogendheden besloten om het hertogdom Luxemburg te promoveren tot groothertogdom en Willem I te erkennen als eerste groothertog, de koningstitel werd bevestigd. Hiermee was de kersverse Nederlandse monarchie binnen Europa formeel erkend. Deze fungeerde als buffer voor zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk. Na de troonsafstand in 1840 noemde Willem I zich koning Willem Frederik, graaf van Nassau. Op 30 november 1813 zette Willem na achttien jaar weer voet op Nederlandse bodem. In Londen was hij per brief uitgenodigd als "soeverein vorst" de regering op zich te nemen. De brief was afkomstig van het Driemanschap van 1813, de Haagse notabelen oftewel het Voorlopig Bewind, bestond uit Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. Het Driemanschap werd op 17 november 1813 gevormd (onder de kreet Oranje-Boven) nadat Charles-François Lebrun en Franse troepen halsoverkop het gebied van de Hollandse departementen, het latere Nederland, verlaten hadden. Het Driemanschap vaardigde op 20 november 1813 in Den Haag de proclamatie uit waarin zij het algemeen bestuur opvatten. De volgende dag volgde een proclamatie waarin - met de kennisgeving dat er een "Algemeen Bestuur der Vereenigde Nederlanden is, in naam van de Prins van Oranje" en dat "alle landgenoten worden ontslagen van hun eed van trouw aan de Keizer der Fransen" - een Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden werd uitgeroepen. De drie staatslieden nodigden de in Nederland vrijwel vergeten Prins van Oranje, de latere Koning Willem I der Nederlanden, per brief uit om naar 's-Gravenhage te komen en als "soeverein vorst" de regering op zich te nemen om zo een anarchie te voorkomen. De internationale erkenning van Willem I als vorst kwam echter pas tot stand bij het Congres van Wenen. Willem aanvaardde hun uitnodiging en het Engelse fregat The Warrior bracht hem naar de kust van Scheveningen waar hij op 30 november 1813 voet op Nederlandse bodem zette. Met een boerenwagen werd hij vervolgens naar het strand gereden. Een van de eerste dingen die hij in Nederland deed, was een proclamatie uitvaardigen, waarin hij aankondigde: "Ons gemeene Vaderland is gered: De oude tyden zullen weldra herleeven." Van Hogendorp werd eerst samen met Van der Duyn tot graaf verheven, maar overigens na verloop van tijd door de koning ontslagen wegens zijn voortdurende kritiek op de gang van zaken. Op 1 december werd Willem tot soeverein vorst uitgeroepen, wat op 2 december door hem werd aanvaard. In 1815 keerde Napoleon kortstondig terug en aan Willem werden op het Congres van Wenen de voormalige Oostenrijkse Nederlanden toegezegd (die hij reeds stilzwijgend had bezet). De Nederlanden zouden, zo hoopten Engeland en Pruisen, een sterke bufferstaat aan Frankrijks noordgrens vormen. Op 16 maart 1815 nam soeverein vorst Willem I zelf de titel koning der Nederlanden aan. Hij kreeg als compensatie voor de hem ontnomen Nassause erflanden als privé-bezit ook Luxemburg en werd daardoor groothertog van Luxemburg. Na de Belgische afscheiding werd hij voor het verlies van Waals Luxemburg als hertog weer gecompenseerd met het restant (de huidige Nederlandse provincie) van Limburg. Voor de inhuldiging in de Nieuwe Kerk is een nog altijd bestaand verguld messing model van een kroon opgesteld, waarvan werd verondersteld dat het de stadhouderlijke begrafeniskroon was. Bij de inhuldiging in Brussel spotte men over een "houten kroon" en ook over de grote hoeveelheid uitgestrooide koperen munten ("de koperen Koning"). Zo ontstond een Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Een nieuwe grondwet werd opgesteld: het Zuiden werd mede onder druk van Groot-Brittannië verplicht samen te gaan met het Noorden (union intime et complète). Willem was tevreden met zijn machtsuitbreiding; Engeland behield evenwel Duinkerken (België) als steunpunt op het continent. De regering zou om het jaar in 's-Gravenhage en in Brussel resideren. Voor de koning werd een nieuw Koninklijk paleis in Brussel gebouwd. Willem I kon zodoende beschikken over een stadsresidentie te Brussel, in Amsterdam over het Paleis op de Dam en in Den Haag over Paleis Noordeinde. Verder stonden het Kasteel van Laken, het Huis ten Bosch en Paleis Het Loo tot zijn beschikking. Een aantal Oranjeresidenties had de Franse tijd niet overleefd. De Prins van Oranje kreeg de beschikking over stadspaleizen te Brussel en Den Haag en verkreeg het buitenverblijf te Tervuren en Paleis Soestdijk in eigendom. De voertaal van het hof was meest Frans. De wetten werden in het Frans en in het Nederlands afgekondigd. De uitvoerende bestuurstaal volgde de taalgrens, wat in het zuiden bij de verfranste burgerij nogal wat weerstand opriep. Willem was een ondernemer die sterk investeerde in de industrie in het zuiden van zijn land. Hij was oprichter en aandeelhouder van de later Belgische Generale Maatschappij. In 1824 stichtte hij de Nederlandsche Handel- Maatschappij. Willem was zeer verdienstelijk voor de waterstaat. Nieuwe kanalen en straatwegen werden in zijn opdracht aangelegd. Willem steunde William Cockerill, een Belgisch ondernemer van Britse afkomst. Hij was een man met veel mechanisch talent die zijn geld verdiende met het maken van spinmachines, een zogenaamde Spinning Jenny-maker. Willem steunde hem in 1817 in Seraing (België) bij de bouw van de grootste stoommachinefabriek in Europa. In 1820 bouwde dat bedrijf zijn eerste stoomboot en in 1835 zijn eerste stoomlocomotief. Willem was de eerste kapitalistische heerser van Europa, die met enigszins moderne methoden zijn inkomsten enorm vergrootte terwijl de arbeidersklasse verpauperde. Het vermogen van de koning werd in 1815 geschat op 10 miljoen en 25 jaar later op 200 miljoen gulden, dus het twintigvoudige. Een derde van de bevolking van Amsterdam leefde vanaf de Franse tijd van de kerkelijke en burgerlijke armenzorg, die overigens door buitenlanders in vergelijking met andere Europese landen als tamelijk royaal werd gezien. Hij maakte werk van de invoering van het metrieke stelsel en wilde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een moderne en verlichte eenheidsstaat maken. Op godsdienstig en taalkundig gebied ondervonden deze hervormingen weerstand. In Vlaanderen werd Nederlands de officiële taal, tot ongenoegen van de in sterke mate verfranste burgerij. Toen op 25 augustus 1830 een nationalistische opera in Brussel werd opgevoerd (De Stomme van Portici), brak in Brussel de Belgische Revolutie uit, die onder sterke militaire steun van Frankrijk uitmondde in een onafhankelijk koninkrijk België. Willem stuurde in 1831 een leger naar België om Brussel te heroveren, het stond onder opperbevel van zijn zoon kroonprins Willem en onder andere onder bevel van de tweede zoon van de koning, Frederik en generaal Saksen- Weimar. Deze Tiendaagse Veldtocht werd ondanks aanvankelijke successen een fiasco, omdat de Franse koning troepen stuurde om de intussen ingezworen koning Leopold te helpen. De Belgische koning had diplomatiek een grote alliantie. Hij had in zijn jeugd aan het Russische hof gediend, was de weduwnaar van een Engelse troonopvolgster en zou trouwen met een Franse koningsdochter. Willem werd onder grote diplomatieke druk verplicht de onafhankelijkheid van het koninkrijk België te aanvaarden. Hoewel Willem de steun van de grootmachten verloor, bleef hij zich koppig tegen vrede verzetten. De koopman- koning maakte de staat praktisch bankroet met zijn volhardingspolitiek en zijn reputatie als betrouwbaar financieel genie kreeg een deuk. In 1839 erkende hij uiteindelijk de jonge Belgische staat. De afscheiding vereiste een grondwetswijziging, waarbij de strafrechtelijke verantwoording voor de ministers werd ingevoerd (1840). Dit was een inperking van 's konings macht en Willem vond dat te ver gaan. De inperking van zijn macht en de Belgische afscheiding waren de voornaamste redenen voor Willem om op 7 oktober 1840 troonsafstand (abdicatie) te doen ten gunste van zijn zoon, koning Willem II. In november vertrok Willem naar Berlijn. Hij behield zijn koninklijke rang en zijn aanspreektitel werd: Zijne Majesteit de graaf van Nassau. Hij woonde eerst bij zijn dochter Marianne en betrok later het nog altijd aan hem toebehorende Niederländisches Palais. In Berlijn trouwde hij in februari 1841 met de katholieke H.R. rijksgravin Henriëtte d'Oultremont de Wégimont, die van vaderskant stamde uit een rooms-katholieke Waalse adellijke familie. Ze gingen wonen in het Nederlandse paleis aan de Unter den Linden in Berlijn. Willems abdicatie betekende niet het einde van zijn betrokkenheid bij 's Rijks financiën. Hij leende de staat tien miljoen gulden tegen 3% rente om bankroet te voorkomen. Op 12 december 1843 overleed Willem I in Berlijn op 71-jarige leeftijd. Zijn stoffelijk overschot werd op 2 januari 1844 bijgezet in de Koninklijke Grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft in Nederland.
Schilder: Joseph Paelinck. In Rijksmuseum Amsterdam door Nicolaas Lodewijk Penning, naar Reinier Vinkeles en een tekening van Jan Willem Pieneman. Schilder:Gustaaf Wappers, 1835. In Royal Museums of Fine Arts of Belgium. Foto: Loek Tangel, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.