© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Jan Adriaanszoon Leeghwater
Jan Adriaanszoon Leeghwater werd geboren in het dorp De Rijp in 1575. Hij was een Nederlandse molenbouwer en waterbouwkundige. Hij bedacht een bovenkruiende oliemolen en was betrokken bij diverse droogmakerijen. Daarnaast was hij betrokken bij nieuwe uurwerken en carillons voor de Amsterdamse Zuidertoren en Westertoren. In Nederland verkreeg Jan Adriaanszoon Leeghwater een patent in 1605 op de duikerklok. Molenbouwer Jan Adriaenszoon Leeghwater verbeterde in de 17e eeuw de techniek van de poldermolen. Hierdoor en dankzij de toepassing van molengangen, konden vanaf de 17e eeuw ook grotere meren worden drooggelegd. Het eerste grote project was de Beemster, die in 1612 met enige tientallen molens werd drooggemalen. Wegens succes werd deze formule bij meer polders toegepast. In Noord-Holland bij de Schermer (1635) zijn nog steeds enkele molengangen aan te treffen. Ook in Zuidholland zijn nog enkele molengangen te vinden: Aarlanderveen, Zevenhuizen, Leidschendam en het wereldberoemde Kinderdijk. Mede onder zijn leiding werden in Noord-Holland tussen 1607 en 1643 nog diverse andere plassen drooggelegd: Heerhugowaard (1625), Purmer (1622), Starnmeer en De Wormer (1626). Bij het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 had hij de leiding bij het droogleggen van de moerassen rondom het door de Staatse troepen belegerde 's-Hertogenbosch. In het buitenland adviseerde hij bij het droogleggen van moerassen bij Bordeaux (1628) en bij Metz (1630) en in 1633 was hij in Sleeswijk-Holstein betrokken bij de afsluiting van het Bottschlotter Tief in de buurt van Dagebüll (deze afsluitdijk wordt plaatselijk Holländerdeich ,Hollandse dijk, genoemd). In 1641 publiceerde Leeghwater zijn Haarlemmermeerboek. Hij was hiermee een van de eersten die pleitten voor drooglegging van het gevaarlijk groeiende Haarlemmermeer, ook wel de Waterwolf genoemd. Pas in 1852 werd dit gerealiseerd. Een van de drie grote stoomgemalen die hierbij gebruikt werden, werd naar hem genoemd. Dit Gemaal Leeghwater, aan de zuidrand van de Haarlemmermeer, is nog steeds in gebruik. Tevens is er in de Haarlemmermeer, in Hoofddorp een straat naar Leeghwater vernoemd. In Purmerend dragen een park en een openbaar zwembad zijn naam. Het stoomgemaal De Cruquius is gerestaureerd en weer in werking, maar nu als Museum De Cruquius. Een molengang (ook maalgang) is een aantal samenwerkende poldermolens voor het droogmaken en -houden van een polder. Door de maximale opvoerhoogte van ongeveer 1,50 meter per molenrad, was het bij diepere polders noodzakelijk dat het water in 'trappen' omhoog werd gebracht. De laagste molen (de zogenaamde ondermolen) schept het water naar de onderboezem; de hoogste molen (bovenmolen) schept het water naar de ringvaart. De uitvinder van de molengang is Simon Stevin, die in 1589 octrooi hiervoor verkrijgt. Vanaf 1609, het jaar dat zijn octrooi verloopt, maakt Leeghwater gebruik van de molengang voor het droogmalen van de Beemster.
(bron: De Gouden Eeuw aflevering 6). Foto: Ilonamay Foto: Hdekroon from nl Bron: Quistnix at nl.wikipedia CC-BY-SA-2.5.

                          © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas

Jan Adriaanszoon Leeghwater
Jan Adriaanszoon Leeghwater werd geboren in het dorp De Rijp in 1575. Hij was een Nederlandse molenbouwer en waterbouwkundige. Hij bedacht een bovenkruiende oliemolen en was betrokken bij diverse droogmakerijen. Daarnaast was hij betrokken bij nieuwe uurwerken en carillons voor de Amsterdamse Zuidertoren en Westertoren. In Nederland verkreeg Jan Adriaanszoon Leeghwater een patent in 1605 op de duikerklok. Molenbouwer Jan Adriaenszoon Leeghwater verbeterde in de 17e eeuw de techniek van de poldermolen. Hierdoor en dankzij de toepassing van molengangen, konden vanaf de 17e eeuw ook grotere meren worden drooggelegd. Het eerste grote project was de Beemster, die in 1612 met enige tientallen molens werd drooggemalen. Wegens succes werd deze formule bij meer polders toegepast. In Noord- Holland bij de Schermer (1635) zijn nog steeds enkele molengangen aan te treffen. Ook in Zuidholland zijn nog enkele molengangen te vinden: Aarlanderveen, Zevenhuizen, Leidschendam en het wereldberoemde Kinderdijk. Mede onder zijn leiding werden in Noord- Holland tussen 1607 en 1643 nog diverse andere plassen drooggelegd: Heerhugowaard (1625), Purmer (1622), Starnmeer en De Wormer (1626). Bij het Beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 had hij de leiding bij het droogleggen van de moerassen rondom het door de Staatse troepen belegerde 's-Hertogenbosch. In het buitenland adviseerde hij bij het droogleggen van moerassen bij Bordeaux (1628) en bij Metz (1630) en in 1633 was hij in Sleeswijk-Holstein betrokken bij de afsluiting van het Bottschlotter Tief in de buurt van Dagebüll (deze afsluitdijk wordt plaatselijk Holländerdeich ,Hollandse dijk, genoemd). In 1641 publiceerde Leeghwater zijn Haarlemmermeerboek. Hij was hiermee een van de eersten die pleitten voor drooglegging van het gevaarlijk groeiende Haarlemmermeer, ook wel de Waterwolf genoemd. Pas in 1852 werd dit gerealiseerd. Een van de drie grote stoomgemalen die hierbij gebruikt werden, werd naar hem genoemd. Dit Gemaal Leeghwater, aan de zuidrand van de Haarlemmermeer, is nog steeds in gebruik. Tevens is er in de Haarlemmermeer, in Hoofddorp een straat naar Leeghwater vernoemd. In Purmerend dragen een park en een openbaar zwembad zijn naam. Het stoomgemaal De Cruquius is gerestaureerd en weer in werking, maar nu als Museum De Cruquius. Een molengang (ook maalgang) is een aantal samenwerkende poldermolens voor het droogmaken en -houden van een polder. Door de maximale opvoerhoogte van ongeveer 1,50 meter per molenrad, was het bij diepere polders noodzakelijk dat het water in 'trappen' omhoog werd gebracht. De laagste molen (de zogenaamde ondermolen) schept het water naar de onderboezem; de hoogste molen (bovenmolen) schept het water naar de ringvaart. De uitvinder van de molengang is Simon Stevin, die in 1589 octrooi hiervoor verkrijgt. Vanaf 1609, het jaar dat zijn octrooi verloopt, maakt Leeghwater gebruik van de molengang voor het droogmalen van de Beemster.
(bron: De Gouden Eeuw aflevering 6). Foto: Ilonamay Foto: Hdekroon from nl Bron: Quistnix at nl.wikipedia CC-BY-SA-2.5.