© Museum JoCas                                                  © Teksten: Wikipedia en Cor Bastinck, zie tabblad “Info-Contact”     © Foto’s algemeen: zie tabblad “Info-Contact” en indien afwijkend de tekst bij de foto

 
Gevelstenen
Een gevelsteen is een plaat met een inscriptie en vaak een emblematische voorstelling (kleine afbeelding met daarbij een korte kernachtige spreuk; de afbeelding is een vaak letterlijke verbeelding van de spreuk) in reliëf die (meestal) de voorgevel van een gebouw siert. De gevelsteen verleent het gebouw een eigen, herkenbare identiteit. Gevelstenen zijn vaak van natuursteen, maar er zijn ook exemplaren van terracotta (gebakken klei) bekend en in Hoorn is een eiken (hout) gevelsteen te vinden. Gevelstenen ontstonden in de tweede helft van de 16e eeuw en werden tot de 18e eeuw gebruikt als "huisteken", omdat er nog geen huisnummering bestond. Van oorsprong zijn gevelstenen gepolychromeerd (in verschillende kleuren beschilderd). Veel gevelstenen hebben ook een kleuraanduiding in het op- of onderschrift (bijvoorbeeld De Rode Leeuw, De Witte Olifant, Het Zwarte Paard, De Groene Bok, De vergulde Kater enz.) en familie- en andere wapens waren voorzien van de vereiste heraldische (wapen) kleuren. Veel gevelstenen hadden betrekking op het beroep van de oorspronkelijke bewoner van het pand. Zo kon bijvoorbeeld een kuiper een botervat laten afbeelden, of een schrijver een veer. Wilde men zich onderscheiden van een collega die een gevelsteen had met vrijwel dezelfde afbeelding, dan voegde men iets toe, bijvoorbeeld een kroon. We spreken dan van een concurrerende gevelsteen. Zo vinden we nu nog in het hele land gekroonde stenen, zoals De Gekroonde Waterhont, ‘t Gekroond Kalf, De Gekroonde Laars en ga maar door. Er zijn echter nog andere variaties mogelijk op het begrip 'concurrerende gevelsteen'. Bij bakkers in dezelfde buurt kon men bijvoorbeeld zo De Grauwe Olifant, De Jonge Grauwe Olifant, en De Witte Vette Olifant tegenkomen. Wie nog geen familienaam had en niet door zijn beroep of bijnaam werd aangeduid, behielp zich met zijn uithangbord of gevelsteen. Mensen met namen als Zwaan, De Bock, De Hond en Kool kunnen daardoor uiteindelijk hun oorsprong vinden in de gevelsteen van hun voorouders. Gevelstenen zijn vaak met enige humor gemaakt, zoals bijvoorbeeld te zien in de gevelsteen Mollen Sagen Geren in Enkhuizen, waar twee mollen worden uitgebeeld die een baal garen doorzagen, terwijl de spreuk aanduidt dat mollen 'graag zouden zien'. Gevelstenen komen tegenwoordig vooral in Nederland voor, maar ook op enkele plaatsen in het buitenland zijn gevelstenen te vinden - zie bijvoorbeeld de foto van een gevelsteen in Stockholm. In Amsterdam zijn er nog ruim 1600 gevelstenen, in Maastricht ruim 600 en in geheel Nederland wordt het aantal op ongeveer 8000 geschat. Bij de opgravingen in Pompeï kwamen verschillende reliëfs in terracotta tevoorschijn die als gevelsteen dienst hebben gedaan: een steen waarop een geit staat afgebeeld moet de gevel van een melkhandel hebben gesierd, terwijl een ander reliëf met Bacchus die een tros druiven uitperst duidelijk maakte waar een wijnhandelaar zijn domein had. Het gebruik van gevelstenen is lange tijd sluimerende geweest, maar beleeft een opleving. Zo hebben Hans 't Mannetje en zijn leerlingen alsmede de kunstenaar Arie Teeuwisse zich toegelegd op het vervaardigen van nieuwe gevelstenen. Jaartalstenen  Een andere vorm van een gevelsteen, zijn stenen met daarin een jaartal. Vaak gaat het dan om het jaar dat het pand, of de uitbouw, is opgeleverd. Ook stenen met daarin het jaar van een restauratie worden jaartalstenen genoemd. Op zogenaamde eerste stenen staat vaak een datum vermeld. Met de term gevelsteen worden tegenwoordig ook gewone bakstenen aangeduid die in kleur en hardheid geschikt zijn voor gevelmetselwerk. Indien de gevel als spouwmuur is opgetrokken, spreekt men alleen voor die stenen in het buitenblad over gevelstenen.
Rijksmonument 4275. Foto: Rudolphous Foto: Gouwenaar Foto: Alf van Beem   Rijksmonument 17017. Foto: Gouwenaar    Foto: Tasja Foto: Dqfn13    Foto: Agaath

                          © Museum JoCas tekst, -en Wikipedia zie tab Info 

 Museum JoCas

Gevelstenen
Een gevelsteen is een plaat met een inscriptie en vaak een emblematische voorstelling (kleine afbeelding met daarbij een korte kernachtige spreuk; de afbeelding is een vaak letterlijke verbeelding van de spreuk) in reliëf die (meestal) de voorgevel van een gebouw siert. De gevelsteen verleent het gebouw een eigen, herkenbare identiteit. Gevelstenen zijn vaak van natuursteen, maar er zijn ook exemplaren van terracotta (gebakken klei) bekend en in Hoorn is een eiken (hout) gevelsteen te vinden. Gevelstenen ontstonden in de tweede helft van de 16e eeuw en werden tot de 18e eeuw gebruikt als "huisteken", omdat er nog geen huisnummering bestond. Van oorsprong zijn gevelstenen gepolychromeerd (in verschillende kleuren beschilderd). Veel gevelstenen hebben ook een kleuraanduiding in het op- of onderschrift (bijvoorbeeld De Rode Leeuw, De Witte Olifant, Het Zwarte Paard, De Groene Bok, De vergulde Kater enz.) en familie- en andere wapens waren voorzien van de vereiste heraldische (wapen) kleuren. Veel gevelstenen hadden betrekking op het beroep van de oorspronkelijke bewoner van het pand. Zo kon bijvoorbeeld een kuiper een botervat laten afbeelden, of een schrijver een veer. Wilde men zich onderscheiden van een collega die een gevelsteen had met vrijwel dezelfde afbeelding, dan voegde men iets toe, bijvoorbeeld een kroon. We spreken dan van een concurrerende gevelsteen. Zo vinden we nu nog in het hele land gekroonde stenen, zoals De Gekroonde Waterhont, ‘t Gekroond Kalf, De Gekroonde Laars en ga maar door. Er zijn echter nog andere variaties mogelijk op het begrip 'concurrerende gevelsteen'. Bij bakkers in dezelfde buurt kon men bijvoorbeeld zo De Grauwe Olifant, De Jonge Grauwe Olifant, en De Witte Vette Olifant tegenkomen. Wie nog geen familienaam had en niet door zijn beroep of bijnaam werd aangeduid, behielp zich met zijn uithangbord of gevelsteen. Mensen met namen als Zwaan, De Bock, De Hond en Kool kunnen daardoor uiteindelijk hun oorsprong vinden in de gevelsteen van hun voorouders. Gevelstenen zijn vaak met enige humor gemaakt, zoals bijvoorbeeld te zien in de gevelsteen Mollen Sagen Geren in Enkhuizen, waar twee mollen worden uitgebeeld die een baal garen doorzagen, terwijl de spreuk aanduidt dat mollen 'graag zouden zien'. Gevelstenen komen tegenwoordig vooral in Nederland voor, maar ook op enkele plaatsen in het buitenland zijn gevelstenen te vinden - zie bijvoorbeeld de foto van een gevelsteen in Stockholm. In Amsterdam zijn er nog ruim 1600 gevelstenen, in Maastricht ruim 600 en in geheel Nederland wordt het aantal op ongeveer 8000 geschat. Bij de opgravingen in Pompeï kwamen verschillende reliëfs in terracotta tevoorschijn die als gevelsteen dienst hebben gedaan: een steen waarop een geit staat afgebeeld moet de gevel van een melkhandel hebben gesierd, terwijl een ander reliëf met Bacchus die een tros druiven uitperst duidelijk maakte waar een wijnhandelaar zijn domein had. Het gebruik van gevelstenen is lange tijd sluimerende geweest, maar beleeft een opleving. Zo hebben Hans 't Mannetje en zijn leerlingen alsmede de kunstenaar Arie Teeuwisse zich toegelegd op het vervaardigen van nieuwe gevelstenen. Jaartalstenen  Een andere vorm van een gevelsteen, zijn stenen met daarin een jaartal. Vaak gaat het dan om het jaar dat het pand, of de uitbouw, is opgeleverd. Ook stenen met daarin het jaar van een restauratie worden jaartalstenen genoemd. Op zogenaamde eerste stenen staat vaak een datum vermeld. Met de term gevelsteen worden tegenwoordig ook gewone bakstenen aangeduid die in kleur en hardheid geschikt zijn voor gevelmetselwerk. Indien de gevel als spouwmuur is opgetrokken, spreekt men alleen voor die stenen in het buitenblad over gevelstenen.
Rijksmonument 4275. Foto: Rudolphous Foto: Gouwenaar Foto: Alf van Beem   Rijksmonument 17017. Foto: Gouwenaar    Foto: Tasja Foto: Dqfn13    Foto: Agaath